Adam Duritz: ‘Ik blijf een dictator’

Het interieur is op zijn minst verrassend: een hoek van het enorme studioappartement in East Village, New York, staat vol met speelautomaten en flipperkasten....

Door Menno Pot

Je zou niet zeggen dat hier Counting Crows-frontman Adam Duritz (1964) resideert. De droefsnoet met de zwarte dreadlocks en het zwarte ringbaardje, die liedjes als klaagzangen schrijft, bewoont zijn eigen speeltuin, hoog boven Manhattan.

Zes jaar na Hard Candy (2002) is er een vijfde studioplaat: Saturday Nights & Sunday Mornings, een album dat in een elektrische rockhelft (Saturday Nights) en een akoestische helft (Sunday Mornings) uiteenvalt. Het beste Counting Crows-album? Nou, nee, maar de groep is zo populair in Nederland dat het de verkoop waarschijnlijk niet zal deren. Zeker niet nu de band is geboekt voor liefst drie grote festivals (Pinkpop, Rockin’ Park én Concert At Sea, het evenement van hun maatjes Bløf).

Dan begint een deel van de wandboekenkast te bewegen. De kast draait open – en daar zullen we de gastheer hebben. De slaapvertrekken van huize Duritz blijken zich achter de boekenkast te bevinden. Duritz verontschuldigt zich voor het feit dat hij zijn bezoek even liet wachten en biedt vriendelijk een glas bronwater aan.

‘Het zal bij ons altijd minimaal drie jaar duren voor we met een nieuw album komen, simpelweg omdat we zo ontzettend veel optreden’, legt hij uit. ‘En bedenk: we hebben de voorbije jaren een live-album en een ‘best of’-cd uitgebracht, die we ook met een tournee hebben ondersteund. Maar: ik heb ook een jaar vrijaf genomen. Ik was langzaam knettergek aan het worden. Het werd tijd om mijn mentale problemen eens aan te pakken. Dat moest ik thuis doen; niet op een hotelkamer in, pakweg, Amsterdam. Het voelde alsof mijn leven alleen nog uit liedjes bestond. Eindelijk is vast komen te staan dat ik een vrij ernstige psychische stoornis heb.’

Pats. Typisch Adam Duritz: je hebt je amper voorgesteld of hij legt bijna als vanzelfsprekend zijn hele hebben en houden op tafel. Net als in zijn liedjes, en daar is hij trots op (‘Alles staat erin. Alles.’). Wat scheelt er dan precies aan?

‘Ik lijd aan een dissociatieve persoonlijkheidsstoornis, wat erop neerkomt dat het leven niet echt lijkt. Het is alsof ik er geen deel van uitmaak. Ik zal er altijd last van houden, maar ik heb geleerd hoe ik mezelf bij de les houd. En we hebben eindelijk de juiste combinatie van medicijnen vastgesteld: voorheen gooiden we er op goed geluk een handje antidepressiva in. Ik was altijd op reis.’ Depressie? Nee, dat was nu juist niet het probleem. ‘Depressieve mensen voelen niets. Ik wel. Ik ben gewoon altijd somber. Maar ik heb geleerd dat elke situatie weer zal veranderen. Er zal altijd iets nieuws gebeuren. Niet per definitie iets béters, maar het leven blijft wel in beweging.’

Hij staat op en pakt het programmaboekje van een theatervoorstelling die hij onlangs bijwoonde: Sunday In The Park With George van Georges Seurat. Uit het hoofd citeert hij de laatste zinnen uit het stuk: ‘Blank. A blank page or canvas. His favorite. So many possibilities.’ (Leeg. Een lege bladzijde of een leeg doek. Zijn favorieten. Zo veel mogelijkheden).

Het hele jaar 2007 werkte Adam Duritz ‘aan zichzelf’, nadat hij eind 2006 het absolute dieptepunt had bereikt: hij woog bijna 130 kilo, was pafferig en verdoofd door de verkeerde medicijnen, en zat op een hotelkamer in Australië, toen hem het nieuws bereikte dat zijn moeder was overleden. Nog geen tien dagen eerder had zijn vriendin hem de bons gegeven.

Duritz: ‘Geloof me: hotelkamers zijn nare plaatsen als je mijn stoornis hebt. Het hotel stond ook nog in Perth, waarschijnlijk de meest afgelegen grote stad ter wereld. Verder van huis kon ik niet geraken, letterlijk en figuurlijk.’

Duritz’ privéleven en de liedjes op het nieuwe album schuren, als altijd, op pijnlijke wijze langs elkaar. Saturday Nights is de plaathelft van waanzin, bacchanaal en afstomping. Op Sunday Mornings volgt, in de woorden van Duritz, ‘de kater’. ‘Nee, geen loutering. Dat klinkt te wijs en zoetsappig. Op Sunday Mornings volgt het besef dat je er weer eens een bende van gemaakt hebt, en je dat waarschijnlijk altijd zult blijven doen.’

De overige zes ‘Crows’ hebben tegenwoordig te maken met een beter genietbare frontman (‘al blijf ik een dictator, en beslist niet altijd een verlicht despoot’). Duritz viel dertig kilo af. En er is een nieuwe vrouw in zijn leven. De avond ervoor zag ze haar lief voor het eerst optreden. ‘Ik ben in geen jaren zo zenuwachtig geweest’, zegt Duritz. ‘Ze heeft mijn leven veranderd.’

Hoe lang zijn ze dan samen? ‘Bijna vier weken’, zegt Duritz.

De Nederlandse editie van Saturday Nights & Sunday Mornings bevat een nieuwe, akoestische samenwerking met Bløf: Wennen Aan September, een nummer van het album Umoja van de Zeeuwse band. In 2004 hadden ze al een gezamenlijke hit in Nederland met Holiday In Spain. Wie denkt dat de twee bands door de platenmaatschappij tot elkaar veroordeeld zijn, heeft het overigens mis. ‘Toen we ze ontmoetten waren ze vooral fans, nu zijn ze echt goede vrienden.’

Toen Bløfs jaarlijkse Concert At Sea op dezelfde dag bleek te zijn als het festival Rockin’ Park in het Nijmeegse Goffertpark, hoefden Duritz en de zijnen niet lang na te denken: dan speelden ze toch tweemaal op een dag? Een rit van Nijmegen naar Zeeland, daar schrikt een Amerikaanse band niet van. Duritz: ‘We wilden daar beslist spelen. Ik kan eindelijk iets terugdoen, want toen ik veertig werd, kwam Bløf naar mijn verjaardagsfeestje. Verkleed als mariachiband. Dat ben ik nog niet vergeten.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden