Ad van Denderen fotografeerde 25 jaar het Israëlisch-Palestijns conflict

Zijn foto's zijn geladen met spanning, zonder dat die expliciet zichtbaar is

Fotograaf Ad van Denderen (74) fotografeerde 25 jaar Israël en Palestijnse gebieden. Deze week verschijnen een boek en een tentoonstelling van zijn werk. Van Denderen neemt V mee langs drie bepalende fasen uit zijn werk - en daarmee uit het conflict.

De tijdelijke muur in Abu Dis, 2012. Beeld Ad van Denderen

Zo kan alleen Ad van Denderen een verhaal vertellen. In zijn nieuwste boek Stone, dat tegelijk verschijnt met de tentoonstelling Jerusalem Stone, over 25 jaar fotograferen in Israël en de Palestijnse gebieden, gaan twee foto's over twee diametraal verschillende werelden naadloos in elkaar over - zo naadloos, dat je even goed moet kijken voor je het ziet.

Op de linkerfoto: een berg zand. Drie mannen klimmen een heuveltje op, de voorste draagt een plastic tasje in de linkerhand. Iets verderop lopen nog een paar mannen. Wie zijn ze? En waar gaan ze naartoe? Op de rechterfoto: een kale vlakte met wat plukjes groen, daartussen liggen keien, en ook hier lopen mannen, ze tillen de stenen die ze net hebben geraapt op de schouder, de voorste man draagt een keppeltje.

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Palestijnse bouwvakkers op weg naar hun werk in Israël, Gaza, grensovergang bij Eres, 1995. Beeld Ad van Denderen

Grensovergang

De eerste foto is gemaakt in 1995, bij de grensovergang in Eres, waar elke dag duizenden Palestijnse arbeiders uit Gaza in de vroege ochtend de controlepost passeren om in Israël in de bouw te werken. De tweede foto maakte Van Denderen twee jaar daarvoor, bij de stad Neve Daniel, op de Westelijke Jordaanoever. 'Kolonisten geven de eerste stenen door voor de bouw van een illegale nederzetting', luidt het bijschrift, en wat Van Denderen dan als geen ander kan: foto's laden met spanning, zonder die expliciet zichtbaar te maken.

Niet de horror, de lijken, de resten van een restaurant vlak na een zelfmoordaanslag. Niet de stenen gooiende Palestijnen tegenover het Israëlische leger, de armoede in de bezette gebieden. Geen verwijzing naar de Eerste Intifada, de Vrede van Oslo en de belofte van de Israëliërs om zich terug te trekken uit Gaza en de Palestijnse gebieden. Niet naar de hoop op Palestijns zelfbestuur, de frustratie over het feit dat daarvan niets terecht is gekomen.

Nee: mannen die gaan werken. Bezig met een toekomst. 'Maar wel vanuit een ander perspectief', zegt Van Denderen. 'De Palestijnen bouwen voor de onderdrukker en krijgen steeds minder land en de kolonisten zijn vooral bezig meer gebied naar zich toe te halen.'

Ad van Denderen

Ad van Denderen

Ad van Denderen (1943) is in de jaren zestig opgeleid aan de Grafische School in Utrecht. Daar bracht zijn docent Ata Kandó (dit jaar op 103-jarige leeftijd overleden) hem in contact met fotografie. Een van zijn meest geprezen projecten is GoNoGo (2003), waarvoor hij vijftien jaar lang immigranten, asielzoekers en illegalen fotografeerde die in Europa een beter bestaan zochten. Tot zijn andere langdurige projecten behoren So Blue So Blue, over het leven in de landen die aan de Middellandse Zee liggen, en Welkom in Suid-Afrika. In 2007 ontving hij de oeuvreprijs van het Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst.

Documentairefotografie

Ad van Denderen (74), de éminence grise van de Nederlandse documentairefotografie, volgde 25 jaar lang met zijn camera het dagelijks leven in Israël en de Palestijnse gebieden. De eerste keer dat hij er als fotograaf kwam was in 1993, vier jaar later verscheen van zijn veelvuldige bezoeken het boek Peace in the holy land. Zwart-witfoto's, geschoten met een Leica M6, een kleinbeeldcamera. Hij stond met zijn 35mm-lens zo vaak boven op zijn onderwerp, dat collega-fotografen hem verfoeiden: ga verdomme eens uit mijn beeld. Nieuwsfotograaf was hij, maar geen harde. 'Ik ben nooit een oorlogsfotograaf geweest. Het moet wel gedaan worden, maar niet door mij.'

Van Denderen is in 2002 in Tel Aviv als hij hoort dat er in een van de buitenwijken van de stad een aanslag is gepleegd door Hamas. Hij rijdt erheen en komt aan bij een gokhal, waar een als monteur vermomde Palestijn met een bomgordel naar binnen is gelopen. 'Veertien doden, twintig zwaargewonden, ambulances, zwaailichten, de hele klerezooi, en ik loop tussen de cameraploegen en nieuwsfotografen en denk: wat doe ik hier?'

Hetzelfde jaar, in Jenin, in het noorden van de Palestijnse gebieden. Het Israëlische leger valt in het kader van Operatie Defensieschild de stad binnen om terroristen te bestrijden. Duizend infanterietroepen met tanks en helikopters omsingelen de stad en het nabijgelegen vluchtelingenkamp, er is flinke weerstand, het gebied wordt tot gesloten militaire zone verklaard, maar het lukt Van Denderen om met Palestijnen binnen te komen en foto's te maken van hoe het leger in de stad heeft huisgehouden. 'Die Palestijnen hadden het maar steeds over genocide, en vroegen of ik dat ook zo aan de media wilde overbrengen. Ik geloof dat er 48 mensen waren vermoord, en hoe erg dat ook was: ik vond het geen genocide en dat zei ik ook. Ik was meteen hun bescherming kwijt.'

Wat hij ermee wil zeggen: voor een humanitair fotograaf als hij, geïnteresseerd in het vastleggen van het leven van mensen onder zware omstandigheden, werd het steeds moeilijker met een neutrale blik te kijken. 'Beide partijen willen je voor hun karretje spannen in wat steeds meer een propagandaoorlog is geworden, pro-Israël, of pro-Palestijnen. Zodra je als fotograaf te veel sympathie krijgt voor de een of de ander, kun je niet meer helder denken.'

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Kolonisten dragen de eerste stenen aan voor een nieuw te bouwen illegale nederzetting op de Westelijke Jordaanoever, Neve Daniel, 1993. Beeld Ad van Denderen
Posters waarop Palestijnse zelfmoordenaars worden herdacht als martelaren, 2002. Beeld Ad van Denderen

Arafat

Ook in 2002: de basis van Yasser Arafat, leider van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie, wordt aangevallen. Van Denderen wordt gebeld door het persagentschap Agence VU in Parijs, of hij voor het Duitse weekblad Stern foto's wil maken van de vernielingen. 'Ik heb geweigerd. Net als tijdens het moment van die aanslag in Tel Aviv dacht ik: wat heb ik aan al die nieuwsfotografen die allemaal hetzelfde vastleggen nog toe te voegen? Ik was beeldmoe. Wéér het leger dat uitrukt en slaags raakt, wéér jongens die de boel opnaaien door met stenen te gooien, wéér de doden en gewonden.' Hij had nog geen idee naar welk ander beeld hij op zoek was, tot hij de affiches zag van Palestijnse mannen, jong en oud, op de muren in de steden. 'Ik begon ze vast te leggen omdat ik wilde weten waarover in de begeleidende teksten werd gesproken, ik heb ze laten vertalen en kwam erachter dat het propagandaposters waren voor intern gebruik. De afgebeelde mannen zijn martelaren, die volgens de poster 'de moed hebben gehad de vijand te vernederen en te verslaan' - de posters roepen op een voorbeeld aan hen te nemen.'

Voor het eerst zien we kleur in de beelden die Van Denderen maakt. Alsof hij wil laten zien: ik sta steeds een beetje verder af van het journalistieke metier. 'Ik kwam in die tijd steeds wanhopiger thuis na een reis, omdat de strijd tussen de Israëliërs en de Palestijnen zo uitzichtloos werd, ze niet meer met elkaar wilden praten en muren bouwden om elkaar niet meer te zien.'

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Rawabi, de nieuwe Palestijnse stad op de West Bank, 2016. Beeld Ad van Denderen

Metafoor

Een paar jaar later vond hij in aarde de metafoor waarmee hij het conflict kon verbeelden, op een bijna esthetiserende manier. De mensen verdwijnen vanaf dat moment steeds meer uit zijn foto's. Aarde als de grond waarom wordt gestreden. Van aarde kun je steen bakken. Steen waarmee wordt gebouwd, steen waarmee wordt gegooid. Hij fotografeert ze in detail, de blokken steen in de Klaagmuur, waar dagelijks, in de kieren, door gelovigen brieven worden gestopt. De stenen waarmee na het vrijdaggebed wordt gegooid. De tijdelijke muur bij Abu Dis.

'Het begon met de luitenant die een steenboor had laten komen voor de verovering van Nablus, in 2002. Hardcore Hamas en PLO, een berucht vluchtelingenkamp er tegenaan; het Israëlisch leger had de meest efficiënte manier bedacht om een stad in te nemen: dwars door de muren boren, van huis naar huis, niet meer op straat komen en iedereen die je tegenkomt gevangen nemen, verhoren, of doodschieten. De operatie duurde zeventien dagen, er zijn 74 Palestijnse militanten gedood, 150 burgers gewond geraakt, 480 gevangengenomen. Aan de Israëlische kant vielen 2 doden, 19 gewonden.'

De verovering van Nablus werd het voorbeeld voor succesvolle oorlogsvoering en is nagebouwd in de Negevwoestijn. Modelstad Baladia is ontworpen door ingenieurs van het Israëlische leger en mede gefinancierd door de VS. Het is een spookstad waar het leger oefent. 11,9 vierkante kilometer, 470 gebouwen, 1.200 deuren, 2.500 ramen, 6,5 kilometer asfalt, een netwerk van ondergrondse tunnels, een moskee, een bank, school, begraafplaats, ziekenhuis, een vluchtelingenkamp. En overal manshoge gaten in de muren die met de steenboor zijn gemaakt.

Van Denderen was er in 2012. Wat hem het meest raakte: 'Het tot in detail uitgedachte plan. Ik moest denken aan de stenen van de Palestijnen en aan de techniek, de vindingrijkheid van de Israëliërs. Alles wat er aan militaire apparatuur is hebben ze, alles wordt gefilmd, gefotografeerd, nagebouwd, uiteindelijk hebben ze de totale controle.'

Of hij met stenen gooiende Palestijnen niet een veel te naïef beeld schetst? 'Wat hebben ze dan nog meer? Een autobom? Af en toe een pistool?'

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Baladia, trainingscentrum van het Israëlische leger in de Negevwoestijn, 2012. Beeld Ad van Denderen
Qalandiya, Westelijke Jordaanoever, 2016. Beeld Ad van Denderen

Vuurpijlen

Raketten. 'O, ja. Maar hoeveel doden zijn daar in een paar jaar mee gevallen? Het zijn bijna een soort vuurpijlen.'

Vijfentwintig jaar gefotografeerd, en het bleek onmogelijk objectief te blijven. Van Denderen: 'Dat Israël bestaat, daar zal ik me altijd hard voor maken. Mits het met eerlijke grenzen is. Maar de kolonisten vind ik vreselijk volk. Die komen rechtstreeks uit Brooklyn, zijn snoeihard, op het criminele af, die bepalen steeds meer de politiek van Israël. Als je de gebiedskaarten van 1948 naast die van nu legt: de Palestijnen hebben bijna niks meer. Dat is geen leven.'

En dan vindt Van Denderen in het jaar dat hij Baladia fotografeert, het spiegelbeeld van de stad op de Westelijke Jordaanoever: Rawabi. Hij hoort dat de steenrijke projectontwikkelaar Bashar Al-Masri een berg heeft gekocht waar hij zijn droom wil verwezenlijken: een nieuwe stad voor de Palestijnse middenklasse. 'Een stad voor veertigduizend inwoners, schoner dan Ramallah.' Als hij ernaartoe rijdt ziet hij vanuit de verte een joekel van een Palestijnse vlag wapperen. 'Een provocatie richting de kolonisten, die er de hele dag tegenaan moesten kijken. De bouw van de stad is jaren in het parlement geblokkeerd, en toen de huizen er eenmaal stonden, werden er geen vergunningen afgegeven voor water. Voor het gebruik van de toegangswegen moet elk jaar een vergunning worden aangevraagd.'

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Ad in Welkom

In oktober was Ad van Denderen terug in de Zuid-Afrikaanse stad Welkom, waar hij begin jaren negentig foto's maakte van de apartheid. Samen met de Zuid-Afrikaanse fotograaf Lebo Tlali gaf hij workshops op scholen in Welkom en Thabong. In 2019 verschijnt een boek en begint een reizende tentoonstelling van Van Denderen, Tlali en de leerlingen, aangevuld met archiefmateriaal.

Het gat van de steenboor in Baladia. Beeld Ad van Denderen
Baladia, 2012. Beeld Ad van Denderen

Zwaailicht

Hij laat twee foto's zien. Als op de ene geen auto met zwaailicht te zien was, zou je denken dat het een maquette was. Huizenblokken gebouwd met 'Jerusalem stone', de lichte kalksteen waaruit de Klaagmuur is opgetrokken, de meest gebruikte steen in Jeruzalem. 'Alle ramen zijn dicht, er is geen mens op straat, en dan de absurditeit van die op het trottoir geplaatste gymtoestellen!' Met deze beelden is de fotograaf die hij vroeger was, de fotograaf die veel over straat liep en fotografeerde zonder vastomlijnd plan, een fotograaf geworden met een idee en een verhaal. 'Het conflict', zegt hij, 'zit op slot.'

Een week na het gesprek erkent Trump Jeruzalem als hoofdstad van Israël. 'Een ramp', zegt Van Denderen.

Hij gaat nooit meer terug.

Jerusalem Stone, van 9/12 t/m 4/3 in Huis Marseille in Amsterdam. Ad van Denderen: Stone. Fw Books; 200 pagina's, euro 25.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.