Actrice Jolanda van den Berg over schoonheid, mode en kanker

Het kwam haar als beginnend actrice wel héél slecht uit, zei ze tegen haar arts. Maar kanker komt niemand uit, mevrouw Van den Berg.

Links: Jurk: .Claes Iversen. Beeld Pablo Delfos

Niet iedereen kan 'm hebben, de broek van acteur Jolanda van den Berg (35). Hij is op z'n zachtst gezegd extreem wortelvormig en gemaakt van het soort gebleekte jeansstof waar techniekleraren vroeger patent op hadden. 'Mijn vriendin Birgit moest keihard lachen toen ik hem bij een sample sale van Avelon uit het rek trok: 'Nou, als je er als een clown wilt uitzien...' Als grapje paste ik hem toch. Bleek-ie eigenlijk heel mooi. Maar ik moet nu wel de hele tijd aan Steve Jobs denken als ik in de spiegel kijk.'

De lange, rossige actrice loopt op blote voeten en in een zwart coltruitje heen en weer tussen het aanrechtblad en de eettafel om bakjes met dadels, gedroogde mango, nootjes en chocola neer te zetten. Alles past precies in dit Amsterdamse appartement op tweehoog: kapstok op de overloop, een babykamertje naast de woonkamer, drie grote kledingkasten in de slaapkamer en een donker vintagedressoir, met daarop een foto van dochter Ama op de kinderboerderij. 'Ze is nu 2 jaar en 7 maanden, ik vind het steeds leuker worden.'

Is ze in het ziekenhuis geboren?

'Ja. En nu komt natuurlijk die andere vraag...'

Hetzelfde ziekenhuis als acht jaar geleden?

'Ja. Dat was wel gek, maar ook fijn. Ik ben in drie ziekenhuizen behandeld: het OLVG West, het Antoni van Leeuwenhoek en het VU Cancer Center, met die naam die zó groot langs de A10 staat dat ik elke keer als ik er voorbij rij, denk: jezus jongens, had dat niet iets subtieler gekund?' Lacht. 'Maar toen we met zo'n klein wezentje in de maxicosi het OLVG uitliepen, kreeg het ziekenhuis ineens een heel andere betekenis: in plaats van levensvernietigend werd het levenscreërend.'

'Mijn huisarts dacht eerst nog dat ik last had van een duivenallergie. Had zijn vrouw ook. Maar toen ik voor de zesde keer met vage klachten bij hem kwam, zei ik: ik wil dat je me nú doorverwijst naar een internist. Ik had een soort ontstekingsbulten op mijn benen, ontieglijke jeuk en viel enorm af. Ik was net begonnen aan de opnamen van de televisieserie Voetbalvrouwen, in het script zaten best wat naaktscènes, en ik dacht: dat ziet er niet uit! In het ziekenhuis werd er een arts in opleiding bijgeroepen, en toen nog een. Ze vroegen allemaal dingen waarvan ik dacht: wat grappig, dat heb ik inderdaad. Er werden twee foto's gemaakt, daarna moest ik terug naar de wachtkamer. Die zat propvol, maar er stond meteen een arts: loopt u maar even mee. Nou, een voorkeursbehandeling in een ziekenhuis is meestal geen goed teken. Ze hadden iets gevonden op de foto.' Droog en vrij opgewekt: 'Het bleek de ziekte van Hodgkin in stadium drie. Ik had een duidelijke, grote tumor van 9 komma 7 centimeter, hij omsloot mijn hart als een soort hand en duwde aan de bovenkant mijn linkerlong in. In mijn hals zaten een paar uitzaaiingen. 'Wat als ik me niet laat bestralen', vroeg ik op een gegeven moment. 'Dan bent u er binnen een paar maanden waarschijnlijk niet meer', zei de arts.'

Je was 27. Wat was je eerste reactie?

'Het komt op dit moment niet goed uit', zei ik. 'Maar mevrouw Van den Berg, kanker komt niemand uit', zei de arts. 'Daar heeft u gelijk in', was mijn antwoord, 'maar het komt mij op dit moment écht niet uit.' Nou ja, ik was nog niet lang van school, had net een grote rol gehad in de musical De Jantjes, en in een soort jeugdig enthousiasme denk je dan (verontschuldigend lachje) op mij zitten ze écht te wachten. Toen was het even stil. Ik weet nog dat ik de kamer ineens heel rustig overzag. Zo van: kijk, daar staat een cactus in de vensterbank. En toen begon ik een beetje praktisch te denken: word ik dan kaal? Daar is een grote kans op, zei hij, en ik zette mentaal een vinkje: oké, dan weet ik dat. Ik was totáál niet emotioneel. Alleen heel rustig. Heel praktisch. Een soort overlevingsmodus.'

Zat je daar alleen?

'Mijn ouders waren erbij. Ik had eigenlijk niet gewild dat ze meegingen, ze zouden net op ski-vakantie gaan en ik zag ineens voor me hoe ze zouden denken: we gaan onze dochter overleven. Heeft u behoefte aan slaappillen, vroeg de arts later. Thuis heb ik de strip doorgebroken en de helft aan mijn moeder gegeven. Zij had er op dat moment meer aan dan ik, vond ik.'

Was je niet bang?

'Dat ben ik eigenlijk niet geweest. Pas later, bij de eerste controle, voelde ik voor het eerst de angst: en nu? Komt het nog terug? Ik vond het eng weer met mensen in contact te komen. 'Je hebt je haar geknipt, wat leuk', riep iemand dan bijvoorbeeld vanaf de fiets. In dat soort kleine, dagelijkse dingen werd ik ineens geconfronteerd met mijn sterfelijkheid, maar tijdens de behandeling was ik alleen maar bezig met overleven.

'In februari werd het ontdekt en op 9 september, mijn verjaardag, had ik mijn laatste bestraling. Ik weet nog dat ik het best snel vond gaan, maar als mijn bloedwaarden te laag waren en alles een week moest worden uitgesteld, zat ik schreeuwend in het ziekenhuis: geef me mijn chemo! Ik had houvast aan dat behandeltraject, maar als iemand dan ineens beslist dat je nog een week langer patiënt moet zijn, had ik wéér het gevoel dat ik mijn controle over de situatie verloor.'

Jas: Martan. Beeld Pablo Delfos

Je kon alleen maar afwachten.

'Ik heb van zo veel mensen kaartjes gekregen. 'Je bent zo'n vechter, jij redt het wel', stond er dan, of: 'Jij gaat deze strijd winnen'. Uit liefde, natuurlijk, maar ik kon alleen maar denken: wat een onzin, die oorlogstermen. In 1969 is in Amerika onder het beleid van Nixon de war against cancer begonnen, een campagne vanuit het idee: als we maar hard genoeg vechten en er genoeg geld in pompen, then we can kill this disease. Daarvóór werd er nooit over gesproken, alleen fluisterend: 'die heeft K'. Het heeft de ziekte uit de luwte gehaald, maar het idiote is: vijftig jaar later hebben we het nog steeds over vechten tegen kanker. Ik ben ambassadeur voor een stichting die Fight Cancer heet en ik heb ook niet zo snel een alternatief voor die naam. Maar je zegt over iemand met een hartkwaal toch ook niet: hij heeft niet hard genoeg gestreden - helaas?'

Alsof je niet goed genoeg je best hebt gedaan als je overlijdt.

'Ja, dat maakt me ook zo boos, omdat ik denk: ik heb gewoon enorm geluk gehad dat ik er doorheen ben gekomen.' Beneden op straat rinkelt de tram.

Wat doet het je nu?

Ferm: 'Ik voel de noodzaak erover te praten, vanuit de gedachte: laten we zorgen dat het verdwijnt. Maar gek genoeg voelt het soms bijna nog bloter dan wanneer ik mijn seksleven zou bespreken.'

Waarom?

'Nou ja, het is geen verdienste, maar soms wordt er toch zo tegenaan gekeken. Terwijl ik denk: ik bén niet inspirerend omdat ik kanker heb gehad. Sterker nog, het voelde voor mij in het begin als falen. Dat ik dacht: kut, nu ben ik mislukt. Ik ben die auto die kapotging. Inmiddels weet ik wel dat het nergens op slaat, maar in een maatschappij waarin we zo bewust zijn van onze maakbaarheid, trek je dat door in het extreme. Alsof je zelf debet bent aan een depressie, een burn-out, of kanker.

'Naar Birgit (Schuurman, red.) en andere goede vrienden toe voelde ik me continu schuldig: kwamen ze weer hier naartoe, terwijl ze ook hun eigen pijn hadden. Dus ik hield iedereen op afstand, van: nee joh, ik red me wel. Ik vond het verschrikkelijk om afhankelijk en kwetsbaar te zijn. Als je op straat valt en iemand ziet dat, hoe vaak ben je dan niet geneigd snel op te staan en het weg te lachen: haha, niks gebeurd - en dat is dan nog op kleine schaal. Je primaire reactie is gewoon het grote niets-aan-de-hand.'

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Jurk en ceintuur: Trinhbecx. Beeld Pablo Delfos

Toen je haar begon uit te vallen, gaf je een afscheerfeestje.

'Laat ik het maar in een keer doen, dacht ik, dan hoef ik het daarna niet meer uit te leggen. Natuurlijk ook een vorm van controle. Arne (Toonen, regisseur, red.) heeft het vastgelegd op film. Later heb ik het met mijn moeder teruggekeken, die vond het te heftig om erbij te zijn. Het was een absurde, liefderijke avond: twee vrienden waren mijn haar aan het afscheren, maar ik had nog oorbellen in en toen het klaar was, moesten we heel hard lachen: het zag er gewoon niet uit, ineens dat kale hoofd met die grote oorbellen, ik leek Boy George wel.'

Voelde je je lelijk?

'Ja. Ik heb momenten gehad dat ik me mooi vond, zoiets stoms als: nou, mijn schedel mag er wel zijn.' Lacht. 'Er kwam ook een soort berusting: nu ben ik kaal, so be it. Maar ik heb ook momenten gehad dat ik me erg patiënt en lelijk voelde.'

Was mooie kleding een troost?

'Nou, het was een totale switch. Ik heb van mezelf bijna geen borsten, kijk maar (tilt het haar op dat over haar coltruitje hangt) maar met die prednison kreeg ik een bolle kop en dubbel D - gigantisch. Ik had zes pruikjes die ik een beetje afwisselde, maar veel borst én pruik, zeker als je met iemand afspreekt in een hotellobby, geeft toch een bepaald beeld. Ik was mezelf niet meer, het voelde als een enorme rol. Ik moest mijn hele kledingkast opnieuw uitvinden.

'Ik weet nog dat ik op Koninginnedag kleding stond te verkopen om van dat geld met een van mijn beste vriendinnen naar Parijs te gaan, dat kon precies tussen de behandelingen door, ik had het overlegd met de artsen. Ik had allemaal sjaaltjes om mijn hoofd gedaan met broches, de verkoop van mijn kraampje ging goed, alles was feestelijk en vrolijk. En ineens, in al dat feestgedruis, kwam er een man die veel had gekocht voor zijn vrouw weer langs lopen en zei sans gêne: 'Kijk, dít is dat zieke meisje, welke vorm heb jij nou, was het borstkanker? Toen voelde ik me zó kwetsbaar, naakt, lelijk en afgedaan. Hoe onbeschoft kun je zijn? En ik dacht ook: heb je nu alleen maar kleding gekocht omdat je medelijden met me hebt?'

Heb je alles teruggepakt?

'Nee, shit, dat had ik moeten doen! Volgens mij heb ik nog wel geroepen: als je het echt over kanker wil hebben, moet je het KWF maar steunen.'

Hoe was het om als mooie vrouw ineens je looks te verliezen? 

'Nou, ik ben vaak genoeg ontevreden. Vroeger vond ik mezelf te lang, mijn neus te groot en ik had best een kleurtje op die wenkbrauwen willen hebben. Maar wat ik voornamelijk ervoer in die periode, was hoe ontzettend hard we elkaar beoordelen op uiterlijk: met een kaal hoofd ben je óf pot, óf ziek, óf anarchist. Nu sta ik er nog steeds ambivalent in. Natuurlijk hou ik ervan mezelf mooier te maken, ik ben best ijdel en al koop ik sinds het zien van de documentaire The true cost, over de kledingindustrie, nooit meer bij Zara of H&M, ik omring me graag met mooie kleding. Ontwerper Mattijs van Bergen is een van mijn beste vrienden, ik vind dat hij fantastische creaties maakt. Maar ik verzet me ook tegen die hang naar schoonheid, zeker nu ik een dochter heb. Ik wil niet dat ze alleen maar als mooi meisje wordt gezien, dat doet haar niet genoeg recht. We zijn wel érg op uiterlijk gericht, denk ik soms.'

Ik heb wel de indruk dat het vaak mooie mensen zijn die zeggen: schoonheid is niet zo belangrijk.

'Ja, touché. Misschien heb ik makkelijk praten. Maar tegelijkertijd is het zó subjectief, sterker nog: mijn haar is lang een reden geweest om me te pesten. Laat ik zeggen: als je 1 meter 86 bent en je hebt rood haar, een bril, en je komt in de tweede helft van de brugklas plotseling van Barendrecht in Tilburg terecht, dat is geen goede basis om je middelbare schooltijd door te komen.'

Hoe ging dat?

'In de eerste week zeiden ze in de klas: 'Hee, zeide gij es herberreg?' En ik was zo bleu als maar zijn kon, dus ik zat daar heel braaf: 'Eh, herberg?' Nou, toen moest er natuurlijk meteen geroepen worden: 'Zij zegt herrrrberrrrg!' Ik geloof niet dat dit zo'n goede start is, dacht ik toen. Of dat ik werd uitgedaagd om iets te doen, een proefwerk dat we nog zouden krijgen uit de kast van een docent jatten, want dan zou ik erbij horen. Nee, ik ben niet betrapt en de hele klas was me ontzettend dankbaar, maar ja, dan vinden ze wel weer iets anders.'

Hoe kwam je er doorheen?

'Ik heb geleerd om hard te fietsen en ik kon heel snel rennen. Ik werd er vooral vindingrijk van. Door jou zo veel mogelijk te kopiëren, ga jij denken dat ik op jou lijk, had ik bedacht, en dan pak je me niet meer. Nee, een scooter kwam er bij ons thuis niet in, wij fietsten op keurige Gazelles, maar ik weet wel dat ik zelfs bezig was me dat accent eigen te maken.'

Had je een beetje steun aan je zus?

'Nee, niet. Maar ik weet ook niet of ik dit ooit wel met haar heb besproken. Omdat we allebei in hetzelfde schuitje zaten: ineens verhuisd, zij kwam in de derde.'

Ben je er ooit bij gaan horen?

'Na de middelbare school was het afgelopen. Veel later ben ik een van de grootste pesters hier in Amsterdam op straat tegengekomen. Hij zei met zo'n zwaar accent: 'O, Jolanda, benne gij dat? Wat leuk, wat benne gij móói geworden zeg', en ik weet nog dat ik alleen maar dacht: (sarcastisch) nou, dank je wel.'

Toen je je vriend Bo Tarenskeen, toneelschrijver en regisseur, leerde kennen, zag je er weer uit als vanouds, alleen met minder rood haar.

'Ja, het is blonder teruggekomen. Ik ben niet meer dat roodharige, gepeste meisje. Toch jammer, had ik het net geaccepteerd.'

Bij de tweede ontmoeting schudde je je haar los en kreeg Bo de slappe lach, vertelde hij.

'Waarom lach je nou, vroeg ik. Een beetje stamelend zei hij dat hij het zo'n mooi beeld vond, dat hij zich geen houding wist te geven en daarom moest lachen. Heel eerlijk. Maar ik vind het jammer dat ik dit hoor, want dat betekent tóch dat mijn relatie is gestoeld op mijn uiterlijk.' Lacht.

Bo heeft je ziekte niet meegemaakt.

'Voor mij is dat alleen maar goed. Ik denk dat het je relatie erg kan beïnvloeden, maar wij konden met z'n tweeën iets nieuws beginnen.'

Na tien maanden raakte je in verwachting. Wist je meteen zeker: dit is hem?

'Néé, nou ja, ik weet helemaal niets zeker. Je denkt dat je het zeker weet, om je ergens aan vast te kunnen houden. En omdat het op dat moment zo lijkt. Bo was wel de allereerste persoon in mijn leven bij wie ik ineens dacht: met jou wil ik een kind. En ik weet ook nog dat ik daarna dacht: dit is absurd. Uiteindelijk gebeurde het vrij snel. 'Doe nou een test', zei Birgit, 'volgens mij ben je gewoon zwanger.' We speelden toen samen in Vijftig tinten, de parodie. Maar ik was er zo mee bezig dat het niet zou lukken, dat ik de mogelijkheid dat het wél zou lukken, nooit had overwogen. Dus vervolgens deed ik die test en de eerste die ik belde, was Birgit. Maar ik dacht: o shit, dat kan natuurlijk niet, dus ik drukte haar weg en ik belde Bo: ben je thuis? Toen ben ik naar hem toe gefietst, we hadden maar een kwartier voor ik de bus in moest. Hij stond met z'n armen gespreid van geluk, ik kon alleen maar keihard janken.'

Jas en broek: Trinhbecx. Beeld Pablo Delfos

Waarom?

'Ik was verguld, maar ik dacht ook: moet ik wel leven doorgeven? Word ik niet zo'n moeder die op een gegeven moment de pijp uitgaat en haar kind achterlaat? Ik denk dat ik toen het bangst was. En ik vroeg me af of ik het wel kón, het moederschap.'

Bo zei: ik heb niet het idee dat ik kan doodgaan, maar Jolanda wel.

'Ja, maar het zou ook stom zijn als we iedereen al op jonge leeftijd zouden vertellen: jij gaat op den duur dood. Ik denk dat die ontkenning nodig is om vol enthousiasme het leven in te stappen.'

Hoe heeft dat besef je veranderd?

'Wat grappig dat we op een verjaardag 'lang zal ze leven' zingen, denk ik nu, terwijl we eigenlijk bedoelen: hopelijk ga je nog lang niet dood. Voor mij heeft die tekst een andere betekenis gekregen, maar of ik nou anders ben gaan leven... Ik weet wel dat ik nadat ik ziek was geweest, even in een anarchistische relstand kwam, een soort van: godverdomme, mag ik dan nu een keer écht leven?'

Wat heb je gedaan?

'Nou ja, weleens drugs gebruikt enzo. Gewoon dat ik dacht: fuck it. Ik had altijd zo keurig binnen de lijntjes gekleurd - dat maakt dus blijkbaar geen zak uit, want je kunt hartstikke ziek worden. Ja, het was erg leuk. Ik kan het iedereen aanraden. Maar verder, ik eet gezond en ik doe yoga, maar dat deed ik altijd al. Wat ik vooral belangrijk vind, is dat je zorgt dat je zelf en iedereen om je heen het fijn heeft.'

Je hebt er geen belangrijke lessen door geleerd.

'Nee. Daarmee maken we dat soort ziekten te mooi. We moeten het niet gaan ophemelen of romantiseren, daar heeft niemand wat aan. De enige les die je eruit kunt trekken, is dat we onderzoek moeten blijven doen.'

Het was geen cadeau.

'Nee. Echt niet, wat een onzin.'

Ben je bang dat het terugkomt?

'Ik heb momenten dat ik er niet over nadenk en momenten dat ik, als ik weer eens last heb van nachtzweten, denk: shit, moet ik me niet weer eens laten controleren? Het wisselt. Het vertrouwen in mijn lijf is beschadigd en dat heelt wel, maar ik word ook weer kwetsbaarder, alleen al door het hebben van een kind.'

'Toen Ama net was geboren, zeiden sommige mensen: je zult wel blij zijn, want ze was er bijna niet geweest. Door de bestraling was de kans groot dat ik geen kinderen kon krijgen, en de tumor groeide zo hard dat er geen tijd was voor fertiliteitspreventie. Maar dat wil ik niet op haar projecteren, zo van: jij maakt alles goed. Dat vind ik niet eerlijk, ze is gewoon een individu. Mensen zeggen zoiets graag omdat ze troost willen, denk ik. Omdat het eng is de waarheid onder ogen te zien: dat je kunt doodgaan aan een enge ziekte, zomaar, zonder reden. Dat is het leven.'

Lijkt Ama op je?

'Zie je die zak daar? Die zit vol met verkleedkleren. Ze kiest nu steeds tussen een haaienpak en een tutu en soms trekt ze alles over elkaar aan, dan is ze een dansende haai. Als ik nagellak op heb, wil ze dat ook. En ze probeert nu mijn schoenen aan te doen.'

Hakken?

'Ja, daar hou ik ontzettend van. Toen ik net iets met Bo had, deed ik écht hoge hakken aan, misschien als een soort van test: eens even kijken of jij dit aankunt. Zijn ego bleek groot genoeg, haha. Platte schoenen aandoen, omdat je langer bent dan je man, vind ik fout: niets zo lelijk als een lange vrouw die gebukt gaat onder haar lengte. Ik wil mezelf niet meer kleiner maken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden