Wat zijn dit voor vragen? Diewertje Dir

Actrice Diewertje Dir: ‘Goethe schreef gewoon heel goeie shit om over na te denken’

Diewertje Dir (29) schitterde in Shakespeares Romeo en Julia. Nu is ze de stuntelende superheld in de jeugdfilm Superjuffie. Op wie lijkt ze het meest?

Diewertje Dir. Beeld Frank Ruiter

Diewertje met of zonder u?

‘Zonder, en dat gaat heel vaak mis; woensdag nog in de recensie van Superjuffie in NRC Handelsblad. Maar het begon al bij mijn eerste zwemdiploma. Stond ik daar in mijn blauwe schelpjesbadpak te klappertanden bij die balie: ‘M-m-mevrouw? Zou u misschien toch die ‘u’ weg willen halen?’ Toen kreeg ik een nieuwe, dat wel.

‘Ik herinner me ooit in een namenboekje te hebben gelezen dat zonder ‘u’ voor meisjes is en met ‘u’ voor jongens. Maar de referentie is natuurlijk altijd Dieuwertje Blok, dus ik moet dat heel vaak corrigeren. Het is een oer-Hollandse naam. ‘Beschermer van het volk’, betekent het.

‘Mijn achternaam is exotischer, en bestaat pas kort. Mijn Poolse opa had in de Tweede Wereldoorlog een romance met mijn Kroatische oma, die in Nederland een pensionnetje runde. Ze kregen een baby, mijn vader, en mijn opa ging hem aangeven bij de burgerlijke stand. Omdat ze niet getrouwd waren, kreeg hij de naam van zijn moeder, Dür. Of mijn opa dat nu altijd verkeerd heeft verstaan of niet goed had opgeschreven, niemand weet het, maar in het wetboek is dat Dir geworden.

‘Mijn vader kwam er pas achter dat hij voor de wet Dir heet, toen hij met mijn moeder trouwde. Dat vonden ze mooi, dus dat hebben ze zo gehouden.’

Superjuffie of Mees Kees?

‘Superjuffie! Omdat het mijn eerste filmhoofdrol is, en ik meteen mocht stunten en vliegen.

‘Bij het lezen van het script ging mijn fantasie meteen aan. Als ergens een dier in nood is, transformeert Juf Josje tot Superjuffie na het eten van een schoolkrijtje. Soms heeft ze de onbedwingbare neiging een hap van haar krijtje te nemen, maar daar probeert ze zich uit alle macht tegen te verzetten. Dat is in de film een bijna slapstickachtige scène geworden, waarin ze na een lang gevecht met dat krijtje uiteindelijk toch voor de bijl gaat. Daarin kan ik me dan helemaal uitleven.

‘Een dag voor de auditie dacht ik ineens: o shit, het is een boekenreeks (van Janneke Schotveld, red.). Toen heb ik nog snel even het boek gekocht, het verkeerde, want er bleken zeven delen te zijn. De illustraties van Annet Schaap spreken erg tot de verbeelding. Anders dan andere superhelden vliegt Juf Josje bijvoorbeeld zó (ze strekt haar arm uit met vlakke hand in plaats van met haar vuist gebald, red.). Dat gaf weer munitie voor een andere grappige scène, waarin Josje dat vliegen nog zo’n beetje moet uitvogelen en het opstijgen een paar keer flink misgaat. Het landen trouwens ook.’

Bril of lenzen?

‘Juf Josje draagt in de film een oncharmante uilenbril: een klassiek superheldenmotief. Clark Kent heeft in het echte leven een bril en als Superman niet. Met of zonder bril, dat is een duidelijk signaal voor de twee kanten van het personage, de bril is onderdeel van de transformatie en helpt bij het contrast.

‘Een bril dragen kan je spel op weg helpen. Met een bril zit er altijd een onhandig obstakel tussen jou en de wereld, er kleeft iets van knulligheid en nederigheid aan. Voor mij als acteur is het alsof ik een pruik opzet, het helpt je op weg in je fantasie over een personage.

‘Maar in het echte leven is het vooral irritant als je de badkamer binnenkomt en de boel meteen beslaat. Dus zelf draag ik gewoon lenzen.’

Super of normaal?

‘Ja, dat dilemma zit ook in de film. Juf Josje voelt zich helemaal niet zo ‘super’, ze wil liever gewoon normaal zijn. Juist die dubbelheid is aantrekkelijk aan deze rol: enerzijds dat beetje klungelige, bange juffie spelen en aan de andere kant die toch wel iets stoerdere superheld.

‘In mijn eigen leven ga ik voor super. In de zin van: avontuurlijk en ondernemend en niet bang. Ik zoek altijd grote uitdagingen in het spelen. Die waren hier meteen maximaal: ik moest spelen met dieren én met kinderen en daarnaast nog allerlei ingewikkelde stunts doen.’

Diewertje Dir. Beeld Frank Ruiter

Spelen met dieren of kinderen?

‘Kinderen dan toch, dat waren hier echt kleine pro’s. Spelen met dieren is vooral veel improviseren en je fantasie gebruiken. Bij de dieren werden de stemmen er pas later in gemonteerd, dus ik verzon zelf maar zo’n beetje hoe zo’n gesprek verliep. Dieren geven niet echt functioneel tegenspel, of in elk geval nooit zoals je verwacht. De kat liep de hele tijd weg, midden in een gesprek, en de rat wilde alleen maar in mijn kraag kruipen.

‘Sommige scènes waren ingewikkeld om op te nemen. Als Josje slaapt en de kat haar in haar nek likt, bijvoorbeeld. Dan moest ik wakker schrikken, maar daar schrok die kat dan weer enorm van. Dus dat moest bij de opnamen in één keer goed gaan.’

Je eigen stunts doen of liever niet?

‘Ik heb bij deze film alles zelf gedaan: vliegen, dubbele salto’s voorover en achterover, slidings, landingen – en dan bungel je eerst wel '3 meter hoog aan een hoogwerker hè?

‘Ik leerde in één dag stunttechnieken van een stuntman en een superstoere stuntvrouw – hoe je het best kunt vallen bijvoorbeeld. Zo’n landing is gewoon een vrije val van een paar meter hoog. En in een actiescène zat ik boven op een rijdend golfkarretje, waarna ik met een koprol vanaf het dak achter het stuur beland. Maar dat wagentje reed heel langzaam hoor. En je bent altijd gezekerd.

‘Het was een bizarre draaiperiode, waarin we overdag filmden voor Superjuffie en ik in de avonden Julia speelde in Romeo en Julia van Toneelgroep Oostpool. Stond ik ’s ochtends te rillen in de dierentuin en moest ik ’s avonds weer sterven onder de warme toneellampen. Zo kreeg ik wel de hele reikwijdte van het vak op één dag: overdag de komische Superjuffie-stuntvrouw en ’s avonds de stervende Julia in de grootste tragedie aller tijden.’

Romeo of Julia?

‘Romeo is leuk natuurlijk, maar ik kies toch echt Julia. En daarbij wil ik opmerken dat er echt méér van zulke belangrijke, prominente, iconische vrouwenrollen zouden moeten zijn. Julia is een fascinerende figuur. Ik speelde haar niet als een heilige of een onschuldige maagd, maar als een recalcitrante, gulzige, avontuurlijke en soms onuitstaanbare jonge vrouw.

‘Maar misschien is een beter dilemma: Julia of Lotte, uit Goethe’s Het lijden van de jonge Werther. Qua karakterstructuur ben ik meer een Julia: ongeduldig, gretig en romantisch. Maar ik merk dat ik me steeds meer ontwikkel in de richting van Lotte. Zij beziet het leven iets genuanceerder. Ze kan de realiteit onder ogen zien zonder de romantiek te verliezen. Dat is ook een beetje de transitie van adolescent naar volwassene, natuurlijk. Van meisje naar vrouw. Ik streef naar wat meer Lotte in mijn leven.’

Diewertje Dir. Beeld Frank Ruiter

Meisje of vrouw?

‘Josje wordt in de film steeds denigrerend meisje genoemd, maar ik voel me toch echt wel een volwassen vrouw. Hoewel ik mijn fantasierijke, romantische inborst, mijn Julia-kant, nooit wil verliezen.’

Goethe of Shakespeare?

‘O, dat zijn twee heel grote liefdes. Goethe schreef gewoon heel goeie shit om over na te denken. Soms hang ik een tijdje een inspirerend citaat boven mijn bed, zoals dit: ‘Wat u ook kunt doen, of denkt dat u kunt doen, begin eraan. In durf liggen genialiteit, kracht en magie besloten.’

‘Maar ik kies toch voor Shakespeare, vanwege het spelplezier. Omdat zijn taal zo rijk is en beeldend en hij verschillende groepen en klassen aansprak, rijk en arm, de adel en het volk. Zijn werk raakt op alle niveaus. Bij Goethe heb je het denken, bij Shakespeare het drama.

‘Shakespeare heeft ook wel dat hoofd, maar hij heeft toch meer het hart. Hij kan zijn gedachtegoed beter vertalen naar herkenbare, levensechte personages, die geweldig zijn om te spelen.

‘Dus dan zeg ik: ik wil me graag voeden met Goethe en spelen met Shakespeare.’

Eberhard van der Laan of Baruch Spinoza?

‘Waarom? O, omdat ze allebei in Rijnsburg hebben gewoond, haha. Nou, ik weet uit betrouwbare bron dat Eberhard een heel leuk iemand was. Zijn vader was de huisarts van mijn opa en oma. Zij vertelden dat de kleine Eberhard altijd in de wachtkamer zat en daar alle patiënten nieuwsgierig zat te bekijken. Met Eberhard heb ik bovendien de liefde voor Rijnsburg én Amsterdam gemeen.

‘Maar ik kies toch voor Spinoza. Ik zat als kind op de enige openbare basisschool in Rijnsburg, en leerde daar dat Spinoza had gezegd dat God in de natuur zat. Daar was ik zo opgelucht over. O, als dat zo is, yes! Zonder dat ik gelovig was opgevoed of op een christelijke school zat, kon ik zo toch God leren kennen. Dat vond ik toen een geschenk uit de hemel.’

CV

1989 geboren in Rijnsburg

2007-2011 musicalopleiding aan de Dutch Academy of Performing Arts, Den Haag

2011-2015 Amsterdamse Toneelschool & Kleinkunstacademie

2014 - heden speelt onder meer bij Frascati Producties, Het Nationale Theater, Toneelschuur Producties, Toneelgroep Amsterdam en Toneelgroep Oostpool

2015 film Mees Kees Langs de Lijn

2016 - heden geregeld te zien in Het Klokhuis

2017 speelt Julia in bejubelde voorstelling Romeo en Julia van Oostpool, acteert in tv-serie Mees Kees

2018 hoofdrol in film Superjuffie

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.