'Acteren is verhalen vertellen'

Matthijs van de Sande Bakhuyzen speelt een hoofdrol in de verfilming van A.F.Th. van der Heijdens Het leven uit een dag....

‘Een leven dat slechts één dag duurt? Dat kun je niet spelen. Dat heb ik ook niet geprobeerd. Wat je wél kunt spelen, is wanneer Benny, de hoofdpersoon, uit die wereld in een nieuwe wereld komt, in de wereld van de herhaling. Dat hij daar dan zijn ogen uitkijkt. Wat is dit? Wat is dat? Wat gebeurt hier allemaal? Dat het bijzonder is dat hij voor het eerst een kopje koffie gaat drinken, en nog een. De nieuwe wereld ontwricht hem volledig; dat is wat je kunt laten zien.’

Matthijs van de Sande Bakhuyzen – vale joggingbroek, wit T-shirt – is net klaar met zijn rol in Schemer van Hanro Smitsman, een speelfilm geïnspireerd op de moord op Maja Bradaric waarin hij ‘een beetje een getikte jongen’ speelt. Zijn haar is daarom blond, en veel korter dan in Het leven uit een dag. De ster van de acteur rijst snel, hij heeft er ook al opnamen opzitten voor Sterke verhalen, een low budget-productie ‘over ons, over onze generatie’, gemaakt door zijn vrienden Teddy Cherim en Kees van Nieuwkerk.

En dat terwijl hij jaren geleden in een interview met de Volkskrant zei dat hij géén acteur wilde worden. Hij wilde acteren tot zijn 15de, 16de. Daarna wilde hij dieren gaan redden. Hij kan er nu om lachen. ‘Jajaja, dat heb ik gezegd. Toen wilde ik geen acteur worden, daarna weer wel, en toen weer niet. En nu doe ik het omdat ik het superleuk vind. Het is geweldig om verhalen te vertellen – dat is wat acteren voor mij is: verhalen vertellen. Ik zou nu ongelukkig worden als ik het niet zou doen.’

Van de Sande Bakhuyzen (Amsterdam, 16 oktober 1988) is vanaf vandaag te zien in Het leven uit een dag, Mark de Cloe’s variatie op de gelijknamige roman van A.F.Th van der Heijden uit 1988, waarin een mensenleven maar een dag duurt en elke belangrijke gebeurtenis eenmalig en onherhaalbaar is. Hij speelt Benny Wult, die zo ontzettend verliefd wordt op Gini (Loïs Dols de Jong, de dochter van regisseur Ate de Jong) dat een dag niet lang genoeg is. Ze beramen een plan om in de hel te komen, een ‘wereld van herhaling’, in de veronderstelling dat hun liefde daar wel kan voortduren.

‘Wat Mark wil vertellen over de liefde is ook iets wat ik zelf graag wil vertellen. Mark is alle clichés voorbij, hij is zo puur en eerlijk. Alles wat hij vertelt, herken je direct. En toch is het nieuw.’ Hij denkt even na. ‘Vroeger op de basisschool was alles zwart-wit, het was aan of het was uit, je was verliefd of je was niet verliefd, maar het is zo veel gecompliceerder dan dat... het is zo’n groot grijs gebied. Toen ik het script las, voelde ik direct een enorme affiniteit.’

Matthijs is de zoon van Adriënne Wurpel, regisseur van dramaseries zoals Meiden van De Wit, 12 Steden, 13 ongelukken en Westenwind, en de in september 2005 overleden Willem van de Sande Bakhuyzen, regisseur van de televisieserie Oud Geld, de toneelstukken Familie en Cloaca, die hij beide verfilmde, en de film Leef!.

Zijn vader gaf hem zijn eerste rolletje, in een voorlichtingsfilmpje, samen met zijn zusje Roeltje. In 1999 speelde hij zijn eerste echte rol, Erik, de oudste en stoutste broer in de fijne VPRO-jeugdserie De Daltons; daarna volgden onder meer kleine optredens in Cloaca en Leef!, een hoofdrol in de NPS KORT!-aflevering Penvriendin, en grote rollen in de Carry Slee-verfilming Afblijven, de televisieserie De Daltons, zeven jaar later en in de Telefilm Bloedbroeders. Met Mark de Cloe werkte hij al samen aan de proloog van diens Boy Meets Girl Stories, ook al een staalkaart van de liefde.

De samenwerking beviel beiden uitstekend. Naar verluidt had De Cloe Van de Sande Bakhuyzen al in zijn achterhoofd toen hij eindeloos aan het scenario van Het leven uit een dag zat te sleutelen. Toch moest hij gewoon auditie doen. ‘Ik moest de ontmoetingsscène tussen Benny en Gini spelen. Dat was niet eenvoudig. Ze zijn voorbestemd voor elkaar; elkaars ultieme, ware liefde. Dat wordt al snel zo heilig. Ik heb geprobeerd het eerst een tegenkleur te geven, de liefde zichtbaar te maken door een contrast aan te brengen.’

Hij kreeg op een bijzondere manier te horen dat de keuze op hem was gevallen. Van de Sande Bakhuyzen was in Maastricht, samen met zijn vriend en acteur Geza Weisz, de zoon van regisseur Frans Weisz, en Manuel Broekman. ‘Volgens mij waren wij alle drie nog in de race. Ik stond naast Geza toen die werd gebeld dat hij de rol níet kreeg. Het eerste wat hij vroeg was: is Matthijs het geworden? Dat was heel bijzonder. Hij was echt heel blij voor mij.’

Van de Sande Bakhuyzen is inmiddels begonnen aan het derde jaar van de Toneelacademie Maastricht. ‘Een geweldige opleiding. Het is één groot zelfonderzoek. Natuurlijk, het is spelen. Je leert een tekst, je speelt iemand anders. Maar tegelijkertijd sta jíj daar met je hele hebben en houden – heel naakt. Dan moet je echt goed weten wie je bent.’

Acteren voor de camera begint hij al aardig onder de knie te krijgen. ‘Voor film hoef je voor mijn gevoel veel minder te doen dan op toneel. Je kunt gaan zitten, en een beetje denken. En dan kan de kijker van alles op jou projecteren, door de scènes ervoor, door de muziek. Het medium film kan een acteur echt helpen. Voor toneel ben ik nog wel huiverig. Het is zo direct. Dit jaar ga ik les krijgen van Pierre Bokma, dat lijkt me geweldig.’

Hij mag dan al de nodige films en toneelstukken op zijn naam hebben staan, Van de Sande Bakhuyzen is vast van plan zijn opleiding tot een goed einde te brengen.

‘Ik ben geen trein die maar doordendert. Ik kies mijn rollen zorgvuldig. Als ik aan een film meewerk, wil ik dat-ie goed wordt. Dat vind ik belangrijker dan dat het een kassucces wordt. Helaas lijkt er geen direct verband te zijn tussen kwaliteit en succes. Afblijven, bijvoorbeeld, was een succes, maar daarin vind ik mezelf helemaal niet goed.’

Dat kritische heeft hij van zijn moeder. ‘Mijn vader vond alles wat ik deed goed. Dat zei hij niet rechtstreeks tegen mij, maar dat kwam me dan via via ter ore. Hij was echt heel trots op me. Mijn moeder ook, maar zij is van huis uit kritischer. Dan zegt ze eerst: ‘Nou goed hoor, goed gedaan’. Maar als je dan een beetje doorvraagt, zegt ze: ‘Soms stroomde het niet, soms vond ik het niet zo goed wat je deed’. Het leven uit een dag heeft ze al gezien. ‘Echt heel goed gedaan’, zei ze. ‘Maar je bent er nog niet.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden