Achterbergs onvrije lezer

Op de vraag naar Kloos' bijdrage aan de Nederlandse poëzie antwoordde Adriaan Morriën terloops, zoals zijn gewoonte was: 'Vijf malle sonnetten.' Het kunnen er ook zes zijn geweest....

De voortgang van de literatuur is er een van onthoofding van vele eensgroten. Als niet de guillotine haar werk doet, sterft men wel in eenstoffig keldertje, vergeten. En nu wordt door Piet Gerbrandy in deVolkskrant Gerrit Achterberg op de eerste bladzijde van het vergeetboekbijgeschreven. De vroege poëzie heet onhandig, de latere bestaat uitslordig in elkaar gedraaide sonnetten. Daar gaan de Ode aan Den Haag, deBallade van de gasfitter en het grootste deel van de laatste bundel,Vergeetboek. We kijken in de gaten van het jaar.

Zojuist verscheen de definitieve editie van Achterbergs Verzameldegedichten. Het verschijnen van zo'n editie is altijd een fataal moment.De afstand tot de eerste publicaties is groot. Er is een geheel nieuwegeneratie lezers die, in dit geval, buiten de doorgegeven betovering isgebleven, een heel andere poëzie als context heeft en zeker niet tot deAchterberg-sekte behoort. Alle al of niet geleerde commentaren, waaronderenkele boeken - als gezagvolle inwijdingen door de vroege lezers gelezen - , zijn vergeten. De poëzie van Achterberg is nu vrij, onder een anderelucht. (De soms zuinige reacties op het niet lang geleden verschenenVerzameld werk van A. Alberts zijn ook uit de nieuwe vrijheid teverklaren.)

Ik moet bekennen van het oordeel van Gerbrandy (ondanks zijn waarderingvoor het autistische, bijna ondergrondse karakter van delen van de poëzie)toch even geschrokken te zijn (gevolg natuurlijk ook van de waarde die ikin dit geval aan het oordeel van de criticus toeken). Mijn eigen waardering is al jaren aan het schuiven; de laatste bundels hebben mijn zicht op devroegere veranderd; de poëzie uit de 'middenjaren' werd monotoon endaardoor betekenisloos. Ondanks dat schuiven heb ik zo'n tweehonderdgedichten aan het werk overgehouden. Maar als ik lees, lees ik ze metherinneringen aan de fascinerende eerste lezing. En dat bepaalt mede hetoordeel. Voor mij is die poëzie niet vrij en ze zal het ook niet worden.

Onbeantwoordbaar is de vraag hoe tienduizenden tot bewondering voor diepoëzie zijn gekomen. Hebben zij zich massaal vergist? Er is natuurlijk demacht van de gezagsdragers die canoniseren en conventies en etiquettescheppen. Dat is alleen een vermoeden van antwoord. Ik zal aanvankelijk ookmede op gezag hebben gelezen. Maar kan die gerichte lectuur zo veelonvergetelijke regels als resultaat hebben? Misschien heeft het zogenaamdecentrale thema - met een mysterieuze moord in het verleden - de poëzie lang overeind gehouden. Ik heb de nadruk op dat thema altijd overdrevengevonden en in latere gedichten wordt het door de dichter ook gemakkelijkgebruikt: hij lijkt te schrijven wat van hem wordt verwacht.

Maar toch: de ongelooflijke taalkracht laat zich niet loochenen.'Eindpunten op het land hebben de tijd.' Dat is de eerste regel van hetsonnet Terminus. De laatste strofe ervan luidt: 'Provinciewind maakt in debronzen nacht / een laatste resonantie tot geruis. Gefluister bij het oorheeft ingezet.' Een paar regels, en ik ben weer terug en thuis in eenonvergelijkelijke taalwereld. Ik lees al bladerend en ik kom gelukkig weerhet gedicht tegen dat mij ooit als eerste onder ogen kwam, Hulshorst ( uitde 'onhandige' beginjaren): 'Hulshorst, als vergeten ijzer / is uw naam.'

'Vergeten ijzer', de poëzie van Achterberg kan het worden. Maar tochonverwoestbaar, voor de laatste roestige lezers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden