AchtergrondTheatergordijnen

Achter het theatergordijn gaat een wereld van zoutkristallen, garen en rubbers schuil

I Open at the Close, een theatrale installatie van Bram van Helden in De Nieuwe Vorst in Tilburg.Beeld Karlijne van der Kooij

In Tilburg is een installatie te zien die een ode brengt aan het theaterdoek: I Open at the Close. Wat maakt theatergordijnen anders dan een gewoon stel gordijnen?

Vanuit de zonnige binnentuin van theater De Nieuwe Vorst in Tilburg stap je door een achterdeur zo de spaarzaam verlichte toneelruimte binnen. Voor je hangen twee nachtblauwe ­toneelgordijnen. Rustig ratelend openen ze zich. We zijn welkom, zij het tersluiks. Meer dan een bewegende installatie van elf toneelgordijnen krijgen we nog niet te zien. Alsof het zachte velours behoedzaam uit de mottenballen is gehaald en na een periode van donkerte zich weer opwarmt in theaterlicht. In het midden van het podium hangt een magisch vierkant dat zich volgens een computergestuurd algoritme opent en sluit. Eigenwijs, zonder sensoren, zich niets aantrekkend van bewegingen van de bezoeker.

We voelen ons nederig aan de voet van de metershoge, zware stoffen. Er klinkt geen muziek, geen flarden van vervlogen voorstellingen, geen applaus. Met deze meditatieve ode aan het toneelgordijn wil theatermaker Bram van Helden (32) markeren dat de deuren van theaters weer voorzichtig opengaan. De titel van de installatie, I Open at the Close, leent Van Helden uit Harry Potter-boeken, waarin de mysterieuze spreuk op een gouden bal ­tevoorschijn komt zodat de tovenaarsleerling beseft dat hij zijn leven moet durven offeren om het kwaad te verslaan.

Aulaeum

Wanneer het eerste toneelgordijn werd gebruikt is niet met zekerheid te zeggen. Maar de oorsprong moet worden gezocht bij de Romeinse amfitheaters. Daar deed rond 133 voor Christus het aulaeum zijn intrede, een gordijn dat met palen opgehesen of neergehaald kon worden om decors, acteurs en changementen voor publiek uit het zicht te houden. Het voordoek werd onder de grond opgerold. Moderne theaters ­hebben vaak geen voordoek meer, maar hangen meters stof op om de theater­techniek aan het zicht te onttrekken.

Alle toneelgordijnen, met hier en daar een spinnenwebje, zijn gemaakt in het atelier van Ron de Groot Theatertextiel in Waddinxveen, getuige het in de zoom genaaide label. Dit bedrijf heeft zich gespecialiseerd in het zelf vervaardigen van op maat gemaakte toneel­gordijnen en ­zwevende balletvloeren.

Volgens kenners zijn er slechts drie ­bedrijven in Nederland die de markt ­bedienen van alle soorten ingenieuze brandvertragende stoffering voor ­publieke ruimten, van schouwburgen en stadions tot aula’s en zwembaden. ‘We hangen nu 5 kilometer aan stof op in het nieuw gebouwde Theater Zuidplein in Rotterdam’, zegt Nienke Walet (33), operationeel manager van Ron de Groot Theatertextiel. ‘Maar we verkopen nu ook aan dansers balletvloertjes van 4 vierkante meter. Zo kunnen ze thuis tijdens corona toch professionele danslessen online volgen.’

Wat velen niet weten, zegt oudgediende René Beyne (82): ‘Nederlands theater­textiel reist als succesvol exportproduct de hele wereld over. Als ik het Sydney Opera House in Australië zie voorbij­komen, denk ik trots: daar hangen onze gordijnen.’

Beyne, naar eigen zeggen geboren ­tussen toneeldoeken, verkocht na zijn pensionering het familiebedrijf van zijn grootvader, Willem Beyne & Zonen, aan ShowTex. ‘Weet je dat de afstopping, waarmee je theatertechniek aan het oog onttrekt, en decordoeken in Europa bijna overal zwart zijn en alleen in Nederland nachtblauw?’ Dat verklaart de kleur van de installatie in Tilburg.

Voor het waarom moeten we bij Gerbrand Borgdorff (60) zijn, directeur van Theateradvies: ‘Auke Wiegers probeerde ooit enorme lappen stof zwart te verven in de sloot achter zijn huis. De kleur pakte iets minder zwart uit. Toen heeft hij ze als nachtblauw verkocht. Sindsdien heeft ­Nederland als enige die kleur in het aanbod.’ Wie wil kan overigens alles kiezen, van vijftig tinten rood tot olijfgroen, okergeel en pimpelpaars. Grijs klinkt neutraal maar doet volgens Walet in een donkere theaterzaal al snel aan een uitvaart denken. Beyne: ‘Toon Hermans wilde een keer een voordoek van kunstgras. Loodzwaar. Maar we hebben het gemaakt. Brandvrij. Hij heeft ermee gereisd.’

Walet herinnert zich ook de anekdoten over nachten doorwerken en dutjes in de doekenwagen ‘omdat architecten toneelgordijnen regelmatig als laatste bestellen.’

De achterkant van het voordoek.Beeld Ron de Groot Theatertextiel

Ze roemt het handwerk en de praktische slimmigheden bij problemen: ‘De Jan-Willem is bijvoorbeeld een kabelrubber om kabels aan zogeheten trekken te bevestigen, zonder gaffertape. Een Nederlandse uitvinding. Met die trekken ­worden decorstukken, licht- en geluids­apparatuur opgehesen. Nu gaat dat automatisch. Vroeger met de hand.‘

Walet vertelt enthousiast over alle soorten garens en stoffen die brandwerend kunnen worden gemaakt. Zoals het klassieke mohair ­velours van het steeds minder ­populair wordende voordoek, vooral nog gebruikt bij het slotapplaus. Beyne: ‘Een technicus die de timing niet goed aanvoelt kan een applaus kapottrekken met het ­verkeerd ophalen van het doek.’

Als de gordijnen moeten worden gereinigd kunnen ze niet naar de stomerij. ‘Dat gaat echt niet. Het zijn lappen van 15 meter hoog en 20 meter breed. Bovendien lossen dan de brandwerende zoutkristallen op. Voorzichtig borstelen en ééns per jaar met een mattenklopper of luchtspuit schoonmaken. Dan gaan ze makkelijk twintig jaar mee. De theaterwereld werkt steeds duurzamer. Afgedankte doeken vermaken wij voor amateurgezelschappen of dorpshuizen.’

En de hit op dit moment? Walet: ‘We verkopen nu veel velours lapjes met goudkleurige bestikking om stoelen vrij te ­houden, voorheen waren die bedoeld voor de koninklijke familie, nu voor de ­anderhalve meter afstand.’

I open at the close van Bram van Helden, Thijn Kolk, Jeroen Offerman en PLAN Brabant, gezien op 15/7 in De Nieuwe Vorst, Tilburg. Aldaar t/m 9/8.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden