Achter het front

Leerzame inzichten en helaas ook een poging tot geschiedschrijving

Het belangrijkste wat je als lezer overhoudt aan Jan Eikelbooms Achter het front is een gevoel van herkenning. Anders dan sommige van zijn vakbroeders doet de oorlogsverslaggever van Nieuwsuur zich in zijn memoires niet voor als een onverschrokken held en een onfeilbare allesweter. Hij is geregeld bang, blaast journalistieke operaties vanwege de gevaren soms tussentijds af en weet vaker niet dan wel hoe de feiten precies liggen in de oorlogen en revolutionaire troebelen waarvan hij verslag moet doen.

Hij toont wel zelfbewustzijn als de ervaren vakman die hij na een kwart eeuw is geworden, maar hij blijft voor alles een nuchtere realist. In mei 2013 krijgt hij in Syrië het aanbod om mee te gaan met de rebellen die het stadje Halfaya willen aanvallen. Verleidelijk, maar ook extreem riskant.

'Geen enkel verhaal is een leven waard, sommige verhalen wél het risico', schrijft Eikelboom. 'Waar ligt de grens? Wanneer wordt risico onverantwoord? Ik heb die vraag al vaak aan mezelf gesteld en als ik eerlijk ben is dit het antwoord: hoe goed je de situatie ook probeert in te schatten, uiteindelijk is het iedere keer een gok.'

'We gaan mee', besluit hij na zorgvuldige overweging. Maar als ze bij het ochtendgloren zullen vertrekken, dringt het tot hem door: 'We gaan op pad met mensen die we nauwelijks kennen naar een stad waar we nooit zijn geweest en waar een gevecht op ons wacht waarin we gedood kunnen worden. En dat alleen voor een spannende scène in een televisiereportage. Ik lijk wel gek geworden.'

Hij doet zijn kogelvrije vest uit en kruipt weer in zijn slaapzak. 'Als ik uren later wakker word, ben ik nog steeds doodmoe. De beslissingen die we afgelopen nacht hebben genomen, gingen over leven en dood. Ze hebben me emotioneel en fysiek uitgeput.' Met dit soort kernachtig opgeschreven herinneringen geeft Jan Eikelboom leerzame inzichten in zijn metier en in de oorlogsverslaggeving in het algemeen. Hij grijpt terug op zijn belevenissen in Israël en Gaza (vanaf 1991), Iran (vanaf 2005), Tunesië (2011-2012), Libië (2011-2012), Egypte (2011-2013) en Syrië (2012-2013).

Jammer genoeg heeft hij de verleiding niet kunnen weerstaan om, naast het releveren en analyseren van zijn journalistieke avonturen, ook een poging tot recente geschiedschrijving van het Midden-Oosten te doen. Daardoor krijgt Achter het front iets tweeslachtigs. (Voorin lezen we ook dat Eikelboom een deel van dit boek drie jaar geleden al heeft gepubliceerd in Arabische Lente: Een ooggetuigenverslag.)

In zijn slothoofdstuk 'De waarheid' bekent hij zich tot de klassieke beroepsopvatting: hoor en wederhoor, scheiding van feiten en meningen, volledige objectiviteit bestaat niet, maar journalisten moeten er wel naar streven. 'De trend in de journalistiek is omgekeerd: ijdelheid in plaats van bescheidenheid. Steeds meer worden journalisten personalities, met de daarbij behorende opvattingen', stelt hij vast. 'Meningen belemmeren het zicht op de werkelijkheid en leiden tot bevooroordeelde verslaggeving waar niemand wijzer van wordt. Het is niet relevant wat journalisten ergens van vinden. Ze gaan er niet over en ze weten er te weinig van.'

Ook dat kunnen meerdere collega's van Jan Eikelboom in hun zak steken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden