Achter het boek Elvis Peeters

Achter het boek: Alles gaat door twee breinen

Hoe schrijft de schrijver? Elvis Peeters doet het met zijn tweeën. Met de publicatie van de roman De ommelanden doet wederhelft Nicole Van Bael voor het eerst mee aan de mediaoptredens.

Schrijversduo Elvis Peeters Beeld Siska Vandecasteele
Schrijversduo Elvis Peeters Beeld Siska Vandecasteele

De Vlaamse schrijver, dichter en punkrocker Elvis Peeters (pseudoniem van Jos Verlooy) schrijft al zijn romans en theaterteksten samen met zijn vrouw Nicole Van Bael. Ze werken er beiden even hard aan. Toch staat er op de omslagen alleen zíjn naam gedrukt. Op de flap: een foto van Elvis alleen. Aan de binnenkant staat in kleiner lettertype onder de auteursnaam: ‘in samenwerking met Nicole Van Bael’. Tot voor kort deed Elvis ook alle mediaoptredens alleen. Maar met de verschijning van hun nieuwe roman gooien ze het over een andere boeg en laten ze zich als duo interviewen.

Ze zitten naast elkaar op een terras van het Antwerpse stationscafé, drinken winterthee met kaneel, anijs en een citroenschijfje. Aan niets is te merken dat ze niet vaak samen zijn geïnterviewd. Ze geven elkaar haast exact evenveel spreektijd.

‘De afgelopen twee jaar kreeg Elvis steeds vaker negatieve opmerkingen over mijn afwezigheid’, zegt Van Bael. ‘Vooral sinds de #MeToo-beweging geloven mensen hem niet meer wanneer hij zegt dat ik liever in de luwte blijf. Hij onderdrukte mij, werd gezegd. Die kritiek vond ik voor hem niet aangenaam. Dus nu doen we het maar samen.’ Ze is er niet onverdeeld gelukkig over. ‘Ik heb meer dan twintig jaar de luxepositie gehad mijn tijd aan andere dingen dan publiciteit te kunnen besteden.’

Het begon met een theatertekst, begin jaren negentig, waar Van Bael ‘spontaan’ aan mee schreef. Het beviel zo goed dat Van Bael en Peeters sindsdien alles samen schrijven, waaronder een aantal zeer succesvolle, voor grote prijzen genomineerde theaterteksten, verhalenbundels en romans, zoals De ontelbaren, Wij (onlangs verfilmd) en Dinsdag. Hun werk gaat vaak over actuele thematiek, over het koloniale verleden, klimaatverandering of economische vluchtelingen, gevat in broeierig, zangerig proza. ‘Over de banaliteit van het kwaad’, kenschetste een recensent hun werk eens, een uitdrukking die verwijst naar Hannah Arendts beroemde boek over Adolf Eichmann. Met die typering zijn ze het eens: ‘We stellen de moraal, of het gebrek aan moraal, op scherp’, zegt Peeters.

Elvis Peeters: De ommelanden.

Hun nieuwe roman De ommelanden is een roman over een blakerend heet Europa waar gestreden wordt om water, en waar de kloof tussen stad en platteland groter is dan ooit. De jonge fotografe Dora fotografeert lijken in ‘de ommelanden’, het arme achterland, voor een expositie in de stad. Aan het begin van de roman gaat haar auto kapot.

Hoe zijn jullie op het verhaal voor De ommelanden gekomen?

Elvis Peeters: ‘Het begon met een tekst over een fotografe die ergens strandt met autopech.’

Nicole Van Bael: ‘We wisten niet waar het zou eindigen of wat ze zou tegenkomen. We wisten zelfs niet dat het een roman zou worden, dat bleek zich na een tijdje zo te ontwikkelen.’

EP: ‘Het was gewoon een scène die in ons hoofd zat.’

Maar bij wie van jullie begon het?

NVB: ‘Dat kunnen we niet meer zeggen. Alles gaat door vier handen en twee breinen, het transformeert tot iets van ons gezamenlijk.’

EP: ‘Volgens mij kwam het allereerste begin van mij. Dat krijg ik terug van Nicole en dan is het totaal veranderd.’

Wat was de eerste zin op papier?

EP: ‘Volgens mij was het die zin waar het tweede hoofdstuk mee begint: ‘Merde, het kreng start niet.’

NVB: ‘Het begint bij ons niet zozeer bij een onderwerp maar bij de taal, het is de taal die ons uitdaagt en inspireert om verder te gaan.’

EP: ‘We wisten dat we iets met de tegenstelling tussen stad en platteland wilden doen. We zagen hoe na de financiële crisis het platteland in sommige landen als Portugal en Ierland meer dan ooit op zichzelf was aangewezen, omdat de economie daar haast wegviel. Mensen begonnen weer aan ruilhandel. Terwijl de stedelijke overheden juist meer konden bereiken dan nationale overheden.

NVB: ‘De macht van de steden kreeg een nieuw elan.’

EP: ‘We zijn eraan begonnen tijdens onze schrijfresidentie in Montréal, tijdens de ergste hittegolf in 150 jaar. Die ondraaglijke hitte is terechtgekomen in het boek, waarin de opwarming van de aarde de machtsverhoudingen op scherp heeft gezet.’

NVB: ‘Een ander thema is identiteit, het boek gaat ook over de vraag: wie hoort er bij onze groep en wie niet? Wie telt mee als mens, wie niet? Dat hebben we niet doelbewust erin gestopt, we willen geen boek met een boodschap schrijven. We zijn begaan met de wereld, het houdt ons bezig, we discussiëren erover met vrienden. Vanzelfsprekend krijgt dat dan een rol in ons werk. We waren in Normandië met de eindredactie bezig toen de gelehesjesbeweging begon. Dit is net ons boek, riepen we uit. Dit is deel twee!’

EP: ‘De centrale tegenstelling tussen stad en platteland maakte het voor ons mogelijk om op twee sporen tegelijk te werken, de stad en de ommelanden, en die twee perspectieven konden we dan over en weer mailen. Zo bevrucht de een de ander. Nicole neemt de regie van het boek op zich. Zij heeft er oog voor om het boek te structureren.’

NVB, schuchter: ‘Ik vind dat fijn om te doen.’

Hoe lang hebben jullie over het boek gedaan?

EP: ‘Onmogelijk te zeggen. Het begon bij de fotografe, maar we schuiven en veranderen zoveel. En er sluipen stukken in die we lang geleden hebben geschreven maar waarvan we niet wisten waartoe het zou leidden. Zo rijpt een boek. We hebben er anderhalf jaar intensief aan gewerkt, maar in totaal is er drie jaar overheen gegaan.’

Werken jullie aan meerdere projecten tegelijk?

EP: ‘Nu wel, aan een kort verhaal, een theaterstuk en een prentenboek. Dat kunnen we door elkaar heen doen. Werken we eenmaal aan een roman, dan concentreren we ons daarop.

NVB: ‘Het is zo fijn om aan een boek bezig te zijn. Alles krijgt een andere betekenis, een andere blik. De krant, een ontmoeting: het kan allemaal materiaal zijn. Werken we aan een boek, dan hangt er iets in huis. We zitten er ín.’

Zojuist zeiden jullie dat het de taal is waarmee het begint. Hoe werkt dat?

EP: ‘We hadden al honderd bladzijden van De ommelanden geschreven toen we ons afvroegen: hoe heet de fotografe eigenlijk? Wij schrijven nooit vanuit de psychologie van een personage, wij gaan op zoek naar hoe iemand zijn wereld verwoordt. De ommelanden is meerstemmig, ze bevat de taal van de kunstfotografe, maar ook de stem van de ommelanders die haar bekijken. Zij spreken aanvankelijk als een ‘wij’, als een Grieks koor, en naar gelang het boek vordert waaiert dat open naar verschillende personages. Hun taal is gedrenkt in andere levensomstandigheden en bekommernissen dan die van de fotografe.’

NVB: ‘En dan komt het klankspel er ook nog bij. Elvis schrijft ook poëzie, ik niet, maar de taal moet ook voor mij welluidend zijn. De klank van een woord kan ons leiden.’

Peeters pakt het boek erbij, bladert om naar een voorbeeld te zoeken. Leest voor: ‘Ze klemde de emmer tussen haar knieën en begon met twee handen de geit te melken, haar vingers gleden soepel langs de uier en de tepels, tussen duim en vingers tapte ze de melk in de emmer.’ De terugkerende klanken: de uier en duim, de e’s in emmer, melken; over dat soort dingen gaat het. Onze eerste teksten waren monologen voor het theater. We hebben dat behouden, dat klinkende.’

NVB: ‘Sommige stukken waarvan we niet overtuigd zijn lezen we aan elkaar voor, dan horen we meteen waar het niet klopt.’

EP: ‘Dat is heel intens, om met z’n tweeën aan de taal te werken.’

Schrijf je toe naar de ander, omdat je toch al weet welk commentaar je krijgt?

EP: ‘Aan het begin houd ik er een beetje rekening mee. Ik heb de neiging tot lange zinnen, en ik weet al wat ze daarover gaat zeggen. Maar we verrassen elkaar nog steeds regelmatig.’

NVB: ‘Ik werk zoveel mogelijk vanuit mezelf. Onze kracht is juist dat we twee persoonlijkheden zijn. Als we dat niet behouden, knippen we onze vleugels af.’

Heeft je redacteur veel veranderd?

NVB: ‘We werken al twaalf jaar heel fijn samen met Harminke Medendorp. We geven haar pas een manuscript wanneer het voor ons helemaal klaar is. Zij is onze eerste lezer, onze eerste criticus. Ze is scherp en zonder dwingend te zijn kan ze bepaalde problemen blootleggen. Door Harminke weten we van elke punt en komma waarom het geschreven staat.’

Schrijversduo Elvis Peeters Beeld Siska Vandecasteele

Hoe schrijven jullie?

EP: ‘Ik schrijf met pen en papier. ’s Avonds werk ik uit op de computer wat ik die dag heb geschreven.

NVB: ‘Ik werk direct op een laptop. We schrijven in een aparte kamer.’

EP: ‘Ik heb weinig nodig, ik kan ook in de trein werken, of in de hangmat in de tuin.’

NVB: ‘Ik kan veel langer werken dan jij.’

EP: ‘Ik kan niet drie of vier uur achter elkaar schrijven, ik moet er tussenuit, lummelen.’

NVB: ‘We zijn hierin heel verschillend. Ik ben één blok pure concentratie. Als ik schrijf, vergeet ik de tijd, ben ik onverstoorbaar. Het is slecht voor mijn rug om zo lang achter elkaar te zitten, maar ik kan gewoon niet elk half uur een wekker zetten om even op te staan, zoals wordt geadviseerd.’

EP: ‘Als ik iets tegen je zeg als je aan het schrijven bent, zo van, Erik heeft gebeld, dan weet je daar later niets meer van.’

Is Nicole om die reden ook productiever dan Elvis?

NVB: ‘Nee. Ik kan kapot zijn na een paar uur, terwijl Elvis ’s avonds nog weleens een uurtje begint te schrijven. Dat kan ik niet.’

Hoe zouden jullie je stijl omschrijven?

NVB: ‘Poëtisch.’

EP: ‘Licht filosofisch.’

NVB: ‘Nou, dat hangt ervan af.’

EP: ‘Ik bedoel dat er soms een mooie quote in zit, ons werk is niet louter verhalend.’

NVB: ‘O ja. Dat is waar.’

Hebben jullie literaire voorbeelden?

EP: ‘Toen ik begon met schrijven had ik drie helden: William Faulkner, Samuel Beckett en Marguerite Duras. Maar nu is dat anders. Ik heb al heel lang geen Duras meer gelezen. Een boek dat ik had willen schrijven is De geschiedenis van Elsa Morante.’

NVB: ‘En ik Augustus van John Williams of Mens of niet van Elio Vittorini.’

EP: ‘Of Bonsai van Alejandro Zambra. Maar na dertig jaar schrijverschap kijk ik niet meer naar voorbeelden. Elk boek vraagt om zijn eigen taal. We zijn ons eigen voorbeeld geworden.’

Hoe lezen jullie?

EP: ‘Vroeger las ik een boek altijd uit, ook al vond ik het niet goed. De laatste jaren ben ik makkelijker geworden. Mijn tijd op aarde is beperkt.’

NVB: ‘Ik geef een boek honderd bladzijdes de kans. Eerder mag ik niet stoppen.’

EP: ‘Echt? Ook als een boek maar 120 bladzijdes heeft?’

NVB: ‘Dat maakt niet uit. Ik heb trouwens het gevoel dat ik minder leestijd heb dan jij. Ik lees graag in bed, maar dan val ik snel in slaap.’

EP: ‘Ja, maar jij kijkt ook series. Ik lees liever.’

Hebben jullie het schrijven weleens opgegeven, omdat jullie bang waren dat het niet goed werd?

NVB: ‘Natuurlijk.’

EP: ‘Als we het er niet over eens zijn.’

NVB: ‘Maar we gooien niets weg. Ik heb een mapje ‘Diversen’ op de computer.’

EP: ‘Bij mij heet het ‘Onaf werk’. En ‘Rommel’.

Over welke passage ben je het meest tevreden?

NVB: ‘Bijna op het einde is er een dialoog tussen Dora, de fotografe, en Gilas. Een tedere, gevoelige, hoopvolle passage.’

EP: ‘Voor mij is het het begin van een hoofdstuk, waarin er een steen in de verte ligt, die later een hond blijkt te zijn.’

NVB: ‘Dat is prachtig, ja.’

Maken jullie weleens ruzie?

NVB: ‘Ja. Dat is ook logisch; je hebt een hele week aan iets gewerkt, je bent moe, en dan vindt de ander het niets. Dat kun je niet over je kant laten gaan. Soms krijgen we ruzie als ik een grote ingreep wil doen, daar moet ik echt voor strijden. Hoewel ik uiteindelijk wel gelijk krijg. (lacht) Ik win. Maar ik wil wel benadrukken dat wat er uitkomt het resultaat is van consensus, niet van compromis.’

EP: ‘Soms belanden halve romans in de la. We stoppen er liever mee dan koppig de ander van de waarde te overtuigen. En soms zijn we gewoon te moe. Dan trek ik me terug en ga ik poëzie of songs schrijven; mijn uitlaatklep.’

NVB: ‘Samen schrijven is niet gemakkelijk, maar ook heel fijn. Het is geen eenzame bezigheid, we kunnen het delen. Dan zeggen we tegen elkaar: we zijn goed bezig! Dat stuwt weer voort.’

EP: ‘We weten niet eens hoe we apart een roman zouden kunnen schrijven.’

NVB: ‘’t Is gewoon veel plezanter samen.’

Schrijversduo Elvis Peeters Beeld Siska Vandecasteele

Elvis Peeters: De ommelanden

Podium; 224 pagina’s; € 20,50.

Wie is Elvis Peeters?

Elvis Peeters is zowel de naam van een persoon – punkrocker en dichter Elvis Peeters (61 jaar), muzikant in bands als Wilderman, De legende en Aroma di Amore – als de naam van een duo. Elvis Peeters schrijft al zijn theaterteksten, verhalen en romans samen met zijn partner Nicole Van Bael (55), die liefst op de achtergrond blijft.

Hun eerste gezamenlijke theatertekst ‘Het uur van de aap’ kreeg direct een eervolle vermelding van de Nederlandse Toneelschrijfprijs. Hun debuutroman Spa verscheen in 1998. Bijna al hun werk sindsdien is genomineerd voor belangrijke literaire prijzen en is vertaald in diverse talen: de verhalenbundel Brancusi haalde de longlist van de Gouden Uil, de romans De ontelbaren, Dinsdag en Jacht werden genomineerd voor de prijzen als ECI/AKO (nu Bookspot) en de Libris. Wij is in 2018 verfilmd. Peeters en Van Bael wonen in Kessel, tussen Antwerpen en Mechelen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden