Profiel Isabelle Huppert

Achter de onderkoelde blik van Isabelle Huppert gaat een wereld schuil, die ze niet zomaar prijsgeeft

Isabelle Huppert in La dentellière (1977) Beeld EYE Film Instituut Nederland

Van Les valeuses (1974) tot Paul Verhoevens Elle (2016) en van ongenaakbaar tot goedlachs. Altijd trekt Huppert de camera naar zich toe.  

‘Ik hou van je als een beest. Een beest.’ Er zijn allerlei manieren denkbaar waarop een filmpersonage dit tegen haar geliefde kan zeggen, vlak voor of na de vrijpartij. Snel en smachtend bijvoorbeeld, met veel nadruk op het woord ‘beest’ en de tweede ‘b’ nog net wat geiler van de lippen rollend dan de eerste.

Maar het kan ook zoals Isabelle Huppert het doet, in Claude Chabrols kostuumdrama Violette Nozière (1978). Kalm en ietwat vlak, en toch sensueel. Gepassioneerd, maar dan wel op een gelaten manier. Violette, een meisje dat heimelijk als prostituee werkt om te ontsnappen aan haar benauwde gezinssituatie, denkt ook in de liefde een uitweg te vinden. Maar na de vrijpartij lijkt ze niet helemaal aanwezig. Alsof ze zichzelf hypnotiseert.

Als toeschouwer krijg je geen vat op Violettes motieven. Wanneer ze haar vader dodelijk vergiftigt en na haar arrestatie beweert dat hij haar jarenlang heeft misbruikt, kom je er niet achter of ze de waarheid spreekt. Dat is natuurlijk te danken aan de doelbewuste gaten in het script, maar ook zeker aan Huppert (destijds 25), die voor haar rol op het filmfestival van Cannes de prijs voor beste actrice won. Ze geeft met haar spel genoeg prijs om je aan haar personage te hechten, maar nooit zoveel dat je écht weet met wat voor iemand je van doen hebt.

Hupperts regisseurs

Isabelle Huppert speelde tot nu toe in meer dan 110 films, waarbij ze met sommige regisseurs vaker samenwerkte. De Oostenrijkse meestercineast Michael Haneke bijvoorbeeld. De naar contact hunkerende pianolerares die Huppert speelde in La pianiste (2001) was een van de markantste, controversieelste en ook meest tragische rollen uit haar carrière. Met Haneke maakte Huppert vier films; Jean-Luc Godard regisseerde haar tweemaal, net als Guillaume Nicloux, Eva Ionesco en Hong Sang-soo. Claire’s Camera, Hupperts tweede film met Hong, draait vanaf 18 juli in de Nederlandse filmtheaters. Benoît Jacquot had Huppert zes keer voor de lens, maar de in 2010 overleden  Claude Chabrol spant de kroon. Met hem maakte Huppert zeven films. Al die keren liet Chabrol haar helemaal vrij. ‘Als een vlinder in het net van een entomoloog, zo noemde ik het eens’, aldus Huppert onlangs in de Volkskrant. ‘Dat was een compliment. Je voelde het gewicht van zijn regie, maar nooit op een negatieve manier.’

Onderhuids zinderen

IJzig broeien, onderhuids zinderen, veel dubbelzinnigheid met op gezette tijden een flinke uitbarsting: dat is de kunst die Huppert (66) als geen ander beheerst. Het Amsterdamse filmmuseum Eye wijdt met Le monde d’Isabelle Huppert een omvangrijk zomerretrospectief aan de legendarische Franse actrice, van Bertrand Bliers controversiële schelmenkomedie Les valseuses (1974) tot Michael Hanekes La pianiste (2001) en Paul Verhoevens Elle (2016). Overtuigend benadrukt het programma Hupperts veelzijdigheid: de goedlachse, romantische, grappige en zelfs zingende Huppert is er óók. Maar het zijn vooral de magnifiek onderkoelde, ingetogen rollen die bijblijven.

Isabelle Huppert in Les valseuses (1974) Beeld Eye Film Instituut Nederland

In 2017 vertelde Huppert aan The Financial Times dat ze kijkt naar voorbijgangers op straat. ‘De meeste van hen hebben een behoorlijk lege blik in hun ogen, wat me een aanwijzing voor mijn werk geeft: ik moet vooral niet te veel doen. Fictie heeft de neiging de werkelijkheid op te blazen. Observatie dwingt je te beperken, in plaats van toe te voegen.’

Die benadering had Huppert al opvallend snel onder de knie, zoals de oudste films in het Eye-programma bewijzen. Huppert, geboren in 1953 in Parijs als dochter van een kluizenfabrikant en een lerares Engels, wist al op haar 12de dat ze actrice wilde worden. Als 16-jarige toog ze naar een filmstudio, klopte op de deur en bood zich aan als figurant. Ze debuteerde met een piepklein rolletje als student in Faustine et le Bel Été (1972). Het was haar korte optreden in Bertrand Bliers Les valseuses dat haar vol in de schijnwerpers plaatste.

Slechts vier minuten is ze te zien in Les valseuses, maar die vier minuten volstaan voor de destijds amper 20-jarige Huppert om al haar registers te bespelen. De film draait hoofdzakelijk om de (vaak weerzinwekkend misogyne) strapatsen van schooiers Jean-Claude (Gérard Depardieu) en Pierrot (Patrick Dewaere). Nagenoeg aan het einde van de film is daar opeens Huppert, als de stierlijk verveelde puber Jacqueline – zomerhoedje, Mickey Mouse-shirt, lange rode haren en een druilerige blik – die met haar vakantie vierende ouders langs het water zit. Wanneer Jean-Claude en Pierrot papa’s Citroën willen ‘lenen’ probeert Jacqueline haar vader ervan te overtuigen dat dat helemaal niet zo erg is. Huppert houdt Jacquelines monoloog perfect in balans tussen onbezorgde jeugdigheid en verholen cynisme, totdat papa het meisje een klap geeft en ze alle opgekropte frustraties vrij spel geeft. Ze zet een keel op, de ogen vol gif – ook dát is Huppert ten voeten uit.

Het is een explosieve scène, waarmee Huppert even alle aandacht naar zich toe trekt. En dat volkomen zelfverzekerd, zonder maniertjes of overdreven gedoe. Zo’n optreden maakt aannemelijk dat acteren Huppert altijd makkelijk is afgegaan, zoals ze onlangs ook benadrukte toen ze voor de Volkskrant als Gids van de week optrad. Ze wil er geen onnodige energie insteken, zegt ze. Aan method acting, de school van acteren die voorschrijft dat je je zoveel mogelijk moet inleven in de gewoonten, bezigheden en levenservaring van je personage, heeft Huppert altijd een broertje dood gehad. ‘Ik heb niet zoveel met het concept van een personage,’ zei ze in 2017 tegen filmvakblad Variety. ‘Ik geef de voorkeur eraan te denken dat ik slechts situaties speel, gemoedstoestanden, gevoelens.’

Iemand anders

Tegenover filmjournalist Roger Ebert omschreef Huppert zichzelf in 1984 als het kruispunt tussen twee eigenschappen: net als iedere andere actrice is ze zowel verlegen als exhibitionistisch aangelegd. Mensen moeten naar haar kijken, maar mogen haar niet zien. ‘Ik wil op het podium staan, maar niet als mezelf, als iemand anders.’ Daarom kan ze in haar filmografie geen enkele rol aanwijzen die met haar persoon samenvalt. ‘Tegelijkertijd is elke film bijna als een zelfportret dat jouw identiteit reflecteert’, aldus Huppert dit jaar tegen website indiewire.

De camera en Huppert

Die aanpak leidt tot een fascinerende, ongewone verhouding tussen personage, acteur en toeschouwer. Daar waar Huppert de psychologie van haar rol links laat liggen, moet de kijker aan de slag om het personage te doorgronden, op basis van de kleinste suggesties in haar spel. Of zoals filmjournalist Lawrence O’Toole het in 1980 verwoordde: in plaats van zich op de camera te werpen, trekt Huppert de camera naar zich toe.

Dat geldt zelfs voor karakters die Huppert denkt te doorgronden. Toen ze Pascal Lainé’s roman La dentellière (1974) las, over de timide schoonheidsspecialist Pomme die in stilte en passiviteit het leven over zich heen laat spoelen, herkende Huppert zichzelf in de hoofdpersoon. ‘Het was alsof Pascal Lainé die rol voor mij had geschreven!’ zei ze tegen Variety. Ze wist regisseur Claude Goretta duidelijk te maken dat zij de hoofdrol móést spelen in diens verfilming van La dentellière (1977). Grote kans dat je een beetje verliefd wordt op Huppert, wanneer ze als Pomme over het strand banjert, schelpen rapend in haar lange blauwe vest. Nergens straalt het meisje – en Huppert met haar – zoals in deze scène, met een zachte, tevreden uitdrukking op haar gezicht. 

Toch houdt Huppert ook hier haar spel zo terughoudend mogelijk. Neem de slotscène van de film, als Pomme in een psychiatrische kliniek zit en voor het allerlaatst afscheid heeft genomen van haar ex-geliefde François (Yves Beneyton). Na François’ vertrek schuifelt Pomme terug naar haar tafel in de gemeenschappelijke ruimte. Aanvankelijk lopen we achter haar aan en acteert Huppert fantastisch met rug en schouders: de zwaarte in haar houding is aangrijpend – zó loopt iemand met een gebroken hart – en toch niet melodramatisch. Daarna trekt Huppert met haar gezicht alle aandacht naar zich toe. In een ongemakkelijk lang close-up kijkt ze je direct aan, zonder te knipperen en zonder eenduidige emotie. Je hoeft me niet te begrijpen, lijkt Pomme te zeggen tegen de toeschouwer. Maar ik wil wel dat je me zíét.

Met haar rol in La dentellière won Huppert een Britse Bafta Award voor de meest belovende nieuwkomer. Het was haar definitieve doorbraak; voortaan zou ze zo’n twee tot vier en soms zelfs vijf hoofdrollen per jaar spelen. ‘Elke actrice hoopt ergens in haar carrière op zo’n rol te stuiten, en ik had ongelooflijk veel geluk dat het zo vroeg gebeurde,’ aldus Huppert tegen Variety. ‘Die kans was bepalend voor hoe ik vanaf dat moment als actrice werd gezien.’

Al overtuigde Huppert niet iedereen met haar ogenschijnlijk expressieloze acteerstijl. De gezaghebbende Amerikaanse filmcriticus Pauline Kael kon er helemaal niks mee. ‘Wanneer je tegenwoordig naar de bioscoop wilt, kun je lastig om Isabelle Huppert heen, maar het loont de moeite dat te proberen,’ aldus Kael, begin jaren tachtig. ‘Als Huppert een orgasme krijgt, zie je amper een rimpeling op haar blanco oppervlak.’ 

Isabelle Huppert in Violette Nozière

Walsen en rolschaatsen

Regisseur Michael Cimino (The Deer Hunter) wilde Huppert van een heel andere kant tonen in Heaven’s Gate  (1980). In dit geflopte westernepos speelt Huppert hoerenmadam Ella, die in een gure uithoek van laat-19de eeuws Wyoming de hoofden op hol brengt van marshal Averill (Kris Kristofferson) en handhaver Champion (Christopher Walken). Heaven’s Gate, een monsterproductie die zich qua budget en lengte onmogelijk liet beteugelen, betekende het einde van studio Universal Artists en van Cimino’s regiecarrière. Maar het is wél de enige film waarin je Huppert kunt zien walsen én rolschaatsen

Het was een van Hupperts meest extraverte, levendige optredens. Op YouTube staat een televisie-interview uit 1983 waarin Huppert haar liefde voor Heaven’s Gate belijdt (‘Als ik de muziek hoor, krijg ik tranen in mijn ogen’). Ze haalt herinneringen op aan de draaiperiode. ‘Ik belandde zes maanden in een klein stadje in Montana. Ik leerde er paardrijden, ik leerde er schieten, ik leerde rolschaatsen – kortom, het was buitengewoon en ik denk dagelijks terug aan die tijd.’

Prachtig, hoe ze tijdens dit ene zinnetje haar hoofd ietwat omhoog wendt, de ogen voorzichtig hemelwaarts laat gaan en een glimlach tevoorschijn tovert die alweer net zo snel verdwenen is. Ook in zo’n simpel televisie-interview heeft Huppert weinig tot niks nodig om je even mee te laten reizen op de vleugels van haar gedachten. Zoals ze zelf ooit zei: ‘In een close-up is de trilling van een ooglid al een grote gebeurtenis.’ 

Huppert op de set van Violette Nozière, met rechts regisseur Claude Chabrol. Beeld Foto Etienne George / Sygma via Getty

Le monde d’Isabelle Huppert, 10/7 t/m 28/8 in Eye, IJpromenade 1, Amsterdam. Les valseuses, La céremonie, La dentellière en La pianiste worden ook in filmtheaters in andere steden getoond.

Lees ook

Isabelle Huppert vertelt over haar favoriete films (Turks fruit), boeken en toneelstukken als Gids van de week.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden