Acht veel te grote vragen met verrassend originele antwoorden

Zijn wij alleen in het heelal? Wat organiseert de materie? Hoe werken sterren? Wat zit er in de aarde? Waarom verouderen wij?...

Martijn van Calmthout

Het zijn grote, maar geen bijster originele vragen waaraan het boekje Uitzicht op inzicht van Bennie Mols is opgehangen. De lezer bekruipt dan ook even het bange voorgevoel dat er onmogelijk ook nog originele antwoorden op te geven zijn. Immers, over zulke grote vragen is al zoveel gezegd.

Maar dat valt erg mee. En dat is vooral te danken aan het bijzondere materiaal waarmee Mols als samensteller van de bundel heeft kunnen werken. Hij bewerkte acht zondagochtend-lezingen die de K.L. Poll-stichting in 2006 in poptempel Paradiso organiseerde.

Daar spraken vooraanstaande Nederlandse natuurwetenschappers over hun vak. Weliswaar steeds aangejaagd door die ene veel te grote vraag, zeg maar de wezensvragen van het onderzoeksgebied. Maar in feite hadden ze een vrije opdracht: vertel waar het in je vak om draait, hoe de ideeën zijn ontstaan, ook historisch. En geef vooral ook aan wat we nog niet weten. Daar schuilen immers de kansen voor echte sprongen vooruit.

Net toen de natuurkunde eind 19de eeuw dacht wel ongeveer te weten hoe de wereld in elkaar steekt, werden radioactiviteit en relativiteit ontdekt, en stond alles weer op losse schroeven.

Of dat nu ook aan de hand zou kunnen zijn, maakt Uitzicht op inzicht ondanks de optimistische titel niet echt waar. Of we alleen in het heelal zijn of niet, is niet vast te stellen tot het moment dat we ander leven tegenkomen. En de verzuchting van de Delftse geoloog Jacob Fokkema, dat we meer van het inwendige van de zon weten dan dat van de aarde, is wel waar, maar geeft niet aan waar het heen moet met de aardwetenschappen.

In de biologie is het al niet veel beter. Hoe we verouderen, begint in zicht te komen, maar niet waarom en of er iets aan te doen is (veel bewegen, zegt geneticus Jan Hoeijmakers).

Echte en misschien dus wel productieve wanhoop klinkt alleen bij ontwikkelingsbioloog Bas Delfize, die toegeeft nog lang niet te weten waarom mens en rondworm ongeveer even veel genen hebben en toch behoorlijk verschillen.

Dat Uitzicht op inzicht ondanks alles prettig leest, komt door de keuze van auteurs. Stuk voor stuk goede wetenschappers, die hun details beheersen en maar toch grote lijn weten te vinden. Lezen voelt dan net zo bevoorrecht als luisteren in een Amsterdamse poptempel op rustige zondagochtenden.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden