Recensie

Absurdisme en ernst: Menasse biedt gevaarlijk vermaak, en hij kan je lach soms schril laten klinken

Met absurdisme en ernst tackelt de geniale Oostenrijkse romancier Robert Menasse een onderwerp met een fiks imagoprobleem. Dat levert gevaarlijk vermaak op.

Recensie Menasse Beeld Claudie de Cleen
Recensie MenasseBeeld Claudie de Cleen

Dan maar een tatoeage. De oude professor in de economie Alois Erhart, naar Brussel geroepen om in een denktank zijn zegje te doen, maar bij voorbaat moedeloos bij de gedachte dat die jonge honden daar alleen plichtmatig naar hem zullen luisteren, heeft een blauwe plek op zijn arm, die lijkt op een slecht gelukte tattoo van het geografische Europa.

Dat brengt hem op een idee. De man die zijn laatste spreektijd wil aangrijpen om iedereen wakker te schudden met de stelling dat alle nationalisme moet worden overwonnen voordat er ooit van Europese eenwording sprake kan zijn, stapt spontaan bij een tattooshop binnen en vraagt of er twaalf vijfpuntige sterren op zijn arm gezet kunnen worden. 'Ik doe dat niet', zegt de jonge man in de hippe zaak die de oude arm in kwestie heeft bekeken. 'Er zijn bloedvaten beschadigd, capillaire vaten gesprongen, daar sta ik niet voor in, dat kan ik niet controleren. Ik zou er niet aankomen. Over een paar weken is het zeker verdwenen. Dan zou u daar sterren hebben, maar de reden waarom is verdwenen.' 'Dus geen sterren voor een verdwijnend Europa?' 'Sorry man, ik doe het niet.'

Het is niet moeilijk om uit de grote roman Die Haupstadt (2017) van Robert Menasse (1954), door Paul Beers bekwaam vertaald als De hoofdstad, een scène te lichten die direct symbolisch gelezen kan worden, en die eigenlijk geen andere dan die lezing toelaat.

Er vindt in Brussel een Raad voor regerings- en staatshoofden plaats. Dat betekent extra veiligheidsmaatregelen. Dat betekent gewapende mannen en zelfs tanks die 'als kevers' door de straten rollen, men is eraan gewend. In de James Joyce Pub staan mannen in pakken en met losgemaakte stropdassen druk te praten aan de toog. 'Het was happy hour.'

Nog zo'n scène. In die kevers mogen we een toespeling zien op De gedaanteverwisseling van Franz Kafka, met deze onmiddellijke associatie dat de bizarre toestand in dat beroemde verhaal uit 1915, waarin een verkoper ontwaakt en ontdekt in een reuzenkever te zijn veranderd, in het Brussel van 2016 werkelijkheid is geworden. En zelf zien we het niet eens, en de ambtenarij al helemaal niet, want die dromt zoals gewoonlijk samen rond de tap zodra het borreltijd is.

We zien het niet. Dat is een van de conclusies die we mogen trekken uit deze hoogst actuele roman, waarin Menasse toont dat een mooie naoorlogse gedachte - nooit meer Auschwitz, geen nationalisme en racisme, wel bundeling van krachten en dus ook economische bilateraaltjes afzweren - aan het verdwijnen is, mét de laatste overlevenden van de vernietigingskampen. Daarvoor in de plaats komen tanks en opgeschroefde veiligheidsmaatregelen die ongekende terreuraanslagen toch niet kunnen voorkomen. In zijn dertigjarige schrijversloopbaan heeft de Weense romancier en essayist Menasse zijn vleugels uitgeslagen, en nadat hij zijn eigen land als 'ohne Eigenschaften' karakteriseerde, omarmde hij de Europese gedachte, en toen hij een tijdje in Brussel ging wonen in één moeite door ook de bevlogen pleitbezorgers van die gedachte in de Europese Commissie.

Dat leidde tot diverse pamfletten en essays (Der Europäische Landbote, in 2013 verschenen als De Europese koerier, en Heimat ist die schönste Utopie, 2014), waarin hij fel partij koos tegen de Europese Raad, vol regeringsleiders die hun nationale belangen zitten te behartigen, terwijl het continent kraakt en kreunt.

Een oude politiecommissaris, Emile Brunfaut, die een stinkend zaakje op het spoor is gekomen als hij ontdekt dat een mysterieuze moord door hogerhand in de doofpot wordt gestopt, moet een tijdje met verlof. Door gezondheidsklachten komt hij terecht in het Europa Ziekenhuis, ondergaat een cardiologisch onderzoek en belandt op een kamer tegenover een andere patiënt van de Europese Commissie, die hem geruststelt met deze woorden: 'Geen angst, hier bent u in goede handen, het Europa is het beste ziekenhuis, hier vinden ze altijd wat. Bij mij is het de milt.'

Menasse is een auteur met een missie. Bij een mindere god zou de boodschap een korset worden, en de beoogde ideeënroman versmallen tot een idee dat ons de hele tijd, als een waarschuwende vinger, moet inprenten dat Europa doodziek is en we niet willen luisteren naar een herstelplan, omdat we überhaupt niets zien, dus ook geen probleem. Maar deze schrijver verdeelt zijn serieuze onvrede over diverse personages, en laat de satiricus losgaan, een tour de force bij een onderwerp met een fiks imagoprobleem als het onderhavige: Europa.

Precies dát grijpt hij aan: de Europese Commissie bestaat 50 jaar, en om de fletse reputatie op te vijzelen (want we kennen de sceptici: het is allemaal bureaucratie daar in Brussel, weggegooid geld, je kunt beter achter je eigen vlag aan lopen), wordt er een Big Jubilee Project bedacht, met als zwaartepunt deze gedachte: 'niets heeft een zo fundamentele gemeenschappelijkheid van alle mensen tot stand gebracht als de ervaring van Auschwitz'.

Suggestie: alle overlevenden op een jubileumfeest. Hoeveel zijn er nog in leven? Is er een instantie die lijsten bijhoudt? Misschien, oppert Fenia Xenopoulou, het hoofd Cultuur van de Europese Commissie, dat haast heeft, vlassend op promotie - cultuur is immers een departement zonder gewicht of budget in de Commissie, een tussenstation voor een ambtenaar met ambitie -, 'misschien is één ook genoeg. In wezen hebben we maar één symboolfiguur nodig, voor het verenigde Europa.'

Absurdisme en ernst, met angst voortdurend op de achtergrond, en geweld ten slotte op de voorgrond: Menasse biedt gevaarlijk vermaak, en hij kan je lach soms schril laten klinken. De manier waarop hij de toenemende vergeetachtigheid van de oud-leraar David de Vriend beschrijft, wekt ontroering.

Het genie van deze romancier schuilt in de talloze typeringen, observaties vervat in beelden met de kracht en kernachtigheid van een aforisme, zoals deze van de koele en correcte bureauchef Frigge: 'Als hij een olijf at en de pit op het bord legde, leek het Fenia alsof hij alleen de smaak van de olijf tot zich nam en de calorieën naar de keuken terugstuurde.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden