Abortus helpt tegen criminaliteit

Zulke gegevens kunnen alleen door een dwarse, onafhankelijke geest boven water zijn gehaald. Zoals StevenD. Levitt. Deze econoom van de University of Chicago is gefascineerd door de vreemdste zaken. Hij buitte zijn nieuwsgierigheid en economische vaardigheden uit om een reeks wonderlijke zaken serieus te onderzoeken.

Zijn bevindingen zijn neergelegd in Freakonomics, een fascinerend en belangrijk boek , leesbaar, compact en barstensvol informatie die soms oppervlakkig lijkt, maar altijd iets zegt over onszelf en de samenleving.

De toegankelijkheid moet op het conto worden geschreven van Stephen J. Dubner, de journalist die het boek samen met Levitt schreef. Dubner publiceerde in 2003 een profiel van Levitt, waarin hij zijn onderwerp definieerde als ‘de briljantste jonge econoom van Amerika’. Uit dat tijdschriftartikel werd de samenwerking geboren.

De wereld is Levitts speel- en proeftuin. Hij heeft geen specialiteit. Hij zegt niks te weten van de beurs, inflatie of importtarieven. Hij is slecht in rekenen. Wat hij wil en doet, is de economische wetenschap terugbrengen tot haar kern: ‘Verklaren hoe mensen krijgen wat ze willen’, vaak met behulp van stimuli en aanmoedigingen (incentives). Economie is gereedschap, schrijft hij, dat kan dienen om gekmakende problemen op te lossen. De wereld ‘is niet ondoorgrondelijk en niet onpeilbaar’. Ze is ‘zelfs nog intrigerender dan we denken’.

Freakonomics gaat onder andere over de Ku Klux Klan, Japanse sumo-worstelaars die valsspelen, en drugshandelaren die minder verdienen dan hamburgerbakkers bij McDonald’s en zodoende nog bij hun moeder wonen. Maar het beste voorbeeld van Levitts intrigerende wereld is de daling van de criminaliteit.

Na jaren van exploderende misdaadcijfers in de grote steden voorspelden gerenommeerde criminologen dat dit pas het begin was. Dantes hel was een zomers strand vergeleken met de ellende die de binnensteden van New York en Los Angeles te wachten stond. Dat zei bijvoorbeeld de criminoloog James Allan Fox, die de regering adviseerde, begin jaren negentig.

Terwijl het land zich klaarmaakte voor de ondergang, gebeurde wat niemand verwachtte. Begin jaren negentig begon de criminaliteit af te nemen, om vervolgens in een vrije val terecht te komen. Tegenwoordig is New York de veiligste grote stad in de VS. De verklaringen lieten niet lang op zich wachten. Het was de economische groei. Het was de ontmanteling van de bijstand door Bill Clinton. Het was ’t no-nonsense-beleid van Rudolph Giuliani, de toenmalige burgemeester van New York. Het waren de strenge gevangenisstraffen, de dreiging van de doodstraf, meer blauw op straat, het aan banden gelegde wapenbezit.

Levitt twijfelde instinctief aan die cocktail van mogelijke oorzaken. Zulke factoren zullen misschien een bijrol hebben gespeeld, maar ze verklaarden de plotselinge daling niet. Levitt had het gevoel dat er een ander element in het spel was, en hij had gelijk, zo bleek na zorgvuldige analyse van een enorme hoeveelheid cijfers.

Levitt legt uit: toen abortus mocht, werd de procedure meteen goedkoper door marktwerking. Vrouwen uit de middenklasse konden altijd al een (illegale) abortus betalen. Maar juist arme moeders, vaak tieners die geen kind wilden of konden opvoeden, profiteerden van de nieuwe wet en lieten in groten getale ongewenste zwangerschappen afbreken.

Een kind dat in armoede opgroeit en door één ouder wordt opgevoed, loopt een veel grotere kans om tot crimineel gedrag over te gaan. De legalisering van abortus leidde tot minder kinderen in die groep, en dus moest het misdaadcijfer 20 tot 25 jaar later wel afnemen, want mannen van begin twintig uit kansarme milieus plegen veruit de meeste misdaden. ‘Gelegaliseerde abortus leidde tot minder ongewenstheid’, schrijven Levitt en Dubner. ‘Ongewenstheid leidt tot hoge criminaliteit. Gelegaliseerde abortus leidt dus tot minder criminaliteit.’

Hun stelling zou niet door iedereen met groot gejuich worden begroet in het land waar abortus tot de felst bevochten politieke kwesties behoort. Levitt had al in 2002 over de koppeling tussen abortus en criminaliteit gepubliceerd, maar pas met de publicatie van Freakonomics kwam de studie in het nieuws. Conservatieven raakten in een verhitte staat van verwarring. Zeker, ze zijn vóór minder criminaliteit. Maar ze zijn tégen abortus. Hoe kan iets waar je zo tegen bent, zulke positieve gevolgen hebben? Levitt moest het verkeerd hebben, of door de Democraten zijn ingehuurd.

Maar de econoom sprak geen moreel oordeel uit. Hij stelde alleen dat er een onweerlegbaar, causaal verband bestaat. Uit het boek blijkt dat Levitt en Dubner niet politiek of ideologisch te plaatsen zijn. Hun onderzoeken en conclusies zijn empirisch, origineel, vaak politiek incorrect en bovenal belangrijk. Maar Levitt houdt zich verre van ethiek: ‘Moraliteit weerspiegelt de manier waarop mensen zouden wensen dat de wereld werkt, terwijl economie weerspiegelt hoe de wereld werkt.’

Dat niet iedereen Levitts werk kent, bleek vorige week. Een lid van het Nobel-comité wil Giuliani voordragen voor de Nobelprijs voor de vrede. Los van de vraag waarom –Giuliani bestuurde New York vakkundig, maar met de wereldvrede had hij weinig van doen– maakt Levitt duidelijk dat de toenemende leefbaarheid in New York slechts voor een klein deel aan Giuliani te danken is. Als het doel is de vermindering van de misdaadcijfers te belonen, kan de Nobelprijs beter naar Norma McCorvey, de vrouw die een rechtszaak aanspande omdat ze een abortus wilde kunnen laten plegen. Haar proces leidde tot Roe versus Wade in 1973, het arrest waarmee het Hooggerechtshof abortus legaliseerde. (Overigens is zij anno nu een anti-abortusactiviste, dus de kans dat zij een Nobelprijs in Oslo komt ophalen, lijkt klein.)

Zoals alle hedendaagse economen is Levitt schatplichtig aan John Kenneth Galbraith, de oude meester die Franklin Roosevelt en John Kennedy adviseerde, en een stapel standaardwerken voortbracht. De auteur van Freakonomics is werkelijk een volgeling, omdat hij voortdurend tegen de conventional wisdom ingaat. Galbraith muntte deze term lang geleden, en omschreef de taak van de ware (economisch) wetenschapper als het pareren van die algemeen aanvaarde wijsheid. Levitt leeft en denkt naar Galbraiths regel dat iets nog niet waar is omdat iedereen dénkt dat het waar is.

De rol van geld in de politiek is zo’n typisch geval. Als er maar vaak genoeg is geroepen dat dollars verkiezingen winnen, accepteert elke journalist en burger dit als de – schandalige!– waarheid. Levitt bekeek een Mount Everest van cijfermateriaal, en opnieuw heeft de werkelijkheid een verrassing in petto: ‘Het bedrag dat kandidaten uitgeven, maakt vrijwel niets uit.’ Een winnende kandidaat kan zijn uitgaven halveren en dan nog slechts 1procent van de stemmen verliezen, terwijl de verliezer zijn miljoenen kan verdubbelen om hooguit 1procent winst te boeken.

Maar het is toch waar dat het in de politiek om gigantische bedragen gaat? Dat hangt van het perspectief af. Een totaalbedrag van één miljard dollar campagnegeld in een verkiezingsjaar klinkt als veel. Maar is het dat ook als je in aanmerking neemt dat de Amerikanen jaarlijks evenveel geld uitgeven aan kauwgum?

Jaren geleden probeerde een docent economie van de School voor Journalistiek in Utrecht uit te leggen dat zijn vak léuk was. Ongetwijfeld trachten leraren op tal van onderwijsinstellingen in de hele wereld dat nog steeds. De docent in Utrecht was uitmuntend, maar het ontbrak hem aan materiaal om zijn stelling kracht bij te zetten. Als hij Freakonomics bij de hand had gehad, was het voor hem een peulenschil geweest. Wie dit boek over ‘de raadsels van het alledaagse leven’ heeft gelezen, moet wel concluderen: economie is belangrijk, interessant en erg leuk.

The New York Times heeft zijn lezers dan ook een groot plezier gedaan met een nieuwe column in het zondagse magazine: Freakonomics, geschreven door Levitt en Dubner. Het duo is nog steeds op zoek naar de gekste trends en waarheden, bleek uit het onderwerp van afgelopen zondag: apen die het concept van geld begrijpen – om meteen te snappen dat je ook kunt betalen voor seks. Zoals gezegd: de wereld is intrigerender dan we denken.

Steven D.Levitt en Stephen J.Dubner: Freakonomics – A Rogue Economist Explores the Hidden Side of Everything. HarperCollins, import Nilsson & Lamm. 256 pagina’s; ¿ 31,95. ISBN 0 06073 132 X

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.