Aanstelleritis in een benauwde pijpenla

Eric de Vroedt koos A Streetcar Named Desire van Tennessee Williams als eerste voorstelling die hij maakt voor TA-2 – een project waarin Toneelgroep Amsterdam en Toneelschuur Haarlem kansen bieden aan nieuw regietalent....

Waar Van Hove het stuk compleet opengooide en zorgde voor een groots, weids perspectief, doet De Vroedt nu het tegenovergestelde. Hij plaatst het familiedrama in een stoffig, benauwd tweekamerappartement in de Amsterdamse Pijp. De keuze voor deze hevige actualisering van A Streetcar, een statement bijna, pakt wankelmoedig uit.

In het originele stuk keert Blanche Dubois in het Amerika van de jaren veertig noodgedwongen terug naar het huis van haar zuster Stella, dat zij bewoont met haar Poolse echtgenoot Stanley. Blanche behoort tot de upperclass, maar heeft het familiekapitaal er doorheen gejaagd, en is na een tragisch huwelijk ook seksueel op drift geraakt. Stella heeft gekozen voor een gekooid, armoedig leven, maar is daar op haar manier gelukkig mee. Als die twee werelden bij elkaar komen, is het oorlog, vooral tussen de verlichte, maar behoorlijk getroebleerde Blanche, en de rauwe Stanley.

Bij De Vroedt is Stanley een Marokkaanse Nederlander die stoer in zijn glimmende trainingspak rondloopt. De in- en uitlopende buren vormen een mengeling van meisjes met hoofddoek en ordinaire white trash. In dit uiterst realistisch vormgegeven appartement ligt het maandverband naast de plee, staat de stofzuiger paraat, is het afdruiprekje gevuld. Een volgestouwde miniwereld waarin de bewoners elkaar naar het leven staan. Het publiek zit aan weerskanten van deze doorkijk-pijpenla, en gluurt die bekrompen wereld in.

A Streetcar is voor De Vroedt overduidelijk niet dat melodrama om in weg te zinken, maar hard, eigentijds theater. Daarin gaat hij zo overdreven ver, dat alles tenslotte afstotelijk wordt. De spelers verliezen zich voortdurend in heftige ruzies en fysiek geweld en lijden in hoge mate aan aanstelleritis; dan weer zitten ze uitgeblust rondom een verjaardagstaart met brandende kaarsjes. Juist op die momenten van bezinning, wanneer ze even niet gek doen en geen rare stemmetjes opzetten, krijgt de voorstelling diepte. Had De Vroedt maar wat meer rust genomen, was hij maar wat minder op gedoe en gekkigheid uit geweest.

Zo zit je drieënhalf uur lang naar een voorstelling te kijken met een opeenstapeling van gevoelens en emoties. Van pure afkeer (‘kom op zeg, doe eens normaal!’) tot bewondering voor het spel van Tamar van den Dop als Blanche Dubois, die in deze rol alle facetten van haar talent laat zien. Speelde Van den Dop tot nu toe vooral aardige, keurige (en mooie) meisjes, hier is ze een loeder, een aanstelster, een gekkin – even deerniswekkend als verloren. Deze Blanche is een gevallen engel die op aarde is neergedaald en de pech heeft in het afvoerputje terecht te zijn gekomen. Ook erg mooi is Janni Goslinga als zus Stella: een krachtige, nuchtere tante die zich af en toe terecht laat gaan.

Daartegenover zijn de mannen niets anders dan zielige, pathetische etterbakken – leeg, nihilistisch, gevaarlijk. Mohammed Azaay speelt Stanley zo naargeestig (inclusief huiselijk geweld en verkrachting) dat elk gevoel van mededogen verdwijnt. Het komt nooit meer goed met deze barbaren. Op het eind maakt alleen de parkiet nog wat opgewekte geluidjes. Maar wel in een kooi.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden