Aangeraakt door iets sinisters

De Schotse schrijver en dichter John Burnside (1955) werkte lange tijd als computerprogrammeur en leeft pas sinds 1996 van de pen....

Er zijn plaatsjes waar je alleen maar van hoort als er iets gruwelijks gebeurt. Dan ineens staan ze, ogenschijnlijk uit een diepe slaap ontwaakt, volop in een alles openbarend licht, merkwaardig genoeg alsof ze altijd al gedoemd waren.

Een dergelijk oord is het fictionele Coldhaven in de jongste roman van de Schotse auteur John Burnside: Het voetspoor van de duivel. Het dorp is gesitueerd ergens aan de uiterste oostkust van Schotland, ongeveer daar waar Burnside (1955) zelf is opgegroeid, het gebied van Fife, ooit een van de koninkrijken van de Pictische heersers. Magisch, mythisch landschap, decor voor innerlijke landschappen die even onherbergzaam zijn.

Het voetspoor van de duivel begint, fraai gestileerd, met een oude vertelling: lang geleden werden de mensen van Coldhaven wakker en ontdekten niet alleen dat er in de nacht een grote hoeveelheid sneeuw was gevallen, maar ook dat er dwars door het dorp een zwart spoor in de sneeuw te zien was. Omdat niemand de zwarte afdrukken kon verklaren, oordeelden de mensen dat dit het spoor van de duivel moest zijn.

Dat verhaal tekent de gebeurtenissen die zich vervolgens in de roman voltrekken. Zegen rust er niet op dit dorp; alles wat zich tussen de mensen afspeelt lijkt te zijn aangeraakt door iets sinisters. Nauwelijks bedwongen gewelddadigheid beheerst de menselijke verhoudingen. Die varieert van een nog milde kilheid, roddel en spot, tot kleine kwellingen en mishandelingen, en mondt uit in gebeurtenissen die zo’n plaatsje plotseling op de kaart zetten: moord en doodslag.

Burnside heeft een bijzonder talent om dit gegeven atmosferisch te maken, wat ook uitstekend tot zijn recht komt in de vertaling van Jan Fastenau. Het is alsof de lezer alles door een waas waarneemt. Het kunstige waas van de taal maakt dat de lezer zich niet afgestoten voelt, eerder geïntrigeerd raakt en probeert te doorgronden hoe noodlottig de gebeurtenissen eigenlijk zijn.

Hoe betrouwbaar is het perspectief van de ik-figuur? Hoezeer wordt zijn waarneming bepaald door zijn persoonlijke (liefdeloze) geschiedenis? Staan de inwoners van dit dorp en is de ik-figuur inderdaad willoos tegenover wat zich voltrekt, en zijn zij daarmee ook in zekere mate schuldeloos?

In een sterke compositie weeft Burnside verschillende perioden uit het leven van de ik-figuur dooreen. De grondtoon is donker: zijn jeugd is eenzaam, zijn huwelijk vreugdeloos (door de eigen lusteloosheid), de periode daarna raakt hij vervreemd van alles. In elke fase gedraagt hij zich even inert en besluiteloos als het landschap, alsof hij niet zelf vorm aan zijn leven kan geven.

De opmerkelijkste karakters zijn twee oudere vrouwen, die zijn stuurloze persoonlijkheid enige richting geven. In zijn jeugd is het de eenzame mevrouw Collings die zich over hem ontfermt als hij bijna dagelijks gekweld en mishandeld wordt door een oudere jongen.

Over haar doen vreemde verhalen de ronde – zij zou schuldig zijn aan de dood van haar overspelige man –, maar zij bakt wel heerlijke cakes voor hem. Zij leert hem te denken als de samoerai, rustig af te wachten om op een onbewaakt moment toe te slaan. Niemand, behalve zij wellicht, weet vervolgens dat hij schuldig is aan de dood van zijn kwelgeest.

Na zijn scheiding is het de werkster die hem met haar roddels over het dorp in leven houdt en hem mogelijk zelfs doet ontwaken. Het is dan dat hij zich ten volle bewust wordt van zijn schuld.

Die bewustwording verandert niet veel, hooguit zijn blik op het landschap dat ineens minder beladen lijkt. Hij neemt hetzelfde licht waar als voorheen, dezelfde lucht waarin de vogels vliegen, en toch lijkt alles bevrijd. Alsof de erkenning van de eigen rol in het verhaal alles lichter maakt. Dat is een mooi gegeven dat Burnside met groot dichterlijk vermogen uitwerkt.

Burnside (1955) begon relatief laat te schrijven, op zijn 33ste. Hij is echter buitengewoon productief. Intussen publiceerde hij negen bundels poëzie, waarmee hij ettelijke belangrijke prijzen won, en zes prozawerken. Grote bekendheid kreeg hij met zijn memoires A Lie About My Father (2006), waarin hij afrekent met zijn gewelddadige vader, maar ook met zijn afhankelijkheid van het verleden. Om werkelijk iets te betekenen, om werkelijk iets tot stand te brengen kun je je niet blijven beroepen op het zwart dat je ooit heeft getekend.Henk Pröpper

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden