Aangenaam afzijdig tussen kunsten en wetenschappen

Met haar onmodieus peinzende toon had ze een uitzonderlijke plek in de Vlaamse en Nederlandse letteren...

In de roman Littekens vindt de studente medicijnen Eva de omgang met een lijk in de snijzaal gemakkelijker dan die met levende mensen daarbuiten. In de bundel Wereldvreemdheid staat zowel een essay over het bezoek aan een pretpark (dat als ‘een oefening in het sterven’ wordt ondergaan), als een meditatie over de verschillende wijzen waarop de dood wordt bejegend in de Oosterse en de Westerse wijsbegeerte. In haar eerste essaybundel, Een verlangen naar ontroostbaarheid, komt de dood in een op de drie beschouwingen voor – de ondertitel van dat boek luidt: ‘Over leven, kunst en dood’.

Er is, met andere woorden, geen thema dat in het literair-filosofische oeuvre van Patricia de Martelaere (1957-2009) zo dikwijls en stelselmatig aan de orde wordt gesteld als dat van de dood.

Afgelopen woensdag stierf zijzelf, een maand voor haar 52ste verjaardag. Dit weekeinde lieten haar naasten weten dat een ongeneeslijke hersentumor haar had geveld. Haar dood is een serieus verlies voor zowel de Vlaamse als de Nederlandse letteren. De Martelaere had daarin een uitzonderlijke plek, met haar onmodieus peinzende toon als romanschrijfster, zoals in De schilder en zijn model, en met haar essays, die het aangename schemergebied tussen kunsten en wetenschappen exploreerden.

Ook was haar afkeer van de publicitaire fratsen waarmee de schrijverij tegenwoordig gepaard gaat opmerkelijk. Toen Littekens werd genomineerd voor de AKO-prijs, was, tijdens de daarmee gepaard gaande televisie-uitzending, de stuursheid van haar gezicht te lezen.

Patricia de Martelaere, die in 1957 in het Oost-Vlaamse Zottegem werd geboren, studeerde wijsbegeerte aan de Katholieke Universiteit in Leuven. Daar promoveerde zij op een studie naar het scepticisme van de 18de-eeuwse Schotse Verlichtingsfilosoof David Hume, daar werd zij mettertijd hoogleraar filosofie. Ook was zij verbonden aan de universiteit van Brussel.

In dat filosofische werk ging haar belangstelling aanvankelijk uit naar de analytische filosofie en de taalfilosofie (met name naar Ludwig Wittgenstein), waarna ze, via haar aandacht voor Schopenhauer en Nietzsche, allengs meer interesse kreeg voor de Oosterse wijsbegeerte. Haar laatst verschenen boek is een synopsis van en commentaar op het taoïsme; om daar vat op te krijgen, had ze zelfs enig Chinees geleerd. Het interessante daaraan is, dat ze de gangbare, gemakzuchtige tweedeling van Westerse wijsbegeerte, als academische discipline, versus Oosterse wijsheid, als bedwelmende diepzinnigheid van schamel geklede mannen, niet eerbiedigde. In het essay ‘Meer licht’, in de bundel Wereldvreemdheid, had ze de vergelijking van de Verlichting met een staat van verlichtheid al eens op de spits gedreven. Literatuur en filosofie waren wat haar betreft twee verwante uitdrukkingsmiddelen om de tragiek van het bestaan onder ogen te zien.

Het zit in haar romans, het zit in haar essays: haar kritiek op de moderne cultuur is telkens ook een oefening in onthechting, de stap van verbazing naar scepsis is voor De Martelaere maar een kleine. Daaraan ligt een ontvankelijkheid voor de stoïcijnse afkeer van zelfbeklag ten grondslag, die in haar persoonlijk leven dramatisch op de proef was gesteld (haar eerste man verdween spoorloos tijdens een overtocht met een veerboot).

Toen de Vlaamse literatuurhistoricus Hugo Brems die nader beproefde, door haar werk enkele jaren geleden in zijn geschiedschrijving van de moderne Nederlandse letterkunde te negeren, werd dat haar te machtig – en zocht zij de publiciteit. Brems had de smakeloze motieven van de gekwetste minnaar aangewend bij zijn historiografische selectie. De Martelaere kwam op voor haar werk.

Dat werk werd vooral door geletterden hogelijk gewaardeerd (zij kreeg er verschillende prijzen voor), maar hield tegelijkertijd iets afzijdigs. Aan haar heeft dat niet gelegen, wel aan haar ongevoeligheid voor modes en voor wat bon ton is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden