Aan mijn voormalige vaderland

Onbuigzaam gehecht aan de hoogste norm

Werkelijk belangrijke dingen kunnen op eenvoudige wijze worden beschreven. Dat houdt nog niet in dat die dingen eenvoudig zijn, maar wel dat degene die erover schrijft met een koele blik en een trefzekere stijl ook de niet-ingewijde lezer naar het onderwerp van zijn beschouwing trekt.

Van dat werk heeft hij genoten, Michaël Zeeman, de criticus en columnist die tussen 1991 en 2009, toen hij op 27 juli stierf in Rotterdam op 50-jarige leeftijd aan de gevolgen van een hersentumor, zoveel belangwekkende bijdragen heeft geleverd aan de opinie-, kunst- en boekenpagina's van de Volkskrant: lezen, schrijven, hardop denken, en de resultaten daarvan over een ontelbaar aantal soepel dansende alinea's draperen.

Waar hij zelf niet aan toe kwam, een tussenbalans opmaken in de vorm van een essaybundel, dat hebben drie van zijn vrienden nu voor hem gedaan met de uiteraard niet kinderachtige bloemlezing Aan mijn voormalige vaderland, en het is treurig dat een zo feestelijke prozacollectie postuum verschijnt, en derhalve een eindbalans moet heten.

Als moderator op literaire avonden kon de globetrottende domineeszoon uit Marken - die in het voorjaar van 2009 voorbereidingen trof om zijn standplaats Rome te verruilen voor Berlijn, die net in Jeruzalem was geweest om met Amos Oz te spreken en halverwege mei in Wenen vertoefde toen hij werd geveld omdat de ziekte zich openbaarde die hem fataal zou worden - zijn gehoor meeslepen maar soms ook afschrikken door zich met enige bombast als allesweter te profileren.

De ruis is echter nagenoeg afwezig in deze verzameling hartversterkende pleidooien voor schrijvers, filosofen en beeldend kunstenaars voor wie hij warm liep - ook meestal eerder dan zijn vaderlandse collega's, en die gedachte vuurde hem andermaal aan. Zeeman was in geschrifte een hardloper, en wie graag als eerste over de streep komt kijkt ongaarne achterom - ach, zo'n bundeling, dat kon altijd nog, hij was er nog lange niet aan toe om die duizenden artikelen van eigen hand te gaan schiften en eventueel bijschaven.

Hij was bezig, een jaar voordat Het museum van de onschuld van zijn 'goede vriend' Orhan Pamuk in het Nederlands verscheen, om in schrikbarend tempo Turks te leren, opdat hij de roman kon bespreken voordat andere Hollandse critici er een letter van hadden kunnen lezen. De stukgelezen cursus Turks bevond zich in Zeemans intimiderend omvangrijke nalatenschap.

Terug naar de tekst. Niks plak, knip, zap, maar álles grondig lezen en daarvan verslag doen. De berg literatuur over Virginia Woolf, die door allerhande bewegingen is geannexeerd, verdonkeremaant 'waar het de hele tijd om begonnen is, namelijk dat Virginia Woolf interessant is, omdat ze de schrijfster is van een reeks buitengewoon mooie en literair-historisch ook nog belangrijke romans, verhalen en essays.' Gogols toneelstuk De Revisor 'is mooi omdat het mooi geschreven is'.

Je blijft gretig lezen in de brieven van Elizabeth Bishop omdat ze 'zulke buitengewoon goede brieven schrijft; het komt eerder door de vorm en de stijl van die brieven dan door de verleiding kennis te nemen van particulariteiten'. De cultuurhistoricus Mario Praz beschreef zijn eigen huis en inrichting in Huis van het leven, en het is de beschrijving die zijn inventaris 'een staat van onvergankelijkheid verleent'.

Zoals ook Casanova's faam als vrouwenliefhebber in zoverre moet worden gecorrigeerd, dat de lectuur van diens memoires uitwijst dat 'zijn liefde voor wat hij ziet pas goed tot zijn recht komt als hij beschrijven gaat - en het beschrijven wordt schrijven, wordt bezingen. De verbeelding gaat aan de haal met het minimaal zichtbare'.

Goed lezen, je niet laten afschrikken door reputaties, en je bevindingen precies en met Schwung presenteren: de hartstocht en onverschrokkenheid waarmee Zeeman deze leerstellingen uitdroeg, zullen zelfs de sceptici die een beschaafd stukje zeebanket bliefden maar

terugdeinsden voor de verbale overmacht waarmee de onontkoombare Volkskrant-scribent een hele teil kennis over hen uit kon storten, alsnog overstag doen gaan. Nergens in Aan mijn voormalige vaderland is Zeeman ondoorgrondelijk, opvallend is zijn eenvoud als hij de kern van zijn fascinaties raakt.


Vanzelfsprekend is een verzameling die Zeemans voorkeuren blootlegt ook een verkapt zelfportret. Dat is des te scherper vast te stellen nu zijn artikelen behoedzaam achter elkaar zijn gelegd. Keer op keer veert hij op als hij kunst of een kunstenaar heeft gevonden die zich niet bij de middelmaat neerlegt. Naar aanleiding van een boek over muziek in Theresienstadt 1941-1945: 'De woorden 'onverstoorbaar' en 'vasthoudend' zijn aan een nieuwe lexicografische definitie toe'. Zelfs de muziekkritiek werd in het Durchgangslager in alle ernst bedreven. De citaten die Zeeman daarvan leest, 'getuigen van een onbuigzame gehechtheid aan de hoogste norm.'

Over Bruno Schulz: 'Het is zijn compromisloosheid die respect afdwingt.'

Over de onstuitbare verhalenschrijver De Maupassant: 'De kracht van zijn schrijverij zit in die onmatigheid, in zijn onlesbare levenslust - daarom is die veelheid ook terecht', zoals hij voor Bellow de hoed afneemt vanwege diens 'genadeloosheid en compromisloosheid, zijn volstrekte overgave aan de literatuur. Dat heeft een spoor van verwoestingen achtergelaten in zijn leven - maar ook een spoor van vriendschappen.' Hoe zoiets gaat, wist Zeeman ('Veelkopers en veellezers zijn boeiende mensen') uit eigen ondervinding.

Rusteloos, grillig als zijn temperament zulks dicteerde, onmatig, maar thuis een heerser achter het toetsenbord als achter een orgel, wanneer hij zich kon uitleven ; de lezer soms ook uitdagend met onverwachte woorden als 'eikelen', 'leip' en 'maf'. Literatuurkritiek die alleen formalistisch is, de criticus die zichzelf uitschakelt en zogenaamd alleen de tekst honoreert, 'is als een louter instrumentele opvatting van de seksualiteit- slechts het orgasme telt, de liefde en de tederheid dienen buiten beschouwing te worden gelaten (...).'

Hij was ook een criticus die wist dat je de lezer kunt grijpen met een klinkende opening: 'Voor wie een keer gezien heeft hoe Mondriaan in 1912 een grijze boom aan flarden schilderde, zal een bezoek aan het museum nooit meer worden wat het daarvoor was'. Prachtige stukken ook over De Chirico en over de introverte doeken van Hammershøi, die 'de deuren open zet en het licht naar binnen laat stromen, al is het dan ook maar voor even'.

Zoveel tastbare rijkdom maakt het gemis nog schrijnender. Midden in een enthousiasmerend stuk over Saul Bellow, die op verschillende manieren tot op hoge leeftijd productief bleef (op zijn 84ste werd hij nog eens vader), noteerde Zeeman op 8 december 2000, zelf toen 42 jaar, de levenlustige zin die bij herlezing in september 2010 als een dreun aankomt: 'Herzog: ik las het toen ik twintig was, ik herlas het toen ik veertig werd en ik neem mij voor het op mijn zestigste, tachtigste en honderdste nog eens te lezen. Daarna zien we wel verder.'

Morgen zou Michaël Zeeman tweeënvijftig jaar zijn geworden.


Michaël Zeeman: Aan mijn voormalige vaderland - De beste essays en kritieken. Samengesteld door Maarten Asscher, Maarten Doorman en Willem Otterspeer. De Bezige Bij; 712 pagina's; € 34,90. ISBN 978 90 234 5425 0.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden