AchtergrondRolling Stones en mode

Aan het uiterlijk van de Rolling Stones valt niets te ontwerpen

De tentoonstelling Unzipped in het Groninger Museum laat zien hoe de rockband al vroeg een leger ontwerpers en kunstenaars achter zich aan kreeg.

Mick Jagger in een gestreepte legging, 1982.Beeld Mondadori via Getty Images

 Het is misschien wel het grootste wonder van de Rolling Stones. De band had twee decennia lang nauwelijks nieuwe muziek nodig om relevant en zelfs opwindend te blijven. Mooi hoor, dat coveralbum Blue & Lonesome uit 2016, een eerste plaat na elf jaar stilte. Maar eigenlijk deed die er niet meer toe. De Stones lijken hun muziek min of meer te zijn ontstegen, eerder een cultuurfenomeen te zijn dan een urgent werk producerend gezelschap.

Hoe ongedateerd de Stones met vooral hun oude repertoire nog kunnen zijn, constateer je als je in de Amsterdamse Johan Cruijff Arena toch weer wordt weggespeeld door Gimme Shelter en Brown Sugar, bij een laatste Nederlandse show in 2017. De Stones-clichés tekenen zich voor je ogen af: een kronkelende Mick, een kwaadaardig gitaarbreiende Keith. Plus de onverstoorbare maar gemeen groovende ritmetikker Charlie en het eeuwige pretpunkkapsel van Ronnie. Ja, het is goud van oud maar het blijft goed en lijkt nog steeds belangrijk.

Keith Richards in bloemetjeshemd, 1998.Beeld Getty Images

Zoiets merk je ook als je één op één met Keith Richards in een Parijse hotelkamer belandt voor een interview. Op een meter afstand zie je pas echt hoezeer Richards zichzelf is, verpakt in de karikatuur die hij in de loop der jaren van zichzelf heeft gemaakt. De verpersoonlijking van de coolness - zeker, weer een cliché. Maar dat zit dan ineens tegenover je, te bewijzen dat het klopt.

Want haast nog onverwoestbaarder dan de band zelf is zes decennia lang de beeldvorming geweest. Je zou kunnen stellen dat zelfs het imago van de Stones een imago heeft gekregen, en het Groninger Museum biedt straks met de tentoonstelling Unzipped de kans om zelf eens te wandelen langs dat proces van voortschrijdende mythologisering, waaraan we zelf in de alinea’s hierboven natuurlijk ook weer meedoen. Hoe kan dat imago van dat bandje uit Londen eigenlijk zo ongenaakbaar zijn geworden, en jaloersmakend slijtagevrij?

Charlie Watts in een van zin geliefde pakken, 2005.Beeld Getty Images

Het ligt voor de hand te denken dat de Stones die tijdloze beeldengalerij vooral hebben te danken aan de kunstenaars, modeontwerpers en cineasten die eraan hebben bijgedragen. Ze komen in Groningen ook stuk voor stuk langs. Van de onvermijdelijke Andy Warhol, bedenker van bijvoorbeeld de onvergetelijke albumhoes van Sticky Fingers (met het ritsje), tot Martin Scorsese (de muziekfilm Shine a Light), uiteraard de ontwerper van het tonglogo John Pasche en een hele rij couturiers van Jean-Paul Gaultier tot Alexander McQueen, Anna Sui en John Varvatos.

Maar eigenlijk, zo is ook te lezen in de rijke catalogus die is uitgegeven bij Unzipped, volgden al die mannetjesmakers vooral de bandleden zelf. De Stones, zeggen bijvoorbeeld de modeontwerpers Anna Sui en Tommy Hilfiger, lieten zich niet ontwerpen. Ze ontwierpen zichzelf. De ingehuurde kunstenaars en vormgevers mochten het plaatje compleet maken.

Ron Wood met zijn pretpunkcoiffure, 2003.Beeld WireImage

Bij hun eerste optredens in de jaren zestig zag de wereld al dat er dus toch bands bestonden die zich niet in een apenpak lieten hijsen, bijvoorbeeld voor de Amerikaanse Ed Sullivan Show in 1964; vijf individuen, ieder met een eigen stijl. De een (Charlie Watts) nog braaf met een stropdas, de ander (Keith Richards) beslist niet. En Mick Jagger in een extreem soepel vallend wollen truitje. Of in de woorden van de Amerikaanse ontwerper Anna Sui, die destijds aan de tv zat vastgelijmd: ‘Eindelijk een band die niet optrad in nep-outfits maar in echte kleren.’

Bij hun tochten over de wereld stroopten Brian Jones, Mick Jagger en Keith Richards kledingzaken en markten af. Ze maten zich een oma-look aan, met kleding uit de Londense boetiek Granny Takes a Trip. Ze reisden af naar Marokko en elders  keerden terug als geitenhoeders, in van die dikke Afghaanse jassen. Bij de eerste rondjes Verenigde Staten was vooral Richards niet uit de cowboykledingzaken te slaan. Hij ging voor het betere borduurwerk, en hoge cowboylaarzen. En werd langzaam maar zeker, tegen wil en dank, een mode-icoon met tot op de dag van vandaag navolgers. Juist omdat hij deed wat hij leuk vond - en wat nog niemand voor hem had gedaan. Terwijl Charlie Watts intussen de vreselijke flowerpower-kleding letterlijk van zich af had geworpen en was teruggevallen op zijn grote liefde: het strakke pak. Fraaie uitspraak van Keith Richards over zijn trouwe drummer: ‘Charlie Watts, die hele inloopkasten vol onberispelijke pakken had, ergerde zich te pletter omdat ik een mode-icoon werd door de kleren van moeder-de-vrouw te dragen.’

Volgens Anna Sui, die zelf tot haar genoegen werd gevraagd kleding voor de Stones te maken, waren de heren Rolling Stone als ze op straat liepen als een stel rondwandelende pauwen, verheven boven de straatmode laat staan de confectie. Mick Jagger dacht na over de beeltenis die hij van zichzelf wilde laten zien, welk silhouet hij op een groot podium wilde hebben en welke kleur. En juist omdát de Stones zulke mooie uithangborden werden voor mode en persoonlijke stijl, kregen ze een leger van kunstenaars en ontwerpers achter zich aan. 

Zijden hemd van Keith Richards, ontworpen door Joanie Char, 1997-1998.

Een mooi voorbeeld van het trendsettende karakter van de band: in de vroege jaren tachtig hulde Mick Jagger zich ineens in grote groene American football-shirts. Ook die stijl, net als de piratenlook-met-hoofdband van Richards, brandde zich in op het modenetvlies van de wereld. Pas na de opmerkelijke sportkledingswitch van Jagger volgde de mode: voor een Europese tournee in 1982 maakte ontwerper Antony Price voor Jagger felgekleurde, atletische sportpakjes waarin het slangenmens zich ook nog lekker kon bewegen. 

De tegengestelde karakters van de bandleden maakten het imago van de Stones zo standvastig en geloofwaardig. Zij boetseerden wel zorgvuldig aan hun eigen afbeelding, maar die was niet meer dan een uitvergroting van hun ware aard. Mick Jagger stelde voor de platenhoezen van de band teams van ontwerpers samen. Hij liep weg met Andy Warhol, waarmee hij ook graag gezien werd. Keith Richards zat liever in donkere bluesclubs, te jammen met Amerikaanse helden van de (volgens Richards) échte muziek, van Muddy Waters tot Chuck Berry. De hippe New Yorkse kunstenaars vond hij, getuige zijn prachtautobiografie Life uit 2010, ‘bijzonder vreemde mensen’. 

Uniformjas van Mick Jagger, ontwerp M&N Horne, c. 1965. Collection Rolling Stones Archive.

Authenticiteit laat zich niet ontwerpen. Zeggen in de Unzipped-catalogus Tommy Hilfiger en de modemaker John Varvatos, die kleding voor de band aanleverde. Varvatos: ‘Een dandy als drummer, een kameleon als zanger en een gitarist die de grootste rockster aller tijden is; ze vertelden allemaal een eigen verhaal.’ Hilfiger: ‘De Stones zeiden: krijg de klere, we gaan daar niet in mee, we gaan ons eigen ding doen.’

De Stones waren wie ze waren en wie ze altijd wilden zijn. Zij bouwden hun eigen imago vanuit de wetenschap dat eigenlijk toch niemand cooler was dan zijzelf. En alleen al die overtuiging zorgde ervoor dat het ook werkelijk zo was. En bleef.

Live at the Paradiso – nu ook op vinyl

De Stones-tentoonstelling Unzipped in Groningen valt samen met een heuglijk jubileum. In 1995, en dus 25 jaar geleden, speelden de Rolling Stones volop in Nederland voor hun Voodoo Lounge-tournee; in het Nijmeegse Goffertpark, op Pinkpop en in de Rotterdamse Kuip. Maar de band had in het geniep ook de Amsterdamse Paradiso afgehuurd, voor twee intieme en uitgeklede clubshows. Vooral Keith Richards wilde weer eens ‘lekker zweten’, op een klein podium, bij een scherpe, lekker rockende vertolking van de klassiekers.

De Paradiso werd compleet verbouwd voor de optredens en de popzaal plukt er nog altijd de vruchten van. Er werd een tweede balkonrij gebouwd want dat leek de Stones goed voor de sfeer en de filmopnamen. En achter wat nu de kelderbar is werd een privé-kleedkamer met badcel geïnstalleerd voor Mick Jagger, die niet met zijn bandmaten wilde douchen.

De grootste rockband van de wereld repeteerde een week in Amsterdam en speelde daarna twee avonden achtereen in de Paradiso. En schreef daarmee natuurlijk popgeschiedenis. De show werd al uitgebracht als documentaire op dvd en op cd, maar nu voor het eerst ook op fraai, oranjekleurig jubileumvinyl. Het geluid van de opnamen is krakend goed, en de razende uitvoering van het toepasselijke Rip This Joint scheurt inderdaad  Paradiso in reepjes. Een collectors item.

The Rolling Stones: Totally Stripped  Live at the Paradiso. Universal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden