REPORTAGE

Aan het lijf van Joris van Casteren geen Martiaanse polonaise

Schrijver Joris van Casteren reisde drie jaar de wereld rond om alles te weten te komen over de menselijke obsessie voor Mars. Het boek dat hij erover schreef leert ons opvallend veel over de hoogmoed van aardbewoners.

Joris van Casteren. Beeld Els Zweerink

Joris van Casteren zat in Hoeve W in Zeeuws-Vlaanderen en had zijn Astromaster 70, een instapmodelletje telescoop, bij de hand. De kalender wees maart aan, de maand genoemd naar Mars, en in zijn Mars-boek zat flink de vaart. Naarmate Mars zichtbaarder werd - de planeet was op weg naar de zogenoemde tweejaarlijkse oppositie, waarbij hij het dichtst bij de aarde staat - kwam het einde van het boek in zicht.

Daar in die treurige maar charmante boerderij in Sluis werkte hij al drie maanden aan de opvolger van literaire non-fictieparels als Het been in de IJssel en Lelystad. Hij had hier jagers gehoord, schietend in de nacht, en er was een dood vogeltje in zijn tuin gevonden. Zijn zoontje en dochter waren langs geweest, net als zijn vader en moeder en een drinkebroer. Het waaide er hard, het was pikkedonker.

Op de avond dat David Bowie was overleden, had een Sluise vrouw diens Life on Mars voor hem gedraaid.

Bedompte sterrenhemel

Zijn Mars-globe, in Amerika besteld, had hij in maart bij de hand. Wel hoogst irritant dat een vriendinnetje de meridiaan had gesloopt, omdat ze dacht dat het een plakbandje was dat ze eraf kon peuteren. De Astromaster tikte hij in Amstelveen op de kop, bij GanyMedes. Dat is de telescopenzaak van Dirk Jongkind, die in het pand eerst een snackbar had.

Toen-ie z'n exemplaar bij Dirk kocht, waarschuwde deze voor de bedompte sterrenhemel boven het land. Een planeetje, zoals Mars, dat zou nog wel lukken als het een beetje helder was, maar het echte werk kon hij vergeten. Schiphol en de glastuinbouwkassen hebben van Nederland een godvergeten lichtvlek gemaakt, mopperde Dirk. Drenthe, de Wadden, of Zeeuws-Vlaanderen, daar maakte je nog een kans.

Nou, dat kwam nu dus goed uit, dat pakte hij met zijn verblijf in Sluis mooi mee. De eerste keer dat-ie Mars zag - dat hij de planeet überhaupt zag en begreep hoe en waar hij moest kijken - was indrukwekkend. Gewoon, al grasduinend gelukt, op zijn eigen dakterras in Amsterdam, met de sterrengids op zijn schoot, om vijf uur 's ochtends in oktober 2015.

Joris van Casteren, Mensen op Mars. Uitgeverij Prometheus, 19,95 euro.

Waak over ons

Een roestbruine stip, dat was de Mars die hij waarnam, pak 'm beet 60 miljoen kilometer verderop. Daar is het dus om te doen, dacht hij, al die zinneprikkelende waanzin die al eeuwenlang op die arme planeet wordt losgelaten.

'Mars, waak over ons', riepen bijvoorbeeld de Grieken al.

In de 16de eeuw was de wiskundige Rheticus zo van slag door de onduidelijke manoeuvres van Mars dat hij meende dat er een kwade geest in hem huisde. Het Franse medium Hélène Smith (1861-1929) reisde op telepathische wijze naar Mars en wist te vertellen dat ze daar van vierkante borden aten.

En tik op Google 'Marsmannetjes' in en een batterij boosaardige, groene eenogige ontaarde zeikstralen dansen op het beeldscherm.

Joris van Casteren keek door zijn telescoop in Sluis, en deze Joris is niet religieus, maar hij ging toch echt voor gaas. Dat dode stuk rode steen dat steeds dichter bij zijn oogbol kwam, als een mythologisch wezen: zo goed had hij hem nog nooit gezien.

Stel je eens voor dat daar eigenlijk al leven is ontstaan? Om maar eens een existentialistische zijstraat te noemen. Die bal daar, Mars, die heeft geen idee wat hij heeft aangericht, of wat mensen allemaal in hem zien, of dat we als mensheid op het punt staan om erheen te trekken.

Indianen en marsmannetjes

Joris van Casteren (40) was nooit een science-fictionliefhebber. Maar na een bezoek aan het Mars Desert Research Station in Utah deed hij toch een poging.

Terwijl hij door een indiaan werd bediend in een wegrestaurant las hij sciencefiction van Edgar Rice Burroughs, wereldberoemd door zijn Tarzan-creatie. Zo veel racisme, in een randdebiele setting, waarbij Marsmannetjes als agressieve indianen werden afgeschilderd, dat Van Casteren zich doodschaamde met dat boek in zijn handen.

Overigens is naar Burroughs een krater op Mars genoemd.

Hoop

Echt, hij zag het als een teken dat hij door moest schrijven met dat Mars-boek. Joris, je bent er bijna, dit boek moet er komen, het geld is heel erg op, dus het moet allejezus goed zijn. Iedereen zit erop te wachten, je moet een versnelling harder.

Net als al die aardbewoners die de rode planeet vereenzelvigen met waanideeën, bijzondere krachten en angsten, was hij (licht)geraakt door een interstellair optimisme: hij had met dit onderwerp iets bijzonders te pakken. Mars bood 'm zogezegd hoop, aldaar in Sluis.

Joris van Casteren heeft dus een boek geschreven, Mensen op Mars, dat intergalactisch-literair zeker vijf sterren waard is. Hij laat op beeldende wijze zien dat wij, doldwaze aardbewoners, in heden en verleden van Mars een spiegel hebben gemaakt. Wat wij zien in Mars, is wat wij echt zijn.

Wie al lezend de afgelopen jaren met de auteur meereisde, ging van zijn poëziedebuut in 2001, talloze gebundelde tijdschriftreportages, naar een kijkdoos over zijn nieuwbouwverleden in Lelystad (2008), zijn dramatisch druggy gevoos met een borderliner in Het zusje van de bruid (2011) naar de zoektocht naar het ontbrekende lichaam van Het been in de IJssel (2013).

Beeld Els Zweerink

Werkelijkheid als jachtgebied

Literaire non-fictie moet je dan zeggen, als letterkundig stickerplakker. Beter: geweldige waargebeurde verhalen, want dat is wat het zijn.

Laat-ie het zo zeggen, in zijn keuken in zijn Amsterdamse appartement: hij is geïnteresseerd in de werkelijkheid als jachtgebied. Daarom was aanvankelijk dat hele Marsgedoe - en dan kom je al snel bij sciencefiction en space-achtige malligheid - niks voor hem. Veel te bedacht, armoedige menselijke verbeelding, te ver van het echte leven, dat Star Trek en Star Wars.

Maar de oerknal van dit boek was dus op 31 mei 2012, met een Engelstalig bericht dat vanuit een kantoortje op station Amersfoort wereldwijd werd uitgerold. Een organisatie genaamd Mars One wilde in het jaar 2.023 mensen op Mars krijgen. Bas Lansdorp en Arno Wielders, dertigers met een attitude, gingen 6 miljard euro ophalen, om ruimtevaartgeschiedenis te schrijven.

Wat een onzin, dacht Joris, en met hem astrolegenden als Wubbo Ockels en André Kuipers. Maar hoe kan het dan dat de directeur van innovatieorganisatie TNO het initiatief steunde, en met hem Gerard 't Hooft, Nobelprijswinnaar in de natuurkunde? Het zou natuurlijk wel mind-blowing zijn, als het zou gaan lukken; wat wist hij er eigenlijk van?

Beeld Els Zweerink

Goudader

Dat utopische vooruitgangsdenken waar deze Mars One-voormannen over spraken, was het eerste dat hem triggerde. Er zou op Mars een betere samenleving komen dan op aarde. Dat had hij eerder gehoord, inderdaad, dat leek heel erg op het sociaal-democratisch idealisme van de bedenkers van Lelystad, de nieuwbouwstad waar hij opgroeide en waarover hij had geschreven. Een nieuwe betere mens in nieuwe betere huizen - ja, ja, hij wist wel beter.

Nog mooier werd het toen hij op internet vele subculturen gerelateerd aan Mars aantrof, vooral in Amerika. Voorop liepen de idealisten onder leiding van Robert Zubrin en zijn Mars Society, die zich heeft voorgenomen om de planeet te koloniseren. Tegelijkertijd bleek in Rusland ook een levendige Mars-aberratie te bestaan. Het communistische wereldbeeld, dat daar had afgedaan, zou het ideaal zijn voor de nieuw te stichten gemeenschap op Mars.

Zoveel was duidelijk voor hem: de auteur was op een goudader gestuit. Idealisme, hoogmoed en de tragikomische avonturen met Nederlandse en buitenlandse kandidaten zetten nadien het hele Van Casteren-orkest aan het werk. Als astronomische reisgids was daar het standaardwerk van Arthur Koestler: The Sleepwalkers: A History of Man's Changing Vision of the Universe.

Hierin las hij over Johannes Kepler (1571-1630), die had aangetoond dat de baan om Mars niet helemaal rond was en dat het klassieke beeld dat de kosmos een perfecte orde was, voortaan bij het vuilnis kon. En omdat het geen sluitend geheel vormde, kon het ook zo zijn dat er geen God was, als de schepper die alles zo onberispelijk in elkaar had gezet.

De eerste vrouw of man op Mars zit nu ergens op school

Het is eerder zover dan u denkt. Sterrenkundeschrijver Govert Schilling over wanneer de eerste mens op de rode planeet landt. (+)

Geen Martiaanse polonaise

Nog een andere vraag die opborrelde: hoe komt het eigenlijk dat Mars zo'n slechte naam heeft? Dat Mars angstaanjagend werd afgebeeld en geassocieerd wordt met mislukte oogsten, oorlogen en natuurrampen? Mars had het niet makkelijk gehad, in de beeldvorming. Alleen de duivel was er slechter vanaf gekomen.

Eén ding wist Van Casteren zeker: aan zijn lijf geen Martiaanse polonaise. Er waren al genoeg idioten en lefgozers die naar Mars wilden. Hij is al claustrofobisch in een slaapzak, met last van heimwee, dus een enkeltje naar een onbewoonde planeet in een benauwde capsule was niks voor hem.

In de hooghartige Mars One-bedenkers had hij ook bar weinig vertrouwen. Dat hij aanzat bij Nederlandse kandidaten - die allemaal afvielen - vond de organisatie maar niets. Alsof het om een Scientology-sekte ging, werd alles afgeschermd. De ingehuurde Oostenrijkse keurmeester oogde meer als een gladgestreken porno-acteur dan als een deskundig portaal naar Mars. En hoe zat het met die benodigde 6 miljard? Die was er niet en zal er vermoedelijk ook nooit komen.

Enkele buitenlandse kandidaten die zich opgaven voor het enkeltje Mars raakten hun baan kwijt, minimaal twee huwelijken liepen op de klippen, vanwege het voorgenomen vertrek. En dan Mars One maar zeggen dat het allemaal goed komt, zegt Van Casteren. In plaats van de wereld te verbroederen, het uitgangspunt, heeft het project vooralsnog vooral veel verwoestingen aangericht in mensenlevens.

Ferdinand van Olmen

Inmiddels zijn er honderd gegadigden over en is het beoogde landingsjaar verplaatst naar 2027.

Maar dat de kolonisatie van Mars eraan zit te komen, dat weet Van Casteren zeker. De eerste mens die voet op Mars zet is nu al geboren, zo werd hem vertrouwelijk ingefluisterd door een Marsbeliever en het zou nog waar kunnen zijn ook. Elon Musk, de man achter Tesla, kon wel eens de grote aanjager van de Columbus van Mars worden. Want als er geld valt te verdienen, zal het precies hetzelfde gaan als op aarde; het geld wint, voorziet hij.

Het Mars One-project zal dan de Ferdinand van Olmen worden van deze tijd. De 15de-eeuwse Vlaming Van Olmen lag klaar met zijn boot om de westelijke route te pakken, richting Amerika - maar hij vertrok nooit. Elke episode in de geschiedenis, ook die van de ruimtevaart, heeft nou eenmaal z'n schlemiel nodig.

En Mars? Mars weet van niks. De planeet is op weg naar conjunctie. Mars heeft zijn tweejaarlijkse cyclus naar de zon ingezet, en neemt afstand van de Aarde.

Van Casteren hoeft de Astromaster 70 er maar bij te halen om te zien dat de roestbruine stip langzaam verdwijnt. Bij het afronden van zijn boek was-ie in volle glorie te zien. En nu Mensen op Mars er is, is de planeet als een hartslag die steeds zwakker wordt. Geheel toevallig allemaal, overigens.

Joris van Casteren, Mensen op Mars.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.