Aan het einde gaat de slechterik altijd dood

Reportage..

Van onze verslaggever Bor Beekman

Rotterdam Ze zijn niet moeilijk te herkennen, de twee filmers uit Angola, die hun nieuwste speelfilms tot hun grote verbazing geselecteerd zagen voor het International Film Festival Rotterdam. ‘Ik dacht eerst dat iemand een grap met me uithaalde’, zegt Francisco Cáfua (31), die de titel van zijn satirische gangsterfilm Balas e pistolas (Kogels en pistolen) op zijn felgroene T-shirt draagt. Reisgenoot en collega-regisseur Henrique Narciso ‘Dito’ (34) draagt een grote gele sjaal met Angola er op. Ook zijn film, A guerra do Ku-Duro (De Ku-Duro oorlog), zit vol geweld, maar ook met schokkerige dans en met Afrikaanse rapmuziek. ‘Ku-Duro is een dansstijl van de jongeren, en hun dansgroepen zijn in feite gangs. Als hun fans bijeenkomen voor danswedstrijden, vallen er vaak doden.’

Narciso maakt zich wel zorgen of al dat geweld niet wat te veel is voor de Nederlandse arthouse-liefhebbers. ‘Het is belangrijk dat ze ook weten dat ik met mijn films geweld veroordeel. De slechteriken gaan aan het einde altijd dood, of naar de cel.’

En in Cáfua’s film Is zijn niet enkel de gangsters schietgraag, maar ook de keurige kerkdames, en schoolmeisjes. ‘Er zit humor in al mijn films. Maar de boodschap is serieus: de oorlog in Angola is voorbij, maar nog altijd bepalen mensen met pistolen te vaak de regels.’

Ze noemen zich de voorhoede van de nieuwe generatie filmers in Angola, maar geven toe dat hun overheid daar heel anders over denkt. ‘We krijgen geen geld van ze’, zegt Cáfua. ‘Omdat we het échte Afrika laten zien. Ik heb ook ruzie met onze minister van cultuur, omdat ze alleen maar films steunt waar niemand naar kijkt, van oudere filmers. Voor ons is het heel bijzonder dat wij hier de Angolese cinema mogen vertegenwoordigen.’

Ook over de schaarse bioscopen in Angola zijn ze niet te spreken. ‘Zodra ze denken dat je succes hebt, gooien ze de huurprijs omhoog’, zegt Narciso. ‘Dan vragen ze 3.000 dollar om een zaal te huren, voor één avond.’

Het werk van de twee maakt deel uit van het Where is Africa-programma dat gisteravond in de Rotterdamse Schouwburg werd geopend en dat zo’n vijftig films telt – een festival binnen het Rotterdamse festival. ‘Ik betwijfel of ze precies begrijpen waarom we hun films vertonen’, zegt IFFR-programmeur Gertjan Zuilhof, over de twee regisseurs uit Angola.

En hij twijfelt ook of het festivalpubliek het zal begrijpen. ‘Het is heel primitief gemaakt, vrijwel zonder middelen, vanuit een soort hiphop-bravoure. Ik heb zelf in Angola een reeks van dit soort films gezien, en daarbinnen valt het werk van Cáfua en Narciso op, omdat het iets speelser is.’

Vooral Cáfua’s Balas e pistolas doet heel in de verte denken aan de veelbekroonde favela-film Cidade de Deus (2002), van Fernando Meirelles, die zijn film opnam in de achterbuurten van Rio de Janeiro. Behalve de Portugese taal delen de Angolezen ook de sloppenwijken en de kronkelige straatjes, die bewaakt worden door jongemannen met mitrailleurs. ‘Eerlijk gezegd ben ik meer beïnvloed door Hitman’, zegt de Angolese regisseur. Hitman, uit 2007, is een Amerikaanse filmversie van een computerspel over een kale huurmoordenaar.

Het zou mooi zijn als ze in Rotterdam ook meteen financiering voor een volgend filmproject vinden. Cáfua toont een A4’tje met de opzet voor een thriller. Narciso werkt aan een script over een relatie tussen een zwarte vrouw en een blanke man. Het loopt slecht af. De regisseur: ‘Aan het einde wordt de blanke gedood.’

CINEMA.NL/IFFR

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden