Theaterrecensie De meeuw

Aan de acteurs ligt het niet, maar in deze moderne bewerking van Tsjechovs De Meeuw ga je als toeschouwer niet mee (twee sterren)

Theaterrecensie - De Meeuw

De Meeuw, naar Anton Tsjechov. Foto Ben van Duin

In Tsjechovs toneelstuk De Meeuw  heet de ijdele schrijver Trigorin, in de bewerking van het Amsterdamse Bostheater heet hij Boris Brusselmans. Arkadina, de beroemde actrice die in De Meeuw het hoofdpersonage is, heet hier Dina. Regisseur Ingejan Ligthart Schenk en Erik Bindervoet maakten een moderne bewerking van De Meeuw en dat is altijd spannend. Hoever kun je gaan in het door de mangel halen van dit overbekende en vaak gespeelde stuk?

 Ver, zo hebben ze in het Amsterdamse Bos gedacht, waar deze grote zomerproductie samen met het Noord Nederlands Toneel is gemaakt. Om een paar voorbeelden te noemen: er wordt aan karaoke gedaan, een paar keer komt met veel bombarie een minitractor opgereden, Dina maakt voortdurend selfies, er wordt een jointje gerookt, we horen begrippen als ‘vetklep’, ‘loopse teef’ en ‘beste beffer’. 

Het is het bekende ritueel als een klassiek stuk naar deze tijd wordt gehaald – denk ook aan Hamlet op gympies. Het kan een geheel nieuwe visie op zo’n overbekend icoon opleveren, maar in dit geval is het resultaat nogal wankelmoedig. Aan de ene kant dus die bewerking en vooral het inkorten van de originele tekst, aan de andere kant toch ook de behoefte om met deze voorstelling iets diepers, iets wezenlijks te beweren. Namelijk dat de oude generatie te veel is blijven hangen in nostalgie en zelfverheerlijking, en de nieuwe te snel vooruit wil en struikelt. De Meeuw werd door Tsjechov weliswaar zelf een komedie genoemd, maar dan wel eentje met een bitter randje. Het eindigt niet voor niets met de zelfmoord van de jonge schrijver Kostja. 

De Meeuw gaat behalve over theater, schrijven en kunst, vooral ook over een generatieconflict. Actrice Dina is beroemd, haar zoon Kostja wil dat ook worden, maar dan als revolutionair schrijver. Nieuwe vormen – daar gaat het hem om, en daarvoor moet alles wat was, alles van vroeger, worden kapot gemaakt. Hij richt zijn pijlen behalve op zijn moeder op de beroemde schrijver Trigorin (hier dus Brusselmans geheten), die tevens de amant van zijn moeder is. Brusselmans is in dit geval een ijdele praalhans met een te dikke buik in een te fout pak. Los van zijn zelfgenoegzaamheid heeft Tsjechov van hem ook een charmeur, een vrouwenman gemaakt, en zo brengt hij het hoofd op hol van het jonge meisje Nina, dat ook al beroemd actrice wil worden.

Iwan Walhain speelt Brusselmans met veel aplomb en brallerigheid. Dat doet hij prima, maar het is en blijft volstrekt ongeloofwaardig dat hij de vrouwen – van oud tot jong – naar zijn hand zet. Als Dina in een vlaag van wanhoop zich aan zijn voeten werpt en hem smeekt haar te nemen, is dat bijna pathetisch, hoe goed Esther Scheldwacht de rol van befaamd en beklagenswaardig actrice ook speelt. Aan de acteurs ligt het dan ook niet dat je in wezen helemaal niet meegaat in deze vertoning. Sterker nog: de vanzelfsprekendheid waarmee hier drie zwarte acteurs de rollen van dokter, leraar en Kostja spelen, is bijna een statement. Jammer alleen dat de regisseur zijn acteurs af en toe behoorlijk uit de bocht laat vliegen met uitvergroot spel. Daarentegen heeft Esther Scheldwacht als Dina dus wel de perfecte mix van geëxalteerdheid en vertwijfeling te pakken. Erg grappig hoe zij een tikkeltje ordinair, als een Patty Brard-achtige celebrity, in haar fake-wereld vol voorbije glorie ronddoolt.

Het belangrijke derde bedrijf, waarin na een paar jaar de hele bende weer samenkomt en de balans van alle mislukkingen wordt opgemaakt, wordt er in het Amsterdamse Bos doorheen gejast. Alsof er nog even snel moest worden toegewerkt naar dat finale schot door de kop. Doodzonde. Temeer daar het weidse beeld in dit prachtige openluchttheater alle ruimte biedt voor contemplatie. Wat vormgeving betreft wordt fraai gewerkt met de illusie van het meer op de achtergrond. Daarachter bevindt zich de echte wereld, met al zijn geheimen, zijn beloften en onzekerheden. Daarvan hadden we wel wat meer willen zien.

Sinds vorig jaar is ook Stadsschouwburg Amsterdam (ofwel ITA) bij het Amsterdamse Bostheater betrokken. Om het toneelpubliek ook zomers van theater te voorzien wordt de komende jaren samengewerkt met een aantal van de grote theatergezelschappen in Nederland. Zo was het vorig jaar de beurt aan Orkater om een buitenvoorstelling te maken. Dat werd Julius Caesar van Shakespeare. Dit jaar is het de beurt aan Noord Nederlands Toneel. Los van deze grote theaterproductie is er deze zomer in het openluchttheater veel muziek en muziektheater geprogrammeerd. Zo is van 12 tot 16 september daar de ook productie Pinokkio van De Veenfabriek te zien. In het Bos-restaurant kan iedere avond vooraf worden gegeten, tot een bietenburger aan toe.  

De Meeuw van Anton Tsjechov door Amsterdams Bostheater en Noord Nederlands Toneel, regie Ingejan Ligthart Schenk. In Bostheater Amsterdam, t/m 8.9. bostheater.nl 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.