Aalsmeer

Joop van den Ende heeft zich in liefdadigheid teruggetrokken. Maar zijn bedrijven staan nog gewoon in Aalsmeer - een dorp dat het zonder hem ook wel redt....

De jongens zijn er leuk en rijden in open auto's door het dorp. Ze dragen strakke T-shirts en smalle zonnebrillen. En ze bellen, naast elkaar in de auto, terwijl ze de Marktstraat uitdraaien op weg terug naar Amsterdam. Niet zo verkeersveilig natuurlijk, maar het gaat nog niet zo hard.

En leuke meiden zijn er ook. Ze verzamelen zich op het terras van lunchroom Marcon, precies achter studio 1. Terwijl een heftruck een decorstuk van Heartbreak Hotel naar buiten rijdt, stuurt een meisje met rode plaknagels een uitsmijter terug naar de keuken. 'Hé, Kim', zegt ze even later. 'Willibrord wil zijn bandjes terug.'

Met plastic badges onderscheiden ze zich van normale Aalsmeerders: de werknemers van de Endemol studio. Van tafel twee komt het bericht dat Fabienne de verkering heeft uitgemaakt. En even verderop zijn ze het erover eens: belachelijk dat ze Diana Woei er bij de nos hebben uitgegooid. Ze kan niet presenteren, maar bij de commerciëlen gaan ze anders om met mooie vrouwen.

Jan-Peter Vleghaar rent in een bedrijfspolo langs de tafels. Belangrijk Endemol-personeel bestelt telefonisch en dus moet jp de straat over en de studio's door, op zoek naar de regisseur of presentator die tartaar wil op een wit bolletje. Wel goed opletten met oversteken - Reinout Oerlemans vertrekt juist met een donkere bril in een grijze Porsche.

Als het terras leegloopt voor nieuwe scènes Goede Tijden, Slechte Tijden en Onderweg naar Morgen, is het voor sommige kwekers en handelaren al even borreltijd. Aan de bar van lunchroom Marcon zitten verscheidene generaties Aals meerders te drinken. Ze hebben een eigen soort humor, waarbij het gaat om in korte tijd veel lelijke dingen tegen elkaar te zeggen.

Tegen ome Jan is zojuist gezegd dat hij een rare kop heeft en een stom overhemd draagt. Als Jan is uitgelachen, concentreert hij zich weer op zijn bezigheden. Met de ene hand drukt hij op de knoppen van een gokkast, de andere grijpt beurtelings naar borrel en kleintje bier op de stamtafel. Dat is voor hem een kwestie van vooraf de stoel goed neerzetten, want zo goed doen zijn benen het niet meer.

Ome Jan is tachtig en heeft veel dingen zien veranderen. Eerst was het grote gebouw aan de overkant een bloemenveiling. Overdag werden er potplanten en snijbloemen verhandeld en 's avonds werd het ingenomen door het verenigingsleven. Gymnastiekvereniging Olympia bijvoorbeeld hield er eens in de vijf jaar een uitgebreide revue en Jan speelde een rol bij de voorbereidingen.

Nu is het gebouw volgens hem voor de gemeenschap verloren. Dat klinkt dramatisch, maar valt in de praktijk nogal mee. Want Joop van den Ende heeft hier koffie gedronken, er is gelachen met André van Duin en Guusje Nederhorst blijkt ook te kunnen klaverjassen.

Komt nog bij dat Joop van den Ende aardig is voor zijn omgeving. De vader van Jan Peter had namelijk een gevaarlijke ziekte. Alleen een dokter uit Londen zou nog kunnen helpen. 'Kijk', zegt ome Jan. 'Toen heeft Joop de tickets betaald.'

Intussen is jp's vader al een tijdje dood. Maar jp hoeft nooit meer advertenties te zetten om kwekers en handelaren met pannenkoeken naar zijn lunchroom te lokken.

Door Joop van den Ende komt de naam van het dorp elke avond gratis op de televisie. Heel blij zijn ze daarmee in Aalsmeer. Maar als de burgemeester zegt dat het dorp twee gezichten heeft, zit dat van Joop van den Ende daar niet tussen. Ook niet sinds ShowBizzCity aan de oude veiling is gebouwd, een glazen gebouw met kleine fonteinen in de gracht, waarin grote groepen vermaakt kunnen worden.

Burgemeester Hoffscholte (vvd) heeft een kaart van het dorp meegebracht en een voorlichtster. De kaart strijkt hij glad op de vergadertafel: 'Aalsmeer is langgerekt', zegt hij, 'tweederde land, eenderde water. Dit kleine dorp, met 22 duizend inwoners, heeft het voor elkaar gekregen om een veiling te bouwen die de dorpsschaal vér overstijgt. Handel en samenwerking, dat heeft ons het grootste handelsgebouw ter wereld gebracht.'

De voorlichtster kucht: 'Denkt u ook aan de vijftig jachthavens, burgemeester?'

'Jazeker. En we hebben drie scheepswerven waar de duurste jachten van de wereld worden gemaakt. Alle respect voor de ondernemer Joop van den Ende, maar de studio's geven zevenhonderd mensen werk, de veiling 25 duizend.'

Dan staat de burgemeester op - tijd voor een vergadering in Amsterdam. 'Zullen we de de boel morgen van dichtbij gaan bekijken?'

Jan Willem de Wijn is dorpshistoricus. 'Je staat er niet bij stil', zegt hij, 'maar ook de sloot moest worden uitgevonden.' Het gebeurde ongeveer duizend jaar geleden en Aalsmeer heeft haar bestaan eraan te danken. Eerst had je er waardeloze veengrond, daarna kwamen de ontginningslegers van de graaf van Holland en kon je de grond gewoon gebruiken.

Waar ze wel last van hadden: het Haarlemmermeer, ook wel 'De Hongerige Waterwolf'. De Wijn verbeeldt de term met klauwende handen en ontblote voortanden. Zacht zinnig ging het niet. Het hoefde maar een beetje te waaien of het meer sloeg grote stukken kustlijn van het dorp. De boeren, die hun land steeds kleiner zagen worden, gingen toen maar over op de intensieve teelt, zodat we Aalsmeer ook nu nog kennen van trekheester, snijbloem en seringenstruik.

'Het is een flexibele gemeenschap', zegt De Wijn. Altijd heeft ze zich aan de nieuwe omstandigheden aangepast. En georganiseerd, dat zijn ze ook. 'Aalsmeer heeft de hoogste organisatiegraad van Nederland.' Zo is een op de acht huishoudens begunstiger van de Stichting Oud Aalsmeer, waarvan De Wijn voorzitter is, en die voortdurend historische werken op de markt brengt. Jan-Willem heeft een neus voor interessante feiten en de genealogische stamboeken van zijn stichting gelden landelijk als schoolvoorbeeld.

Toen Schiphol kwam, zagen de Aalsmeerders meer afzetmogelijkheden dan geluidsoverlast. Toen de Duitsers kwamen: groente voor Holland, bloemen voor Duitsland. Aanpassen kunnen de Aalsmeerders als geen ander. Mis schien dat er daarom zoveel lid werden van de nsb.

Dus veerden vooral middenstanders op toen Van den Ende in 1984 met de Eén twee drie-show begon. Het bedrijf is een grote afnemer van taart, brood en posters. En als een deelnemer van de Kans van je leven in een week heeft leren fietsen op een eenwieler en vervolgens in de studio foutloos een parcours aflegt, is de gewonnen breedbeeldtelevisie afkomstig van de plaatselijke Expert.

'Het bedrijf van Van den Ende is een Fremdkorper', zegt Jan Willem de Wijn. 'Maar het is een Fremdkorper aan de rand van het dorp. Bijna niemand die er last van heeft.'

Wineke Kamerman is uitgegleden. Vorig jaar september, in de tuin, over natte berkenbladeren. Haar onderarm zat omgedraaid en tot vandaag kan ze niet werken. Haar man wel. Hij werd in het begin van de jaren tachtig veilingmeester en daarom verhuisden ze naar de Chry santenstraat. Drie jaar later kocht Van den Ende de oude veiling, waarvan de achteruitgang uitkomt in deze straat, en begon het soort parkeeroverlast dat van buurtbewoners soms verontruste omwonenden maakt.

Nu er vanwege een verbouwing geen behang op de muren zit, kun je er pijnloos 'Hup Holland Hup' op schilderen. Voor deze tekst zit Wineke, schuivend op de bank. Ze zet zich schrap, wil geen namen noemen en zegt dan: 'Weet je wie onuitstaanbaar is? Henny Huisman.' Wineke rilt van afschuw. Want op de televisie leeft hij misschien mee, met tranen in de ogen soms. Maar buiten Aalsmeer weet niemand dat Henny onfatsoenlijk doet tegen bejaarden en voorkruipt in de winkels.

Van zulke ervaringen heeft Wineke er genoeg: 'Gerard Joling komt met een rotgang aangereden en zet zijn auto vlak voor mijn deur. Hij ziet me staan, belt aan en zegt: "Ik ben te laat. Mag ik mijn auto hier even neerzetten?" Ik zeg: "Nee. Moet je maar vijf minuten eerder van huis gaan. Het is niet mijn fout en ik heb geen zin om de hele dag naar jouw wagen te kijken".' Wineke slaat de benen over elkaar. 'Vond meneer heel kinderachtig.'

Eerst richtten ze een actiegroep op en probeerden ze met Joop van den Ende te praten. Later raakte het geduld op en barricadeerden ze de straat met auto's. Het was een succesvolle bezetting. Allerlei gasten konden opnamen niet meer bijwonen. 'Het was een enorme strop voor de verkeerde mensen', zegt Wineke. 'Dat krijg je met dit soort acties.'

Uiteindelijk kwam er een parkeergarage en als er grote groepen naar ShowBizzCity gaan, huurt het bedrijf parkeerruimte op het dak van de veiling. Het probleem lijkt opgelost. Hoewel er steeds nieuwe soapsterren bijkomen en Wineke Kamerman van de dokter nog een tijdje thuis moet blijven.

Burgemeester Hoffscholte opent de glazen deuren die Endemol Holding binnenshuis scheiden van Show BizzCity. 'We hebben nu de studio verlaten', zegt hij. 'Die is verkocht aan het Spaanse telecombedrijf Telefonica. En nu betreden we het entertainmentgedeelte - Show BizzCity. Het vermaak dat uit Endemol is getild.'

Even tevoren stond de burgemeester stil in studio 1. Temidden van lichten, foto's van sterren, kleuren, een hoofdrolspeler uit gtst en blote vrouwenbenen, zei hij: 'Kijk naar de vloer. Dit is de oude granieten veilingvloer. Die heeft hij natuurlijk laten liggen - onverwoestbaar.'

Met hij bedoelen zij van het gemeentehuis Joop van den Ende. Hij is een prachtmens, een man van bezieling. Hij had ook zijn onhebbelijkheden, z'n driftbuien, en hij had veel vergunningen nodig. 'Hij is een onvermoeibaar createur', zegt de burgemeester. 'Iemand die zo borrelt van ideeën, is door een overheid niet bij te houden.'

Nu gaat het door ShowBizzCity. Eerst het theater, waarvan Hoffscholte nog het meest onder de indruk is. 'Dit is precies wat hij wilde: je ruikt de geur van het pluche en voelt de mystiek van het theater.' Dan, via restaurants, cafés en pianobarretjes, waarover de gasten zich na het optreden kunnen verspreiden, langs een fontein waarin marmeren paarden waterstralen spuwen, naar de grote discotheek. Hier kan de bezoeker als een ster de trap afdalen naar een dansvloer waarop het slotfeest van een avond wordt gevierd.

Bij een laatste blik op de authentieke gevel van de veiling, zegt Hoffscholte: 'We hebben nu een idee van de schaal.' Tijd om het echte Aalsmeer te laten zien.

Martin Kooij is de afspraak vergeten. Tilly Kooij leest in de genealogische stamboeken van Aalsmeer. Daarin heeft ze haar familie meerdere malen nageplozen. Als er een overlijdensadvertentie in De Telegraaf staat, met een naam die in het dorp voorkomt, heeft Tilly een drukke middag.

In de familie Kooij zijn ze niet dol op de veiling. Na de oorlog hebben ze zich losgemaakt van de wisselende veilingprijzen. Dat is niet in de laatste plaats te danken aan Martin, die uit de tuin komt gerend en even later in schone kleren de geschiedenis van zijn bedrijf samenvat.

Vader Piet begon klein in 1929. Na de oorlog namen zijn twee zonen het over. Omdat ze in Colombia en Kenia goedkoper anjers kweken, doen ze bij P.Kooij & Zonen aan stekken en veredeling. Martin deed de verkoop en reisde de wereld af totdat twee jaar geleden een hartklep begon te lekken. Tilly en Martin hebben twee zonen. De een is de nieuwe directeur, de ander schizofreen.

Aan de Hornweg, kilometers van de studio's, heb je geen last van soapsterren. Vliegtuigen maken er meer lawaai. Iedere paar minuten komt er eentje overgevlogen, maar je kunt net blijven praten. Over het bedrijf van Van den Ende bijvoorbeeld, dat ze, net als de meeste Aalsmeerders, een geschenk vinden voor het dorp.

'Joop heeft Aalsmeer bekend gemaakt', zegt Martin. 'En mijn neefje heeft er een goede baan.'

'Laatst zijn we met de Rotary-vrouwen rondgeleid', zegt Tilly. 'Dan kun je zien hoe enthousiast het de mensen maakt. Er waren veel meer deelnemers dan normaal.'

Martin stapelt glanzende brochures op tafel, waarop vrouwen met ondeugende blikken de anjers van P.Kooij & Zonen bv aanprijzen. Doen we meteen een rondje door het bedrijf. Want op acht hectare werken honderdveertig mensen om jaarlijks veertig miljoen stekken te produceren. In een van de loodsen pakken Turken de bestellingen in voor Oezbekistan, Turkmenistan en Rusland. 'Alles gaat geweldig', zegt Martin, 'alleen Tsjet sjenië is hopeloos.'

De Aalsmeerder bloemenveiling komt steeds dichterbij - de burgemeester geniet. Hij wijst, draait en tikt tegen het zijraam van zijn donkergroene Volvo. Wat hij in korte tijd heeft laten zien: het dorpsgezicht Aalsmeer, met veel groen in kleine straten. De samenwerking van de Aalsmeerse bevolking, goed voor een jaarlijks corso met pramenrace na afloop van de feestweek, maar ook voor een goede handbalclub; landskampioen en bekerwinaar. Aalsmeer blijkt ook een industrieterrein te hebben met moderne bedrijven erop. En een andere ex-veiling, Bloemenlust, waar je nu met het hele bedrijf overdekt kunt beachvolleyballen.

Vrachtwagens komen tegemoet en links en rechts doemen toeleveringsbedrijven op. 'Dáár', wijst de burgemeester. 'Agifirm voor potaarde. En dáár! Olimex. Wereldwijd bedrijf voor bloemensorteermachines.'

Alleen nog onder de af te bouwen bloemenshuttle door, die de veiling met een nieuw gedeelte gaat verbinden, de rotonde over en daar is ie: de veiling. De burgemeester spreekt het woord uit alsof het in de kerk thuishoort.

Dit is de veiling van Aalsmeer: op 750 duizend vierkante meter worden dagelijks achttien miljoen snijbloemen en twee miljoen potplanten verhandeld. Honderden vrachtwagens worden in- en uitgeladen. 'Kijk maar rustig', fluistert de burgemeester. 'Groot hè?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden