Aaibaarheidsfactor

V onderzoekt in de tweewekelijkse serie Wat je aantrekt wat kleding kan betekenen voor een mens. In de eerste aflevering aait de Russische Irina Karassiouk liefdevol haar bont.

Beeld Zahra Reijs

Londen, 1989. Irina Karassiouk, 20 jaar oud, heeft Rusland nog niet zo lang achter zich gelaten om als zakenvrouw de wereld te ontdekken. Voor haar gevoel heeft ze amper haar ouders en haar zusje in Koersk, haar medestudenten in Moskou gedag gezegd en haar meegebrachte koffer met daarin het halve oeuvre van Dostojevksi en haar verzameling erfbont uitgepakt, of ze krijgt een telegram. Een telegram uit Koersk: 'Ira, ik heb op het nieuws gezien dat Harrods al zijn bont verbrandt. Ga er onmiddellijk heen en koop het!'

Irina Karassiouk (46), inmiddels econoom in tijdelijke ruste, is na al die jaren nog verbaasd. Achter haar brillenglazen worden haar ogen nog een maatje groter dan ze al zijn. 'Hoe wist mijn moeder dat? Ze kon niet reizen, ze had geen telefoon. Ik begreep er niets van.'

Karassiouk, geheel in aaibaar zachtroze, praat in een mengeling van Engels en Nederlands. Ze zit op de bank in haar Aerdenhoutse huis en schenkt zelfgemengde thee. Aan haar voeten ligt een harige witte bol, die bij nadere inspectie uit twee kleine honden blijkt te bestaan.

De reeks

Stijl en comfort, daar kun je niet genoeg over schrijven, maar de kleding waarmee we ons dagelijks omhullen, kan ook zoveel méér inhouden. Troost, herinneringen, zelfverzekerdheid, identiteit - Merel Bem vraagt ernaar in interviews met mensen die soms net een ongebruikelijke relatie met kleren hebben. Om een beeld te krijgen van wat wij met onze kleding zeggen - en onze kleding over ons.

Eén van de twee hondjes tussen het bont. Beeld Zahra Reijs

Bodemprijzen

Haar moeder bleek gelijk te hebben - in grote lijnen dan. Het Britse warenhuis Harrods stak niet de fik in zijn bontartikelen, maar verkocht ze voor bodemprijzen om redenen die vaag bleven, maar waarschijnlijk te maken hadden met protesten van dierenrechtenactivisten. Haar moeder had een bericht in de Russische krant gelezen, vertelt Karassiouk, en ze kan zich voorstellen dat daar zoiets heeft gestaan als: 'Moet je kijken wat die kapitalisten aan het doen zijn!' - en dan dat vuur erbij, voor een extra dosis propagandistisch drama.

Irina ging naar Harrods en kwam terug met een jas van nertsenbont. Waarom? Ze weet het eigenlijk niet goed. Ze droeg de jas één keer, naar een kostuumfeest. Schaterend: 'Ik ging als kozak.'

Bont is not done hier in het Westen. Ze heeft er begrip voor. En ze houdt van dieren, zegt ze, kroelend door de witte hondenvachten. En toch (zucht): 'Ik denk dat het in mijn bloed zit.' Haar liefde voor zacht en warm en pluizig is groot.

Die liefde is de reden dat ik hier ben, bij deze Russische vrouw, die ooit operazangeres wilde worden en in haar vrije tijd astroloog is. Die op zaterdagochtenden dwars door haar dikke roze sjaal heen een voetbalveld met stuntelende 8-jarigen kan overbruggen met haar schelle stem ('Hupotski!') en wier ogen oplichtten toen ik haar vroeg of ze nog kleren had uit de tijd dat ze in Rusland woonde.

Thuis haalt ze een rechthoekige mand van boven, waar ze ook een vijftal fleurige Etro-jurken ('de droom van elke vrouw') bewaart. Zodra ze de kamer in loopt, komt de witte harige bal op de grond schoksgewijs tot leven. Want in die mand zit een vos. En die ruikt zo lekker.

Irina Karassiouk houdt van zacht, warm, pluizig en kleurrijk. Beeld Zahra Reijs

Erfstukken

Irina Karassiouk haalt haar erfstukken tevoorschijn, onderwijl de honden wegduwend, die om beurten snuffelend de aanval inzetten. Een kraag van nerts, een sjaal van vos, een ushanka, zo'n typisch Russische muts met oorflappen, ook van vossenbont, en de vos zelf, plat als een dubbeltje en met de kop en de pootjes er nog aan - alles wordt liefdevol uitgespreid op de bank. Ze toont een onbeduidend, grijsbruin gehaakt lapje van bij elkaar verzameld konijnenpluis. Het blijkt een traditionele Russische omslagdoek, die ze van haar grootmoeder heeft geërfd. Zo klein? Karassiouk grimast. 'Hij is gekrompen in de was.'

De doek reist altijd met haar mee, als aandenken aan haar grootmoeder, maar ook als een waarschuwende herinnering aan het Rusland van haar jeugd, de grauwheid van Koersk en de kleurloze kleding van haar bewoners.

'Alles was grijs', zegt ze. 'De straten werden niet schoongemaakt, er waren nergens bloemen en overal zag je communistische propagandasymbolen. En dan zo'n omslagdoek - waarom verfden ze die nou niet even rood?'

Haar ouders, opgeleid als lucht- en ruimtevaarttechnici aan de universiteit van Moskou in de jaren nadat Joeri Gagarin door de ruimte had gezweefd, werkten in een grote fabriek in Koersk. Geld was er wel, maar er waren geen plekken om het uit te geven. De winkels waren leeg, de rijen lang, de Koude Oorlog greep met kille klauwen om zich heen.

Kleren maakten de Karassiouks zelf, met behulp van een Duitse Singer naaimachine die Irina's moeder op de kop had getikt in Moskou. Stoffen verzamelde haar moeder tijdens zakenreizen door het land.

En sóms, vertelt Karassiouk - haar stem daalt een octaaf alsof ze me het grootste geheim van de wereld toevertrouwt - soms gingen ze naar haar grootmoeder in Wit-Rusland. Dan bezochten ze een collectieve boerderij met een winkel. 'Een kleine winkel, maar oooh: hemels. Ze verkochten er kleurrijke stoffen, mooie sportkleren en (ze fluistert nu) Fráns óndergoed!'

Naaien en breien leerde ze op school. Ze herinnert zich een zilverblauwe wollen trui, een bloes van paarse zijde. Een door haar moeder gemaakte eindexamenjurk, groen met witte strepen. Ze herinnert zich ook de kou, het wachten op de schoolbus in min 30. 'Parkajassen bestonden nog niet. Mijn sjaal kwam tot hier', ze wijst naar haar neus, 'en ik droeg een bontmuts. Bont was onze enige bescherming.'

Beeld Zahra Reijs

Kunstvoorwerpen

Ze aait haar vos. 'Voel, hoe zacht. This is true, true Russian heritage.' Ze vertelt van oude verhalen die gaan over het mooiste bont dat je je kunt voorstellen, zoals dat van het sabeldier, dat soms blauw van kleur is. 'Vreselijk, ik weet het. Maar voor ons zijn dit kunstvoorwerpen. Ze passen in de Russisch- orthodoxe traditie. Status en mooie kleren zijn ontzettend belangrijk.'

Ze zal de vos niet dragen. Ze zal ook niet, zoals haar moeder eens deed toen ze op bezoek was, haar bontmuts opzetten en trots naar de Albert Heijn om de hoek lopen. Maar wat Irina Karassiouk nooit zal opgeven, is haar liefde voor zacht en warm en kleurrijk. Als Moskouse student al zwoer ze dat als ze Rusland ooit zou verlaten, ze alle kleren van de wereld zou kopen, in alle kleuren van het spectrum.

Maar vooral roze. En páárs. En perzik. Want echt, ze benadrukt het nog maar even: 'Een vrouw die zichzelf kleur ontzegt - dat klópt gewoon niet.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden