Drama

À tout de suite

Gekmakend verliefd op crimineeltje

Jan Pieter Ekker

'Het was 1975, bijna lente. Ik was negentien', zegt een vrouwenstem aan het begin van À tout de suite ('tot zo'). In een paar korte scènes wordt zij vervolgens geïntroduceerd: een jonge, prachtige, naamloze vrouw die destijds met haar gescheiden, drukke vader, haar oudere zus, en de hulp in de huishouding in een kast van een huis in Parijs woonde, waar ze geregeld vrienden en vriendinnen mee naar binnen smokkelde. Ze studeerde aan de kunstacademie. Het eerste en het laatste lesuur sloeg ze meestal over; 's ochtends lag ze nog in bed, aan het einde van de middag zat ze in het café, waar ze ruzie maakte met haar vriend - zomaar, omdat ze genoeg van hem had.

Dan ontmoet ze met een vriendin twee rijke patsers, die hen uitnodigen voor een etentje en overladen met cadeaus. Zij valt als een blok voor een mooie Frans-Afrikaanse jongen met felle, donkere ogen. 'Het was het goede leven', zegt de vrouw in voice-over. Dat goede leven is alweer voorbij voor het goed en wel begonnen is. Op een avond gaat de telefoon. 'Ik bel om je vaarwel te zeggen', zegt de jongen. 'Ik heb een bank overvallen. We hebben gijzelaars, er zijn doden gevallen. We komen hier nooit levend uit.'


À tout de suite is gebaseerd op een waargebeurd verhaal. Toen Benoît Jacquot - begin dit jaar 'Filmmaker in Focus' op het Rotterdamse filmfestival - het hoorde, dacht hij direct aan Isild le Besco, die eerder een rol speelde in zijn film Sade.


De camera wijkt geen centimeter van Le Besco. Haar dromerige ogen, volle lippen en naar beneden kruipende mondhoeken; niets kan de kijker ontgaan. À tout de suite is een liefdesverklaring aan de piepjonge Franse actrice, geschoten in glorieus, grofkorrelig zwart-wit.


Maar À tout de suite is meer: het is óók een coming of age-film, een gangsterfilm à la Bonnie and Clyde, Pierrot le fou of Badlands, en een roadmovie. Het jonge crimineeltje slaagt er wél in de bank levend te verlaten, met een tas vol geld. Samen slaan ze op de vlucht; via Madrid en Marokko belanden ze in Griekenland, waar zij uiteindelijk berooid en alleen achterblijft. Dan nog staart ze verliefd naar de strook foto's van haar en haar vriend uit het pasfotohokje.


De rusteloze tocht wordt doorsneden met fraaie, oude beelden van Parijs. Op de geluidsband klinken fijne jaren zeventig-nummers, van de synthesizer-muziek van Pink Floyd tot zoetgevooisde liedjes als Do You Know Where You're Going To van Diana Ross. À tout de suite is een indringende schets van een gekmakende liefde. Een liefde zo groot dat alles en iedereen ervoor moet wijken.


Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden