Komedie

A Somewhat Gentle Man

Dat alsmaar uitgestreken gezicht begint te ergeren

Het afscheid valt Ulrik zwaar, aan de gevangenispoort. Aan zijn gezicht kun je aflezen dat hij na twaalf jaar cel echt niet meer weet wat hij in de vrije wereld te zoeken heeft. 'Als de poort opengaat, moet je rechtdoor lopen', adviseert de bewaker hem, met een brok in de keel. 'En wat je ook doet, kijk niet om.' Eén scène later, en Ulrik zit in een triest café tegenover zijn voormalige criminele compagnon en diens eikelige hulpje. Ze weten het adres van de man die hem destijds verraden heeft, zeggen ze, en het is tijd voor wraak. Maar eerst nog een kopje koffie - ook al drinkt het hulpje eigenlijk liever thee.


En zo komt in het Noorse A Somewhat Gentle Man elk vertrouwd element uit het voormalig-gedetineerde-die-weer-in-oude-gewoontes-vervalt-genre voorbij, om telkens op licht absurde wijze onderuit te worden gehaald. Probleem is dat de noordelijke cinema inmiddels stikt van zulke onderkoelde, absurdistisch gekruide anti-misdaadfilms. Het is bijna te gemakkelijk om alweer de vergelijking met het werk van Aki Kaurismäki of dat van Roy Andersson van stal te halen, maar A Somewhat Gentle Man vraagt er zelf om. Want daar zijn ze weer, de morsige types met hun uitgestreken gezichten. De troosteloze, onsmakelijke seks in nog veel onsmakelijker ingerichte ruimtes – het rommelhok waar Ulrik eindigt, lijkt als twee druppels op een gevangeniscel. En natuurlijk gaat de in statische opnames gegoten dialoog het liefst helemaal nergens over.



Regisseur Hans Petter Moland bespeelt de genrewetten zelfbewust, maar meestal zonder werkelijk originele ideeën. Hij gaat het verplichte rijtje scènes af, die dan allemaal weer zo voor de hand liggend ‘anders’ uitpakken dat oude clichés voor nieuwe worden ingeruild. Vanzelfsprekend vindt er een stiekeme wapendeal in een hotelkamer plaats, met pistolen die glimmend naast elkaar op het bed worden gelegd – en dan is het in een ironische komedie als A Somewhat Gentle Man al net zo voorspelbaar dat de dealer en zijn hulpje (een dwerg, notabene) over die wapens een idiote discussie krijgen. Of dat in de scène waar Ulrik op het punt staat zijn verrader te executeren, diens vrouw net thuiskomt en gortdroog vraagt of iemand thee lust.



Gelukkig staan daar enkele grandioze staaltjes zwarte komedie tegenover, zoals de man die met twee gebroken armen een taxi probeert aan te houden. Maar welke kant de plot ook opgaat, hoofdrolspeler Stellan Skarsgård hoeft weinig meer te doen dan met een soort treurige gelatenheid voor zich uit te kijken. Dat is misschien wel het grootste minpunt van de film. Zo passief en zonder enige illusie als Ulrik voortsjokt, lijkt hij wel een Scandinavische tweelingbroer van Bill Murray’s personage uit Broken Flowers (2005). Op een gegeven moment begint dat uitgestreken gezicht te ergeren, en wou je dat Moland iets méér met zijn hoofdrolspeler had gedaan. Dan zorgen de scènes waarin Ulrik even alle reserves laat varen en nog steeds de meedogenloze vechtersbaas blijkt die hij twaalf jaar geleden was, voor een aangename afwisseling. Werkt altijd weer goed, losers die stiekem onoverwinnelijk zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden