A seat at the table houdt Oerol spiegel voor

Steeds slikken en begripvol zijn: zo reageerden de makers van het stuk A seat at the table voorheen op alledaags racisme. Maar op Oerol gaan ze het publiek een spiegel voorhouden.

Ward Kerremans, Saman Amini, Yannick Josefzoon en Werner Kolf Beeld Casper Koster

Zomaar een voorbeeld, een van de vele. Acteur Werner Kolf komt een treincoupé binnen, waar een man probeert zijn kinderen stil te krijgen. 'Kom op, nu koppen dicht...' - hij kijkt op, ziet Werner, en zegt: 'want - oehoe! - daar komt een grote boze zwarte man en die gaat jullie pakken!'

Bij de voorbereidingen voor A seat at the table, van Kolf, Yannick Jozefzoon, Saman Amini en Ward Kerremans, hebben de eerste drie vooral dit soort ervaringen uitgewisseld. Kolf en Jozefzoon zijn zwart, Amini komt oorspronkelijk uit Iran en kwam als vluchteling naar Nederland (Kerremans is Vlaams en wit). Het ene pijnlijke voorbeeld volgde op het andere. Amini: 'We konden uren doorgaan.' Gaandeweg maakten in hun werkproces de grote, bewuste beledigingen plaats voor kleine: vaak onopzettelijk, meestal goedbedoeld.

Zoals de visagiste die bij filmopnamen tegen je zegt: 'Zo, jij hebt zeker niet veel nodig.'

'Wat spreek je netjes Nederlands.'

'Joh, het is maar een grapje.'

'Hij of zij bedoelde het vast niet zo.'

'Je moet het je niet zo aantrekken.'

Als de scène erop zit, vraagt Amini's tegenspeler: 'Dus jij bent in het echte leven ook tolk?' 'Nee man', lacht Amini, 'ik ben acteur.' Verwarring, ongeloof. 'Ik heb Maastricht gedaan.' Nog meer ongeloof: 'Wat, de Toneelacademie?'

Amini vertelt dat hij voor een klus een tolk speelde in een azc. Als de scène erop zit, vraagt zijn tegenspeler: 'Dus jij bent in het echte leven ook tolk?' 'Nee man', lacht Amini, 'ik ben acteur.' Verwarring, ongeloof. 'Ik heb Maastricht gedaan.' Nog meer ongeloof: 'Wat, de Toneelacademie?'

Dat soort dingen, zegt Amini, overkomt hen dagelijks. Ze besloten dat hun voorstelling daarover moest gaan: het sluipende, dagelijkse, vaak onbewuste racisme, van mensen die zich doorgaans ruimdenkend en progressief wanen. Goedbedoeld of niet, zeggen ze, het punt is dat continu onderscheid wordt gemaakt op basis van je uiterlijk en dat keer op keer op keer wordt benadrukt dat je anders bent.

Als je steeds wordt aangesproken op je kleur, zegt Kolf, krijg je de neiging je capuchon over je hoofd te trekken.

'Je keert je naar binnen en zondert je af. Dat is ongezond, het vreet je op. Ik zie dat bij veel jongens gebeuren.'

Amini: 'De reactie van ouders of docenten is dan vaak: joh, maak je niet druk, het valt wel mee. Daardoor ga je twijfelen aan je eigen gevoel en denken dat je zelf gek bent.'

Amini constateert dat hij als gevolg van het structurele onderscheid een minderwaardigheidscomplex heeft ontwikkeld. 'Ik ben altijd vol begrip voor mensen die mij raar of bedreigend vinden omdat ik er 'anders' uitzie. Daarom ben ik voortdurend aan het overcompenseren: netjes spreken, extra beleefd zijn. Als iemand mij nadert in een steeg begin ik van veraf al fanatiek te glimlachen - om maar te zorgen dat die ander denkt: o, dit is een goeie, deze is niet eng. Ik moet mezelf altijd wegmaken, kleiner maken, 'ongevaarlijk' maken. Dat is eigenlijk ziek natuurlijk.'

Jozefzoon: 'Je staat bij voorbaat al 1 - 0 achter.'

Ward Kerremans, hij is Vlaams en wit.

Alle drie hebben ze ook van huis uit erin gestampt gekregen: relativeren, stomme opmerkingen weglachen, de ander tegemoetkomen: 'nee joh, geeft niks.' Dat heeft ook met generatieverschillen te maken. Hun ouders voelden zich nog te gast in Nederland. Voor hen was het devies: hou je gedeisd, wees dankbaar en beleefd, en ga vooral geen stennis schoppen. Die instelling heeft hen ook gevormd.

Jozefzoon: 'Ik merk het aan hoe ik over deze voorstelling praat. Ik vind het moeilijk te zeggen dat het over racisme gaat. Men lijkt de discussie alweer moe en ik wil niet steeds de zeikerd zijn. Dus zeg ik nu maar dat het gaat over een minderwaardigheidscomplex.'

De voorstelling is grotendeels autobiografisch, gebaseerd op hun eigen ervaringen. Maar er is ook een fictieve lijn rondom het personage Kwame, uit de roman De zwarte met het witte hart van Arthur Japin, gespeeld door Werner Kolf. In de roman staan twee zwarte prinsjes centraal die in de 19de eeuw in Nederland opgroeiden: Kwasi en Kwame. De twee hebben een tegengestelde reactie op het racisme dat hen overspoelt: Kwasi ondergaat het en past zich aan, Kwame verzet zich en gaat de strijd aan. In de voorstelling moet hij in therapie (bij Kerremans), omdat hij in een woede-uitbarsting op straat een witte man heeft geslagen.

Kolf: 'We herkennen alle drie iets van allebei. Vijf jaar geleden was ik nog 80 procent Kwasi. Maar nu voel ik me meer Kwame - ik spreek me vaker uit en wijs mensen op hun woorden: 'sorry, wat bedoel je daarmee?' Weglachen doe ik ook nog dagelijks, hoor, dat is heel hardnekkig, maar ik probeer mezelf op te voeden om het niet te doen.'

Amini: 'Ik heb me voorgenomen me voortaan altijd uit te spreken. Ik ga me niet meer inhouden.'

Kolf: 'Als iets je dwarszit, moet je dat zeggen, anders weet niemand hoe je je voelt, hoe hoog het zit, en kun je nooit echt contact maken. Dan word je ook nooit een goede acteur of theatermaker.'

Want dat voordeel hebben deze drie wel, benadrukken ze: al behoorden ze ook op school (de Toneelacademie Maastricht) tot een minderheid, met voornamelijk witte klasgenoten en uitsluitend witte docenten, ze hebben er wel geleerd zich te uiten. Kolf: 'Op de toneelschool leer je om je mond open te doen. Dat is ons werk. Theater is ook een vorm van therapie: je gaat met jezelf aan de slag, je pluist gevoelens uit, onderzoekt die, verwoordt het. Maar als ik advocaat was of werkte bij een reclamebureau, zou ik nooit kunnen zeggen wat ik nu zeg. Wij hebben een podium en een publiek; we kunnen onze mening laten horen. Daarbij is de theaterwereld redelijk vrij. Maar veel andere jongens missen die vrijheid en die tools.'

Toch is het maken van deze voorstelling voor hen ook een balanceeract. Hoe ver ga je? Wat kun je wel zeggen en wat niet? Amini: 'We kunnen niet te boos of te drammerig zijn, want we willen wel dat de boodschap aankomt.'

Werner Kolf komt een treincoupé binnen, waar een man probeert zijn kinderen stil te krijgen. 'Kom op, nu koppen dicht...' - hij kijkt op, ziet Werner, en zegt: 'want - oehoe! - daar komt een grote boze zwarte man en die gaat jullie pakken!'

Jozefzoon: 'Maar we gaan ook weer niet tapdansen.'

Amini: 'Je hebt humor nodig, zeker, maar de vraag is: wat voor humor?'

Amini noemt een grap uit de veelgeprezen voorstelling Nobody Home, over vluchtelingen. Daarin zegt zijn medespeler over hem: 'Kijk naar hem en je denkt: terrorist.' 'Dan ligt de zaal plat. Ik haatte dat moment. Wij maken tegen elkaar nooit grappen over uiterlijk of kleur.'

Hun voorstelling speelt vanaf vandaag op theaterfestival Oerol op Terschelling. Profiel van de gemiddelde Oerolbezoeker: vrouw, 50+, links-progressief, wit, Vrij Nederland, VPRO. Het type dat van zichzelf denkt qua racisme aan de goede kant te staan, maar wel tegen die ene zwarte bezoeker in de schouwburg zegt: 'Wat goed dat jij hier bent!' Kolf: 'Die toeschouwer willen we een confronterende spiegel voorhouden. We moeten er wel voor zorgen dat de voorstelling, zonder te pleasen, niet afstoot.'

Kerremans fungeert daarom in een aantal scènes als witte kop-van-jut - 'zodat de woede niet rechtstreeks op het witte publiek wordt gericht'.

Theatermaker Arie de Mol, ook wit, doet de eindregie en probeert de balans te bewaken. 'Ik weet hoe 'de witte kant' dit gaat opnemen, waar de gevoeligheden liggen, waar er mogelijk deuren dichtgaan. Ze gaan dit spelen voor een publiek dat zichzelf niet racistisch vindt; voor mensen die denken dat ze zich daaraan nooit schuldig maken. Die zelfgenoegzaamheid willen we doorprikken.'

'Het gaat om bewustwording', zeggen ze in koor.

De Mol: 'Het zou mooi zijn als mensen na het zien van de voorstelling een antenne ontwikkelen voor foutief compenseren. Want als er iets is wat goedwillend Nederland verkeerd doet, is het dat.'

Werner Kolf: 'Het klinkt gek, maar wat we dus eigenlijk niet willen, is dat ze straks op Oerol weer heel welwillend zeggen: 'Goed dat jullie het zeggen, jongens! Héél knap gedaan.'

A seat at the table speelt 9 t/m 18/6 op Oerol, dagelijks om 16 en 22.30 uur. oerol.nl. Voor tournee in het najaar: likeminds.nl.

Overal op Terschelling

Jaarlijks verandert het eiland Terschelling in juni tien dagen lang in één groot podium voor theater, dans, straattheater, beeldende kunst en muziek. Oerol, in 1981 bedacht door Joop Mulder, is intussen uitgegroeid tot een internationaal fenomeen, dat jaarlijks ruim 50 duizend bezoekers trekt. Dit jaar spelen tussen 9 en 18 juni 32 nationale en internationale theatergroepen op Oerol, plus nog tientallen straatartiesten en andere kunstenaars. Op festivalterrein Westerkeyn zijn daarnaast optredens te genieten van onder meer Jett Rebel, The Kik, Kraantje Pappie en Moss.

Yannick Jozefzoon: 'Je staat bij voorbaat al 1 - 0 achter.'
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden