Interview A.M. Homes

A.M. Homes: ‘Een lach breekt het verhaal open’

Ogenschijnlijk harmonische gezinnen brokkelen af onder de genadeloze pen van A.M. Homes. En hoewel dat voor de personages geen pretje is, laat Homes de lezer wél gniffelen. ‘Humor is een toegangsweg tot ernst.’

Foto Ivo van der Bent

Waarom ze altijd ja zegt? Omdat ze niet heeft geleerd nee te zeggen. Dat is de reden dat de schrijver in Dagen van inkeer (Days of Awe), het titelverhaal uit de nieuwe verhalenbundel van A.M. Homes (1961), naar een conferentie gaat over genocide en Holocaust. Onderweg maakt ze zichzelf wijs dat van huis zijn haar de tijd geeft – om na te denken, en wat uit te richten. Ze heeft werk meegenomen: een kort verhaal dat ze maar niet gekraakt krijgt, een roman die af moet, het boek van een vriend dat een flaptekst nodig heeft, de krant van afgelopen zondag.

‘Je kunt wel zeggen dat mij dat niet onbekend voor komt. Ook ik kan geen nee zeggen, hoor ik altijd van mijn vrienden’, aldus A(my) M. Homes, lachend achter een cappuccino in de lobby van het bedrijvige hotel The Hoxton in Amsterdam. Het is vrijdag 13 april, de ochtend nadat ze in de Stadsschouwburg heeft zitten genieten van het toneelstuk Vergeef ons, de adaptatie door Guy Cassiers en Toneelgroep Amsterdam van haar hilarische roman May We Be Forgiven (2012) waarin het leven van twee rivaliserende broers grondig op zijn kop wordt gezet.

‘Voor de goede orde: ik bedoel níét dat ik met tegenzin in Amsterdam ben. Het was een feest om mijn roman van 600 pagina’s in een toneelstuk omgetoverd te zien. Wat me ineens opviel: alle personages zijn continu met hun telefoon in de weer, bellend, reagerend, antwoordapparaten afluisterend en insprekend, of in een uitbarsting van razernij de Blackberry tegen de muur beukend. De dynamiek van die apparaten die ons leven in de greep houden, kwam op de bühne perfect tot uitdrukking.

‘Hallucinant was het zelfs, af en toe. Dat van die Blackberry; ik wist niet meer dat ik dat had geschreven. Want ik ben het zelf die dat heeft gedaan, een paar jaar daarvoor: in 2004, nota bene hier in Amsterdam. Ik probeerde mijn dochter Juliet in New York te pakken te krijgen, die moest vanwege de orkaan Jane evacueren. Een klein kind nog maar. Ik stond te schreeuwen door dat ding, en heb toen met die Blackberry een klap op de muur gegeven. Gek, als je dan veertien jaar later naar je eigen verhaal zit te kijken, en een personage doet jou na.’

Haar verhaal liet Homes iets over zichzelf zien. Het doel van een verhaal is ‘to illustrate and illuminate’, allitereert de schrijver in het verhaal Days of Awe; ‘We zien onszelf helderder door de verhalen die we vertellen.’ Dat kunnen ook onbarmhartige demasqués zijn, en de zelfobservaties kunnen leiden tot vaststellingen als ‘hij was een outsider in zijn eigen leven’ (getrouwde vader gaat in zijn eentje naar Disneyland, dat doet hem denken aan zijn jeugd, die de enige goede tijd in zijn leven was), of de bange vraag ‘Heeft eigenlijk wel iemand een eigen leven?’ (vrouw op de sofa bij de psychiater, die daar geen antwoord op heeft).

Zoals haar personages er jaren voor nodig hebben hun eigen leven te doorgronden, zo droeg Homes veel van de verhalen in de bundel al jaren bij zich, omdat ze zich niet eerder lieten kraken. Waar hem dat in zit? De toon, de ideeën, de taal. Dikwijls komt het thema van het adoptiekind terug, niet verwonderlijk voor iemand die in The Mistress’s Daughter (2007) haar hartverscheurende verhaal deed; opgegroeid bij Joodse intellectuelen, begint alles te wankelen als haar biologische moeder Ellen, die haar al voor adoptie bestemde toen ze nog zwanger was, piepjong en radeloos omdat de vader een getrouwde familieman was, na 30 jaar contact met haar zoekt.

‘Geadopteerd worden betekent geadapteerd worden, geamputeerd worden en opnieuw in elkaar gezet. Zelfs als je opnieuw volledig gaat functioneren, blijft er littekenweefsel’, schreef ze in De dochter van de minnares.

Misschien dat die achtergrond haar vermogen tot even geestig als genadeloos fileren heeft aangescherpt, waardoor ook een ogenschijnlijk harmonieus gezin onder haar pen alras afbladdert tot een wanstaltige vertoning. Twee verhalen wijdt Homes aan een Californisch gezin dat is geobsedeerd door diëten en zichzelf met botox, fillers en tatoeages oppept – in een wanhopige poging dan niet hun leven, maar op zijn minst hun lichaam van zichzelf te maken, door het permanent te vernieuwen en te herdecoreren.

Dus wat zegt dochter Cheryl die aan het zwembad in de achtertuin ligt tegen vriend Walter die op bezoekt komt: ‘I had my logo branded onto my butt’, een bijna poëtische zin, ze trekt haar broek omlaag en showt hem haar initialen in de vorm van een litteken op de kont. Op haar uitnodiging gaat hij er even met zijn vinger overheen. Doet geen pijn. ‘The skin is surprisingly absent of sensation.’ Ze voelt niks. Tel uit je winst.

CV AM Homes

1961: geboren in Washington, 18 december

1985: Bachelor of Arts (Sarah Lawrence College, New York)

1988: Master of Fine Arts (Universiteit van Iowa)

1990: The Safety of Objects (verhalenbundel)

1996: The End of Alice (Het einde van Alice, roman)

1999: Music for Torching (Een brandbaar huwelijk, roman)

2006: This Book Will Save Your Life (Dit boek redt je leven, roman)

2007: The Mistress’s Daughter (De dochter van de minnares, memoir)

2012: May We be Forgiven (Vergeef ons, roman, Women’s Prize for Fiction)

2018: Days of Awe (Dagen van inkeer, verhalen)

Homes lacht als ze het citaat terughoort. ‘Er worden heel erge dingen gezegd. De zus, Abigail, die in een restaurant om een menu vraagt van tien calorieën per item. De personages zelf verblikken of verblozen er niet onder. Ik wil veel zeggen in dialogen, zonder toelichtende woorden als ‘dacht hij verwonderd’ of ‘zei ze teleurgesteld’. Dat moet in die uitspraken al zitten. Als je dat erbij gaat zetten, houd je bovendien de lezer op afstand. Nu kan hij of zij dat zélf denken. Ik ben begonnen als toneelschrijver, Edward Albee is mijn mentor geweest, en daar ben ik nog altijd dankbaar voor.

‘Met dat Californische gezin ben ik al 30 jaar bezig. Ze komen steeds terug, ongeveer zoals de Glass-familie in de verhalen van J.D. Salinger. Al in mijn debuutbundel The Safety of Objects uit 1990, zit dat meisje Cheryl. In Things You Should Know uit 2002 zit weer dat meisje aan het zwembad in Los Angeles. Cheryl zit opgesloten in haar leven. Daar heb ik na decennia iets aan gedaan, in het laatste verhaal uit Days of Awe. Niet iedereen komt daar levend uit, zoals u hebt gezien, maar dat offer was nodig om Cheryl de bewegingsvrijheid te gunnen waar ze naar uitkeek.

‘Dat gezin is een bindend element. Los van zo’n concrete connectie denk ik dat al deze verhalen te maken hebben met het geheugen, en wat er gebeurt als je niet terugdenkt, de geschiedenis niet kent. Ik las vannacht nog in de New York Times dat meer dan 60 procent van de jonge Amerikanen niet weet wat de Holocaust is; dan kun je het wel vergeten dat we ooit iets van een oorlogservaring zouden leren. Schokkend, nu er niet veel overlevenden van de Tweede Wereldoorlog meer over zijn. En ik moest denken aan Vergeef ons, waarin broer Harold wordt ontslagen aan de universiteit omdat hij als kenner van Nixon, die president was in mijn jeugdjaren, te veel in het verleden zou zijn blijven hangen. Dat wil ik kennelijk laten zien: wat voor dorre woestenij het leven is als je dit bestaan zonder enig historisch besef uitzit.’

In Omega Point vraagt een grootmoeder, Mary Grace, aan haar kleinkind Ruby wat die zwartogige grote vogels die door het venster zitten te kijken, van hen zouden denken. ‘Monsters’, zegt het kind. Homes: ‘Mee eens. Mensen zijn lomp en arrogant, ze denken dat de wereld om hen draait. Dat zien die vogels natuurlijk ook, denk ik vaak, als ik ze zie loeren. Slimme dieren.

Foto Ivo van der Bent

Er zijn twee manieren om je leven te leiden, schreef Albert Einstein: de ene alsof niets een wonder is, en de ander alsof alles een wonder is. Aan die stelling greep Homes zich vast toen ze haar memoir schreef over de schokkende kennismaking met haar biologische ouders. Het motto was die regel van Einstein. Homes: ‘Je moet je geschiedenis kennen, én je verbeelding gebruiken. Iedereen leest maar memoirs, autobiografieën en zweert bij reality-tv, alsof het echte leven alles is. Dat is een beperking. Dan onderga je het, zonder ermee te spelen. Verzin, vind uit, vervorm, bedenk óók iets, want dan kun je er iets tegenoverstellen, het uitbreiden, er iets van jezelf aan toevoegen. Dat bedoelde ik, door dat als motto in mijn memoir op te voeren.

‘Die arme oude Tom in mijn openingsverhaal, die op het strand achter zijn camera de uitgelubberde lijven van leeftijdsgenoten vastlegt en ook nog zijn praatjesmaker van een broer op bezoek krijgt, de geslaagde tandarts Robby met zijn honderdduizenddollarglimlach, die zou het bevestigen. Dat ik zo’n typisch broerverhaal heb geschreven, met luidruchtige camaraderie die een kloof van animositeit moet verbloemen, is trouwens een nawee van de grote broerroman Vergeef ons. Die Tom heeft tenminste zijn camera, waardoor hij niet met het geklets van de anderen mee hoeft te doen en overal doorheen kijkt, wát er ook aan cellulitis, buikpartijen, enge vlekken en akelige uitgroeisels aan hem voorbijtrekt.’

Een oude schrijfwet luidt ‘show, don’t tell’. In de verhalen van Homes kan echter alles worden getoond én gezegd, zonder dat het effect minder is. Een zin als ‘Childhood was the last good time’, over de man die alleen naar Disneyland gaat, en die zijn grootmoeder niet wil verliezen, want ‘she is the only thing that has stayed the same’: laat Homes dat staan, als om te suggereren dat je gerust alles kunt zeggen, maar dat dat nog niet betekent dat daar iets door wordt verholpen?

Ze grijnst: ‘Leuk hè?! Er bevinden zich nogal wat boeddhistische therapeuten en psychiaters in mijn kennissenkring. Almaar in de weer om de cliënt zichzelf in kaart te laten brengen. Vijf jaar bezig om een probleem te verwoorden. Dan lukt dat, en zéggen ze het, en wat dan? Er verandert niets, behalve dat het nu een probleem in woorden is geworden. Het is heel erg moeilijk om iets in een mens te veranderen, zeggen die therapeuten mij allemaal. En dat zijn professionals!’

Ze laat haar lezers vaak lachen, zoals met het krankzinnige verhaal over een chatroom voor parkietvrienden, en wat die elkaar allemaal opbiechten en vragen. Maar haar personages lachen zelden. Is dat wellicht haar wet; schrijven doe je met een deadpan expression, ongeveer zoals komiek Buster Keaton acteerde?

‘Interessant! Dit is een ernstig boek, in ieder geval voor mijn personages. Die hebben geen reden zich op de dijen te slaan. De lezer daarentegen, kan door te lachen het verhaal binnengaan, is mijn hoop. Humor is geen oppervlakkige afleiding van de ernst, maar een toegangsweg. Een lach breekt het verhaal open: je bent erbij, ziet de waanzin en de droefenis van al die mensen, en krijgt met hen te doen. Al dan niet omdat je iets herkent.’

A.M. Homes: Dagen van inkeer. Uit het Engels vertaald door Gerda Baardman en Moniek Ter Berg. De Bezige Bij; 320 pagina’s; € 19,99.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.