Goed & SlechtVogelgeluiden

A.H.J. Dautzenberg wil oorsuizen draaglijk houden door zich er vogeltjes bij voor te stellen

Bewerking Studio VBeeld Getty

Een vogel nadoen in taal: Jan Hanlo kon het, Kurt Schwitters ook, maar Arjan Peters hoort geen vogel in A.H.J. Dautzenbergs teksten. 

Een dier nadoen in taal valt niet mee. Jan Hanlo kwam ver in ‘De Mus’ (tjielp tjielp tjielp) en in ‘’s Morgens’, over die keer dat zijn gefluit geleek op de zang van de grote lijster. In Niet het krassen van de kraai (Pluim; € 24,99) laat A.H.J. Dautzenberg weten dat hij weer iets heeft, dit keer tinnitus, oorsuizen. Dat wil hij draaglijk houden door zich er vogeltjes bij voor te stellen – en dan niet de kraai maar de roodborst of de veldleeuwerik.

Uit de eerste cyclus citeer ik een fragment: ‘uuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuu uuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuu’. 

Dit zijn 2 van de 13 regels.

Het ombuigen of kanaliseren van de piep- en fluittonen in een min of meer lieflijk geluid is onder de noemer ‘maskering’ een bekende tinnitus-therapie. We wensen Dautzenberg veel succes, en zijn benieuwd naar zijn eerstvolgende aandoening of neiging. Maar ondertussen hebben we geen mooi vogeltje gehoord.

Gelukkig las ik deze week ook nog de monoloog Zjakko, geschreven rond 1926 door Kurt Schwitters, en nu vertaald door Jan H. Mysjkin (Vleugels; € 21,35). Schwitters was vooral beeldend kunstenaar, die niet inzag waarom je voor schilderijen alleen maar verf zou gebruiken en geen oude tramkaartjes, stukjes hout, garderobebonnetjes, touwtjes en krantenknipsels. Die verwerkte hij dan ook allemaal wél in zijn kunst. En zo ging hij ook om met de taal. Alles mocht meedoen. In Zjakko is een oude dame aan het woord die kwebbelt over haar papegaai:

 ‘U zult vast denken: zo’n kaal beestje, en dat is-ie ook. Hij heeft namelijk al zijn veren uitgerukt. Omdat onze vader zo moest lijden voordat-ie stierf, en toen liet-ie ’s avonds altijd het licht branden, omdat-ie niet kon slapen; en toen kon ’t beestje evenmin slapen, omdat er altijd licht brandde, ’t arm beestje; en toen heeft-ie uit narigheid van pure verveling al zijn veren uitgerukt.’ Er zit nog één plukkie op het koppie.

Affijn. ‘Maar ik denk: ga d’r es mee naar de dierenarts, al kan die d’r ook niks aan doen. En dan zeg ik: ‘Dokter, u zult vast denken, zo’n kaal beestje, en dat is-ie ook. Hij heeft namelijk al zijn veren uitgerukt.’ Het hele verhaal nog eens. En bij die herhaling blijft het niet.

Als in een processie van Echternach (drie stappen vooruit, twee achteruit) komen we bij de eindstreep. De tekst is net zo grappig en vermoeiend als een echte papegaai.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden