boeken

73 boeken om je op te verheugen in 2022, nr. 63 t/m 65: redacteuren van uitgeverijen raden aan

Gothic noir uit de Achterhoek, een bundel vol messcherpe maar ontroerende verhalen en het menselijk tekort in de openbare ruimte: redacteuren van drie uitgeverijen vertellen naar welke debuten zij uitkijken.

Marijn Hogenkamp en Jasper Henderson en Rebecca Wilson
Gijs Wilbrink Beeld Lisanne Lentink
Gijs WilbrinkBeeld Lisanne Lentink

Jasper Henderson (Thomas Rap) verheugt zich op De beesten van Gijs Wilbrink.

Tijdens mijn wittebroodsweken bij Thomas Rap kreeg ik een mail van literair agent Maarten Boers. Hij stuurde het eerste hoofdstuk van een debuutroman, toen nog getiteld ONLAND. Het was eerder gepubliceerd in het sympathieke tijdschrift Papieren Helden en begint zo: ‘Ik wil niet veel zeggen, maar volgens mij ging het al mis met Tom Keller toen die twee ooms hem ’s nachts meenamen naar het bos en hem dingen lieten doen die een jongen van negen nog lang niet zou moeten doen.’

Hier klonk een stem, die rustig maar dwingend zei: ga zitten, ik zal je een verhaal vertellen. Dat verhaal speelt zich af in de Achterhoek, te midden van motoren, stropers, nertsenfokkerijen en handeltjes die het daglicht niet kunnen verdragen. In dit mystieke grensland vol geheimen groeit Tom Keller op, jongste telg van de beruchtste familie van de streek, en gezegend met een van God gegeven talent voor de motorcross. Als hij jaren later plotseling verdwijnt, komt zijn opstandige dochter terug naar haar geboortegrond om hem te zoeken, met een dramatische familiereünie tot gevolg.

De beesten van Gijs Wilbrink is gothic noir uit de Achterhoek, verteld met het aanstekelijke plezier dat doet denken aan bijvoorbeeld Tachtig van Jaap Scholten en De Heilige Rita van Tommy Wieringa. Eens in de paar weken stuurt Gijs een nieuw hoofdstuk, iets waar ik me werkelijk op verheug, maar waar ik tegelijkertijd steeds weer zenuwachtig van word. Kan hij het verhaal, de personages en de toon op spanning houden? Die bijna fysieke, haast verkneukelende anticipatie op een manuscript-in-wording kennen alle uitgevers en redacteuren, maar geldt vooral een debuut, omdat het (hopelijk) het begin is van een schrijverschap waar vele lezers plezier aan zullen beleven. Opluchting als die anticipatie wordt ingelost en er weer een stuk van de geschiedenis vastligt, veroverd op het niets. Verder laten we Gijs vooral met rust, hij weet heel goed wat-ie doet.

Als het volgend jaar eindelijk november is en De beesten naar buiten mogen, gaan we naar Ulft, in de Achterhoek. Niet alleen komt Gijs daarvandaan, het is ook het geboortedorp van twee andere Thomas Rap-auteurs, Jonah Falke en Richard Nowak – het zal iets in het water zijn. Daar, in Het Wapen van Ulft, zal de presentatie plaatsvinden. Die avond zal duidelijk worden dat het centrum van de Nederlandse letteren niet ligt in Amsterdam, Utrecht of Rotterdam, maar in het Oosten, in een gebied dicht tegen de Duitse grens, waar het wemelt van de sterke verhalen.

Jasper Henderson is uitgever bij Thomas Rap. De beesten verschijnt in november.

Marijn Hogenkamp (Atlas Contact) verheugt zich op Jerrycan van Joep van Helden.

Wellicht herinnert u zich nog dat er sprake was van een manuscriptenstop bij grote uitgeverijen – zo kopte althans de Volkskrant afgelopen zomer. Daarna volgde de nuance, maar nog lang bleef het nare gevoel dat het voor de aspirant-schrijver zónder vlot netwerk steeds moeilijker werd om ‘ertussen te komen’. Van oudsher, vóór het tijdperk van bloggen en publiceren op het internet, van talloze (amateur)schrijfwedstrijden, zelfs lang voor schrijfonderwijs voet aan de grond kreeg, waren de voornaamste manieren om in contact te raken met redacteuren en uitgeverijen: publiceren in literaire tijdschriften en het ongevraagd insturen van een manuscript.

Joep van Helden (1988) deed beide. Zo stond hij meermaals in De Gids voor hij zijn verhalen naar Atlas Contact stuurde. Met groeiende verbazing las ik zijn begeleidende brief: hoe kon het dat deze schrijver, met dít cv, nog geen uitgever had? Ik las zijn messcherpe maar ook ontroerende verhalen, dikwijls over mensen aan de randen van de maatschappij, achter elkaar uit. Van Helden is verhalenschrijver, geen romancier. Hij wil dat zijn werk op de voorgrond treedt, niet hijzelf. En hij weet wat hij wil. Over één verhaalaspect voerden we meerdere discussies, maar Van Helden bracht zijn overwegingen met een inspirerende robuustheid. Ik geef hem graag gelijk.

De verhalen uit Jerrycan, zijn verhalendebuut, zijn wisselend van vorm, toon en lengte. Ik zou ze liefst allemaal uitlichten, maar ik houd me in. In één ervan gaan de organen van een overleden tiener ieder naar een andere bestemming. Al lezend volg je onder anderen een ambulancebroeder, een terminaal zieke vrouw, een jonge crimineel – en een hond. Met zijn onderkoelde toon (‘In Utrecht rookt mevrouw Konijnenberg er eentje’) weet Van Helden al deze personages tot leven te wekken, je hecht je en laat je raken door de angst en het verlies, de vervoering, de hoop en, niet onbelangrijk, de humor. Van Helden is bovendien ijzersterk in het schrijven van waarachtige dialogen: je hoort ze praten, die wonderlijke outcasts die zijn verhaalwerelden bevolken.

Jerrycan sleurt de lezer mee in werelden waarin het licht fel is en ademhalen schuurt, werelden die lijken op de onze, maar die onder een vergrootglas liggen, hard en schel – en waar toch altijd ruimte overblijft voor rauwe menselijkheid. En Joep van Heldens voorbeeld is een verademing voor alle aspiranten in de coulissen: het kan nog steeds, uitgegeven worden zonder kruiwagen.

Marijn Hogenkamp is redacteur bij Atlas Contact. Jerrycan verschijnt eind januari 2022.

null Beeld rv
Beeld rv

Rebecca Wilson (De Geus) verheugt zich op Het hart van Robin Ray Tuesday Barry.

Robin Ray Tuesday Barry koestert een diepe liefde voor het restaurant van de Hema, met zijn spotgoedkope ontbijtjes, eenzame klandizie en hotdogs op rotatie. Ze houdt van plaatsen die zowel treurnis als geborgenheid bieden. Het overdekte winkelcentrum, de oud-Hollandse afhaalchinees: vergane glorie waar iedereen zich welkom voelt.

Dat zat er al vroeg in. Ik gaf Robin redactieles toen ze tweedejaars was op creative writing, de schrijfopleiding van kunsthogeschool ArtEZ. Haar verhaal over een meisje dat een verlaten stadscentrum doorkruist op zoek naar haaievinnensoep voor haar depressieve moeder is me altijd bijgebleven, door de sterke sfeertekening, de trefzekere stijl en de wrange humor.

Robin Ray Tuesday Barry Beeld Anneke Hymmen
Robin Ray Tuesday BarryBeeld Anneke Hymmen

Tweedejaars creative writing zoeken meestal nog naar een eigen stem, Robin had die al. Of misschien was het eerder een eigen blik: een kunstenaarsoog voor hoe het menselijk tekort zich manifesteert in onze ruimtelijke omgeving. Geen wonder dat ze debuteert met een roman over een pas afgestudeerd beeldend kunstenaar, Bobbi Lee Fortuin. Dit personage vertoont wel wat overeenkomsten met pas afgestudeerd schrijver Robin Ray Tuesday Barry. Zo maakt Bobbi een serie foto’s van waterlichamen, terwijl haar bedenker Robin tijdens haar studie straatmeubilair in badplaatsen fotografeerde.

Bobbi worstelt met haar carrière nu ze ideeën over ‘ondernemend kunstenaarschap’ uit haar opleiding in de praktijk moet brengen. Ze kan eigenlijk alleen controle uitoefenen over het Instagramfilter dat ze kiest om haar ennui aan de buitenwereld te etaleren. Ook existentiële angst is een lifestylekeuze. Haar day job als ijsjesverkoper in winkelcentrum Het Hart biedt enig soelaas. Daar, in de wederopbouwwijk, zijn alle optimistische naoorlogse ideeën over maakbaarheid allang vervlogen, maar Bobbi ziet de schoonheid in de zieltogende ‘krachtwijk’.

Robin heeft dan wel een boekcontract op zak, ook haar positie is niet rooskleurig. Hoe schrijf je tijdens een lockdown over iemand die de wereld probeert te betreden, als die mogelijkheid jou letterlijk wordt ontnomen? Hoe houd je vertrouwen in je werk, als je overheid op elke persco laat merken dat cultuur er niet toe doet? Hoe moeten jonge makers hun plek vinden, als ze nergens kunnen optreden, geen gelijkgestemden kunnen ontmoeten of zelfs maar buitenshuis kunnen schrijven?

Daarvoor kan Robin voorlopig weer terecht in haar geliefde openbare bibliotheek. Momenteel zo’n beetje de laatst overgebleven plaats die mensen nog die geborgenheid biedt. Eén troost: hoe penibel haar situatie ook wordt, ze kan eruit putten bij het schrijven. Het zal Het Hart nog mooier en waarachtiger maken dan het nu al is.

Rebecca Wilson is redacteur bij De Geus. Het Hart verschijnt in april.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden