Film

‘#25 Trainspotting’ laat zien hoe het maken van een succesfilm van toeval aan elkaar hangt

Een kwarteeuw na de première verschijnt er een imposant koffietafelboek over de cultklassieker Trainspotting.

Rob Van Scheers
Robert Carlyle als Begbie en Ewan McGregor als Renton in Trainspotting (1996). Beeld
Robert Carlyle als Begbie en Ewan McGregor als Renton in Trainspotting (1996).

Noel Gallagher, bandleider van Oasis, had zich even vergist. Of hij de soundtrack voor een nieuwe film wilde schrijven, luidde het verzoek van de Schotse producer Andrew Macdonald.

‘Wat is de titel?’

Trainspotting.’

Huh? Wie wil er nu meewerken aan een film over treintuurders? Kan het saaier? Hem niet gezien. Achteraf, hij bekeek de film op 13 mei 1996 bij de wereldpremière in Cannes, was zijn verbijstering groot. ‘Dit is een cultureel fenomeen.’

Dit hebben we uit een groot, nieuw, dik, alomvattend koffietafelboek: #25 Trainspotting van de Britse filmjournalist Jay Glennie. Een jubileumuitgave, ruim driehonderd pagina’s met talloze foto’s, documenten en interviews met cast en crew. Van dezelfde auteur verscheen eerder al een vergelijkbare stoeptegel over Raging Bull.

null Beeld

‘Een cultureel fenomeen’, sprak Noel Gallagher dus. Dat mag een containerbegrip zijn, maar over Trainspotting kun je het gerust zeggen. De grimmige vertelling vol zwarte humor en onderliggend leed van regisseur Danny Boyle – over een volstrekt ontspoorde vriendenclub in de deprimerende havenwijk Leith, in het verder toch tamelijk deftige Edinburgh – toonde een ongekende vitaliteit. Ook door de soundtrack, die dus niet door Noel Gallagher was geschreven, maar die een verzameling stuwende indiepopsongs werd – van Blur en Pulp tot Underworld en van New Order tot Iggy Pop. Zo drong zich al snel de vergelijking op tussen Trainspotting en Quentin Tarantino’s Pulp Fiction, dat ook vol met popmuziek zit. Ze staan te boek als twee van de hipste films uit de jaren negentig.

Wat ook blijkt bij nog eens herzien: de hele sfeer van de nu zo populaire misdaadserie Peaky Blinders lijkt rechtstreeks geleend van Trainspotting. Oké, bij de Blinders zijn de personages Iers en het is een ander tijdvak, direct na de Eerste Wereldoorlog, maar het gebruik van hedendaagse popmuziek, het onnavolgbare idiolect in de dialogen en het excessieve drank- en drugsgebruik komen toch aardig in de buurt.

Ook met de vaak zwarte humor en tragiek maakte Trainspotting school. Robbie Carlyle als Francis ‘Franco’ Begbie is in Trainspotting een minstens zo gewelddadige psychopaat als Paul Anderson in zijn rol van Arthur Shelby jr. in Peaky Blinders. Je moet ze vooral niet tegenspreken, ze rammen er gelijk op los. Dan krijg je een kopstoot, of een mes tussen je ribben.

Ewen Bremner als Spud, Kevin McKidd als Tommy, Ewan McGregor als Rent Boy en Jonny Lee Miller als Sick Boy in Trainspotting. Beeld
Ewen Bremner als Spud, Kevin McKidd als Tommy, Ewan McGregor als Rent Boy en Jonny Lee Miller als Sick Boy in Trainspotting.

Drop-outs zijn het, Mark ‘Rent Boy’ Renton (Ewan McGregor), Daniel ‘Spud’ Murphy (Ewen Bremner), Simon ‘Sick Boy’ Williamson (Jonny Lee Miller), hun drugsdealer Swanney ‘Mother Superior’ (Peter Mullan) en de gewelddadige Franco. Feitelijk weigeren ze gewoon om op te groeien. Hoor dat beroemde sweeping statement van Rent Boy: ‘Ze zeggen je: kies voor het leven. Zoek een baan. Ga voor een carrière. Begin een gezin. Koop een belachelijk grote kleuren-tv. Schaf wasmachines, auto’s, cd-spelers en elektrische blikopeners aan. Let op je gezondheid, denk aan je cholesterol, en aan je tandartsverzekering. Neem een hypotheek met vaste rente. Koop een startersflat.’ Enzovoorts. Om de hele litanie af te sluiten met: ‘Ik kies voor iets anders. En de reden? Wie heeft een reden nodig als ik heroïne heb?’

Junkiewoede en -verdriet, uitgesproken door Ewan McGregor. Op dat moment was de Schotse acteur 25 jaar oud, en een fraaie filmcarrière lag in het verschiet. Hij had in 1994 al samengewerkt met regisseur Boyle bij de (uitstekende) thriller Shallow Grave, maar Trainspotting katapulteerde hem naar internationale erkenning. Zegt schrijver Irvine Welsh, die de roman schreef waarop de film is gebaseerd: ‘Voor mij was Ewan de ster van de film. Hij had altijd een twinkeling in zijn ogen. Hij zat weliswaar in die jeugdbende, maar hij wist zich er ook enigszins van los te maken om vanaf de zijlijn hongerig alles te kunnen observeren. Zo droeg hij op overtuigende wijze het hele verhaal.’

Met Irvine Welsh (1958) hebben we ook een verhaal te pakken. Trainspotting was zijn debuut, en inmiddels is hij de auteur van twaalf romans, vijf bundels met korte verhalen, tien filmscenario’s en drie theaterstukken. Hij komt nogal eens naar Amsterdam om te signeren, en dan wil je bij het zien van deze archetypische stoere Schotse bleekneus uit Edinburgh best aannemen: ja, deze man heeft het leven uit Trainspotting geleefd.

In het jubileumboek geeft hij meer details weg. Over hoe hij zijn droom in duigen zag vallen om ooit het shirt van zijn favoriete voetbalclub te mogen dragen: Hibernian FC uit Leith. De teleurstelling over zijn korte carrière als zanger en gitarist in de punkscene van Londen. Zijn twaalf ambachten en dertien ongelukken: van elektricien (kreeg een doodschok) tot aspirant-makelaar (tijdens de Londense huizenbubbel van begin jaren tachtig). ‘Ik dacht, nu alles mislukt was: zou schrijven een optie zijn? Dan is het maar het beste om te beginnen met dingen die je kent.’

En van pubs, drank, drugs, muziek, acid house en rave wist hij meer dan voldoende. Zijn docent Engelse literatuur op de middelbare school, Irene Tate, die hij toevallig weer eens tegen het lijf was gelopen, moedigde hem aan. ‘Het was dan wel mijn derde optie, maar door wat Irene zei dacht ik: fuck it, ik waag gewoon een poging.’ De basis van zijn roman Trainspotting was het dagboek dat hij had bijgehouden toen hijzelf enige tijd worstelde met een heroïneverslaving.

Acteur Ewan McGregor en regisseur Danny Boyle. Beeld
Acteur Ewan McGregor en regisseur Danny Boyle.

De debuutroman verscheen in 1993 en werd opgepikt door producer Andrew Macdonald, die even iets zocht voor de vlucht van Londen naar Glasgow, waar hij Kerstmis ging vieren. ‘Ik las en ik las, en dacht: dit kan weleens onze nieuwe film zijn.’

De producer wist Danny Boyle te enthousiasmeren, met wie hij net Shallow Grave had voltooid. Boyle, op zijn beurt: ‘Toen ik begon te lezen, kon ik ook niet meer stoppen. Het was een heel nieuwe stem binnen de Angelsaksische literatuur.’

Klein probleem: ‘Het was magisch, maar nog ver verwijderd van een film, non-lineair als het verhaal is. Het schoot werkelijk alle kanten op.’

Enter John Hodge, de scenarist van Shallow Grave. Na aanvankelijke aarzeling kwam hij met een eerste synopsis. ‘Het moest niet alleen maar een film worden als eerbetoon aan de roman. Het zou een zelfstandige film moeten zijn. In een film wil je alles gebruiken wat tot je beschikking staat: visuele verrassingen, harde montage; de subtiliteit van een roman is je bij een film nu eenmaal niet gegeven. Bovendien moesten ook mensen buiten Schotland het verhaal kunnen begrijpen.’

Het script kwam af, alle partijen tevreden. Er kon worden gecast, en gedraaid, voor een bescheiden budget van 1,5 miljoen Britse pond. ‘En ergens was dat wel lekker’, herinnert Boyle zich, ‘want juist dat bescheiden budget gaf ons absolute vrijheid.’ Een flop zou voor coproducent Channel 4 echt geen man overboord zijn, bedoelt hij.

‘Ja, en dan vragen we Noel Gallagher voor de muziek’, opperde producer Macdonald nog. De popster kon natuurlijk ook niet weten dat de titel sloeg op een oude dronkaard op een station, die denkt dat die jongens daar naar de wc gaan omdat ze treinen spotten – terwijl het was om een heroïnespuit te zetten.

Als er nu iets duidelijk wordt uit het boek #25 Trainspotting, is het dat zelfs het maken van een succesfilm – want dat werd het, met een opbrengst van 48 miljoen pond en talloze prijzen – van toeval aan elkaar hangt. De prachtige lay-out van het boek, geheel naar het artwork van de film, is bijna té glossy voor het onderwerp, maar de rauwe verhalen uit de harde Schotse werkelijkheid brengen het werk alsnog aardig in balans. Een document voor frenetieke filmfans.

null Beeld

Jay Glennie: #25 Trainspotting.
Coattail Publications; £ 120.

Gelimiteerde oplage (1000 exemplaren), verschijnt 6 december.

Het vervolg

Twintig jaar na Trainspotting verscheen T2 Trainspotting (2017), de sequel. Het personage Mark ‘Rent Boy’ Renton, dat in deel 1 nog 8.000 pond drugsgeld had gestolen van zijn ‘vrienden’, had al die tijd ondergedoken gezeten in Amsterdam om een ‘burgerlijk’ leven te beginnen. Nu keerde hij terug naar Edinburgh, waar hem een hete ontvangst wachtte. Filmrecensent Berend Jan Bockting was in de Volkskrant enthousiast. Samengevat: een risicovolle sequel pakt vaak uit als een teleurstelling, maar ‘hier druipt het filmplezier ervan af’.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden