25-jarige celliste speelt op wereldpodia en is nu ook artistiek leider Utrechts festival

Ze is 25 en heeft al op de grote wereldpodia gespeeld. Nu heeft cellist Harriët Krijgh ook een festival onder haar hoede. Hoe doet ze dat?

Beeld Anouk van Kalmthout

Harriët Krijgh (25) weet nog precies wanneer het telefoontje kwam: Oudjaarsdag 2015 . Het was de directeur van het Internationaal Kamermuziekfestival Utrecht (IKFU) - het festival van stervioliste Janine Jansen. Haar mededeling: Jansen, die het sinds 2003 organiseert, vond het tijd de artistieke leiding over te dragen. De vraag: of Krijgh die zou willen overnemen.

Natúúrlijk wilde de ze dat.

Woensdag begint de eerste editie van het IKFU onder Krijghs leiding. Contact met Jansen heeft ze niet gehad, zegt ze bij een thee met melk in het café van TivoliVredenburg. Alleen toen het werd bekendgemaakt, hebben ze er met elkaar over gesproken. 'Ze heeft me haar zegen gegeven het festival zo in te vullen als ik wil', zegt Krijgh. 'Ik voelde me compleet vrij.'

De keuze voor Krijgh was een logische. Ze is een rijzende ster en een meer dan uitstekende celliste - ze laat zich niet vergelijken met wie dan ook. Haar toon is robuuster en rijper dan je zou verwachten als je haar daar naast haar cellokoffer ziet zitten: golvend rood haar, vriendelijk en bescheiden. Op het podium verandert ze: je ziet haar opgaan in haar spel, niets behalve de muziek doet er nog toe.

Onlangs maakte Krijgh haar debuut bij het Boston Symphony Orchestra, een van de toporkesten in de VS. Er zijn nog maar weinig wereldberoemde concertzalen waar ze niet heeft gespeeld: ze stond in de Musikverein in Wenen, pas nog in Carnegie Hall, New York (kippevel als ze daaraan terugdenkt). De carrière van Krijgh, zo iemand die wel haar bladmuziek omslaat, maar vervolgens met gesloten ogen musiceert, gaat als een raket.

Er is nog een reden waarom juist zij zo geschikt is voor het Utrechtse festival. Net als Jansen komt ze uit de buurt - Krijgh werd geboren in Doorn en groeide op in Zeist - en net als haar voorganger studeerde ze aan het Utrechts Conservatorium. Althans: vanaf haar 9de zat ze in de klas voor jong talent, tot die werd wegbezuinigd. De violiste Iris Juda, een vriendin van de familie, tipte haar bij cellodocente Lilia Schulz-Bayrova. Maar om van haar les te krijgen, moest Krijgh wel naar Wenen verhuizen.

Ze was 14 toen ze het Christelijk Lyceum in Zeist verruilde voor een Weens Musikgymnasium. Haar moeder verhuisde met haar mee, haar vader zag ze eens per maand. Later werd ze opgenomen in het huishouden van haar docente, die getrouwd is met Gerhard Schulz, violist uit het vermaarde Alban Berg Quartett. Zo werd ze al vroeg omringd door musici uit de wereldtop. Zat hij achter de computer terwijl Krijgh aan het studeren was, kwam daar toch weer een aanwijzing over hoe ze die ene noot moest spelen.

Of ze toen al doorhad dat ze de top zou kunnen bereiken? Nee, zegt ze, haar lerares heeft het 'echt opgewekt'. Haar ouders? Ook die hadden geen idee dat haar plafond zó hoog zou liggen, zegt vader Jan Krijgh. Hij zei dat ze ook 'een gewoon beroep' had kunnen kiezen. Al omvatte de vriendenkring professionele musici, in de familie Krijgh zelf kwamen die niet voor. Maar Harriët had, in de woorden van haar vader, 'die gave om zich op te sluiten'.

Drie oudere broers heeft ze, bij wie ze zich beschermd voelde, maar waardoor ze soms ook 'zo' (ze maakt een beweging alsof ze een elleboogstoot uitdeelt) moest doen. Haar vader is arts en heeft een vatenkliniek. En haar moeder is kunsthistorica en, ja, hoe noem je dat, kasteelvrouw.

Dat zit zo. Harriëts grootvader van moederskant was Henry Helmuth Reichhold (1901-1989). De Duitser vestigde zich in de jaren twintig in Detroit, waar hij een chemisch bedrijf opzette. Hij leverde een middel waarmee de lak van de auto's van Ford sneller kon drogen en zou in de Fortune 500 belanden, de lijst van grootste bedrijven van de VS. De zakenman en filantroop (hij doneerde aan het Detroit Symphony Orchestra en de Akademie der Künste in Berlijn) kocht in de jaren zestig een middeleeuws kasteel, ten zuiden van Wenen: Burg Feistritz.

Beeld anp

Om het kasteel ('een intiem familie-iets') rendabel te houden, organiseren haar ouders er congressen en cursussen, van yoga tot boekbinden. En uiteraard wordt er veel muziek gemaakt. Tot 2014 werden er masterclasses gegeven voor jonge musici - vele Nederlandse muzikantjes gingen er met de bus naartoe. Een pianist die meerdere keren meeging, spreekt van 'een Harry Potter-ervaring'.

Krijgh deed op het kasteel belangrijke ervaring op: ze organiseert er een kamermuziekfestival. Harriet & Friends bestaat sinds 2012. De volgende editie is in juli.

Al heeft ze nu,vanwege haar werk voor het Utrechtse festival, ook een appartement in Laren, Wenen is nog steeds haar stad - ze is er nooit weggegaan. En hoewel ze zich heus Nederlands voelt, is ze thuis in Oostenrijk - vakanties besteedt de celliste (die volgens haar vader ook enorm goed kan voetballen) het liefst wandelend door de Alpen. Duits spreekt ze inmiddels beter dan Nederlands, zegt ze - dat krijg je ervan als je al in je eerste jaar op het Musikgymnasium teksten van Goethe en Schiller moet analyseren.

Ook het IKFU zal een Oostenrijks tintje krijgen. Er is een Weense avond, die bestaat uit drie concerten. De bariton Rafael Fingerlos (Wiener Staatsoper) zingt liederen van Brahms en van de amper bekende Robert Fürstenthal, die vanwege zijn Joodse achtergrond Oostenrijk in 1938 ontvluchtte; er klinken walsen en als afsluiter staat Schönbergs Verklärte Nacht op het programma. Er worden schnitzels en apfelstrudels geserveerd.

Maar grote veranderingen ten opzichte van voorgaande jaren? Die zijn er (nog) nauwelijks. Er is gekozen voor een geleidelijke overgang: Krijghs gedroomde concert op de Oudegracht komt een latere editie wel. De celliste heeft veel uit haar eigen netwerk geput: natuurlijk is Krijghs vaste pianiste Magda Amara er, Daniel Ottensamer (klarinettist van de Wiener Philharmoniker) komt langs. Maar er zijn nog genoeg 'bekende gezichten' uit het Janine-tijdperk, zoals violist Boris Brovtsyn en altviolist Amihai Grosz.

En Jansen zelf natuurlijk. Zij is te horen tijdens het openingsconcert, een van de optredens waar Krijgh het meest naar uitkijkt. De opening moet speciaal zijn, vind ze; dan kun je niet aankomen met een stuk dat iedereen al kent. Ze vroeg de componiste Johanna Doderer (ja, ook uit Oostenrijk) om een stuk te schrijven. De musici zullen de hele ruimte van de Grote Zaal benutten.

Na haar zomerfestivals staan er alweer andere mijlpalen te wachten. Zo is ze volgend seizoen weer in Amerika, waar ze debuten maakt bij het Chicago Symphony en Dallas Symphony Orchestra, de laatste onder leiding van Jaap van Zweden. Momenteel studeert ze op het Dubbelconcert van Brahms, dat ze voor het eerst speelt met violiste Baiba Skride in Neurenberg en later met Janine Jansen bij de Wiener Symphoniker.

Ondertussen is er ook belangstelling van grote platenlabels. Krijgh bracht al op haar 19de haar eerste cd uit, bij het kleine Oostenrijke label Capriccio. Inmiddels heeft ze er vijf gemaakt. Maar overstappen naar een 'major'? Ze ziet het zo vaak bij jonge collega's, zegt ze, dat labels artiesten willen sturen. Ze denken toch niet dat ze dat bij haar ook kunnen doen?

Alleen als ze echt haar eigen gang kan gaan, kan opnemen wat ze wil, dan wil ze het overwegen. Alleen als ze zich 'compleet vrij' voelt.

Aanvullingen en verbeteringen: In een eerdere versie van dit artikel stond in de eerste alinea van de broodtekst 'Zijn mededeling' waar het 'haar mededeling' had moeten zijn. In de zin 'En haar moeder is kunsthistorica en, ja, hoe noem je dat, kasteelvrouw' was het woord kunsthistorica aanvankelijk weggevallen.

Geld

Toen Janine Jansen aankondigde te stoppen als artistiek leider van het Internationaal Kamermuziekfestival, was er meteen een rel. De Advies Commissie Cultuurnota van de stad Utrecht adviseerde het IKFU voor de periode 2017 tot 2020 geen subsidie toe te kennen, omdat het vooral om Jansen zou draaien. Uiteindelijk werd de structurele subsidie een jaarlijkse bijdrage. Volgend jaar kan het festival rekenen op geld van de gemeente. Het IKFU krijgt per festival 50 duizend euro van de gemeente, ongeveer een zesde van de begroting.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden