22:04 doet de ultieme poging kunst en leven te verenigen

Persis Bekkering

In Vertrek van Station Atocha, de debuutroman van Ben Lerner (1979), verlangt een jonge dichter naar authentieke ervaringen, slaagt er niet in, en vindt een uitweg door te fabuleren, en dat dan maar eerlijk te bekennen.

Lerners tweede roman zou aanvankelijk weer over een literaire fraudeur gaan, maar op pagina 239 van 22:04 beschrijft hij het moment waarop hij besloot 'om het boek te vervangen door het boek dat je nu leest'. Natuurlijk kun je je afvragen of de Ben in 22:04 volledig samenvalt met de 'echte' Ben Lerner; vrijwel zeker is dat niet zo. Maar het gaat er niet om dat Ben Lerner eerlijk is, maar dat de roman eerlijk is.

Het verhaal, voor zover je daarvan kunt spreken, begint in het ziekenhuis: de verteller heeft een aandoening aan zijn aorta, die gevaar loopt te scheuren. Zijn beste vriendin, die hem als spermadonor heeft gevraagd, is bij hem. Een van de verschijnselen van zijn aandoening is dat hij (dit is net zo vaag als het klinkt) flexibele ledematen heeft, waardoor hij meer voelt dan anderen, maar de sensorische informatie niet kan samenvoegen tot één mentaal beeld, 'de realistische fictie die de wereld schijnt te zijn'. Met de dreiging van een vroege dood probeert hij te bedenken of hij een kind wil.

Hij schrijft een kort verhaal dat in The New Yorker wordt gepubliceerd en als raamvertelling in de roman is opgenomen, hij schrijft het boekvoorstel dat hij nooit zal realiseren en lange gedichten. Door die structuur, van fictie binnen de roman, zien we hoe gedachten en gesprekken uit het 'echte' leven in het werk van de auteur terechtkomen en hoe zijn fictie vervolgens weer invloed heeft op hoe hij naar zijn leven kijkt. Dit is geen koketterie. De verteller geeft een inkijk in zijn hoofd, in hoe het leven vervormd in de kunst terechtkomt. Vervormd, maar daardoor nog geen leugen.

Gek genoeg lijkt de fictie soms oprechter dan het 'egodocument', omdat de toon meer ontspannen is, alledaagser. Ben praat zelf het liefst in lange zinnen, met veel Griekse leenwoorden, wat gezocht overkomt. Die zinnen zijn niettemin prachtig. Zijn vreemde aandoening leidt tot adembenemende observaties, aangezien hij voortdurend verschillende 'temporaliteiten' tegelijk ontwaart, in kunst, in de stad, in mensen: hij ziet (in plaats van één beeld, één atmosfeer) heden, verleden en toekomst. Hij 'valt door de tijd'.

De filmklassieker Back to the Future keert terug als beeld, dat deze synchrone waarneming helpt te begrijpen. Alsof de verteller kan tijdreizen. In het schimmige lamplicht in een steeg voelt hij zich verbonden met de eeuwen voor hem, die ook in dit licht hebben gebaad. Eigenlijk doet de verteller hier het tegenovergestelde van Lerners debuutroman: hij ziet de wereld niet van een afstand, maar juist van zo dichtbij dat hij dubbel ziet. 22:04 is al met al een vreemd boek, vernieuwend. Het is zowel proza als poëzie, fictie als non-fictie, waarheid en leugen, universeel en persoonlijk. 22:04 doet de ultieme poging kunst en leven te verenigen. Diep ontroerend.

undefined

Ben Lerner Beeld Paco Campos / EPA
Ben LernerBeeld Paco Campos / EPA

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden