21 vrolijke wraakverhalen uit de kunsten

Een goede trap na, een venijnig pesterijtje. Wraak is, indien superieur opgediend, een heerlijke emotie. En een motor voor de kunsten. Luister naar Björks recente afrekening met haar ex, kijk naar het publieke gerel tussen Ulay en Abramovic. De Volkskrant duikt in de geschiedenis van de wraakkunst en opent een beerput aan rauwe gevoelens van hiphop tot poëzie.

Beeld Getty / Beeldbewerking Studio V

1 Jamal Ouriachi vs. Xanthippe

LITERATUUR Not a pretty sight. Wil je dat verrekte kutwijf je roman in schrijven om haar een lesje te leren, blijk je te vallen voor haar personage.

Door Jamal Ouriachi

'Wissen,' zei Xanthippe, haar stem nog nat van de tranen.

'Alles?'

'Alles. Ter plekke. Waar ik bij sta.'

En dus selecteerde ik alle bestanden in het mapje 'Xanthippe', de digitale sporen van een maandenlang samenzijn dat die ochtend na een slapeloze nacht ten einde kwam. Haar ging het vooral om bepaalde foto's en filmpjes. Ik sleepte alles naar de prullenbak van mijn laptop en leegde die voor haar ogen.

Wat zij niet wist, was dat ik kopieën van al die vleeskleurige bestanden op een back-upschijf had staan. Niet dat ik daar wilde plannen mee had. Revenge porn mag dan een populaire vorm van vergelding zijn: ik zat niet te wachten op de gedachte aan een wereldwijde club van overjarige heren die zich op de beeltenis van mijn voortaan-ex zouden afrukken. Geen zorgen, Xanthippe, niemand krijgt die beelden ooit te zien.

De schrijver die genoegdoening zoekt, beschikt over een heel ander soort harde schijf, waarvan de bestanden wel degelijk bronmateriaal kunnen vormen voor superieure wraak: zijn geheugen.

Zo gezegd, zo gedaan. Toen ik een paar maanden later werkte aan mijn roman 25, waarin een jonge vrouw vier verschillende gedaanten aanneemt, liet ik mij voor een van die gedaanten inspireren door Xanthippe. Dat moeilijke karakter van haar, nou, dat zou ik eens even genadeloos op de pagina uittekenen. Al die maanden van wanhoop en zinloos geduld zouden niet voor niets zijn geweest, ha!

Maar al schrijvend deed zich een bloedirritante complicatie voor: ik begon mee te leven met dat personage, met die intrigerende vrouw die zichzelf in alle opzichten openstelde voor een man die terugdeinsde - vanwege zijn werk, vanwege zijn verleden. Van wraaklust geen spoor meer, ik voelde alleen nog mededogen.

Verdomme, alweer.

Een jaar eerder was me hetzelfde overkomen, toen ik bij het schrijven aan mijn roman Vertedering op het punt belandde waarop de mannelijke hoofdpersoon een zekere 'Paula' nogal ruw aan de kant zette. Daarop stuurde deze Paula hem een lange e-mail, 'geschreven in een aanval van totale hysterie'. Ik moest denken aan de hysterisch-woedende e-mail die ik niet lang daarvoor van Helleveegje had ontvangen, vol valse beschuldigingen, paranoia en gepsychologiseer. Daar kon ik best eens uit citeren, waarom niet? Dat zou haar leren, mij zulke zieke verwijten te maken. Het verrekte kutwijf.

Maar al kopiërend en bewerkend (hier en daar moesten wat feitelijkheden worden omgevormd om in het verhaal te passen) gebeurde hetzelfde wat een jaar later bij 25 gebeurde: ik voelde mededogen. Begrip. Wat in de mail van Helleveegje onredelijk had geklonken, kwam mij in de mail van Paula ineens uiterst billijk voor. Het verhaal had de werkelijkheid geannexeerd, en van vergelding op Helleveegje was geen sprake meer: mijn woede op haar was opgelost in de fictie.

Ik biecht het allemaal maar even op om aan te geven dat ik geen talent heb voor wraakkunst. Misschien begrijp ik het fenomeen gewoonweg niet. Voor mijzelf geldt, dat ik positieve energie nodig heb om te kunnen schrijven. Nee, laat de new-ageboekjes maar in de kast, ik heb het niet over chakra's of aardstralen, ik bedoel dat ik om maanden of jaren aan een roman te kunnen werken, enthousiasme moet voelen. Geen verzurende wraaklust. Ik moet van elk personage kunnen houden, óók van de klootzakken en de trutten. Misschien wel juist van hen.

Beeld Getty / Beeldbewerking Studio V

Daar komt bij dat er aan wraakkunst een sneu kantje zit. De wraaknemer denkt rechtvaardigheid af te dwingen door de domheid of de slechtheid van zijn slachtoffer aan te tonen, maar wat hij werkelijk doet, is zijn eigen naïviteit blootleggen: was hij zelf niet ooit verliefd geworden op dat domme, slechte slachtoffer? Was hij zelf niet vol geestdrift in die vriendschap gedoken? Had hij niet gretig het contract getekend bij die ene werkgever, je weet wel, dat bedrijf dat er van de buitenkant zo begerenswaardig en vooruitstrevend uit had gezien, tot de dag van het ontslag?

Ja, de wraaknemende kunstenaar heeft het allemaal aan zichzelf te danken. Niet het slachtoffer, maar de wreker staat voor lul. Het publiek mag dan genieten van zo'n openlijk beleden vendetta - de genoegdoening blijft uit. Wraak bestaat alleen daar waar ooit liefde was. Wraak is het gepaste antwoord dat je pas bedenkt als het gesprek allang voorbij is. Wraak komt altijd te laat.

Toch zijn er uitzonderingen. Onlangs sprak ik met iemand over Joseph Anton, het autobiografische boek van Salman Rushdie: een bloedstollend verslag van de jaren waarin hij ondergedoken zat vanwege de fatwa die over hem was uitgesproken. Machtig leesvoer, en toch ook zo teleurstellend, want Rushdie maakte heel wat woorden vuil aan kleinzielige afrekeningetjes in het persoonlijke circuit.

Zijn ex-vrouwen kregen ervan langs, er werd gecatalogiseerd wie er allemaal 'goed' en 'fout' waren tijdens de Rushdie-oorlog, concurrenten in de liefde werden met naam en toenaam afgeserveerd. Het was, kortom: not a pretty sight. Heeft zo'n wereldberoemde en bovendien waanzinnig getalenteerde auteur dat nou echt nodig?

Mijn gesprekspartner beweerde dat wat haar betreft óók die wraakpassages bijdroegen aan de kwaliteit van het boek. En toen ik er wat langer over nadacht, moest ik haar gelijk geven. Kunstenaars wroeten daar waar het pijn doet, ze graven op wat wij liever onder de grond zouden laten zitten. Waar ieder ander zich voor schaamt, laat de kunstenaar nu juist van zichzelf zien, uitvergroot en wel. Die snibbige trappen na, die Rushdie in zijn boek uitdeelt, zijn geen verschrijvingen. Het zijn niet de kleinzielige pesterijtjes van een man die daar boven zou moeten staan. Nee, ze vormen het bewijs van zijn grote schrijverschap: hij heeft het lef om dat allemaal te laten zien, die lullige gevoelens.

In een beschaafde maatschappij dekken we het liefst alles toe wat niet sociaal wenselijk is. Maar wraakzucht broeit in ieder mens, vooral in de types die van zichzelf beweren niet wraakzuchtig te zijn. Zeker in onze optimistische like-cultuur, waarin veel opgestoken duimpjes in feite een passief-agressief gebaar zijn, is wraak bij uitstek een onderwerp én een motivatie voor de schone kunsten.

2 Steve Earle vs. Allison Moorer

MUZIEK Terraplane/Down To Believing
Een vechtscheiding volgen via twee nieuwe albums. Jummie.

Door Robert van Gijssel

Ze waren het droomkoppeltje van de Amerikaanse country: Steve Earle (Hampton, Virginia, 1955) en Moorer (Monroeville, Alabama, 1972). Ook een beetje een odd couple natuurlijk. Hij: een immer zwetende, enigszins corpulente trucker met grijze etensrestenbaard en veelbesproken drank-, drugs- en detentieverleden. Zij: een porseleinen schoonheid, type southern belle, bepoederd, breekbaar en een kleine twintig jaar jonger. Maar toch ook al opgezadeld met een dramatisch verleden: Moorers vader schoot haar moeder dood en daarna zichzelf, in 1986, toen Allison 14 was.

Moorer was Earle's vrouw nummer zeven. Ze hielden het nog lang vol. Maar vorig jaar wandelde Moorer de voordeur uit, voor de laatste keer, na negen jaar huwelijk. Wat er precies was voorgevallen, werd niet gedeeld met de ers. Maar de vorige maand verschenen plaat Terraplane van Earle gooide het huwelijksboekje maar even open. Arme Steve: Allison had een ander.

Earle en Moorer. Beeld Getty

In het nummer met de weinig omfloerste titel Better Off Alone trekt Earle van leer. 'And though I taught you everything you know, I learned a thing or two myself and so, I'm gonna miss you when you're gone, but I'm better off alone.' Venijnig, vooral die eerste zin. Wat Earle hier eigenlijk wil zeggen, is dat de liedschrijfcarrière van zijn echtgenote pas goed op gang kwam na zijn wijze gitaar- en componeerlessen. Maar goed, al is hij alleen stukken beter af, hij gaat haar missen. Lief.

Daarna wordt het grimmiger, je ziet het songwritende hoofd van Earle in een steeds verbetener grimas voor je. 'Say what you think you gotta say, just don't tell me you changed your mind and you're gonna stay.' En de publieke afstraffing: 'You ain't never anything but blue, and now you say you found somebody new. You can lay that burden on, 'cause I'm better off alone.' Daar sta je dan, Allison Moorer. Vreemdgegaan natuurlijk. En Steve Earle in de put geduwd. Terwijl hij je alles geleerd heeft, omdat je zelf eigenlijk niets kon.

Ongeveer gelijktijdig met de release van de rancuneuze Earle-plaat werd vorige maand het nieuwe album van Allison Moorer aangekondigd. Dit weekend ligt Down To Believing in de platenzaak, en wie wil weten of Allison Moorer ook nog iets terug te zeggen heeft (ja!), pakt er straks het tekstboekje maar even bij.

In I lost My Crystal Ball zingt Moorer dat haar kristallen bol is veranderd in een sloopkogel. 'It ain't hard to see, it made a wreck of me.' In Like It Used To Be horen we dat de relatie er in de loop van de jaren niet leuker op was geworden. En hoe was Steve eigenlijk met zijn zoontje, vraag je je bij het nummer Mama Let The Wolf In toch even af: 'We could hide in the closet, but I know he's gonna find us.'

In Tear Me Apart is Moorer verdrietig, maar ook boos. Heel boos. Ze voelt zich als een verfrommelde papieren zak, zingt ze. 'Empty, wrinkled, and thrown in the thrash.' En daarna: 'What am I supposed to say? When I wanna scream everytime you look my way? I ain't safe and I ain't sound, you might as well put me in a hole in the ground.' En tot slot: 'I still don't know why you always want to tear me apart.'

Een vechtscheiding in liedjes. Dat zouden meer mensen moeten doen.

3 Xavier Dolan vs. Zijn moeder

FILM J'ai tué ma mère
(Xavier Dolan, 2009)

Door Kevin Toma

Als hij geen wrok tegen zijn moeder had gekoesterd, zou Xavier Dolan (1989) misschien nooit films zijn gaan maken. Nadat hij het script voor J'ai tué ma mère had geschreven, bleek de wurgende relatie tussen de jonge homoseksueel Hubert en diens moeder Chantale zozeer te kloppen met zijn eigen geschiedenis, dat Dolan besloot zelf te regisseren. De hoofdrol nam hij eveneens voor eigen rekening.

Het werd een intense afrekening, met enkele van de beste ruziescènes uit de filmgeschiedenis. Onvergetelijk zijn de oorverdovende scheldpartijen in de auto; zelfs wanneer Hubert een lekker maaltje heeft gekookt voor Chantale (Anne Dorval), mondt dat uit in een verbaal slagveld. 'De vreselijkste moeder is nog een schatje vergeleken bij jou' - aldus het soort verwensingen dat Hubert richting moeder slingert.

Chantale wordt ietwat cartoonesk als explosief kreng neergezet. Geen wonder dat Dolan de moederfiguur een tweede kans gaf: in het minstens zo felle, maar veel evenwichtigere Mommy (2014) is het vooral de zoon die je het bloed onder de nagels vandaan haalt.

4 John Fogerty vs. Z'n platenbaas

FILM Zanz Kant Dans
(John Fogerty, 1985)

Door Erik van den Berg

'Zanz can't dance. But he'll steal your money', zong John Fogerty in 1985 op zijn solo-lp Centerfield. Een trap in het kruis van Saul Zaentz, de baas van platenlabel Fantasy, die volgens de zanger voor miljoenen dollars inkomsten uit Fogerty's band Creedence Clearwater Revival in zijn zak had gestoken.

Vandaar Zanz Kant Danz dus ('before it's over, your pocket is clean'), gevolgd door nog zo'n boze song, Mr Greed, met de vraag 'How do you get away with robbin?' Did your mother teach you how?' Er kwam een rechtzaak van, de band kreeg alsnog geld, en Fogerty deed een concessie: Zanz werd Vanz Kant Danz.

5 Anna Magnani vs. Roberto Rosselini

FILM Volcano
(William Dieterie, 1950)

Door Kevin Toma

De Italiaanse diva-actrice Anna Magnani nam drastische maatregelen, toen haar man Roberto Rossellini er met Hollywoodster Ingrid Bergman vandoor ging. Als die smeerlappen samen een film gingen maken op een piepklein vulkaaneiland vlakbij Sicilië, waarom zou zij dan niet hetzelfde doen?

Zo werden de godvergeten Eolische eilandjes Stromboli en Vulcano in 1949 het strijdtoneel van een zoutzure liefdesgeschiedenis, waarbij Magnani en William Dieterle's filmcrew alles op alles zetten om hún vulkaandrama eerder af te krijgen dan dat van Rossellini.

Na de opnamen schreeuwde Magnani vanaf het strand verwensingen richting Stromboli, ervan overtuigd dat haar film de beste en succesvolste zou blijken. Beide films flopten. Waar Rosselini's Stromboli tegenwoordig als klassieker geldt, is Dieterle's Volcano nagenoeg vergeten. Jammer, want Magnani is meesterlijk als de verguisde ex-prostituee die de eer van haar zusje Maria verdedigt.

In de finale vermoordt ze Maria's belager terwijl hij in duikpak over de zeebodem zwalkt, door diens zuurstoftoevoer af te sluiten. Een krachtige, morbide scène, waarbij Magnani ongetwijfeld volop aan Rossellini dacht.

6 Man Ray vs. Lee Miller

BEELDENDE KUNST Object to be destroyed (Man Ray, 1932)
Neem een foto van je ex. Knip haar oog uit. Plak dat op een metronoom. Pak een hamer.

Door Sacha Bronwasser

Er is wraak die - flits - snijdt als een slagersmes. En er is wraak die smeult, die af en toe opflakkert, die een eigen leven gaat leiden.

Van die laatste soort is het wraakwerkje dat de surrealistische kunstenaar Man Ray maakte nadat Lee Miller hem in 1932 had verlaten. Zij verliet hém; dat was bij de seksueel ruimdenkende surrealisten niet de bedoeling. Bovendien was zij, een klassieke schoonheid met zwoele oogleden, van assistente eerst veranderd in minnares en vervolgens in een fotografe die minstens even inventief was als Ray. Die solarisatiefotografie waarmee Man Ray bekend werd - dat was eigenlijk ook háár uitvinding. Ze koos een eigen pad. Tien jaar later reisde ze als oorlogscorrespondent naar Europa. De eerste foto's van Dachau en Buchenwald zijn van haar hand.

Maar in 1932 verliet ze haar kunstenaar. Dit was zijn remedie, opgetekend in tijdschrift This Quarter: 'Knip het oog van de geliefde die u niet meer ziet uit een foto. Bevestig het oog op een metronoom, reguleer het gewicht naar het gewenste tempo. Keep doing to the limit of endurance. Vernietig het ding dan met een hamer en één welgemikte slag.' Hij noemde het Object to be destroyed. Eigenlijk een remake van een al bestaand werkje, Eye-Metronome uit 1922. Maar nu, met het peilloze oog van Miller erop en de nieuwe titel, een instantklassieker.

Rust bracht het niet. Het voorwerp raakte zoek bij Rays vlucht uit Parijs in 1940. De vervanger werd in 1945 als Lost Object tentoongesteld, maar in de catalogus heette het ineens Last Object. Wraak keerde zich tegen het werk in 1957 op een Dada-tentoonstelling, toen demonstrerende studenten met de metronoom de zaal uitrenden (Man Ray schreeuwend erachteraan), op straat een pistool trokken en het voor zijn ogen aan flarden schoten.

Twee jaar later maakte Man Ray weer een remake, nu Indestructable Object geheten, en in 1960 een editie van honderd stuks. In 1970 volgde weer een editie, Perpetual Motif, met een holografisch oog erop dat knipperde bij het heen en weer zwaaien. En later nog de versie Do Not Destroy; zelfs postuum werden ze nog gemaakt. Het oog van Miller zou hem nooit meer verlaten.

Indestructable Object Beeld Foto Man Ray Trust / ADAGP / c/o Pictoright Amsterdam 2015

7 Kees Spanjers vs. De bureaucratie

ARCHITECTUUR Max Euweplein Amsterdam

Homo sapiens non urinat in ventum, staat te lezen in de toegangspoort naar het Amsterdamse Max Euweplein (gebouwd van 1983-1991). Potjeslatijn voor: een wijs man plast niet tegen de wind in. De gemeenteambtenaren van bouw- en woningtoezicht, noch de opdrachtgever hebben de inscriptie waarmee architect Kees Spanjers de collonade voorzag, opgemerkt in de ontwerptekeningen.

Hij deed het 'uit pure balorigheid'; gek werd hij van de inspraakrondes, amendementen en aanpassingen die het project van meet af aan bepaalden. Ruim tien jaar van zijn leven kostte het hem om het ontwerp gebouwd te krijgen - tien kafkaëske jaren vol bureaucratie, tegenstand en gedonder.

Uiteindelijk was hij 'niet ontevreden' met het resultaat. Alleen de entree vanaf de Weteringschans bleef hem dwarszitten. De cipierswoning aldaar (het plein is gebouwd op de luchtplaats van het voormalige Huis van Bewaring) moest bewaard blijven; dat was aan krakers toegezegd. Daardoor was een fatsoenlijke pleinentree onmogelijk; de neoklassieke poort was voor Spanjers een architectonische concessie. Zonder overleg liet hij de tekst in de betonnen architraaf gieten: zijn zoete wraak - en sindsdien zijn levensmotto.

Google Streetviewbeeld van de inscriptie boven het Max Euweplein. Beeld Google

8 Piet Gerbrandy vs. Esther Jansma

POËZIE De omwentelaar
Schrijft een vrouw een gedicht, klimmen haar mannelijke collega's onverwijld de gordijnen in. 'Ilja Leonard Pfeijffer reageerde trouwens wat kalmer.'

Door Nell Westerlaken

'Van blinde rancune getuigt een gedicht waarin ondergetekende als een hufter wordt afgeserveerd', schrijft dichter en recensent Piet Gerbrandy in de Volkskrant van 21 juli 2005 over het gedicht De omwentelaar van Esther Jansma (zie inzet). Het weerhield hem er niet van haar dichtbundel Alles is nieuw aan te merken als 'prima poëzie'.

Mevrouw Jansma, was hier inderdaad sprake van blinde rancune? 'Neutraal gezien is elk gedicht een aanval. Er wordt namelijk ongevraagd gesleuteld aan de beleving van de werkelijkheid. Dichters worden daarom altijd als eerste gearresteerd in dictaturen. De aanleiding voor De omwentelaar was een interview met Ilja Leonard Pfeijffer, die meldde dat de dichter Rutger Kopland op een belachelijke manier had staan dansen op salsamuziek. Pfeijffer was het niet eens met de poëtica van Kopland en gaf daaraan uiting door hem fysiek belachelijk te maken. Ik vind dat je nooit op de man mag spelen; het debat moet gaan over poëzie. De omwentelaar is mijn kleine bijdrage. Jammer dat er geen gedicht terugkwam als reactie. Waarom gaan dichters toch altijd proza schrijven als ze willen polemiseren?'

Maar betrof het gedicht een of meerdere recensenten?
'Ik dacht geen seconde aan Piet Gerbrandy toen ik het schreef. Toch snap ik wel dat hij zich aangesproken voelde. Want De omwentelaar is een aanval op het idee dat gedichten zich aan bepaalde regels moeten houden. Maar als je goed leest, heeft het een groter thema. De zogenaamd eerlijke, gepassioneerde spreekstem in De omwentelaar is namelijk niet te verteren. Ook díé stem smijt iemand anders in de vuilcontainer. Jammer genoeg denkt men bij werk van vrouwelijke dichters vaak dat de spreekstem de dichteres zelf is. Dat blijkt wel uit de reactie van Gerbrandy. Pfeijffer reageerde trouwens wat kalmer. Hij schreef in een column dat De omwentelaar een sterk gedicht zou zijn als het over Gerbrandy ging, en mislukt zou zijn als hijzelf het onderwerp was. Dat vond ik wel weer geestig.'

Klein wereldje.
'In Nederland zijn veel poëzierecensenten zelf dichter. Ze hebben dus een eigen agenda en helaas is het zo dat sommigen zich op een aperotsje wanen waar ze af en toe iemand vanaf moeten donderen. Dat is wat provinciaals. Ik ben opgegroeid met de idiote boodschap dat kunstenaars beter zouden zijn dan andere mensen. Aan zulke hiërarchieën heb ik een bloedhekel. Ik ben fulltime archeoloog en schrijf daarnaast gedichten. Poëzie is erg belangrijk, maar je moet het ook weer niet opblazen.'

De omwentelaar is opgenomen in de onlangs door Esther Jansma zelf samengestelde bloemlezing Voor altijd ergens. Uitgeverij Prometheus.

De omwentelaar

Lomp aan een ketting waarvan elke schakel
de nul de leegte is van een idee dat hij niet heeft
de o van onmacht eerst en rot en poepgat later
want uiteraard o dient gevuld met iets ontleend aan

iets, zot aan die ketting van gebreken wankelt
de vuige de vacht van jeuk en vochtige sporen
van drank en neuken - tenminste de hoop op,
met bloedgeile wijven - vergeven en vuilspuit

poëzie moet van dattum op straffe van slaag
en neemt er nog eentje, herhaalt zich. Zo moet het.
Hij is er altijd, hij is de eerste de beste
verlopen voorlopige opvoedkundige hufter

met zijn mansbakje rammelend snakkend naar aandacht
jij bent niets zijn riedel uit hoop op u alles.

9 Freedom Tower vs. De aanslag 11/9

ARCHITECTUUR Freedom Tower
(Daniel Libeskind)
Een wolkenkrabber als symbool? Naah.

Door Kirsten Hennema

Bouwen op de fundamenten van een verwoest monument, als revanche - het is een oude traditie. Neem de Tempel op de berg in Jeruzalem, vele malen geplunderd en herbouwd. Of de kerk Aya Sofia in Istanboel: meerdere keren tot op de grond afgebrand en weer uit zijn as herrezen, en na de verovering door het Osmaanse rijk verbouwd tot moskee.

Maar de wraakoefening krijgt extra lading op het moment dat de hele wereld meekijkt, zoals na de aanslagen op de Twin Towers in New York op 11/9. Duidelijk was dat de war on terror en de dood van Osama bin Laden niet afdoende zouden zijn als vergelding; de wraak zou pas compleet zijn met een nieuw gebouw. Een onmogelijke opgave, zo stelde architectuurcriticus Philip Nobel: 'Geen ontwerp dat ik ken in de geschiedenis van kantoren en commerciële gebouwen, is ooit gevraagd om ook een symbool te zijn van provocerende vernieuwing, wraak, of troost. It's just not what skyscrapers do.'

Architect Daniel Libeskind, die in 2003 de competitie voor het Ground Zero-masterplan won, is echter niet de eerste de beste. Eerder bouwde hij het Jüdisches Museum Berlin, een gebouw in de vorm van een bliksemschicht, met metalen gevels vol 'littekens' en ramen als tranen. Zijn ontwerp voor de Freedom Tower, zoals hij de hoofdwolkenkrabber doopte, was doordrenkt van eenzelfde symboliek. De asymmetrische, spiraalvormige structuur rees op tot een hoogte van 1776 voet (1776 is het jaar waarin de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring werd getekend), en de naald bovenop strekte zich naar een kant uit, als spiegelbeeld van de arm van het Vrijheidsbeeld. De hoekige glazen gevels hadden een etherische kwaliteit; het gebouw was als een geest die de terroristen tot in hun graf zou najagen.

Maar criticus Nobel kreeg gelijk. In de loop van het proces namen commerciële belangen het ontwerp over, en werd Libeskinds plan vakkundig uitgekleed. Vastgoedontwikkelaar Larry Silverstein stond erop zelf een architect te selecteren, en koos zijn vriendje David Childs van het Amerikaanse bureau SOM, die een spiegelglazen 'obelisk' bouwde - een gebouw dat overal ter wereld zou kunnen staan. Alleen de 1776 voet (541 meter) bleef overeind, waarmee One Tower, zoals hij nu heet, de hoogste van het westelijk halfrond is. De ultieme wraak? Het project, de uitkomst van twaalf jaar politiek getouwtrek, geldt eerder als een symbool van onmacht.

Het World Trade Center in 1972 Beeld ap

10 Anna Odell vs. Haar oud klasgenoten

FILM The Reunion
Zweedse kunstenares keert in semidocumentaire The Reunion over pesten de rollen van jager en prooi om.

Door Pauline Kleijer

De Zweedse kunstenares en filmmaker Anna Odell werd niet uitgenodigd voor de reünie van haar vroegere middelbareschoolklas. Het zette haar aan het denken. Wat probeerden haar oud-klasgenoten te vermijden? Vreesden ze dat Anna hun feestje zou verknoeien met een confrontatie?

Odell werd op school negen jaar lang gepest en buitengesloten. Het maakte haar bovengemiddeld geïnteresseerd in de hiërarchie in groepen en de manier waarop sociale status wordt bereikt. In haar film The Reunion combineert ze die interesse met een fijnzinnige vorm van genoegdoening: onder het mom van een kunstproject roept ze haar plaaggeesten ter verantwoording.

Het eerste deel van The Reunion is fictie: hierin speelt Odell zichzelf en laat ze zien hoe de reünie had kúnnen verlopen als ze wel was uitgenodigd en als ze het lef had gehad zich daar uit te spreken. Het wordt een pijnlijk zooitje, met een felle speech van Odell, ruzies en een vechtpartij. Deel twee is semidocumentair. Odell benaderde daarvoor oud-klasgenoten, maar omdat niemand van hen aan de film wilde meewerken, liet ze de gebeurtenissen door acteurs naspelen.
Beide delen zijn even wrang en leerzaam. Er blijkt na twintig jaar weinig veranderd in de verhouding tussen pestkop en slachtoffer. Haar oud-klasgenoten vinden Anna nog steeds raar en willen niks van haar weten. En ze willen al helemaal niet worden aangesproken op hun gedrag. Het regent smoesjes in The Reunion: 'Ach, we waren kinderen.' 'Anderen deden gemeen, ik niet.'

Toch weet Odell de rollen stiekem om te keren. Dit keer jaagt zij op haar prooi. Zij bepaalt wat ze laat zien; haar klasgenoten zijn de poppen in haar spel. Het maakt hun uitvluchten lachwekkend, hun gedrag pathetisch. Ze moeten zich extreem ongemakkelijk hebben gevoeld bij Odells aanhoudende telefoontjes en bezoeken, en helemaal bij het zien van het eindresultaat.

Nee, op wraak was ze niet uit, vertelde Odell in interviews. Maar The Reunion heeft wel degelijk de bitterzoete smaak van vergelding.

11 Han van Meegeren vs. De kunstcritici

SCHILDERKUNST
Miskend schilder wilde kunstwereldje hak zetten, maakte nep-Vermeer en iedereen trapte erin.

Door Inger van den Ree

Kunstschilder Han van Meegeren werd in de jaren dertig van de 20ste eeuw niet serieus genomen door kunstcritici. In hun recensies werden zijn schilderijen 'slap en krachteloos' genoemd. Van Meegeren zag critici op zijn beurt als 'een zootje laaghartige, lallende gekken'.

Verbitterd droop hij af naar Frankrijk, waar hij zich opsloot in een kasteel nabij Nice. Niemand mocht hem opzoeken. Logisch, zo bleek later: hier perfectioneerde hij jarenlang zijn vervalsingstechnieken van oude meesters.

Van Meegeren besloot als kroon op zijn werk een nep-Vermeer te maken, zodat hij kon bewijzen dat critici al jarenlang gebakken lucht verkochten. In 1937 werd het schilderij De Emmaüsgangers als 'echte Vermeer' geëxposeerd, in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Tot grote triomf van Van Meegeren noemde kunstexpert Abraham Bredius De Emmaüsgangers 'zo betrouwbaar als goud, zo belangrijk als De Nachtwacht'. Van Meegeren werd in 1947 ontmaskerd en tot een jaar cel veroordeeld. Een maand daarna overleed hij.

Een bezoeker van Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam bekijkt het schilderij De Emmausgangers van Vermeer. Beeld anp

12 Notorious B.I.G. vs. 2PAC

HIPHOP
Disstracks zijn gemaakt om anderen verbaal lekker hun vet te geven. Heel soms vallen daarbij doden.

Door Pablo Cabenda

Geen kunststroming waarin eigenliefde zo schaamteloos wordt gevierd en verblindend straalt als hiphop. En als ego's worden opgeblazen tot ze zo groot, kwetsbaar en ontvlambaar zijn als de Hindenburg, ontlokt elke schimpscheut van een rappende concurrent een wrakend weerwoord. Niet erg. Dat zoekt in het beste geval zijn weg langs een creatief kanaal om tot een hoogstandje van belediging te komen: de disstrack.

Waar in veel rapnummers het favoriete onderwerp het goddelijke ik betreft, behandelt de disstrack de verachtelijke ander en al diens tekortkomingen. Als het goed is, werkt het tweeledig. Rapper A boort rapper B de grond in, waarbij de dissende dichter boven zijn vijand uitstijgt als hij zijn belediging tot verbale kunst verheft. Rapper B probeert daar overheen te gaan, waarna A B weer voor rotte vis uitmaakt, enzovoort.

LL Cool J en Kool Moe Dee deden het met elkaar en ook Jay-Z en Nas. Bij fans van nederhop kreeg de beef tussen Osdorp Posse en Extince het gewicht van de Slag bij Nieuwpoort.

Maar wat er leuk uitziet op papier kan leiden tot bloedwraak. In het slechtste geval vallen er doden. De bekendste is de verbale slag tussen Notorious B.I.G. en 2Pac in de oorlog tussen de oost- en westkust van de Amerikaanse hiphopscene. 2Pac beschuldigde Notorious B.I.G. van betrokkenheid bij een schietpartij in een New Yorkse opnamestudio waarbij 2Pac gewond was geraakt. Het broeide al, Biggie was toevallig aanwezig in de studio en bracht daarna ook nog het nummer Who Shot Ya? uit.

'Who shot ya? Separate the weak from the obsolete. Hard to creep them Brooklyn streets. It's on nigga: fuck all that bickering beef.'
De toon was gezet. Biggie verdedigde zich dat het nummer lang voor de schietpartij was opgenomen. Baatte niet. 2Pac sloeg terug met de disstracks Against All Odds, Bomb First en Hit Em Up.

Uit Hit Em Up: 'First off, fuck you bitch and the clique you claim. Westside when we ride come equipped with game. You claim to be a player but I fucked your wife.'

Oei. Biggie kwam met Long Kiss Goodnight. 'Nigga please, blood floods your dungarees. And that's half of my warpath. Laugh now, cry later, I rhyme greater.'

Beiden kwamen uiteindelijk door kogels aan hun eind. Wie daarvoor verantwoordelijk waren bleef onbekend, maar men gaat ervan uit dat de vete tussen de twee ermee te maken had.

13 Johanna Schweizer vs. Alle mannen

HANDWERK

Johanna Schweizer is zo teleurgesteld in de mannelijke soort dat ze hen belachelijk maakt in handwerkjes met overdreven grote of kleine piemels.

Door Rutger Pontzen

Mannen. Niet alleen die ene man, hoewel die óók. Nee, álle mannen. Mannen in het algemeen. Praat er niet over, Johanna Schweizer kent ze genoeg. Losers zijn het. Allemaal. Stuk voor stuk.

In het begin kijk je er nog tegenop. Zijn het helden, of líjken het helden. Maar op den duur blijft er niets van over. Helden worden sukkels. En dan is het met hen gedaan. Kan gebeuren. Alleen: wat doe je er aan?

Haken.

Huh?

Haken!

In het begin, tien jaar geleden, waren het alleen koppen. Gekke hoofden. Maskers. Ook wel schedels. Het was een vorm van uitproberen. Een hoofd haken. Dat opvullen met plastic zakjes en dan met stijfsel hard laten worden. Plastic eruit en, hop, je had er weer een.

Van een hoofd ging het verder naar beneden. Totdat het een heel lijf werd. Met alles erop en eraan. Kleine mannetjes met kleine piemels. Grote mannen met grote piemels. Of alleen piemels. Met een konijntje eraan.

Werk van Johanna Schweizer Beeld Peter Cox

Het was een onderzoek naar 'lulligheid'. Om al die mannen in hun kruis te raken.

Natuurlijk had ze foto's kunnen laten zien. Om ze in het openbaar een hak te zetten. De mannen die te veel zopen. Die haar pijnlijke ervaringen hadden bezorgd. Onrecht hadden aangedaan. Maar dat was te veel eer. Je kunt het toch beter dicht bij huis houden. En wat doe je dan als je al vanaf je 10de haakt?

Soms schrikt ze er zelf ook van. O, o, o, wat heb ik nu weer gemaakt. Maar dan, toch, klopt het. De serieuze ondertoon. Want het moet geen fabeltje worden. Het moet ergens over gaan.

Louise Bourgeois had haar op het idee gebracht: de moed om het persoonlijk te maken. Inclusief om plezier te hebben aan wraakachtige dingen. Want het is niet alleen vervelend. Ook grappig.

Inmiddels heeft ze de woede van zich af gehaakt. Hoewel ze nu bezig is aan een figuur met zes armen en handen die hij of zij - want ja, wat is het? - voor zijn/haar borsten, piemel, poes en billen houdt. Kortom, wordt toch vervolgd.

Werk van Johanna Schweizer. Beeld Peter Cox

14 W. F. Hermans vs. Geert van Oorschot

LITERATUUR
Hermans rekent in zijn boeken af met zijn 'gierige uitgever'.

Door Inger van der Ree

In zijn roman Uit talloos veel miljoenen uit 1981 neemt schrijver W.F. Hermans op humoristische wijze wraak op uitgever Geert van Oorschot, die hij opvoert als Dick Hosselaar. Hij zet hem neer als een vrekkige uitgever met een chic kantoor op de Prinsengracht, die eigenlijk alleen maar dode Russen wil uitgeven.

In 1961 had Hermans ook al wraak genomen op Van Oorschot in zijn toneelstuk Uitgever Oorwurm. Uitgever Oorwurm was volgens Hermans een 'uitvreter', een 'ijsbreker', 'duitenprikker' en een 'flessentrekker'.

Uitgeverij Van Oorschot laat weten dat de verschijning van deze boeken Geert van Oorschot in de jaren zeventig en tachtig 'behoorlijk koud lieten'.

15 Atte Jongstra vs. Ingrid Hoogervorst

LITERATUUR
Ex-geliefden schrijven 'pure fictie' over hun voorbije relatie.

Door Inger van der Ree

In 2012 verscheen het boek Privédomein van Ingrid Hoogervorst. Een vertelling als een wasmand vol vuil goed over de voorbije relatie met collega-auteur Atte Jongstra, die ze in de roman aanduidt als 'de schrijver'.

Volgens Hoogervorst was het boek 'absoluut geen wraakactie'. 'Ik wilde eerder de teloorgang van een grote liefde laten zien', verzekert ze. Atte Jongstra heeft Privédomein gelezen en 'neemt aan dat het boek de waarheid van Ingrid was'.

Twee jaar later, in 2014, verscheen zijn boek Worst. 'Ook geen wraakactie, en al helemaal geen terugslagpoging.' Jongstra zegt dat de eerste versie van zijn boek al rond was op het moment dat Privédomein verscheen. 'Worst is een verwerking van mijn levenservaring, zoals wel meer romans van mij dat zijn. Meer wil en ga ik er niet over zeggen.'

16 Ulay vs. Marina Abramovic

PERFORMANCE
Jarenlang samen wilde en spannende voorstellingen doen op de meest bijzondere plekken, en dan ineens doen alsof je geen gezamenlijke artistieke of amoureuze geschiedenis hebt. Ulay neemt wraak met witte bladzijden.

Door Rutger Pontzen

Het kan verkeren. Treed je jarenlang, over de hele wereld, met je geliefde op. Maak je uiteindelijk ook nog een wandeling met haar, als performance, van duizend kilometer over de Chinese Muur. Zij vanuit het oosten; jij vanuit het westen. Blijkt na drie maanden lopen van die hele Siamese relatie niets meer over te zijn.

Jij hebt er de pest over in en gaat ander werk maken. Zij gaat gewoon met optredens door alsof er niets is veranderd. Sterker, als je na zo veel jaar een catalogus wilt maken over je gezamenlijke performances, weigert ze het vroegere fotomateriaal.

Ja, nee, natuurlijk word je dan een potje kwaad, zeg maar gerust bloedlink, hoewel je dagelijks aan yoga doet, bomen omarmt en mueslibollen eet.

Het is een tot de verbeelding sprekend verhaal dat de Duitse kunstenaar Uwe Frank Laysiepen, kortweg Ulay overkwam. Althans zo vertelt hij het in zijn biografie Whispers: Ulay on Ulay. Een boek dat inderdaad lege roze bladzijden heeft die eigenlijk met historisch beeldmateriaal gevuld hadden moeten zijn. Foto's van de performances die Ulay met Marina Abramovic - inderdaad, zíj - uitvoerde. Hoe ze elkaar in het gezicht sloegen, uren rondjes met hun bus draaiden, naakt tegen elkaar botsten, tegen elkaar zaten te schreeuwen ('Ááá ááá ááá') of dagen tegenover elkaar aan tafel zaten.

Abramovic en Ulay, Rest Energy (1980). Beeld Ulay

En dus die gedenkwaardige Great Wall Walk liepen, hoewel de innige relatie tussen Ulay en Marina toen al aardig was bekoeld. Het was begin 1988. Ulay had een Surinaamse vriendin; Marina 'begon seks te hebben met andere mensen', zoals Ulay schrijft.

Het zou uiteindelijk niet meer goed komen tussen de twee kunstenaars. Sindsdien werken ze ieder voor zich. Zien elkaar nauwelijks. Of het moet die geënsceneerde ontmoeting in het Museum of Modern Art in New York zijn geweest, in 2010.

Tijdens haar overzichtstentoonstelling The Artist is Present zat Marina voor tweeënhalve maand dagelijks met wisselende bezoekers aan tafel, als een performance van vroeger. Een van hen: Ulay.

Het leek een verzoening, maar wel een van korte duur: voor Ulay's boek weigerde Marina de foto's uit haar archief af te staan. Demonstratief werden de bladzijden met lege rechthoeken afgedrukt.
Daar bleef het niet bij. Toen Ulay dit jaar in het Amsterdamse Stedelijk na lange tijd zelf weer eens een performance gaf, hing er een roze schilderij aan de muur. Met enige omhaal van gebaren schreef Ulay met een witte stift er meerdere getallen op. Ze verwezen naar de lege, roze bladzijden in het boek. En daarmee naar de halsstarrige wens van Marina om hun gemeenschappelijke verleden uit te poetsen - ten gunste van het hare, vond Ulay.

Het was gelijk duidelijk: hier was iemand die zijn gram wilde halen. De man die juist in zijn boek benadrukt dat hij geen gevoelens van 'haat en jaloezie' kent, wilde een rekening vereffenen.

Het kan verkeren.

In het boek Ulay on Ulay tonen lege plekken waar foto's horen.

17 Anthony Braxton vs. Uli Blobel

Vraag een Beatlesfan naar zijn favoriete song en je krijgt meteen antwoord: Yesterday, Penny Lane, Strawberry Fields. Ook liefhebbers van klassieke muziek noemen zonder problemen hun favorieten, van de Grosse Fuge en Slavische Dansen tot de Bolero. Bewonderaars van Anthony Braxton (1945) hebben het minder makkelijk. De Amerikaanse componist en jazzsaxofonist doet niet aan conventionele titels. Zijn meer dan 350 geregistreerde werken heten Composition 40F, Composition 86 (+32 +96) of Composition 122 (+108A). Wel iets anders dan klassieke jazztitels als April in Paris en Autumn in New York.

De met een MacArthur Fellowship onderscheiden muzikant, schaker en filosoof denkt graag in het groot. Het ene genummerde stuk houdt voor hem verband met het andere, en bij elkaar vormen die één organisch verbonden structuur. Logisch dus dat ook zijn platenhoezen afwijken van het gewone. Braxton zet er eigen illustraties en symbolen op, die doen denken aan de droedels van een mathematicus.

Een vreemde gewaarwording dus toen in 1987 op het label WestWind een Braxton-cd verscheen met een 'gewone' titel (If My Memory Serves Me Right) en een raar banale cover. Afgebeeld op de in Antwerpen gemaakte live-opnamen: een blote vrouwenborst, roodgelakte vampnagels en een roze doek met een knoop erin.

Hoe viel deze curieuze dissonant te verklaren? Het plausibele antwoord: het betrof een wraakactie van Braxtons Europese tourmanager en WestWind-eigenaar Ulli Blobel uit Wuppertal, die de saxofonist na een onopgelost financieel conflict op zijn nummer wilde zetten.

Braxton heeft zich voor zover bekend nooit tot een reactie op die pesterij laten verleiden. In Graham Locks omvangrijke Braxtonbiografie Forces in Motion (1988) is hooguit een steek onder water te vinden: 'De heer Blobel, een Duitse impresario wiens tourschema's de reputatie hebben dat ze het menselijke uithoudingsvermogen tot het uiterste pogen op te rekken.'

Een even droog commentaar levert Baxtons officiële discografie. Bij If My Memory Serves Me Right staat: 'Unauthorized release by Ulli Blobel. Titles on sleeve have no relation to actual compositions performed.'
Blote borsten hebben we sindsdien niet meer op Braxton-cd's aangetroffen.

18 Richard Wagner vs. Eduard Hanslick

OPERA Die Meistersinger von Nürnberg
Wagner gaf zijn opponent een lekker stomme rol in Die Meistersinger.

Door Erik van den Berg

Beckmesser, zo'n naam belooft weinig goeds. Richard Wagner reserveerde hem dan ook voor het vervelendste personage in Die Meistersinger von Nürnberg (1868), de opera waarin een groot-Duitse zangwedstrijd wordt geënsceneerd. Sextus Beckmesser is de dorknoper die vér boven de waarachtig Duitse kunstenaar meent te staan, terwijl hij zelf slechts erbarmelijk gekras produceert. Een vileine zet van Wagner, want Eduard Hanslick, eminent Weens muziekbeschouwer én Wagner-opponent, zal goed begrepen hebben wie die oenige schoolmeester verbeeldde.

Dat betoogt althans een stoet Wagnerologen, die hun bewijs zien in het feit dat Beckmesser in een eerdere librettoversie 'Veit Hanslich' heette. Verzoenend theorietje: de componist bedoelde zijn droogstoppel als pars pro toto voor álle critici - van hemzelf voorop.

19 Sofia Coppola vs. Cameron Diaz

FILM
Met Lost in Translation zet Coppola haar rivale Diaz voor schut.

Door Bor Beekman

Ze zal het altijd ontkennen. Maar weinig regisseurs rekenden zo elegant af met hun rivale als Sofia Coppola in Lost in Translation (2003). Het hoofdpersonage Charlotte (Scarlett Johansson) voelt zich op reis in Tokio vergeten door haar man, de sterfotograaf John, die wél alle aandacht heeft voor steractrice Kelly, de blonde bimbo die toevallig in hetzelfde hotel verblijft. Zo'n Amerikaanse die aanstellerig karaoke zingt en dingen zegt als: 'Iedereen denkt altijd dat ik anorectisch ben, maar ik heb gewoon een verhoogd metabolisme.' En, voilà de bewijsstukken: precies zo hyperactief is én dezelfde haardracht bezit als de filmvamp Cameron Diaz. Die - zoals heel Hollywood wist - op soortgelijke wijze om Coppola's echtgenoot Spike Jonze dartelde, die haar regisseerde in Being John Malkovich (1999).

'Dit is geen specifiek persoon, maar een type: de extraverte blondine', suste Coppola. Juist.

En na Lost in Translation werd de scheiding aangevraagd.

20 Gerardjan Rijnders vs. De toneelwereld

TONEEL Liefhebbers
Regisseur en toneelschrijver Gerardjan Rijnders heeft zo'n hekel aan het nepwereldje van het theater, van acteurs tot en met publiek, dat hij er in het stuk Liefhebber genadeloos mee afrekent.

Door Vincent Kouters

Kut kut kut kut kut. Nooit meer.' Zo luiden de eerste woorden van een criticus die thuiskomt na een avondje toneel. Liefhebber heet hij, en hij is bedacht door toneelschrijver en -regisseur Gerardjan Rijnders.
In 1990 schreef Rijnders de monoloog Liefhebber, waarin de titelheld een grofgebekte en soms hilarische jammerklacht tegen het toneel uitspreekt. Een vlugge CTRL+F op het woord 'kut' in de digitale tekst geeft 63 vermeldingen.

Een 'sleuteltoneelstuk' was het volgens de schrijver niet, ook al bestond er een toneelrecensent bij De Telegraaf met de naam Peter Liefhebber. De naam was simpelweg te mooi om niet te gebruiken. Maar het stuk is wel te lezen als wraakactie van Rijnders - in die tijd op de toppen van zijn kunnen bij Toneelgroep Amsterdam - op al die zogenaamde beroepskijkers die zijn werk in de loop der tijd verkeerd hebben begrepen.

Terwijl meneer Liefhebber in zijn huiskamer fulmineert, spuit zijn zoon zich vol met heroïne. Deze verkracht vervolgens zijn moeder, mevrouw Liefhebber dus, om haar ten slotte ook maar gelijk te wurgen. Liefhebber ziet het allemaal niet. De toneelrecensent is blind, doof en afgestompt. Een junkie, verslaafd aan het gif van zijn eigen woorden.

Maar deze lezing is te makkelijk en zou Rijnders tekort doen. Hij regisseerde zijn eigen tekst bij Toneelgroep Amsterdam. De première was op 31 maart 1992. Titus Muizelaar speelde Liefhebber. Lineke Rijxman en Fred Goessens waren vrouw en zoon. Op het toneel stond de keuken annex leefruimte van het gezin. De spruitjeslucht wasemde uit de pruttelende pannen letterlijk de zaal in. Zodra haar man begon te schelden, liet mevrouw Liefhebber, versuft door de alcohol, alles aanbranden. De ondraaglijke stank reikte in Bellevue tot op de achterste rijen. Liefhebber ging door: 'Het publiek, lui, zelfgenoegzaam, kijkt uitsluitend nog naar zijn eigen kanker, naar zijn eigen dood.'

Een ding werd wel duidelijk. Veel meer dan op toneelcritici neemt Rijnders wraak op de toneelwereld zelf, waar een in zijn ogen stompzinnige hang naar 'werkelijkheid' heerst. En natuurlijk op het publiek dat daar zo gretig op af komt. En dat maar al te graag wil herkennen en lachen. Dat valse realisme was Rijnders een doorn in het oog.

Liefhebber is een spiegel, een opgestoken middelvinger de zaal in. De titelheld tracht een rigide tegenstelling tussen realiteit en theater in stand te houden. Terwijl alles in de echte wereld 'leeft en bruist', heerst in het theater 'de dood'. Hij wil zo graag de werkelijkheid in het theater zien. Maar hij is, zoals zovelen, blind voor het theater in de werkelijkheid. Uiteindelijk wordt de man die blind is voor tragiek, en die een hekel heeft aan dat ijdele toneel - 'toneeltoneel' noemt hij dat - zelf een tragische held in een toneeltoneelstuk. Wraak wordt kunst.

Overigens is het stuk ondertussen in vele talen vertaald, en wordt het soms nog gespeeld. Vorig jaar regisseerde Marcus Azzini zijn Liefhebber bij Toneelgroep Oostpool. Als 'aanklacht tegen de manier waarop we nu kunst beoordelen'. Die vraagt blijkbaar nog altijd om vergelding.

21 Ger Thijs vs. Evert de Jager

TONEEL
Toneelschrijver en regisseur Ger Thijs bleek in plaats van een mededirecteur het paard van Troje te hebben binnengetakeld. Alles ging mis. Maar hij vond zoete wraak in nieuw toneelsucces en werk dat hij eigenlijk veel leuker vindt.

Door Ger Thijs

Ik had het niet moeten doen, midden jaren negentig: artistiek leider worden van het Nationale Toneel in Den Haag. Directeur, niets voor mij. Maar ja: MOEDER, IK BEN BAAS BIJ DE REVUE. Vaste bespeler van het mooiste theater van Nederland, de Koninklijke Schouwburg. Ik vroeg Johan Doesburg als tweede man.

Het wilde niet erg vlotten. De Koninklijke Schouwburg ging dicht voor een verbouwing, de samenwerking met Doesburg liep niet. Matige successen. Opstandige acteurs. Het was intussen 1999, de nieuwe budgetperiode - toneelgezelschappen worden steeds voor vier jaar gesubsidieerd - die 1 januari 2001 inging, moest worden voorbereid. Bovendien ging de zakelijk leider weg, de voorzitter van het bestuur moest worden vervangen. Er moest een sterk iemand bij om de zaak weer op orde te hebben als de Schouwburg heropend werd. Evert de Jager wilde wel helpen. Als algemeen directeur, dat wel. Doesburg schoof Jeltje van Nieuwenhoven naar voren als voorzitter. Ik sprak met De Jager af dat Johan Doesburg uit de leiding zou gaan. Hij mocht blijven als vast regisseur. Ik wilde hem wippen, laat daarover geen misverstand bestaan.

De Jager kwam in dienst. Wie schetst mijn verbazing - zeggen de mensen dan - toen hij me meedeelde dat hij met Doesburg verder wilde. Ik mocht blijven als vast regisseur. De Jager werd gesteund door het bestuur. Amateurstrateeg Thijs! Je wilt iemand wippen en daar lig je zelf! Maar mijn verbijstering betrof vooral De Jager... Je haalt iemand binnen - iemand die je kent - om een probleem op te lossen, en hij zegt: JIJ BENT HET PROBLEEM. Ik wees het aanbod te blijven als vast regisseur af - ik ga toch niet werken onder die twee! Dus ik nam ontslag. We spraken af dat ik 1 januari 2001 zou vertrekken. De Jager probeerde me zelfs nog mijn gouden handdruk afhandig te maken.Onbegrijpelijk, vanwaar die haat? Hij vertelde tijdens het gesprek vol trots dat iemand hem bij een dergelijk onderhoud een asbak naar zijn hoofd had gesmeten. Iemand die ervan houdt gehaat te worden...

Hoe dan ook: 1 januari 2001, Thijs treedt af met ingang van de nieuwe budgetperiode. Maar nee, ik werd OP STAANDE VOET van mijn directeurschap ontheven. Wanhopige pogingen dat tegen te houden hadden geen succes. Het stond dezelfde week in de krant. 'Thijs vertrekt bij NT'. Met alle onnodige reputatieschade vandien. Dat vond en vind ik onvergeeflijk. Mij een waardige afgang ontnemen. Dat had niet gehoeven. Dus ik zocht de publiciteit waar ik maar kon. Dat was wraak, ja. Duidelijk maken dat het een vies zaakje was geweest.

De eerste maanden van dat plotselinge lege seizoen 2001 bleef het doodstil. Je hoort het vaker. Een ware nachtmerrie. Ik werd gek van die lege dagen. Ik moet iets DOEN. Dus begon ik aan een roman waarin ik iets van de pijn kon wegsluizen. Maar geen autobiografie, geen modder gooien. Een schouwburgdirecteur wiens gebouw is gerenoveerd ontdekt op de avond van de feestelijke opening dat de akoestiek van zijn theater verdwenen is - wat bij de heropening van de verbouwde Koninklijke Schouwburg het geval leek. In bijrollen trad een rondborstige wethoudster op, een regisseur die almaar zijn haar kamt. EEN STERKE AFGANG - de directeur stort zich aan het eind vanuit de nok van zijn gebouw naar beneden. Het was niet werkelijk een wraakneming. Het was tijdpassering en een poging dat gevoel van nachtmerrie onder controle te krijgen. Het boek valt me mee, bij herlezing. Het is een geslaagd portret van een schouwburgdirecteur van de oude stempel. Met als bijfiguren karikaturen uit ons koningsdramaatje. Maar wraak? Ik denk echt niet dat iemand huilend in zijn bed kruipt omdat hij gelezen heeft dat hij haarproppen uit zijn kam klauwt en in asbakken deponeert.

Nee, de wraak zat daar niet. Success is the best revenge. Ik ging bezeten aan het werk. Het Toneel Speelt voerde mijn stukken op, die vrijwel allemaal voor publieksprijzen werden genomineerd. Theaterbureau Hummelinck Stuurman speelde mijn literatuurbewerkingen. Ik schreef voor de Volkskrant. Het begon weer te lopen.

Ik werd wat ik het liefst wilde zijn: een toneelschrijver die zijn eigen stukken regisseert, in een paranoia-vrije omgeving.
Kortom, zoals vaak wordt gezegd na zo'n geforceerde breuk: er had me uiteindelijk niets beters kunnen overkomen. Het kan immers helpen als anderen de knoop die je zelf niet meer kunt ontwarren, doorhakken. Ook al zijn hun motieven slecht.

Een jaar of twee geleden hoorde ik dat mijn aartsvijand - zo beschouwde ik hem nog steeds - dood was gevonden in een hotelkamer in München. Wat voelde ik? Bevrediging? Niets... leegte. Zoals Thomas Bernhard zei toen hij de Oostenrijkse staatsprijs in ontvangst nam: 'Er is niets te prijzen, niets te vervloeken, niets aan te klagen, maar er is veel belachelijk: alles is belachelijk als men aan de dood denkt.'

Ger Thijs
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden