Beschouwing Body Positivity

2018, het jaar van... body positivity

Beeld Philip Lindeman

Afgelopen jaar werd body positivity een belangrijke beweging op sociale media. De boodschap: vergeet diëten, vergeet obsessief sporten en hou van je figuur. Oók als je dik bent.

Op een ochtend in 2014 begint de Britse schrijver Megan Jayne Crabbe (25) aan haar ochtendritueel. Ze maakt een smoothie met appel, blauwe bessen en boerenkool, slikt twee afslankpillen en begint aan haar dagelijkse work-out. Twee uur push-ups, squats en jumping jacks later, scrolt ze door Instagram. Ze hoopt dat de foto’s van buikspieren en slanke benen haar zullen motiveren nog meer af te vallen.

Maar die dag stuit Crabbe op iets anders: een selfie van een dikke vrouw in een knalrode bikini. De rollen bij haar buik en de putten in haar dijen zijn duidelijk zichtbaar. De vrouw, met kledingmaat 54, staat zelfverzekerd met haar hand op haar heup en schrijft erbij trots te zijn op haar lichaam. Crabbe is stomverbaasd: ‘Op Instagram zag ik alleen dikke mensen op de ‘before’-foto, nadat ze veel gewicht waren verloren, en op tv waren dikke mensen vooral grappig. Ik had nog nooit een dik iemand gezien die zei blij te zijn met zichzelf.’

Voor Crabbe betekent de foto een keerpunt: van een verleden met anorexia, diëten, afvallen, binge-eten en weer aankomen, besluit ze haar lichaam te accepteren zoals het is. Crabbe begint een Instagramaccount, @bodyposipanda. Ze plaatst foto’s van zichzelf, waarop ze juist níét haar buik inhoudt of haar cellulitis heeft weg-gephotoshopt en waarop haar vetrollen duidelijk zichtbaar zijn. Inmiddels heeft ze ruim een miljoen volgers op Instagram en 24 duizend op YouTube. Vorig jaar schreef ze een boek, Body Positive Power, dat in juli is vertaald in het Nederlands. Crabbe: ‘Als ik het lichaam zou willen dat ik voor ogen had, zou ik een heel leven op dieet moeten. Ik kon dat niet meer aan. Ik wilde niet als oude vrouw nog steeds calorieën tellen.’

Body positivity (een term die eigenlijk nooit vertaald wordt, de Instagramwereld is immers doorspekt van Engels) gaat om het idee dat ieder lichaam goed is zoals het is. Een behoorlijk radicale gedachte, in een wereld vol fitgirls, bikinibody’s en perfecte selfies. Maar wat is body positivity eigenlijk en wat kan het ons opleveren?

Een les in body positive leven volgens Megan Jayne Crabbe

1.Word boos op het feit dat je van jongs af aan is geleerd om je lichaam te haten en beloof jezelf nooit meer op dieet te gaan.

2.Begin een dieetcultuur-detox. Gooi je anticel­lu­litiscrème, calorieloze pannekoekensiroop of zakjes afslankthee in de prullenbak, net als je dieetboeken en –magazines. Dan je telefoon: verwijder je calorieënteller-apps en ontvolg alle Instagramaccounts die je ongelukkig maken. Denk aan de lifestyle-accounts waarop alleen maar foto’s van kommetjes havermout geplaatst worden, of de influencer die bikinifoto’s plaatst op de mooiste stranden. Creëer in plaats hiervan een tijdlijn die lichaamspositief is en variatie kent in lichaam, huidskleur en leeftijd.

3.Ruim je kledingkast op. Gooi de kledingstukken die niet meer passen weg – ook de broek die je had gekocht voor als je ooit vijf kilo kwijt zou zijn. Koop kleding die past.

4.Doe je weegschaal weg.

5.Kom voor jezelf op als iemand je lichaam belachelijk maakt en doe hetzelfde voor anderen.

Body positivity gaat er – ondanks wat de naam impliceert – niet om dat je altijd dolgelukkig bent met je lijf. Crabbe: ‘Het gaat erom dat ieder lichaam het verdient gerespecteerd te worden, ongeacht hoe het eruitziet.’ Lichaamspositivisme wordt steeds bekender: de hashtag #bodypositive geeft op Instagram bijna zeven miljoen hits. Influencers uit de beweging zijn populair: plussize model Tess Holliday heeft 1,6 miljoen volgers, de dikke yogi Jessamyn Stanley 367 duizend. The New York Times schreef over lichaamspositivisme op Instagram en ook The Guardian schreef over de beweging die stelt dat alle lichamen acceptatie verdienen. In Nederland maakt YouTuber Vera Camilla videoseries over body positivity, zoals Lichaamstaal en Beauty & The Body, die honderdduizenden keren bekeken zijn. Hierin vertelt ze bijvoorbeeld over haar striae of geeft ze verzorgingstips voor pijnlijk tegen elkaar schurende dijen.

Body positivity bestond al in 1967, toen de Amerikaanse schrijver Lew Louderback het essay More People Should Be Fat publiceerde. Twee jaar later ontstond The National Association to Advance Fat Acceptance; een beweging die draaide om meer acceptatie voor dikke lichamen. De activisten keerden zich tegen het idee dat dik zijn per definitie ongezond is, en stelden dat andere factoren – bloeddruk, cholesterol of mentale gezondheid – belangrijkere graadmeters voor gezondheid zijn dan gewicht of BMI. Crabbe beaamt dit: ‘Met één blik op iemands lijf kun je niet zeggen hoe gezond diegene is. Andersom geldt: iemand mag dan dun zijn, maar wel veel roken, drinken of drugs gebruiken – en op die manier veel ongezonder zijn.’

En bovendien, daar gáát het niet om. Ook ongezonde mensen verdienen respect, vindt de beweging. Je maakt zieke mensen toch ook niet met de grond gelijk? Crabbe stelt dat het gezondheidsargument wordt gebruikt om te kunnen oordelen over dikke mensen: ‘Alsof dik zijn voor anderen een legitieme reden is om je te discrimineren.’ Daarnaast wijst Crabbe op mentale gezondheid: ‘Het stigma op dikheid maakt dat veel dikke mensen zichzelf haten en doodongelukkig zijn. Dat is óók niet gezond. En laten we niet vergeten dat het eetstoornissen in de hand werkt – en anorexia is de meest dodelijke psychische ziekte.’ In een artikel van The Atlantic, genaamd Alles wat je weet over overgewicht klopt niet, stelt Erin Harop, onderzoeker van de Universiteit van Washington, dat dikke vrouwen met anorexia twee keer zo vaak overgeven, laxeermiddelen gebruiken en dieetpillen gebruiken als dunne vrouwen. Dunne vrouwen krijgen gemiddeld binnen drie jaar professionele hulp, dikke vrouwen moeten gemiddeld dertien en een half jaar wachten.

Megan Jayne Crabbe.

Hoewel bijna de helft van de Nederlanders boven de 18 overgewicht heeft, blijken de vooroordelen over dik zijn hardnekkig. In het NPO-programma VetGelukkig! noemt gedragswetenschapper Loek Hermans van de Radboud Universiteit fat shaming zelfs de enige vorm van discriminatie die nog geaccepteerd wordt, in tegenstelling tot discriminatie op basis van huidskleur, gender of geaardheid. Fat shaming is het negatief praten over iemands overgewicht. Soms doen mensen het om iemand te motiveren, soms om te pesten, maar het is in ieder geval schadelijk voor degene over wie het gaat. Dikke mensen kunnen er psychische problemen door ondervinden. 

Lang bleef de beweging een activistische niche. De komst van sociale media en Instagramaccounts zoals die van Crabbe hebben bewerkstelligd dat lichaamspositivisme populair werd bij het grote publiek. Hiermee werd de beweging breder: van een focus op acceptatie voor dik zijn, gaat het nu meer om de acceptatie van allerlei soorten lichamen: gekleurde, gehandicapte of transgenderlichamen vallen hier ook onder. Crabbe: ‘Fat acceptance – acceptatie voor dik zijn – moet onderdeel zijn van body positivity. Maar body positivity is meer dan acceptatie voor dik zijn. Het gaat in tegen het westerse schoonheidsideaal, dat stelt dat mensen vooral dun, wit en heteroseksueel moeten zijn.’

Ook blogger Merel Wildschut (32) worstelt haar hele leven al met haar gewicht. Op De Groene Meisjes (haar blog over duurzaamheid en veganistisch leven) schrijft ze over haar lichaam en hoe het is om te dik te zijn. Bijvoorbeeld over hoe ze soms onzeker is over haar ‘hobbels en bobbels’ of over hoe het haar helpt dat ze haar weegschaal heeft weggegooid. Van jongs af aan probeerde Wildschut allerlei diëten, van het ‘South Beach’-dieet tot Sonja Bakker, maar ze bleef aankomen. Als puber woog ze tientallen kilo’s meer dan wat zou gelden als gezond gewicht. Vanaf haar 22ste viel ze geleidelijk af, maar ze is nog steeds dik. In haar blogs gebruikt ze bewust het woord ‘dik’. Anderen worden daar ongemakkelijk van, vertelt Wildschut. ‘Dan zeggen ze bijvoorbeeld: joh, je bent helemaal niet dik. Of: maar je ziet er altijd zo leuk uit! Eigenlijk zeggen ze daarmee dat ‘dik’ een belediging is. Maar voor mij is het gewoon een normaal, objectief feit. Het is niet anders dan melden dat iemand bruin of blond haar heeft. We hoeven geen verzachtende woorden te gebruiken: je lichaam mag er gewoon zijn.’

Wildschut: ‘Mensen denken dat ik ongezond eet, niet sport, onverstandig met mijn lichaam omga en lui ben. Als ik naar de huisarts ga met pijn aan mijn grote teen, moet ik bloed laten prikken omdat hij denkt dat ik suikerziekte heb. Terwijl ik gewoon hartstikke gezond ben.’ Ook wordt ze soms bekritiseerd door lezers van haar blog: ‘Die zeggen dat ik dik zijn promoot. Terwijl ik nooit schrijf: stop met sporten, begin met eten, dik zijn is te gek! Dat vind ik helemaal niet. Ik zeg alleen dat het mogelijk is om je lichaam te accepteren zoals het is.’

Roxane Gay tijdens het Vulture Festival in november 2018. Beeld Getty Images

Dat het accepteren van je lichaam een moeilijk proces is, beschrijft cultuurcriticus en feministische bestsellerschrijver Roxane Gay in haar boek Honger: de geschiedenis van mijn lichaam. Ook Gay is dik. En niet een paar of zelfs twintig kilo te zwaar, nee: ze weegt bijna 200 kilo. Haar BMI is hoger dan 50. Op haar 12de werd Gay verkracht door een groep jongens, en sindsdien gebruikt ze eten als troost. Ze heeft haar lichaam laten groeien als een pantser tegen gevaar.

In Honger beschrijft Gay een tegenstrijdigheid: ze is voorstander van de beweging die zich inzet voor de acceptatie van dikke mensen – maar tegelijkertijd wil ze wél afvallen. Ze is kritisch op het feit dat zelfs Oprah, één van de machtigste en rijkste vrouwen ter wereld, alleen gelukkig lijkt te kunnen zijn als ze slank is – maar tegelijkertijd is Gay zelf ook niet tevreden over haar lichaam. Sterker nog; de vele extra kilo’s die ze meesjouwt zitten haar in de weg. Dat tekent de tegenstrijdige houding die sommige mensen tegenover lichaamspositivisme voelen: ze willen wel hun lichaam accepteren, maar ernstig overgewicht kan ook voor jezelf vervelend zijn.

Wildschut begon met een collega een praatgroep voor dikke mensen: Dikke Vinger. Wildschut: ‘We hebben een kledingruil georganiseerd; eindelijk met kleren die je wél passen. De laatste bijeenkomst ging over dik zijn en intimiteit. Het is bijvoorbeeld moeilijk om datingapps te gebruiken, want wat voor foto zet je online? Bij een normale foto bestaat er de angst te worden afgewezen omdat je dik bent, bij een foto waarop je dunner lijkt val je misschien wel tegen in het echt.’ Het is niet dat ze met oplossingen komen voor dit soort kwesties, vertelt Wildschut, maar het is fijn om problemen te bespreken die dunne mensen simpelweg niet ervaren.

Hoe ongezond is overgewicht?

BMI (body mass index) is een formule over de samenhang tussen je lengte en gewicht: je gewicht in kilogram gedeeld door het kwadraat van je lengte in meters. Een BMI tussen de 18,5 en 25 wordt gecategoriseerd als een gezond gewicht bij volwassenen. Overgewicht kan ongezond zijn, vooral als je BMI boven de 30 is. Volgens het Nederlands Voedingscentrum lopen te zware mensen een groter risico op diabetes type 2 en hebben ze meer kans op aandoeningen als longemfyseem, aderverkalking, artrose, gewrichtsklachten, hoge bloeddruk, kanker, hartfalen en vroegtijdig overlijden.

Maar een beetje dik zijn is niet per definitie slecht. Vet op de dijen, heupen en billen is bijvoorbeeld minder schadelijk voor je gezondheid dan buikvet dat om de organen zit. Volgens het Voedingscentrum is het dus ook belangrijk de middelomtrek te meten, want dat kan op individueel niveau meer informatie geven. Studies tonen dat een kwart tot driekwart van de mensen met overgewicht gezond zijn: ze hebben geen verhoogde bloeddruk, insuline-resistentie of hoge cholesterol. Het is wel nog onduidelijk of dit hun hele leven zo blijft. Een studie uit 2016 liet zien dat dunne mensen die niet fit zijn twee keer zoveel kans hebben om diabetes te krijgen als dikke fitte mensen.

Mensen met een BMI tussen de 25 en 30 – wat wij dus classificeren als overgewicht – leven het langst. Dit bleek uit een meta-analyse van 97 studies onder 2,9 miljoen mensen, gepubliceerd in 2013 in het medisch vakblad Journal of the American Medical Association (Jama). Het beetje extra gewicht kan juist een bescherming zijn tegen allerlei kwalen en ziekten. In 2016 kwam er vanuit Noorse onderzoekers kritiek op deze studie, die stelden dat er onvoldoende was gecorrigeerd op ziekten en je juist slank moest blijven. Voor ex-rokers is het weliswaar beter om wat dikker te zijn (een BMI van 24 tot 27,5), maar voor mensen die nooit gerookt hebben is een BMI van 22 tot 24 het best.

Waar iedereen het wel over eens is: diëten werkt niet. 95 tot 98 procent van de mensen die diëten krijgen uiteindelijk hun gewicht weer terug – meestal met nog wat extra kilo’s erbij. De kans dat een te dik persoon een ‘normaal’ gewicht krijgt is 0,8 procent. Wil je per se afvallen? Doe het dan zo geleidelijk mogelijk. Het Voedingscentrum is voorstander van het structureel aanpassen van je levensstijl. Mocht dat ook niet lukken: probeer je gewicht te accepteren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden