2018, het jaar dat de wolf terugkeerde in Nederland

De afgelopen jaren scharrelden ze wat rond, verkasten naar België of verdwenen spoorloos, maar in 2018 is het dan echt zover: de wolf is terug in Nederland. Wat nu?

Beeld Philip Lindeman

Eerst maar even de actuele stand van zaken. Er zijn er drie op dit moment, drie wolven. En niet zomaar drie. Nou goed, de derde is (nog) een ‘zwerver’, die nogal wat sporen achterlaat in Drenthe en Overijssel, in de vorm van dode schapen. Maar de andere twee wolven bivakkeren al een tijdje op de Veluwe, en gedragen zich voorbeeldig. Niet ­alleen omdat ze de plek hebben ­gevonden die in zekere zin voor ze ­bestemd is, maar ook omdat sinds juli geen landbouwhuisdier is ­gegrepen door een wolf op de Veluwe.

De wolven gedragen zich als dieren die zich hebben gevestigd. Ze hebben een territorium afgebakend en houden zich in leven met hun voorkeursprooien: reeën, zwijnen, herten, moeflons en ­ander wild. En ze blijven zo onzichtbaar mogelijk voor mensen. Alleen hun keutels en sporen verraden hun aan­wezigheid, en af en toe een beeld op een cameraval.

Het zijn twee vrouwtjes: één op de Midden-Veluwe, onder de A1, en één op de Noord-Veluwe, ­boven de A1. Strikt genomen – volgens afspraken onder deskundigen – geldt dat een wolf zich heeft gevestigd als hij zich een half jaar ophoudt in een gebied. Blijven de twee vrouwtjes nog een paar weken op hun plek, dan is het zover. Dierenecoloog Hugh ­Jansman, die namens Wageningen ­Environmental Research bijhoudt waar de wolven in Nederland zich ­bevinden, acht de kans groot dat dit gebeurt. ‘En als er zich voor februari ook een mannetje meldt, kunnen er al snel jonge wolven zijn.’

Je kunt gerust zeggen dat 2018 het jaar was van de terugkeer van de wolf. In voorgaande jaren waren er al wel bezoekers, zoals de mediawolf die ­opzichtig door de Groningse mensenwereld paradeerde om vervolgens ­terug te keren naar Duitsland, alwaar hij werd overreden door een auto. Dat was geen geslaagde binnenkomer. Dit jaar ging het opeens hard. Tien ­wolven deden ons land aan. Sommige liepen door naar België, andere ­liepen terug naar Duitsland, weer ­andere verdwenen spoorloos.

En nu zijn er dus twee wolven die zich willen vestigen in Nederland. Als er eenmaal jongen zijn, is de wolf ook officieel terug als een in Nederland ­levend wild dier. Dat is dan precies 150 jaar nadat de laatste wolf in ­Nederland in het Limburgse Schinveld werd gedood. Dat was toentertijd een feestelijk moment. Eindelijk was het gelukt de wolf uit te roeien. Toen, in 1869, moest de wolf dus weg en dood. Nu, 150 jaar later, mag hij terugkomen. Blijkbaar is er iets veranderd in de tussentijd.

Fascinatie 

De wolf zelf is op één belangrijk punt anders is dan de wolf van toen: de nieuwe wolf heeft zeker geen hondsdolheid. Destijds waren hondsdolle wolven gevreesd, ze konden in hun razernij flink wat slachtoffers maken onder mensen. Maar hondsdolheid onder wolven bestaat in ­Europa niet meer. Maar het zijn vooral de mensen en hun activiteiten die zijn veranderd.

Het denken van mensen over wolven heeft altijd al gelaveerd tussen ontzag, fascinatie, angst, haat, liefde en identificatie. Net als de mens staat de wolf aan de top van de voedsel­piramide, net als de mens leeft de wolf in familieverbanden, waarbij er sprake is van samenwerking, zorgzaamheid en affectie in eigen kring. En uiteraard is de gedomesticeerde variant van de wolf, de hond, onze grote vriend geworden. Er zijn aanwijzingen dat de vroege, jagende Europese mens en de wolf ­bewust of onbewust samenwerkten. Mensen konden aan het gedrag van wolven zien waar de prooidieren zich ophielden, wolven profiteerden van de resten van prooien van mensen. In zijn boek De kinderen van de nacht beschrijft Dik van der Meulen hoe eskimo’s en indianen in Canada en de Verenigde Staten jacht­methoden van de wolf overnamen, en dat sommige indianenvolkeren zich vereenzelvigden met wolven: ze hadden wolvennamen en ze verkleedden zich als wolf.

De Europese wolf (Canis lupus lupus) duikt in geschriften pas op in de Middeleeuwen, en dan vooral als bedreiging. Want Europa was een boerensamen­leving geworden, de schapenhouderij was belangrijk en de oppor­tunistische wolf de vijand. Het beeld van de grote boze wolf ontstond en daar kwamen sprookjes als Roodkapje uit voort. Het verlies van een schaap of een kalf was een ramp voor arme boerenfamilies, die niet meer dan een paar stuks vee hadden. Het platteland was bovendien vol met mensen; vooral kinderen, die de schapen bewaakten, ­werden nogal eens het slachtoffer van wolven. Onberekenbare, hongerige wolven, want er waren destijds door overbejaging veel minder prooidieren als reeën en zwijnen dan nu. Eeuwen van vervolging volgden en halverwege de vorige eeuw was de wolf in bijna heel West-Europa uitgestorven.

Terugkeer

En nu komt de wolf dus terug. Dat heeft vele oorzaken. Door de ontvolking van het platteland op veel plekken in Europa ontstond er, sinds de jaren zestig, meer ruimte voor natuur. De wildstand verbeterde, prooidieren voor wolven zijn er inmiddels in overvloed. De grote boerenbedrijven van nu zijn ook minder kwetsbaar voor veerovende ­wolven dan de keuterboeren van weleer.

Bovenal veranderde het denken over natuur. Was de wilde natuur er tot aan het begin van de vorige eeuw toch vooral om overwonnen te worden, sinds de jaren zestig is er in brede kringen een herwaardering van de natuur, en het besef dat planten en dieren er mogen zijn zonder dat ze van direct aanwijsbaar nut zijn voor mensen. Die ontwikkeling bevat een paradox: juist omdat de mens de natuur heeft overwonnen, zijn we in staat om tot op zekere hoogte ‘wildtoleranter’ te zijn. Een romantisch element is er vermoedelijk ook: een fascinatie voor wildheid en onvoorspelbaarheid, waar het eigen ­leven toch vooral veilig en geregeld is.

Daarnaast brak het besef door dat de wereldwijde ­natuurvernietiging toch niet zo’n goed idee was. In de ­jaren tachtig kregen veel bedreigde Europese diersoorten een beschermde status. Ook de wolf. Alleen in het uiterste geval mocht hij nog bejaagd worden. Van die bescherming heeft de wolf optimaal geprofiteerd. Vanuit Polen en Italië, landen waar het dier nog leefde, verspreidde de wolf zich opnieuw over Europa. Nederland is nu het laatste land waar het roofdier zich gaat vestigen.

Onmiskenbare voordelen voor de wolf bij de herkolonisatie van Europa: hij plant zich tamelijk snel voort en kan grote afstanden afleggen. Ook is hij een opportunist, die zich op zijn zoektocht naar een nieuw territorium niet ­beperkt tot louter natuurgebieden: hij mijdt ook het ­cultuurland niet. Wel zoekt hij of zij uiteindelijk een territorium in een zo mensvrij mogelijk gebied, vaak militaire oefenterreinen in grote natuurgebieden.

Beeld Philip Lindeman

Voor de natuur zijn de zegeningen van de terugkeer van de wolf evident. Als toppredator kan de wolf een rol spelen in het reguleren van aantallen wilde dieren, vooral hoefdieren als reeën en herten. Natuurgebieden kunnen er afwisselender van worden, omdat hoefdieren delen van gebieden gaan mijden vanwege de wolf. Ook voor aaseters als de raaf is de komst van de wolf een uitkomst.

Maar waar de wolf komt, komt ook de controverse. Dat blijkt nu in Duitsland, waar de weerstand toeneemt. Het blijkt in Zweden, waar rendierhoeders niets van wolven moeten weten. En het blijkt nu al in Nederland. ‘Conflict is onvermijdelijk’, meent natuurfilosoof Martin Drenthen, van wie onlangs het boek Natuur in mensenland verscheen. ‘De wolf kleurt bij uitstek buiten de lijntjes, hij volgt niet onze plannen. Dat roept enthousiasme op, maar ook weerstand. Zijn weerbarstigheid spreekt tot de verbeelding, maar is tegelijkertijd bedreigend. Je moet dus op zoek gaan naar een manier om toch samen te leven.’

Concreet zijn het de schapenhouders die te vrezen ­hebben van de wolf. Zwervende wolven hebben dit jaar al meer dan honderd schapen in Nederland doodgebeten. Het aantal slachtoffers door honden is veel groter en de schade wordt vergoed, maar de schrik zit er goed in – en dat is begrijpelijk. Drenthen: ‘Niet voor iedereen is de terugkeer van de wolf goed nieuws, dat is simpelweg zo. ­Mensen overtuigen heeft dan ook geen enkele zin. Wel kun je angst wegnemen door informatie. Ik herinner me een discussie in Duitsland waarin een ambtenaar heel nuchter zei dat er ook bovengrenzen zijn aan het aantal wolven in Duitsland. Het strenge beschermings­regime kan eraf als er een levensvatbare populatie is, zei hij. Je zag de stemming opklaren, want het idee was toch: het overkomt ons, het wordt alleen maar meer en we hebben er geen enkele controle op.’

Realiteit

Veel roedels wolven zullen er in ­Nederland overigens niet komen. Er zijn weinig kenners die denken dat er meer dan tien kunnen (en mogen) ­leven in Nederland. Wolven hebben grote territoria nodig. Wel zullen er de komende jaren zwervers opduiken die op de onbekende plek waar ze wakker worden de makkelijkste prooi grijpen, een schaap bijvoorbeeld. Drenthen: ‘Je zult de wolf ­moeten leren weg te blijven bij schapen. Maar ook mensen moeten leren dat de aanwezigheid van de wolf ­realiteit is. Je zult maatregelen ­moeten treffen om de wolven te ­weren. En als compensaties voor veeverlies en subsidies voor preventie niet helpen, dan moet je mensen ­desnoods straffen als ze hun vee niet fatsoenlijk beschermen. Want als schapen onbeschermd rondlopen, is dat ook een boodschap aan de wolf.’

Naar Duits voorbeeld is er inmiddels een organisatie van vrijwilligers, Wolf-Fencing, die boeren helpt bij het aanleggen van afrasteringen. Overigens bestaat de optie om wolven die zich toch specialiseren in vee of een risico vormen voor de veiligheid van mensen, af te schieten.

De stemming in Nederland is ­inmiddels niet meer zo gunstig voor de wolf als in de jaren negentig. Twee ­weken geleden werd in een jagersblad de vraag gesteld of het niet tijd werd het recht in eigen hand te ­nemen en wolven gewoon illegaal af te schieten, onder meer uit bezorgdheid over ‘ons reeënbestand’. CDA-­Europarlementariër Annie Schreijer Pierik lobbyt inmiddels in Brussel voor het opheffen van de beschermde status van de wolf.

Gezien door de ogen van de wolf is het juist de mens die onberekenbaar is. Eerst werd het beest door de mens getolereerd, toen zwaar vervolgd, daarna juist beschermd, en nu klinkt weer de roep om vervolging. Waar 2018 het jaar was van de terugkeer van de wolf, wordt 2019 vermoedelijk het jaar van zijn vestiging. En misschien wel het jaar van de waarheid.

Het jaar van... 

Tot het eind van het jaar signaleert de Volkskrant fenomenen die 2018 typeerden. Dit is de slotaflevering.

Geïnteresseerd in de wolf?

Lees dan ook:

De wolf terug: eng of enerverend? door Erwin van Maanen en Leo Linnartz

De kinderen van de nacht: over wolven en mensen door Dik van der Meulen

De wijsheid van wolven door Elli H. Radinger

Natuur in mensenland. Essays over ons nieuwe cultuurlandschap door Martin Drenthen

Twee vrouwtjeswolven vestigden zich in Nederland, nu is het wachten op een mannetje
Het heeft er alle schijn van dat de wolf zich definitief gaat vestigen in Nederland. Een vrouwtjeswolf die voor het eerst in mei in Nederland is waargenomen in Friesland, verblijft sinds juli op de Noord-Veluwe. Als het dier zich eind januari nog altijd in hetzelfde gebied bevindt, is er officieel sprake van vestiging.

Meer informatie:
wageningenur.nl/wolven

wolveninnederland.nl

Welpjes

De uit Duitsland afkomstige wolf Naya, die in december 2017 en ­januari van dit jaar Nederland doorkruiste en zich vestigde op een ­militair oefenterrein in België, kreeg in augustus van dit jaar een partner. Ook deze wolf ging Nederland naar België. Omdat Naya gezenderd was, was haar route vrij nauwkeurig vast te stellen. In België werden in 2018 meerdere wolven gespot. De verwachting is dat de eerste ­wolven-welpen komend jaar worden ­geboren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.