2016, het jaar van de belediging

Beledigen is in 2016 de norm geworden, lijkt het wel. Immers: als je er zelfs president van de Verenigde Staten mee kunt worden... Wieteke van Zeil schetst hoe we worstelen met harde woorden die wel of juist niet moeten kunnen.

Wie denkt dat Trump uit het niets kwam met zijn beledigende en grensverleggende taal, heeft even niet opgelet Beeld Ellen Mandemaker

Ja, Donald Trump ging ver. Er waren momenten in de campagne voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen dat veel kijkers dachten: dit kan niet grover - het ridiculiserend nadoen van gehandicapten, of suggereren dat een FOX-presentatrice ongesteld was tijdens het interview: 'Het lijkt of ze uit al haar gaten aan het bloeden was' - en dan bleek het toch ook gewoon een grens die dit jaar verlegd kon worden in een volgend interview of tweet. Vrouwen die hem beschuldigden van aanranding kregen doodleuk te horen dat ze te lelijk waren om ze te wíllen aanranden, een retorische tournure, die - net als O.J. Simpson die na de moord op zijn vrouw meewerkte aan een boek met de titel If I Did It - nog veel weg had van een bekentenis ook.

Hardste schreeuwer

Maar wie denkt dat Trump uit het niets kwam met zijn beledigende en grensverleggende taal, heeft even niet opgelet. De hardste schreeuwer is niet de eerste schreeuwer. En zeker niet de beste. Als het gaat om beledigen met stijl - het soort dat je als luisteraar verwart want té grof, maar vooruit, stilistisch wel goed - moeten we naar het land dat in de 17de en 18de eeuw zijn laagste klasse loosde om later de Verenigde Staten op te richten.

Wie de 'beste' belediging van 2016 zoekt, moet dus in Groot-Brittannië zijn, waar te kiezen valt uit meerdere pareltjes - nou ja, vormtechnisch dan. In mei nog schreef de huidige minister van Buitenlandse Zaken een limerick in The Spectator, een literair tijdschrift, over de Turkse president Recep Tayyip Erdogan. Om redenen van vorm noteren we het in het Engels (een samenvatting volgt):

There was a young fellow from Ankara

Who was a terrific wankerer.

Till he sowed his wild oats

With the help of a goat

But he didn't even stop to thankera.

Het gaat over seks met een geit - een nogal plat cliché als het om beledigen van moslims gaat. Schrijver Boris Johnson won er de eerste prijs van 1.000 pond mee. Johnson is sinds juli als minister verantwoordelijk voor de diplomatieke verhoudingen van het Britse koninkrijk met Turkije (en alle andere staatshoofden die hij eerder beledigde). Die aanstelling lijkt een al even Brits grapje van de nieuwe premier van het land, Theresa May.

Beeld anp

'Gedicht'

Johnson, oud-journalist, schreef zijn 'gedicht' als reactie op de beslissing van de Turkse president de Duitse cabaretier Jan Böhmermann aan te klagen. Een protest voor vrijheid van meningsuiting volgens de methode 'Ik ben Spartacus': als je hem vervolgt, mag je mij ook vervolgen. En die 'mij' werd later, maar dat wist hij toen zelf nog niet, de opperdiplomaat voor Groot-Brittannië.

Maakt het voor de beoordeling van deze belediging uit dat hij van een politicus kwam? Maakt dat het kwalijker? En speelt de motivatie een verzachtende rol? Mag het omdat het grappig is? Zijn de beledigingen van Böhmermann anders? Is Johnson hier even een humorist? Wie mag beslissen of dit gezegd mag worden? Een paar vragen zijn genoeg om als in een visnet vast te komen zitten in het ethisch haast onontwarbare mengsel van ideeën over vrijheid van meningsuiting, maatschappelijke verantwoordelijkheid, fatsoen, racisme, slachtofferschap, humor, haat, context, vorm en inhoud.

Dát is in elk geval veranderd in 2016: de wereld is kleiner geworden. Globalisering leidde ertoe dat loyaliteit van burgers niet per se gericht is op het eigen land, minderheden in het ene land zijn meerderheden in het andere. Sociale media maken het makkelijker gelijkgestemden te vinden. Die sociale media, zoals Twitter, trekken opmerkingen bovendien makkelijk uit hun context. Gevolg: botsingen, onbegrip en het ontbreken van de sociale context waarin beledigingen soms - als humor, kunst of satire - geoorloofd zijn. Het kwam allemaal in een stroomversnelling in 2016. Maar beledigingen, die waren er al.

Johnson is sinds juli als minister verantwoordelijk voor de diplomatieke verhoudingen van het Britse koninkrijk met Turkije Beeld anp

Nachtmerrie

Pestcultuur in de grotemensenwereld is niet nieuw. Niet in Engeland - zoek op YouTube David Cameron en 'muttering idiot' en je stuit op een parlementsdebat uit 2011. Het was niet de eerste of enige keer dat premier Cameron zich gedroeg als de nachtmerrie van Adrian Mole, de puistige tiener uit het beroemde boek van Sue Townsend, dat voor een hele generatie het archetype was van de worstelende tiener in een klassemaatschappij vol pesters.

Publieke figuren bedienen zich al jaren van taal die doet denken aan een schoolplein en de bijbehorende leeftijd. VNO-NCW baas Hans de Boer noemde bijstandtrekkers al twee jaar geleden 'labbekakken', Geert Wilders had zijn 'minder, minder'-opmerking en al die andere uithalen al veel eerder gemaakt. Aan talkshowtafels vliegen de beledigingen al tijden heen en weer, van de absurde opmerkingen van Prem Radhakishun aan het adres van Volkskrant-journalist Jean-Pierre Geelen tot Theo Maassen die het kennelijk moeilijk kon verkroppen dat Patricia Paay na haar 60ste haar seksualiteit in de Playboy toonde en het blad bij DWDD aanbeval voor necrofielen. Zo is er nog een hele rij te noemen met over talkshowtafels gesmeten beledigingen, soms begeleid door het glunderende gezicht van de presentator.

Normalisering van de belediging

Mensen met een publieke rol in de samenleving zien geregeld de scheidslijn tussen harde kritiek en op de man/vrouw gespeelde belediging niet meer. Bekijk in deze special een selectie van beledigingen door publieke personen in 2016.

Scheidslijn

Maar 2016 was anders. Dit jaar is de belediging genormaliseerd, zo leek het. Publieke figuren zien geregeld de scheidslijn tussen harde kritiek en een recht op de man of vrouw gespeelde belediging niet meer. Een oproep aan onze redactie leverde zo veel voorbeelden op - uit sport, wetenschap, buitenland, politiek, literatuur, media, muziek, enzovoort - dat de opmerking van een collega raak lijkt: 'Een lijst met complimenteuze opmerkingen van publieke personen in 2016 is een stuk sneller klaar.'

Een keuze: we hadden wetenschapper Dick Swaab, die voor wetenschapsjournalist Asha ten Broeke een prinsessenjurk wilde kopen 'maar die zal wel moeilijk te vinden zijn in haar maat' - badum-tss! En daar begroef de hoogleraar zijn professionele argumentatie. We hadden Hillary Clinton die Trumpstemmers racistisch en homofoob noemde en de helft van hen 'betreurenswaardig' (deplorable). We hebben een premier die tegen Nederlandse Turken 'pleur op' zei in het beschaafde Zomergasten, zonder weerwoord van de presentator. We hadden Giel Beelen die het zo ingewikkeld vond dat een donkere vrouw uit de entertainmentindustrie de politiek in gaat dat er wel een 'grapje' uit móést komen in de vorm van apengeluiden. Publieke media, met boven-balkenendenormsalaris.

Beeld anp

Apengrap

Johan Derksen maakte ook een apengrap over Simons, waarbij ook het allerstukgekauwdste cliché voor uitgesproken vrouwen, 'hysterisch', nog even moest vallen. Eerder dit jaar had hij alle Marokkaanse amateurvoetballers al weggezet als onhandelbaar. Maar Derksen behoort net als bijvoorbeeld Annabel Nanninga, Nico Dijkshoorn en Theo Maassen tot de reguliere beledigers, dus heel verrassend is het niet.

Naar is het wel, volgens sommigen. We hadden Louis Bontes die een Ruttetje deed naar Tanahan Kuzu en Jan Dijkgraaf die Rutte een aanrander noemde. Arnold Karskens ging los op Frits Wester en Leon de Winter op Jay Z en Beyoncé - die daar, jammer Leon, niet op hebben gereageerd. Hoogleraar farmacotherapie Anton Loonen beschuldigt de Deense hoogleraar Peter Gøtzsche, getuige-deskundige in rechtszaken die met antidepressiva te maken hebben, van 'een ziekte waardoor hij ernstig ontremd is' en noemde een andere getuige-deskundige, Selma Eikelenboom, een 'charlatan'. Eikelenboom spande een tuchtzaak aan, Gøtzsche diende een klacht in.

En soms zet een belediging iets in beweging: toen advocaat Oscar Hammerstein op Radio 1 de campagne van het Aidsfonds begin december hard aanviel en de makers 'crimineel' noemde - in de uitingen waren foto's te zien van patiënten met de tekst 'ik ben een moordenaar' en 'ik vermoord dagelijks 300 kinderen' - werd de campagne de dag erna stopgezet. Het Aidsfonds wilde confronteren, Hammerstein vond het ernstig stigmatiserend voor hiv-geïnfecteerden (hij draagt zelf het virus), en zei dat de organisatie er slechts op uit is zijn eigen positie te behouden.

Leon de Winter ging los op Jay Z en Beyoncé - die daar, jammer Leon, niet op hebben gereageerd Beeld anp

Normaal

In plaats van uitzonderlijk is de belediging een normaal debatinstrument geworden. De persoonlijke aanval en ridiculisering springen eruit. Dat is misschien niet raar in een wereld waarin iedereen in 140 tekens op Twitter en Facebook zijn mening kan uiten, ook mensen die nooit over gevolgen, verantwoordelijkheid of vorm hebben nagedacht. Beledigers kunnen zich even sterk wanen zonder oog in oog met de ander te hoeven staan. Even moreel met het stokje slaan. Het heeft misschien bijgedragen aan het klimaat van persoonlijke aanvallen, ook door mensen met maatschappelijke posities.

Maar er speelt nog iets mee, iets wat aan de basis van alle grensverleggende uitspraken ligt: alles is entertainment geworden. Als je niet spreekt met het doel tot een gezamenlijke oplossing te komen, maar met het doel zo veel mogelijk applaus te krijgen, zijn je woorden anders. Dit geldt niet alleen op sociale media maar in elke vorm van publiek debat. Want applaus neemt toe als woorden scherper worden en grenzen verlegd, niet als gezocht wordt naar gedeelde grond met de gesprekspartner. De taal van iemand die iets wil oplossen is anders dan de taal van iemand die wil scoren: in het eerste geval is de gesprekspartner de vriend en in het tweede geval het publiek, wat er vaak op neerkomt dat de gesprekspartner vijand wordt. Scoren werkt immers het beste als je afsteekt tegen de ander, als het sterk versus zwak wordt. Bij entertainment is het applaus het hoogste doel en elk maatschappelijk onderwerp in de media is entertainment geworden. En zeker politiek.

Ironie?

In de Verenigde Staten is duidelijk geworden hoe die entertainmentcultuur dominant is geworden. Trump beledigt onophoudelijk - The New York Times toonde in november al zijn beledigingen op een indrukwekkende dubbele pagina - en, anders dan Clinton even suggereerde, denk ik niet dat álle Trumpstemmers racistisch, seksistisch, homofoob en misogyn zijn. Het probleem is eerder: men denkt dat hij zijn beledigende opmerkingen niet echt meende. De entertainmentwaarde van zijn beledigingen is zo groot dat er voor veel luisteraars een zweem van ironie over hangt: hij meent niet echt wat hij zegt. Hij overdrijft, straks zal hij wel gas terugnemen.

We leven al een paar decennia in een ironiecultuur, waarin de scheiding tussen echt en onecht, oprecht en integer onhelder is, vaak opzettelijk. Televisiecultuur in het algemeen en reality-tv in het bijzonder hebben ons zo doordrenkt met een notie dat wat we zien heus niet echt hoeft te zijn, zolang het maar vermaakt (wie hierover meer wil lezen: zie het grimmig voorspellende artikel E Unibus Pluram: Television and U.S. Fiction uit 1993 van David Foster Wallace, waarin hij verklaart hoe televisie leidde tot een cultuur die het onechte adoreert), dat in 2016 een reality-televisie-voorman tot president is gekozen.

Sinds jaren vindt opnieuw een heftige botsing plaats over woorden. Aan de ene kant staan de voorstanders, die op het belang van de vrijheid van meningsuiting wijzen, ertegenover de tegenstanders die onder de aandacht brengen dat oorlogen beginnen met woorden. En velen zijn voor én tegenstander, afhankelijk van de context, die lang niet altijd helder is.

Mensen ontmenselijken

De Holocaust begon met woorden. Rwanda begon met radiopropaganda. Woorden kunnen mensen ontmenselijken. Jean-Paul Sartre schreef in zijn essay Reflecties op het Joodse vraagstuk in 1945, toen Frankrijk bevrijd was en kranten schreven over krijgsgevangenen en verzetshelden, maar nauwelijks over deportaties en gaskamers, hoe de antisemiet ridiculisering inzet om de Jood te diskwalificeren: 'Denk niet dat de antisemiet zich compleet onbewust is van de absurditeit van zijn stellingen. Hij weet dat zijn opmerkingen frivool zijn en discutabel. Maar hij amuseert zich, want het is zijn tegenstander die de plicht heeft zijn woorden verantwoord te gebruiken, want hij gelooft in woorden. De antisemiet heeft het recht om te spelen. Zelfs om te spelen met het debat want door ridicule argumenten te geven maakt hij de serieusheid van zijn gesprekspartner ongeloofwaardig.' Het is beangstigend actueel, met inwisselbare opties voor de woorden antisemiet en Jood.

Geweld

Net als woorden van empathie en generositeit hebben beledigingen, uitgesproken door mensen met een maatschappelijke rol, altijd invloed. Sinds Trump tot president werd verkozen, zijn er ruim 700 meldingen gedaan van fysieke aanvallen op etnische en religieuze minderheden, homoseksuelen en vrouwen. Enkele op Trumpaanhangers. Mensen die Trump persoonlijk beledigt in de media, krijgen te maken met doodsbedreigingen en geweld. Miljardair en Open Society-stichter George Soros steekt 10 miljoen dollar in de rechtsbijstand van deze slachtoffers, maakte hij eind november bekend.

Anderzijds zijn ook censuur en zelfcensuur uit angst voor fysiek geweld in de samenleving toegenomen, wat de vrijheid van meningsuiting in het nauw brengt. In toenemende mate eist de beledigde het recht op om de ander de mond te snoeren - ook als het gaat om een context van humor, theater en satire, waar de 'belediging' geregeld subversief bedoeld is: omgekeerd of op zijn minst juist bedoeld om over de betekenis na te denken.

We sluiten het jaar af met een dijk van een dilemma om woorden.

Miljardair en Open Society-stichter George Soros steekt 10 miljoen dollar in de rechtsbijstand van mensen die slachtoffer zijn van publieke beledigingen van Trump. Beeld anp

Het jaar van de belediging

Bekijk in deze special een selectie van beledigingen door publieke personen in 2016.

Beeld Ellen Mandemaker
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden