'19de eeuw is eeuw van neo-stijlen'

Monumentendag is gewijd aan de bouwwerken van de 19de eeuw, waarvan de kwaliteit lang is onderschat...

Gemeentehuizen, scholen, stations, musea, theaters, fabrieken, begraafplaatsen - als je het boekje De smaak van de 19de eeuw doorbladert lijkt wel of alle gezichtsbepalende bouwwerken uit die tijd stammen. Neem alleen Amsterdam: het Amstelhotel, de Westergasfabriek, het Centraal Station, het Rijksmuseum, de Stadsschouwburg, Artis, het Stedelijk Museum – allemaal gezichtsbepalende gebouwen en allemaal uit dezelfde tijd. Aanstaand weekeinde gaan de meeste gebouwen open voor publiek vanwege de Open Monumentendag. ‘De 19de eeuw krijgt nog steeds te weinig aandacht’, aldus Annet Pasveer, kunsthistorica en samensteller van het boekje.

De 19de eeuwse bouwwoede is ongekend. Hoe komt dat?

‘Door de industriële revolutie en door de moderne tijd. Er werden spoorlijnen aangelegd, daardoor moesten er stations komen. Er werden fabrieken opgericht, dus moesten er fabrieksgebouwen komen. Aan het begin van de 19de eeuw was Nederland nog straatarm, dat begon te veranderen. De welvaart nam toe. En daarmee ontstond de burgerklasse. Daardoor ontstonden allerlei nieuwe soorten gebouwen. Die er voor die tijd niet waren.’

Zoals?

‘Warenhuizen, theaters, musea, stadsparken. Architecten waren in die tijd erg op zoek naar een nieuwe vormentaal. Want hoe moest een station eruitzien, en hoe een museum? Daarbij werd veel gekeken naar het buitenland. Daar zie je dat musea er vaak uitzien als een tempel, verwijzend naar het Oude Griekenland, de bakermat van kunst en cultuur. Maar veel gebouwen uit die tijd lijken op elkaar. In Amsterdam zie je dat duidelijk met het Centraal Station en het Rijksmuseum. Als je ervoor staat, zie je niet meteen wat het is. Aan de vorm herken je niet de functie.’

Was het een gebrek aan creativiteit?

‘Nee dat geloof ik niet. Het idee van kunst voor de kunst is pas van de twintigste eeuw. Maar er waren in die tijd veel creatieve architecten. Alleen het beroep van architect was anders. Architecten waren meestal in dienst van de overheid. Ze werkten met name voor Waterstaat, en probeerden met eenvoudige vormen en materialen niet al te dure gebouwen neer te zetten. Daarbij grepen ze terug op oude stijlen. De Nederlandse Gouden Eeuw, de Hollandse renaissance, die namen ze als inspiratie en probeerden daar toch een nieuwe vorm aan te geven. Dat was overigens niet iets typisch Nederlands. Dat deden ze in het buitenland ook.’

Is dat ook de reden dat de 19de eeuw, zoals u schrijft, lang niet zo belangrijk werd gevonden?

‘De 19de eeuw is de eeuw van de neostijlen. Dat werd inderdaad lang niet echt interessant gevonden.’

Hoe is het mogelijk? Die 19de-eeuwse gebouwen zijn niet weg te denken uit de Nederlandse steden.

‘Dat is zo. Ze hebben het aanzien van onze steden sterk bepaald. Dat kwam ook door de Vestingswet uit 1874. Pas toen mochten vestingsteden, zoals Utrecht, Haarlem en Zwolle, hun muren afbreken en konden ze gaan uitbreiden. Op bolwerken lieten steden vaak een park aanleggen als buffer van de oude stad en de nieuwe woonwijken.

‘In de tijd zelf vonden mensen het wél mooi hoor. Maar tot ver in de twintigste eeuw dichtten mensen weinig waarde toe aan de 19de-eeuwse architectuur. Ik denk dat het komt doordat de bewondering van de Nederlanders altijd erg uitging naar de 17de eeuw, de Gouden Eeuw, onze glorietijd. Die gebouwen hadden ruimschoots de tand des tijds doorstaan en waren lange tijd de maatstaf voor mooi en schoon.

‘En in het begin van de 20ste eeuw had je natuurlijk de opkomst van het modernisme, dat was zo spectaculair met nieuwe materialen als staal, beton en glas, dat overschaduwde die hele 19de eeuw. Dat leek ineens allemaal duf.’

Op dit moment worden veel 19de-eeuwse gebouwen, bijvoorbeeld in Amsterdam, gerestaureerd. Wat zegt dat over onze waardering voor die gebouwen nu?

‘Het is een 20ste-eeuws idee dat je niet voor de eeuwigheid bouwt. In de 19de eeuw bouwde men nog wel voor de eeuwigheid. De waardering is inmiddels zo groot dat we ze liever bewaren dan dat we ze slopen.’

Wat moeten mensen absoluut gaan zien?

'Dat vind ik lastig, want bijzondere objecten verdragen geen honderden bezoekers. Maar goed, ik zou zeggen: een mooi 19de-eeuws interieur ergens. Die zijn zeldzaam. Want vaak zijn ze opgeruimd door volgende generatie bewoners, of ze zijn te zien in een museum, maar niet op de originele locatie. Het is interessant om de vernuftigheden te zien: de introductie van de centrale verwarming, van stromend water, van verlichting. Dat was in die tijd allemaal spiksplinternieuw. Dat heeft het wonen ingrijpend veranderd.’

3.000 monumenten open
Open Monumentendag, het komend weekeinde, staat in het teken van de 19de eeuw. In ruim 350 gemeenten worden meer dan 3.000 monumenten opengesteld voor publiek. Je kunt kerktorens beklimmen, dwalen door kastelen, rondstruinen over kunstmarkten, rondleidingen krijgen door 19de-eeuwse personages, varen op historische zeilschepen. Aanstaande vrijdag wordt voor het eerst Open Monumentedag voor kinderen gehouden. Voor de lijst met monumenten en activiteiten kijk op de website openmonumentendag.nl

De speciale uitgave bij de dag, De Smaak van de 19de eeuw, door Annet Pasveer, is verkrijgbaar op openmonumentendag.nl voor euro 7,50.

Aanvullingen & verbeteringen

Rectificatie / gerectificeerd

In het artikel ‘19de eeuw is eeuw van de neo-stijlen’ (Wonen, 8 september, pagina 40) staat dat het idee van kunst voor de kunst van de 20ste eeuw is, dat moet de 19de eeuw zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden