Beschouwing Beste filmjaar?

1999 werd dit jaar uitgeroepen tot beste filmjaar ooit, maar er zijn wel wat kanttekeningen te plaatsen

The Matrix.

Volgens de Amerikaanse cultuurjournalist Brian Raftery  is er geen twijfel mogelijk, gezien de titel van zijn boek: Best. Movie. Year. Ever. How 1999 Blew Up the Big Screen. Er zijn wel wat kanttekeningen te plaatsen bij die stelling en stelligheid.

Wie het filmaanbod een beetje in de gaten houdt, kan het haast niet ontgaan: 1999 is terug. In de bioscoop, tenminste. The Matrix viert zijn 20ste verjaardag in filmzalen overal in Nederland, en het cyberspektakel staat niet alleen. Her en der duiken leeftijdgenoten op. In het Rotterdamse filmtheater Kino zijn de komende maanden 19 films te zien uit 1999, een jaar met, volgens de bioscoop, ‘een perfecte, nog steeds onovertroffen oogst aan titels’.

De Rotterdamse programmeurs staan niet alleen in hun lofzang op 1999. Het was het beste filmjaar ooit, stelt de Amerikaanse cultuurjournalist Brian Raftery glashard in een boek dat dit voorjaar verscheen. Onder de duidelijke titel Best. Movie. Year. Ever: How 1999 Blew Up the Big Screen legt Raftery uit dat 1999 een ongekend aantal goede films kende. Van kaskrakers als The Matrix, The Sixth Sense en The Blair Witch Project tot minder commercieel succesvolle, veelgeprezen films als Magnolia, Being John Malkovich, Election, The Virgin Suicides en Boys Don’t Cry. 

Raftery heeft een punt. 1999 was het jaar van Eyes Wide Shut, de zwanenzang van Stanley Kubrick. Van Fight Club, waarmee David Fincher een zieke tijdgeest verhief tot filmkunst, zoals hoofdpersoon Tyler Durden zeep maakt van vet. Van David Lynch’ onverwacht eenvoudige, ontroerende drama The Straight Story, van David Cronenbergs beklemmende sciencefictionthriller eXistenZ, van Martin Scorseses onderschatte New-Yorkse nachtdrama Bringing Out the Dead, van Tom Tykwers doorbraakfilm Lola Rennt, van Anthony Minghella’s fraaie misdaadromance The Talented Mr. Ripley.

Nicole Kidman en Tom Cruise in Stanley Kubricks Eyes Wide Shut. Beeld Getty Images
Franka Potente en Moritz Bleibtreu in Lola Rennt. Beeld ANP

Het was het jaar van Spike Lees broeierige Summer of Sam, van Michael Manns sterke anti-rookthriller The Insider, van Jim Jarmusch’ zachtmoedige vechtfilm Ghost Dog: The Way of the Samurai, van Milos Formans stijlvaste Andy Kaufman-biopic Man on the Moon, van Steven Soderberghs jaren-zestig-ode The Limey, van David O. Russells Golfoorlogsatire Three Kings. En de Oscar voor de beste film? Die ging naar Sam Mendes’ American Beauty. Niet bij gebrek aan betere opties, zullen we maar zeggen.

Unieke, frisse ideeën

De opsomming is verre van compleet. Raftery, die zich in zijn boek tot de Amerikaanse filmindustrie beperkt (Lola Rennt is de uitzondering), besteedt ook uitgebreid aandacht aan komedies als Office Space en South Park: Bigger, Longer & Uncut. Zelfs Star Wars: Episode I -The Phantom Menace voert hij op als bewijs, al is dat nu juist de vreemde eend in de bijt: een vervolgfilm in een jaar dat gekenmerkt wordt door unieke, frisse ideeën. Terwijl filmstudio’s het normaal gesproken graag veilig houden en investeren in geheide successen (stripverfilmingen, remakes of het zoveelste deel uit een populaire reeks), stopten ze in 1999 massaal geld in onzekere avonturen. Op papier was The Matrix veel te ambitieus en cryptisch, Fight Club te cynisch en Being John Malkovich te idioot. Toch kregen deze originele scenario’s het groene licht.

Raftery is natuurlijk niet de enige die dat is opgevallen. De bijzondere filmoogst van 1999 is al langer bekend. Nog voor het jaar goed en wel was afgelopen, riep het Amerikaanse tijdschrift Entertainment Weekly 1999 uit tot ‘The Year That Changed Movies’. Raftery, die toen stage liep bij het blad, hield het altijd in zijn achterhoofd. Twintig jaar later is het optimisme van toen verdwenen; één goed jaar bleek niet genoeg om de filmindustrie te veranderen. Maar dat er vlak voor de eeuwwisseling iets bijzonders gebeurde, blijft overeind.

Hoe dat kon, daar geeft Best. Movie. Year. Ever. geen eenduidig antwoord op. Het boek is vooral een onderhoudende serie inkijkjes in de filmwereld. Raftery interviewde talloze hoofdrolspelers uit het filmjaar, van regisseur David Fincher tot actrice Reese Witherspoon. De anekdoten in het boek zijn fijn; zo vertelt Raftery dat regisseur David O. Russell en acteur George Clooney elkaar aanvlogen op de set van Three Kings en wijst hij fijntjes op de gevolgen van de slimme marketingcampagne rond de horrorfilm The Blair Witch Project, een nepdocumentaire over drie filmstudenten die verdwijnen in een behekst woud. Terwijl de filmmakers feest vierden rond de première, hielden de drie hoofdrolspelers zich thuis schuil; het grote publiek moest geloven dat ze echt nooit waren teruggekeerd. Dood zijn bleek voor de jonge acteurs geen pretje, en ook niet goed voor hun carrière.

Fight Club van David Fincher.
The Blair Witch Project Beeld BWP

De dvd, digitalisering en de millenniumbug 

Veel geïnterviewden doen wel een poging uit te leggen hoe 1999 zo bijzonder werd. Regisseur Steven Soderbergh wijst op de dvd, die halverwege de jaren negentig enorm veel geld opbracht, waardoor filmstudio’s zich meer risico konden veroorloven. Jong talent kreeg een kans en ook voor experimenten ontstond meer ruimte. Volgens Christopher Nolan, wiens eerste film Following een jaar eerder af was, leverde de opkomst van het thuiskijken nog een ander voordeel op. Nu zo veel kijkers rustig even konden terugspoelen en een film vaak meerdere malen zagen, kon de vertelwijze een stuk ingewikkelder worden. Gefragmenteerde, niet-chronologische verhaallijnen, zoals in Following, Lola Rennt of The Limey, werden door een groter publiek geaccepteerd.

Digitalisering speelde uiteraard ook een rol. Zonder digitale effecten geen Matrix. Misschien nog wel belangrijker was het montageprogramma Avid, dat ook voor films met een klein budget de mogelijkheden vergrootte. Editors konden voortaan met een paar knoppen een film volledig anders opbouwen.

En dan was er nog die naderende eeuwwisseling. In een tijd dat de millenniumbug een reëel gevaar leek, is het niet gek dat filmmakers haast kregen om hun ideeën uit te voeren, betoogt Raftery. De overgang naar het jaar 2000 fungeerde als onbewuste deadline. Veel films uit 1999 zijn doortrokken van pessimisme en angst; ondanks de economische voorspoed viel er weinig te juichen. Zoals de kantoorslaven uit Office Space wilden ontsnappen uit hun beklemmende, zinloze baantjes, zo stelden tal van films vragen bij het oppervlakkige dagelijks bestaan.

Toch verklaart dat alles nog niet waarom er in één jaar zo veel goede films verschenen. Afgezien van de millenniumbug, die echt niet iedereen schrik aanjoeg, was de situatie in 1999 niet uniek. Daarnaast kennen veel films een jarenlang productieproces vol toevallige vertragingen – te veel om een masterplan te vermoeden achter een kalenderjaar. Uiteindelijk, zegt acteur Luis Gúzman, die speelde in Magnolia en The Limey, werkt het met films misschien wel net als in de landbouw. ‘Om de twintig of dertig jaar heb je een goede oogst.’

Het is jammer dat Best. Movie. Year. Ever. nauwelijks oog voor heeft voor de filmwereld buiten Hollywood. Raftery had er zijn voordeel mee kunnen doen, want ook in andere landen leverde 1999 veel mooie films op. De Waalse gebroeders Dardenne wonnen met Rosetta de Gouden Palm op het filmfestival in Cannes. Pedro Almodóvar leverde een van zijn beste films af: Todo sobre mi madre. Claire Denis maakte het geweldige Beau Travail, Lynne Ramsay het prachtige Ratcatcher, Michael Winterbottom het ontroerende Wonderland. Nog verder verwijderd van Hollywood werkte de Zweed Roy Andersson gestaag aan zijn meesterwerk Songs from the Second Floor en legde de Thaise filmauteur Apichatpong Weerasethakul de laatste hand aan zijn eerste lange film, Mysterious Object at Noon. In Turkije maakte Nuri Bilge Ceylan in de luwte Clouds of May, terwijl de Japanse veelfilmer Takashi Miike internationaal roem verwierf met Audition.

Het was met recht een opvallend filmjaar. Of het ook het beste aller tijden was, blijft open voor discussie. Zo gemakkelijk laat 1939 zich nu ook weer niet van de troon stoten; dat jaar geldt al tijden als het hoogtepunt van de gouden periode van Hollywood. Ook andere filmjaren blijven in de race (zie kader), al was het maar omdat het leuk is erover te debatteren. Het is hoe dan ook een hoopvolle gedachte dat zich af en toe een creatieve piek voordoet, zonder aankondiging of duidelijke verklaring. Het volgende beste filmjaar kan zomaar om de hoek liggen.

Uit welk jaar komt een film eigenlijk?

Leuk, die verkiezing van het beste filmjaar, maar hoe bepaal je eigenlijk uit welk jaar een film stamt? En hoe komt het dat verschillende bronnen soms verschillende jaartallen aangeven voor dezelfde film?

Er zijn twee momenten die ertoe doen: de datum waarop de film af is (het productiejaar) en de dag van de eerste publieke vertoning (de wereldpremière). Soms zit daar een flinke periode tussen. Voor extra verwarring zorgt het gat tussen de wereldpremière (bijvoorbeeld op een filmfestival) en de uitbreng van een film in andere landen; een half jaar vertraging is niet ongewoon. Voor Nederlandse overzichten van de beste films van het jaar telt de Nederlandse uitbreng, wat verklaart waarom veel titels uit 1999 opdoken in lijstjes van het filmjaar 2000: die waren toen pas hier te zien.

Brian Raftery, Best. Movie. Year. Ever. How 1999 Blew Up the Big Screen. Simon & Schuster, 416 p., € 25,99.

19 from 99: van september t/m december te zien in Kino, Rotterdam

De beste filmjaren

Als het niet 1999 was, welk jaar was dan wél het beste filmjaar ooit? Een overzicht van goede jaren.

De titelhouder: 1939

Veel filmkenners zweren erbij: 1939 wordt nooit meer overtroffen. Hollywood – het oude Hollywood wel te verstaan, met echte filmsterren en echte studiobazen, die nog macht en lef hadden - verkeerde op de toppen van zijn kunnen. Dat mondde uit in een jaar met Stagecoach, Gone With the Wind, Ninotchka, Of Mice and Men, Mr. Smith Goes to Washington, The Wizard of Oz, Wuthering Heights en veel meer. Buiten Hollywood maakte Jean Renoir La règle du jeu, een film die steevast opduikt in de top-3 van beste films ooit gemaakt. Een ander niet-Engelstalig hoogtepunt is The Story of the Last Chrysanthemum van Kenji Mizoguchi. Een overschot aan klassiekers.

Vivien Leigh in Gone with the Wind.

De runner-up: 1979

Ook 1979 wordt vaak genoemd als topjaar voor de filmwereld. Niet vreemd, want met grote titels als Apocalypse Now, Manhattan, Alien, Kramer vs. Kramer en Being There was het een uitstekend Hollywoodjaar. Daarnaast stammen Adrej Tarkovski’s Stalker, Volker Schlöndorffs boekverfilming Die Blechtrommel en Werner Herzogs Nosferatu: Phantom der Nacht uit 1979, net als Monty Python’s Life of Brian. De jaren zeventig vormen sowieso een goudmijn: het is moeilijk een jaar te vinden uit het decennium zonder geweldige films.

Manhattan van Woody Allen. Beeld ANP

De vergeten kandidaat: 1959

Het filmjaar 1959. Hoe kon het zo uit het geheugen verdwijnen? Het bracht Les quatre cents coups van François Truffaut, Some Like it Hot van Billy Wilder, Pickpocket van Robert Bresson, Rio Bravo van Howard Hawks, Hiroshima mon amour van Alain Resnais, Imitation of Life van Douglas Sirk, North by Northwest van Alfred Hitchcock. En dat is nog lang niet alles. Ben Hur, Anatomy of a Murder, Orfeu Negro, Yashujiro Ozu’s Floating Weeds, Disneyklassieker Sleeping Beauty en Shadows van John Cassavetes kunnen ook niet ongenoemd blijven. Bovendien kwam in 1959 de cultfilm uit die lang werd beschouwd als de slechtste aller tijden: Plan 9 from Outer Space van Ed Wood. Ook een prestatie.

Jean-Pierre Léaud als Antoine Doinel in Les quatre cents coups van François Truffaut.

De outsider: 1948

Ladri di biciclette, The Treasure of the Sierra Madre, Mr. Blandings Builds His Dream House, Key Largo, Oliver Twist, Germania anno zero, Red River, The Red Shoes, Rope, The Lady from Shanghai, Oliver Twist, Unfaithfully Yours, Spring in a Small Town – misschien vergen sommige titels inmiddels wat opzoekwerk, maar het kan niet anders of 1948 dingt stiekem mee naar de titel van het beste filmjaar.

Ladri di biciclette. Beeld The Bicycle Thief

De wilde gok: 2012

Om een goed filmjaar te kunnen bepalen, is afstand noodzakelijk. Pas veel later zal de oogst van de laatste jaren goed beoordeeld kunnen worden. Om toch een voorschot te nemen: 2012 was een bijzonder sterk jaar. Misschien niet zozeer in Amerika, hoewel Paul Thomas Anderson daar met The Master weer een nagenoeg perfecte film afleverde en Wes Anderson niet achterbleef met Moonrise Kingdom. Quentin Tarantino maakte Django Unchained, door Volkskrantlezers verkozen tot een-na-beste film van 2013. Ook Zero Dark Thirty scoorde goed, en met uitstekende superheldenfilms als The Dark Knight Rises en The Avengers kwamen de stripfans aan hun trekken. Maar 2012 was vooral een jaar van schitterende arthousefilms: Michael Hanekes Amour, Thomas Vinterbergs Jagten, Ulrich Seidls Paradies: Liebe, Leos Carax’ Holy Motors, Pablo Larraíns No – om er een paar te noemen. De tijd zal leren of het genoeg was.

Christoph Waltz (links) en Jamie Foxx in Django Unchained. Beeld AP

1938, Motion Pictures’ Greatest Year?

Het jaar 1939 mag dan algemeen genoemd worden als het beste filmjaar ooit, kort daarvoor verkeerde Hollywood nog in een diep dal. Het filmbezoek nam sterk af. Geen wonder, want het aanbod in de bioscopen was matig. Een groep filmbonzen sloeg de handen ineen en lanceerde als oplossing een grote publiciteitscampagne. 1938 werd, met feestelijke spandoeken en krantenadvertenties, gebombardeerd tot ‘Motion Pictures’ Greatest Year’. De campagne had geen succes; de films noch het bioscoopbezoek verbeterden tijdens dat belabberde jaar.

Meer over The Matrix en The Fight Club

Twintig jaar nadat Lana en Lilly Wachowski de wereld hadden veroverd met The Matrix, is de film nog altijd inzet van felle discussies. De scène waarin held Neo (Keanu Reeves) moet kiezen tussen een rode en een blauwe pil, is de laatste jaren een dubbelleven gaan leiden, schrijft Kevin Toma in zijn beschouwing over red pilling.

Iets soortgelijks geldt voor David Finchers Fight Club, een film die tegenwoordig onder meer door anti-feministen wordt omhelsd. De term snowflake, gemunt door schrijver Chuck Palahniuk, geldt inmiddels als scheldwoord. Dat Fincher zich onthield van moreel commentaar, viel bij een deel van de filmcritici in 1999 niet goed. Een ‘onzinfilm’, klonk het in de recensie in deze krant.

Gijs Groenteman gaat in onze illustere archiefkast in gesprek met mensen die hem hebben verwonderd. Rapper Pepijn Lanen, schrijver Paulien Cornelisse en kunsthandelaar Jan Six passeerden al de revue.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden