100-jarig jubileum van Rotterdams Philharmonisch met gabber en voetballied

Het Rotterdams Philharmonisch wordt dit jaar 100. Om dat te vieren, brengt het orkest in De Doelen een nieuw stuk in première.

Componist Florian Magnus Maier. Foto Zahra Reijs

In het tien minuten durende 'concert voor orkest' Rotterdam hoor je de stad zoals Florian Magnus Maier (44) die heeft leren kennen vanaf 1994, het moment dat de Duitser er kwam wonen om flamencogitaar te studeren bij Paco Peña. De ingrediënten? Maier verwerkte er onder meer voetballiederen in. En gabber.

'Gabber was de eerste echt Rotterdamse muziek die ik leerde kennen', zegt Maier, die er in de verste verte niet uitziet als gabber (kaal, trainingspak). Hij heeft een vlecht gemaakt van zijn lange sik: de componist is ook nog gitarist en zanger in metalbands. 'Die vroege gabber, Bald Terror en zo, dat vind ik echt brute shit. Maar er zit nog veel meer in. Ik wilde het rijke mozaïek van de stad weergeven.'

Wat betekent Rotterdam voor jou?

'Rotterdam was voor mij een springplank naar de wereld. Ik kom uit een kleine conservatieve stad in Beieren, Landshut. Het is er mooi - er is een kasteel, veel groen, een gotische kerk met hoge bakstenen toren -, maar als je daar rondloopt, voel je je alsof je in de Middeleeuwen bent. Ik oefende vier keer per week met mijn band omdat er niks anders te doen was.

'Op het conservatorium in Rotterdam zoog ik alle invloeden op als een spons. De wereldmuziekafdeling was beroemd. Ik leerde Indonesische gamelan kennen, tango, en volgde vanaf mijn tweede jaar compositielessen bij Klaas de Vries. Ik heb alles aan Rotterdam te danken en woon er nog steeds; de stad is sinds 1994 alleen maar leuker geworden.'

Rotterdam

Van Florian Magnus Maier door het Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Lahav Shani, 7/1, De Doelen, Rotterdam. Tevens worden het Eerste pianoconcert van Tsjaikovski (solist: Kirill Gerstein) en walsen en polka's van Johann Strauss jr. gespeeld.

Er zitten ook veel oriëntaalse invloeden in je stuk.

'Dat is voor mij heel vanzelfsprekend, we wonen in een diverse stad. Ik ben erg onder de indruk van de hoogontwikkelde melodiek van de Arabische muziek.

'Maar ik wil benadrukken dat het mij er niet om te doen is muzikale stijlen correct te citeren en het daarbij te laten. Het doel was met al die bouwstenen een eenheid te scheppen.'

Hoe heb je die eenheid aangebracht?

'Door steeds motiefjes terug te laten komen. Ik laat een lange lijn door de koperblazers uitmonden in een gabber-riff. Het is een motiefje van drie tikken, dat staat voor Rotterdam. Ook heb ik de liederen van onze drie profvoetbalclubs over elkaar heen gelegd, in de hoop dat er iets totaal bizars uit zou komen, maar tot mijn verbazing lijken het drie verschillende stemmen van hetzelfde liedje. Grappig, als je bedenkt dat er zoveel onderlinge afkeer is tussen de supporters.'

Het orkest wordt 100, maar je hebt niet uit de orkestgeschiedenis geput. Waarom niet?

'Dat heb ik overwogen, maar het orkest heeft me dat afgeraden. Er wordt dit seizoen al een stuk gespeeld van Willem Jeths waarin het bombardement een rol speelt. En deze opening van het jaar is een feestelijke gelegenheid. Het gaat echt over de stad van nu, over de stad die altijd in ontwikkeling is en over die houding van 'kan mij het schelen' waardoor ik me hier zo thuis voel.'

Hoe is het om Duitser te zijn in Rotterdam?

'Ik heb nooit veel met het woord 'Duits' gehad. De streek waar ik vandaan kom, heeft een heel andere geschiedenis dan bijvoorbeeld Saksen of Westfalen. Toen ik naar Rotterdam ging, was ik bereid mijn paspoortidentiteit te vergeten. Ik leerde snel Nederlands. In het begin kreeg ik nog weleens een opmerking. Dan had je een half uur met iemand gesproken en kwam hij erachter dat ik uit Duitsland kom. Was het van: o, je bent toch wel aardig.

'Die recalcitrantie begrijp ik natuurlijk wel. Mijn voorouders hebben deze stad kapotgebombardeerd. De laatste jaren merk ik dat het beeld verschoven is naar iets positievers. Je kunt hier best Duitser zijn, maar ik voel me vooral Rotterdams.'