AchtergrondTentoonstelling Tell me your story

100 jaar Afro-Amerikaanse kunst: een kennismaking met vijf sleutelwerken

Aaron Douglas, The Judgement Day, 1927. Beeld SCAD Museum of Art

Zaterdag opent in Amersfoort de tentoonstelling Tell me Your Story in Kunsthal Kade, rondom 100 jaar Afrikaans-Amerikaanse kunst. Vijf sleutelmomenten aan de hand van vijf kunstwerken.

Dinsdagmiddag 4 februari, vier uur. In Kunsthal Kade in Amersfoort hangt een opgetogen sfeer. In het midden van de grote zaal staan vier reusachtige houten kratten, die eerder die dag zijn bezorgd. Voorzichtig wordt het ene na het andere kunstwerk eruit tevoorschijn getoverd.

Op 8 februari opent hier de tentoonstelling Tell Me Your Story, een overzicht van honderd jaar Afrikaans-Amerikaanse kunst. Het is een indrukwekkende en groots opgezette expositie waar jarenlange voorbereiding in zit. Vijftig kunstenaars. Ruim 140 bruiklenen, waarvan een groot gedeelte uit de Verenigde Staten is overgekomen, in die enorme houten kratten dus. Van een groot gedeelte van deze kunstenaars was nog nooit eerder werk te zien in Nederland.

Dat we hier in Nederland nog nooit van deze kunstenaars hebben gehoord is opmerkelijk, vertelt curator Rob Perrée. Hij volgt de Amerikaanse kunst, en de Afrikaans-Amerikaanse kunst in het bijzonder, al sinds de jaren negentig. ‘In de Verenigde Staten zijn Afrikaans-Amerikaanse kunstenaars zichtbaarder dan ooit. In tentoonstellingen, in de media, en ook op de markt, waar een enorme vraag is naar hun werk. Deze kunstenaar bijvoorbeeld’, wijst Perrée naar een schilderij van Jordan Casteel (30), een van de jongste kunstenaars in de tentoonstelling. ‘Ze is nog maar net begonnen, maar heeft al een grote solotentoonstelling in New York gehad. Het was nu al bijna onmogelijk om een werk van haar te bemachtigen.’

Bestaat er wel iets als typisch Afrikaans-Amerikaanse kunst? Niet elke kunstenaar herkent zich in dat label, geeft Perrée toe. Volgens hem gaat de tentoonstelling vooral over werken die een bepaald Afrikaans-Amerikaans zelfbewustzijn uitdragen. In de nasleep van de Harlem Renaissance en tijdens de burgerrechtenbeweging bijvoorbeeld, waren veel kunstenaars bewust bezig met het neerzetten van de Afrikaans-Amerikaanse artistieke identiteit. Bovendien, vindt hij: ‘Soms moet je iets een label geven om het zichtbaar te maken. Zolang deze kunstenaars, die zulk krachtig werk maken, in Nederland nog steeds niet worden getoond, ga ik nog even door met dat label gebruiken.’

Een kennismaking met de sleutelmomenten uit 100 jaar Afrikaans-Amerikaanse kunst, aan de hand van vijf kunstwerken.

1. Aaron Douglas, The Judgement Day (1927)

Een prachtige metafoor voor de geest van de Harlem Renaissance is het, de engel Gabriel die hier op de trompet blaast en de wederopstanding aankondigt.

In de jaren twintig van de vorige eeuw maakten Afrikaans-Amerikaanse schrijvers, muzikanten en theatermakers furore in Harlem. De New Yorkse wijk werd daarmee de bakermat van wat filosoof Alain Locke in 1925 ‘The New Negro’ noemde: de zelfbewuste, trotse Afrikaans-Amerikaan, die opkomt voor zijn rechten en zijn plek opeist. Opstaan, de wereld wacht op ons! Vanaf nu bepalen we zelf wat goed en slecht is!

Dat kunstenaar Aaron Douglas (1899-1979) deze gouache maakte als deel van een reeks illustraties bij een dichtbundel, is veelzeggend. De Harlem Renaissance is een periode waarin de Afrikaans-Amerikaanse cultuur opbloeide en (via uitgevers en tijdschriften) de weg vond naar een groter publiek, maar in de eerste plaats was het een literaire beweging. Het werk van beeldend kunstenaars was dienend: als illustratie of boekomslag.

‘Dat heeft wellicht te maken met het feit dat er onder de Afrikaans-Amerikaanse bevolking al een sterke verhalende traditie bestond’, vertelt Perrée. ‘Al tijdens de periode van slavernij werden er mondeling veel verhalen overgedragen.’ Een beeldendekunsttraditie was er niet of nauwelijks. Veelbelovende kunstenaars staken de grote plas over, naar Parijs, het centrum van de vernieuwende kunst in de jaren twintig.

Toch slaagde Douglas er in om een leidende figuur in de Harlem Renaissance te worden en een van de eerste kunstenaars die het zelfbewustzijn van ‘The New Negro’ in zijn werk een gezicht gaf. Voor zijn kenmerkende stijl liet hij zich inspireren door jazzmuziek, Egyptische muurschilderingen, en Art Deco. Zijn handelsmerk was het silhouet: geabstraheerde zwarte figuren tegen een achtergrond van transparante, licht gekleurde lagen.

Betye Saar, Sunny Land, 1998.Beeld Museum Hedendaagse Kunst De Domijnen / Robert Wedemeyer

2. Betye Saar, Sunny Land (On the Dark Side) (1998)

De generatie die tijdens of net na de Harlem Renaissance werd geboren zette de vertaling van hun idealen voort in de beeldende kunst. Waar Aaron Douglas daar in de jaren twintig al een voorzichtige aanzet voor had gegeven, werden de gebaren nu groter. Kunstenaars als Jacob Lawrence en Romare Bearden verbeeldden in de jaren dertig en veertig het dagelijks leven van de zwarte Amerikaan. Betye Saar (93) ging verder: veel van haar werk bevat een bijtende kritiek op racisme.

In de jaren zestig en zeventig maakte Saar deel uit van een groep kunstenaars in Los Angeles die assemblages maakten. Ze verzamelden alledaagse materialen en objecten en creëerden daarmee nieuwe beelden. Bij Saar gaan veel van die beelden over de positie van Afrikaans-Amerikaanse vrouwen. Het zijn parodieën op de clichébeelden die in de massamedia verspreid werden, en die vrouwen reduceerden tot dienstmeiden of wasvrouwen. The Liberation of Aunt Jemima uit 1972 is een vroeg voorbeeld daarvan. Saar nam het overbekende beeld van ‘Aunt Jemima’, een veelgeziene racistische karikatuur van een zwarte huishoudster (denk: bol, dikke rode lippen, wit schortje), en beeldde haar af met een geweer. Wasvrouw wordt militante revolutionair, een beeld dat inslaat als een bom.

Sunny Land stamt uit 1998, maar lijkt veel op die vroege assemblages. Hier krijgt de parodie een wel heel zwart randje. Op het wasbord, versierd met een Aunt Jemima-achtig figuurtje, printte Saar een afbeelding van een lynchpartij. De woorden Sunny Land (een merknaam, maar hier ongetwijfeld een verwijzing naar het zuiden van de VS) krijgen daardoor een duistere bijklank.

Wadsworth Jarrell, Revolutionary, 1972. Beeld Wadsworth Jarrell, Foto: John Lusis

3. Wadsworth Jarrell, Revolutionary (1971)

Wadsworth Jarrell (90) was lid van de kunstenaarsbeweging Africobra. Eind jaren zestig schaarden zes kunstenaars in Chicago zich achter een gemeenschappelijk doel, namelijk het ontwikkelen van een toegankelijke, herkenbare ‘zwarte esthetiek’. Als artistieke tak van de burgerrechtenbeweging wilden zij via de kunst de solidariteit onder de zwarte, voor gelijke rechten strijdende bevolking versterken.

Over de beeldtaal die daarvoor nodig was, hadden de Africobra-leden duidelijke ideeën. Die moest helder en begrijpelijk zijn, om zo veel mogelijk mensen aan te kunnen spreken. Ook de media waren bij voorkeur democratisch: veel schilderijen werden afgedrukt op posters en in de publieke ruimte verspreid.

Revolutionary van Wadsworth Jarrel is een van de bekendste voorbeelden van Africobrastijl. Het is een portret van de burgerrechtenactviste Angela Davis. Kenmerkend zijn de felle snoepkleuren, de ritmische compositie, en de speelse combinatie van tekst en beeld. De boodschap is militant, zo staat op Davis’ mouw een tekst van haarzelf te lezen: ‘Mijn leven staat in dienst van deze strijd. Als ik sterf, is dat maar zo.’

Tegelijkertijd is het werk vrolijk en uitnodigend. Daar ging het de Africobra’s ook om, zoals in hun manifest uit 1970 te lezen valt: ‘Preaching positivity to the people’.

Kerry James Marshall, Vignette, 2003.Beeld Kerry James Marshall

4. Kerry James Marshall, Vignette (2003)

In 2018 werd het schilderij Past Times (1997) van Kerry James Marshall (64) verkocht voor 21,1 miljoen dollar, een record voor het werk van een levende Afrikaans-Amerikaanse kunstenaar. Marshall is daarmee symbool komen te staan voor de groeiende populariteit van Afrikaans-Amerikaanse kunstenaars van dit moment.

Marshall brak door in de jaren negentig met schilderijen waarin hij rijke, levendige verhalen vertelt over de omgeving waarin hij, net als veel andere Afrikaans-Amerikanen, opgroeide: de zogenaamde housing projects: wijken met goedkope huurwoningen voor arme Amerikanen.

Later werd de kunstgeschiedenis zelf steeds meer het onderwerp van Marshalls werk. Of beter gezegd: de vraag hoe hij zich als Afrikaans-Amerikaanse kunstenaar tot die (westerse, witte) geschiedenis moet verhouden. In de jaren 2000 maakt hij de kunsthistorische serie Vignettes. De schilderijen tonen ‘zwarte’ mannen en vrouwen in romantische, nostalgische taferelen. Ze dansen, dartelen en huppelen door het gras, scènes die doen denken aan romantische schilderijen uit de Barok en Rococo. Of hij koos Bijbelse taferelen als uitgangspunt, net als de meesters van de Renaissance.

Bovenstaand schilderij uit Vignette verwijst naar de verdrijving van Adam en Eva uit het paradijs, zoals geschilderd door de renaissanceschilder Masaccio. Marshall neemt de gedetailleerde manier waarop Masaccio de lichamen van zijn Adam en Eva schilderde over: het is haast een lesje in anatomie, zo duidelijk kun je elke spier zien zitten. Ook de theatrale houdingen doen denken aan het origineel. Juist doordat hij qua stijl en onderwerp zo dicht bij zijn klassieke voorbeeld blijft, valt een ding extra op: zijn Adam en Eva zijn zwart. Het is een intens, diep zwart, bijna blauw, dat in al Marshalls schilderijen terugkeert.

LaToya Ruby Frazier, Mom Relaxing my Hair, 2005.Beeld LatoYa Ruby Frazier

5. LaToya Ruby Frazier, The Notion of Family: Family Work (2014)

LaToya Ruby Frazier (38) vestigt in haar foto’s de aandacht op de blijvende ongelijkheid en schrijnende levensomstandigheden van veel Afrikaans-Amerikaanse families.

In het fotoboek The Notion of Family: Family Work (2014) richt ze haar camera op haar geboorteplaats Braddock, in de Amerikaanse Rust Belt, het zwaartepunt van de Amerikaanse industrie. Ooit was het een bloeiende industriestad, nu wordt de verpauperde stad geteisterd door werkeloosheid, giftig afval dat de bevolking ziek maakt en armoede. Door de lens van haar eigen familiegeschiedenis vertelt ze het verhaal van de Afrikaans-Amerikaanse bevolking in de stad, een verhaal over verwaarlozing en politieke onverschilligheid.

Curator Rob Perrée: ‘Fotografie speelt een belangrijke rol in de geschiedenis van de Afrikaans-Amerikaanse kunst. Het is een manier om bestaande stereotiepe beelden te corrigeren en een ander beeld te laten zien, vanuit de gemeenschap zelf. Frazier is geen buitenstaander, maar een insider die haar onderwerp op een terloopse manier laat zien. Op die manier nodigt ze je uit om deelgenoot te worden.’

De huiselijke momenten die de kunstenaar daarbij vastlegt, bijvoorbeeld in Mom Relaxing my Hair, tonen niet alleen de armoede en erbarmelijke leefomstandigheden. Ze laten ook de intieme momenten in het leven van een familie zien, zoals hier het ‘ontkroezen’ van Fraziers haar.

Tell Me Your Story: 100 jaar storytelling in de Afrikaans-Amerikaanse kunst
Beeldende kunst

Kunsthal Kade, Amersfoort
8/2 t/m 17/5

Amerikajaar


2020 is bij Kunsthal Kade omgedoopt tot Amerikajaar, in aanloop naar de presidentsverkiezingen in november. Na Tell Me Your Story volgt deze zomer een tentoonstelling over de activistische kunst van de jaren tachtig. In het najaar, tijdens de verkiezingen, opent een tentoonstelling met de vraag: Hoe is het om op dit moment kunstenaar te zijn in de VS?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden