10 op de Schaal van Dijkstra

Het werk van Annaleen Louwes is intiem en roept ongemakkelijkheid op. De camera is geen obstakel in de interactie tussen haar en haar modellen....

Arno Haijtema

Wie leest over de fotoportretten van Rineke Dijkstra, stuit daarbij vroeg of laat op dat ene woord: kwetsbaar. Zoals Dijkstra, toonbeeld voor een hele generatie portretfotografen, jongeren verbeeldt, ontdoet zij hen van de bravoure waarmee ze zich door het moderne leven slaan. De koelbloedigheid van de legionair, het machismo van de stierenvechter en de branie van de puber smelten weg in het brandpunt van Dijkstra’s lens, zodat de fotografe tot hun ziel kan doordringen.

Zoals de kracht van aardbevingen wordt uitgedrukt op de Schaal van Richter, zo zou kwetsbaarheid in de fotografie moeten worden vertaald in Dijkstra-eenheden, mocht er ooit een schaal op dit gebied komen.

Bij de foto’s van de Amsterdamse Annaleen Louwes zou de naald uitschieten naar 10 op de Schaal van Dijkstra. In haar boek Minor Details staan series portretten die Louwes maakte van drie mannen, aangevuld met enkelvoudige portretten van bewoners van de psychiatrische inrichting in Den Dolder. Het zijn zeldzaam intieme foto’s, die concentratie vereisen van de toeschouwer en geduld om aan hun eigenzinnige beeldtaal te wennen.

Het lijdt geen twijfel dat de mannen die model staan in Louwes werk de fotografe volledig vertrouwen. Neem de dertien foto’s waarop Ko Moreau is afgebeeld. Hij is een kale, blanke man met een snorretje, enigszins gezet. Hij is, meestal in kleur, in warme tonen geportretteerd tegen een donkere achtergrond. Bovenlijf ontbloot, zittend op een keukenstoel. Soms staand, gestoken in een wit overhemd.

Er is een foto waarop Ko met zijn rug naar de camera op de bank ligt, in een houding die slaap suggereert. Op een andere ligt hij met gesloten ogen, met een kalme uitdrukking en volstrekte overgave aan de loop der dingen. Soms staart hij weg, dan weer kijkt hij goedmoedig in de lens, alsof hij zich onbewust is van de aanwezigheid van de camera.

Menig fotograaf benut zijn camera als een intermediair tussen hemzelf en het model. Het rommelen met het apparaat, het plaatsen van films, scherpstelling, instelling van sluitertijden en diafragma, vervult daarbij een zekere rituele functie. Door alle (wellicht geveinsde) aandacht voor de techniek, vergeet het model zijn pose, of laat zich juist leiden naar de geconcentreerde stemming die de fotograaf beoogt. En dan ‘steelt’ de fotograaf zijn opname.

Bij Louwes’ portretten is de camera in de interactie tussen haar en Ko en haar andere modellen non-existent. De camera is niet langer een obstakel, zodat het lijkt alsof je wérkelijk door het oog van de fotografe kijkt. Dat schept intimiteit – en een gevoel van lichtelijk ongemak. De toeschouwer voelt zich bij de privacy van het beeld bijna te veel en heeft even de neiging het boek zachtjes te sluiten.

Daar is het niet voor gemaakt, en dus sla je het weer open, en kijk je naar de breekbare Jaap S. met zijn ragfijne rode haren, zijn gouden wimpers en de verticale frons op zijn voorhoofd. Naar de kolossale Rob K., met zijn lange magere benen en zijn gehavende torso. En naar de psychiatrische patiënten in Den Dolder, tot wier denkwereld zelfs Louwes niet altijd toegang weet te krijgen, gezien de vele afgewende gezichten.

Het zijn allen kwetsbare wezens, zo besef je, maar niet op het moment dat Louwes hen portretteerde. De fotografe heeft hun vertrouwen nergens beschaamd. Het zijn beelden die de tand des tijds zullen doorstaan, en die daardoor in zekere zin onkwetsbaar zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden