Interview

'Zonder kunst zat ik in een psychiatrische inrichting'

Christian Boltanski's kunstinstallatie over de dood

Wie de kunstinstallatie van Christian Boltanski in de Amsterdamse Oude Kerk bezoekt, wordt behandeld als een dode. Zijn hele leven worstelt de kunstenaar met de Shoah: 'Geen naam, maar een nummer krijgen is het ergst.'

Christian Boltanski (73): 'Mijn oeuvre is te begrijpen als een lange naïeve psychoanalyse.' Foto Aurelie Geurts / de Volkskrant

Een gesprek met de Franse kunstenaar Christian Boltanski (73) is een gesprek over de dood. 'Het is zo vreemd om nu iemand te zijn en straks niet meer', zegt hij nog voordat de koffie is geserveerd in de lobby van zijn Amsterdamse hotel. Zijn blik is serieus, zijn gezicht zachtmoedig. Zijn obsessie zit in al zijn kunst. Vaak zijn het installaties met fotografie, oude kleding, lampen en geluid. Wereldwijd heeft hij er succes mee, al houdt hij zich niet aan de regels van de kunstmarkt: na afloop kan zo'n installatie vernietigd of hergebruikt worden in een nieuw kunstwerk. De installaties mogen zelfs heropgevoerd na zijn dood, vindt Boltanski: 'Zoals muziekstukken.'

Voor de Oude Kerk in Amsterdam maakte hij de enorme installatie Na. Wie de kerk inloopt, staat meteen tussen metershoge zwarte verticale 'grafzerken'. In deze dodenstad gebeurt van alles. Zo worden degenen die begraven liggen onder de grafzerken herdacht in een geluidsinstallatie. En, best confronterend, de bezoeker wordt zelf aangesproken alsof die dood is. Houten figuren met zwarte jassen vragen: 'Heb je pijn geleden?' Of: 'Was je alleen?' Het lijdt geen twijfel, dit Na is het na-het-leven.

'Ik ben niet gelovig,' legt Boltanski uit, 'ik stel vragen en ik hoop dat die tot andere vragen leiden bij de bezoeker. Natuurlijk heeft alles in mijn kunst betekenis voor mij, maar voor een ander zal die betekenis anders zijn.'

Tentoonstelling

Christian Boltanski, Na, Oude Kerk Amsterdam. T/m 29/4. Meer informatie.

Welke betekenis heeft uw kunst voor u?

'Mijn oeuvre is te begrijpen als een lange naïeve psychoanalyse. Alles komt voort uit mijn trauma. Ik ben geboren in Parijs in 1944, ik hoorde vanaf mijn vroegste jeugd over mensen die terugkwamen en mensen die niet terugkwamen, over de Shoah. Vanuit dat trauma maak ik kunst.'

Waar was u geweest zonder kunst?

'Dan zat ik in een psychiatrische inrichting, ik was echt gestoord als kind. Mijn ouders waren goed voor me. Ik wilde bijvoorbeeld niet naar school en dat hoefde niet.'

Waarom wilde u niet naar school?

'Kijk, mijn familie was gek van angst. Ik ook. Ik was 18 toen ik voor het eerst alleen op straat liep. Mijn neef Christophe Boltanski heeft er een boek over geschreven, De schuilplaats, het was precies zoals hij beschrijft (zie boven).'

Hoe kon u in dat beschermde huis kunst maken?

'Ik zei dat ik grote schilderijen op hout wilde maken, mijn ouders vonden het materiaal. Dat vonden ze beter dan een zoon die de hele dag uit het raam staart.'

Even is hij stil. Dan vervolgt hij: 'Wat ik nu vertel, dat is belangrijk én onbelangrijk, begrijpt u? Mijn kunst moet universeel zijn. Als ik in Japan ben, noemen mensen mijn kunst typisch Japans en informeren ze of ik Japanse voorouders heb. In Afrika wordt me gevraagd of ik Afrikaans ben. Dat vind ik geweldig. Iedereen is uniek en hetzelfde tegelijk. En ik ben, los van mijn trauma, een kunstenaar van mijn tijd. Ik noem mezelf wel eens sentimenteel minimalist, een grap natuurlijk. Maar je kunt in die grote zwarte blokken in de Oude Kerk de beeldtaal van Donald Judd (Amerikaans kunstenaar) herkennen.'

'Alles komt voort uit mijn trauma.' Foto Aurelie Geurts

Die persoonlijke vragen over de dood zijn inderdaad eerder sentimenteel. Zijn dit de vragen die u aan uzelf stelt?

'Ja, ook omdat ik zo oud ben. Als je jonger bent, heb je nog een bepaalde afstand als je aan de dood denkt.'

In 2009 sloot Boltanski een bizarre weddenschap af met de Australische kunstverzamelaar en gokker David Walsh. In Boltanski's atelier werden camera's geplaatst, die beelden worden sindsdien live uitgezonden in het museum van Walsh op Tasmanië. Maandelijks betaalt Walsh een bedrag aan Boltanski voor dit kunstwerk, zo lang Boltanski leeft. Dat bedrag werd zo berekend dat wanneer Boltanski voor zijn 73ste verjaardag zou overlijden, Walsh geluk had. Dan had hij minder betaald dan dit kunstwerk waard is. Walsh pochte in 2009 dat hij nog nooit een weddenschap had verloren.

Hoe voelt het om te winnen?

'Het doet me weinig. Het is zijn probleem.'

Heeft hij u gebeld om u te feliciteren met uw verjaardag?

'Nee, we hebben geen persoonlijk contact.'

Is het een prettig idee dat u bekeken wordt?

'Ik ben maar zelden in mijn atelier. Ik was bijvoorbeeld net in Patagonië om met walvissen te praten. Indianen geloven dat walvissen het begin van de tijd hebben meegemaakt. Ik zocht antwoord op een van de meest essentiële vragen: waar komen we vandaan?'

Hij laat foto's zien van grote zwarte toeters op een kiezelstrand, als de wind erdoor blaast maken ze walvis-achtige geluiden. Antwoord kreeg Boltanski niet. 'Het gaat om het verhaal: de man die met walvissen probeerde te praten. Net als het verhaal van de man die om zijn leven wedde. De verhalen overleven. Zelf verdwijnen we, onze plaatsen worden ingenomen. Over een tijd zit hier een andere criticus te praten met een andere kunstenaar.'

En moeten die het dan over ons hebben?

Boltanski lacht. Hij maakt zich geen illusies: 'We zullen vergeten worden, u ook! Eigenlijk is al mijn kunst falen, ik kan het vergeten niet tegenhouden.'

Toch vraagt u mensen om in de Oude Kerk de namen van overledenen in te spreken voor een geluidsinstallatie.

'Mensen hun naam noemen, is heel belangrijk. Zoals tijdens de Shoah of in gevangenissen, dat mensen een nummer krijgen, dat is het allerergste. Kijk, als ik u vermoord, dat zou niet aardig zijn natuurlijk, maar ik weet tenminste wie u bent.'

Was het toen u opgroeide vlak na de oorlog moeilijk om namen te noemen?

'Ik heb het daar liever niet meer over. Ik ben een Japanner, weet u nog?'

O ja, en een Afrikaan toch?

'Juist.'

Witte flat

Journalist Christope Boltanski (55), een neef van Christian Boltanski, schreef de roman De schuilplaats (La cache) over het excentrieke gezin waarin kunstenaar Christian opgroeide. Het boek won literaire prijzen in Frankrijk. De eerste zinnen: 'Ik heb ze nooit te voet over straat zien gaan, alleen noch samen. Ze nooit zoiets gewoons zien doen als op de stoep lopen. Wanneer ze zich buiten waagden deden ze dat uitsluitend per auto. Dicht tegen elkaar aan zittend, beschermd door de carrosserie, een licht pantser. In Parijs reden ze rond in een witte Fiat 500 Lusso.'

Meer over