'Zonder Charlie Hebdo hadden we anders gespeeld'

All-female rockband Savages wil muziek maken die juist niet vrouwelijk wordt gevonden, maar scherp en intimiderend. Al mag het best gaan over zachtheid, vertellen ze de Volkskrant - daar is nu in de wereld alle reden toe.

Savages in 2012, Van linksaf: Fay Milton, drums; Gemma Thompson, gitaar; Ayse Hassen, bas; Jehnny Beth, zang. Beeld Ivo van der Bent

Acht uur 's ochtends is geen tijd voor rock-'n- roll. Toch staat op een grauwe dinsdagochtend in de schemer een flinke rij voor de Londense 100 Club aan Oxford Street, waar om half negen de band Savages zal optreden. Kaartjes waren alleen beschikbaar voor de eerste paar honderd kopers van het net verschenen tweede bandalbum Adore Life. Een actie bedacht door de nabijgelegen platenzaak Sister Ray.

'Het had wel iets. Wakker worden, concertje kijken en naar je werk', zegt Jehnny Beth, zangeres van Savages later tijdens de lunch. 'Andere mensen gaan naar de sportschool, dit is leuker en je krijgt genoeg beweging.'

Want afwachtend stilstaan bij een concert van Savages is eigenlijk geen optie, vindt Beth. Ze speelt met haar band graag in kleine zaaltjes voor een paar honderd man, maar dan moet ook wel iedereen door de band worden meegevoerd en opgetild 'naar iets hogers, of onbestemds'.

Lukt het even niet en blijft het publiek naar het inzicht van de band te rustig en afstandelijk, dan buigt Beth zich voorover, zoekt oogcontact, schroeft het volume van haar stem nog wat op en zet de band een tandje bij. Net zolang tot de muziek voor de hele zaal onontkoombaar is.

Voor liedjes als The Answer, Evil en Adore geldt dat al snel. Savages' muziek is schatplichtig aan de postpunk zoals die eind jaren zeventig, begin tachtig gemaakt werd door bands als Joy Division, Siouxsie and the Banshees en PiL. Schurende gitaren, machinaal kletterende drums, een vervaarlijk donderende basgitaar en ijzige zang kenmerken ook de muziek van Savages. Live krijgt die nog een extra dimensie door de visuele uitstraling van de band: vier streng ogende, zwartgekapte en -geklede vrouwen, die de eerder onheilspellend dan behaaglijk klinkende rockliedjes live nog meer gevaar inblazen dan op de plaat.

'Mensen noemen onze muziek intimiderend', zegt Beth. 'Ik zie dat juist als compliment. Ik ga zelf ook het liefst naar optredens van artiesten van wie de performance een essentieel onderdeel van de muziek is. Het liefst word ik een beetje bang. Maar heb ik iemand als Nick Cave of een band als Swans gezien, dan voel ik me wel een rijker mens. Een intens concert geeft niet alleen nieuwe inzichten over jezelf, maar ook de sleutel tot een beter begrip van de wereld om je heen.'

Savages, Adore Life.
Matador/Beggars.
16/3, Melkweg, Amsterdam

En die wereld is er de laatste tijd bepaald niet gezelliger op geworden, vindt gitariste Gemma Thompson. 'Daarom alleen al is het misschien wel goed dat Savages bestaat uit vier vrouwen die helemaal geen muziek maken die typisch vrouwelijk is.' Goed, vindt Thompson, om met Savages een front te vormen tegen alle macho's in een steeds onverdraagzamere en geradicaliseerdere buitenwereld. 'In het grote verhaal van de wereldproblematiek zal het misschien niet helpen, maar het voelt gewoon lekker om als vier vrouwen even een vuist te maken.'

De vuist, zoals afgebeeld op de hoes van Adore Life, het tweede Savages-album, moeten we niet zien als een symbool voor agressie. 'We binden de strijd aan voor de liefde', zegt zangeres Jehnny Beth. Klonk de eerste plaat, Silence Yourself (2013), nog vooral boos als reactie op de lamlendige staat van de Britse gitaarpop en het gebrek aan engagement met welk thema dan ook, het nieuwe album moest een stap verder gaan.

'Ongelooflijk zo nikszeggend als rock-'n'-roll hier is gaan klinken. Maar boos worden met harde subversieve muziek is geen kunst. Je kunt je energie beter aanwenden om de tedere kanten van jezelf te laten zien. Het is nu het ideale moment om uit te roepen dat je van het leven houdt en van de mensen om je heen. Niet op een softe, ik-hou-van-iedereen-manier, maar als een statement.'

Vooral het nummer Adore op de nieuwe plaat laat Savages van een gevoeliger kant horen. De toon is rustiger, Beth zingt meer en durft dieper te gaan. 'Ik denk dat de emoties van het afgelopen jaar daar toch veel mee te maken hebben. Een jaar geleden al maakte ik me zorgen, maar alles is erger geworden. Ik voel me soms zo machteloos, had zo veel meer willen doen. Maar wat? Muziek maken, dat is wat we te bieden hebben, dus die moet dan wel goed zijn. Het leven is te kort voor vrijblijvend gerommel. Dat is het belangrijkste inzicht van het afgelopen jaar.'

Bijna een jaar geleden, in april 2015, ontmoette de Volkskrant Savages in de Londense RAK-Studio's, waar de band drie weken de tijd had om het album Adore Life op te nemen. Het ging allemaal lekker, vertelden de zangeres en de gitariste. Bassiste Ayse Hassan en drumster Fay Milton waren met de voorbereidingen voor de opnamen begonnen. Vandaag stonden de bas- en drumpartijen op het programma. De band lag op schema, hun heldin PJ Harvey was nog even langsgeweest en had aardige woorden voor Savages achtergelaten. Alles kits, kortom.

Maar Jehnny Beth was ook bezorgd. Met die nieuwe nummers was niks mis, ze hadden ze live uitgeprobeerd, zoals ze dat met al hun muziek doen. 'Eerst kijken hoe ze live werken en dan pas de studio in, dat werkt het best voor ons', vertelde Beth toen.

Alleen was ze in april niet helemaal zeker van de teksten. Dat had alles te maken met de gebeurtenissen in Parijs drie maanden eerder: de terroristische aanslag op de redactie van het satirische blad Charlie Hebdo.

Beth is niet alleen Frans (ze heet eigenlijk Camille Berthomier), ze woonde ook jarenlang in Parijs, waar haar vriend, producer Johnny Hostile, nog altijd een studio heeft.

Op 7 januari dat jaar, de dag van de aanslag, zat Beth met haar band op Heathrow te wachten op de vertraagde vlucht naar New York. 'Op alle tv-schermen waren de beelden te zien. Afschuwelijk. Ik kende het blad, we lachten er thuis vaak om. Ik kende de straten die steeds in beeld kwamen. Het kwam dicht bij en toch voelde ik me veraf.'

Beth voelde zich voor het eerst bang en bedreigd. 'Dat moet de muziek hebben beïnvloed. We gingen naar New York om nieuwe nummers uit te proberen. Die hadden we zonder Charlie Hebdo vast anders gespeeld.'

John & Jehn

Voordat in 2012 in Londen de band Savages werd opgericht was er John & Jehn: twee Franse geliefden (Nicolas Congé en Camille Berthomier), die in 2006 naar Londen kwamen en zich Johnny Hostile en Jehnny Beth gingen noemen. Het muziekduo was geen lang leven beschoren, maar de twee zijn nog altijd samen en runnen ook het kleine Brits-Franse platenlabel Pop Noire Records. Johnny Hostile produceerde beide albums van Savages.

Gitariste Gemma Thompson beaamde dat destijds. 'Er zit meer gevoel in de nieuwe liedjes. Noem het soul. Die kun je niet veinzen, je krijgt het als je iets meemaakt.'

Negen maanden verder herinneren Beth en Thompson zich die gevoelens nog levendig. Net als de twijfel die Beth toen had of ze nog wel naar Frankrijk terugwilde. 'Natuurlijk deed ik dat. Hoe erg ook, het leven ging gewoon door. Ook dat van mij.'

En dus reed ze, zoals vaak voor het weekend, vrijdagavond 13 november met de Eurostar van Londen naar Parijs. 'Weer volgde ik de gebeurtenissen in mijn stad machteloos via de media. Ik ken de Eagles of Death Metal, de band die in Bataclan speelde, goed. Ik kende mensen van de platenmaatschappij die daar zijn doodgeschoten. Allemaal afschuwelijk. Maar er bleek geen andere keuze dan door te gaan. Het leven gaat verder, dat lieten Parijzenaars meteen weer zien.'

Ook Savages bleek sterker dan Beth zelf kon bevroeden. 'We speelden begin december al in Parijs. En dan sta je er toch met het idee dat je iets extra's moet geven. Parijs heeft muziek nodig, wij kunnen ze die geven. Dat dacht ik toen.'

De hele band realiseerde zich dat, zegt Gemma Thompson. Hoe belangrijk iets ogenschijnlijk kleins als een popconcert ook mag lijken, 'die avond leken elke noot, elk woord en elke trap tegen de bassdrum raak'. 'Het publiek zich anderhalf uur lang laten verliezen in muziek. Je hoopt er altijd op, maar als het gebeurt gaat er echt een shot adrenaline door je heen. Dan weet je waarom je doet wat je doet. Voelen dat rock-'n'-roll echt iets kan betekenen. Niet alleen voor jezelf, ook voor je publiek.'

Daarom is het volgens Jehnny Beth ook belangrijk het serieus te nemen. 'In een biografie van Jacques Brel las ik dat zijn levensmotto was: het maakt niet uit welk beroep je uitoefent, als je er maar de beste in wilt zijn.'

Daar gelooft Beth in. Met zijn vieren alles van jezelf in je muziek leggen, alleen zo bestaat de kans dat je publiek na een concert huiswaarts keert met een ander gevoel dan waarmee het kwam. Beth: 'Een goed concert heeft op mij altijd nog meer impact gehad dan een mooie plaat. We hebben alles gegeven op Adore Life, maar uiteindelijk wil ik de mensen pas echt voor ons winnen in een optreden. Ik kan niet tegen onverschilligheid. Zeg gerust dat je ons ruk vindt, Savages is niet iedereens smaak. Maar als iemand na een concert zegt dat het hem koud liet, voel ik dat als persoonlijk falen. De beste rock 'n' roll is voor de een verheffend en voor de ander aanstootgevend. De slechtste wordt door iedereen een beetje leuk gevonden. Daar wil Savages in elk geval niet bijhoren.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.