'Wij adel moeten onze naam hooghouden'

Eenentachtig jaar en altijd omringd geweest door de groten der aarde. En al die contacten legde ze vast met haar camera....

Een van de opmerkelijkste fotoboeken van het afgelopen jaar is Mamarazza. Een groot, zwaar koffietafelboek, met tweeduizend snapshots van de internationale adel en jetset, genomen van 1950 tot begin vorig jaar. Op huwelijken, jachtpartijen, doopfeesten, autoraces, gekostumeerde bals. Van adel die hoelahoept met ambassadeursvrouwen, mingelt met Hollywoodsterren en vakanties viert in Marbella en St. Moritz. Van hertoginnen met tiara's in het haar. Van Imelda Marcos die met Sean Connery danst op haar zilveren bruiloft, en van Gracia van Monaco die een kiekje neemt. Hoe het verder ging met Imelda en Gracia vertelt het boek niet. De wereld van Mamarazza is een mooie, onschuldige wereld, waarin zelfs voor klein leed als een huilend kind geen plaats is.

De foto's komen uit de collectie van Marianne Fürstin zu Sayn-Wittgenstein-Sayn. Een statige, tot in de puntjes verzorgde vrouw, die jaren jonger oogt dan de 81-jaar die ze is, en foutloos Engels spreekt. Ze is een achter-achter-achterkleinkind van de Habsburgse keizerin Maria Theresia en van geboorte een barones. Dankzij haar huwelijk werd ze een Fürstin. Hoe spreek je een Fürstin aan? 'You can call me princess', zegt ze.

Haar eerste camera kreeg Manni, zoals intimi de prinses noemen, toen ze negen jaar was. Sindsdien heeft ze altijd gefotografeerd. Ruim twintig jaar lang verdiende ze ook haar geld met haar foto's, die ze verkocht aan bladen als Bunte en Town & Country. Bijna driehonderd albums vol heeft ze, en die zijn bijgewerkt tot een paar dagen voor ons bezoek. Nog een paar dagen, dan zullen ook deze dear young photographer en dear young lady erin terug te vinden zijn; de prinses legt alles vast wat ze meemaakt, dus ook de visite uit Nederland.

Wat niet in haar albums zit, siert de muren en de vele kastjes en tafeltjes in haar Chalet in Fuschl, in de buurt van Salzburg. Tussen foto's van haar vijf kinderen, twintig kleinkinderen en zes achterkleinkinderen, staan en hangen foto's van kennissen als Sean Connery en Larry Hagman en zeer, zeer goede vrienden als Gunter en Mirja Sachs en Polle en Jocky Fürstenberg. 'Kijk, daar ben ik met de Sjah van Perzie!' roept ze. 'En daar is mijn dochter Teresa, skiënd met de Sjah van Perzië! En daar ben ik, met Siegfried en Roy!'

Hoe leer je die mensen kennen? Ze haalt haar schouders op. Gewoon, zoals dat gaat in haar kringen. 'Ik geloof dat ik Larry Hagman voor het eerst in Marbella tegenkwam. Gunter Sachs ken ik al zeker dertig jaar. Misschien uit St. Moritz? Ach, en ik ben oud, dan ken je ook veel mensen.'

Haar tachtigste verjaardag, eind vorig jaar, vond ze een mooi moment om een boek uit te brengen. 'Mijn foto's zijn een tijdsdocument, ze laten zien hoe wij de afgelopen vijftig jaar hebben geleefd. Dus ik belde mijn goede vriend Karl Lagerfeld. Karl, zei ik, ik wil een boek publiceren. Dan is er maar één goede uitgeverij, zei hij. Normaal moet je bij Steidl anderhalf jaar wachten, maar ek kon meteen komen.'

Voor het samenstellen van haar boek vertrok ze naar Gottingen, waar Steidl Verlag is gevestigd. Zes maanden verbleef ze daar in een hotel. 'Ik werkte veertien uur per dag, soms was het net een concentratiekamp. De eerste dag zei ik om één uur: ik ga even weg om wat te eten. O nee, zeiden ze, niemand gaat hier voor de lunch de deur uit. Sindsdien nam ik mijn eigen eten mee. In de supermarkt kocht ik iedere dag zo'n pakje poeder. Daar doe je heet water bij en dan krijg je een heerlijke soep. Kent u dat?'

Tussendoor deed ze ook nog eens duizenden brieven de deur uit, om toestemming te vragen voor publicatie. Slechts vier mensen wilden niet in het boek. De prinses noemt geen namen, maar Caroline van Monaco, die haar de bijnaam Mamarazza - een variant op Papparazzo - gaf, is een opvallende afwezige.

Vorig jaar rond deze tijd, net toen ze klaar was met haar heidense karwei, kreeg de prinses plotseling vreselijke pijnen in haar rug en haar benen. 'Ik bleek een enorme tumor in mijn ruggengraat te hebben. Ik moest meteen geopereerd worden, er was grote kans dat ik verlamd zou raken als ik zou wachten. Maar ik zei nee, ik moet morgen naar een tv-show waar acht miljoen mensen naar kijken. Ik kon niet meer op mijn benen staan, maar ik ben gegaan. Tien dagen na mijn operatie - die heel zwaar en gevaarlijk was - zat ik alweer in een rolstoel op een boekenbeurs. Ik viel bijna flauw van de pijn, maar toen er fotografen kwamen zei ik: til me alsjeblieft uit die stoel.'

Ja, de prinses weet wat discipline is. 'Dat heb ik van huis uit meegekregen. Ik groeide op in een lovely kasteel op een heuvel in Salzburg, en we hadden wel vijftig man personeel. Maar de chauffeur mocht ons niet met de auto naar school brengen, wij moesten fietsen. Acht kilometer heen, acht kilometer terug. En mijn zusjes en ik hadden nooit mooie of dure kleren. Twee loden rokken met blouses en jasjes in de winter, en twee dirndls voor de zomer, dat was alles. Als wij een groot gat in de zool van onze schoenen hadden, kregen wij geen nieuwe schoenen, maar moesten we naar de vader van een van de meisjes. Die had een speciaal kamertje in het kasteel waar hij voor iedereen de schoenen repareerde.

'Wij adel moeten onze naam hooghouden', zegt de prinses. 'Wij voeden onze kinderen streng op zodat ze trots zijn op hun naam en geen stomme dingen doen. Bladen schrijven niet over het leven van slagers en bakkers. Dat geeft een grote verantwoordelijkheid.' En dat merk je. 'Een nouveau riche pik je er zo uit. Meteen. De manier waarop hij zijn werknemers behandelt. Of een ober. Je hoeft maar te luisteren en dan is het: o, mijn god, o mijn god. Gerechten terugsturen, snauwen. Wij hebben geleerd altijd aardig te zijn, altijd binnen te komen met een glimlach op ons gezicht. Adel is bescheiden. Als ik vroeger zomaar een bevel had gegeven aan ons personeel... Impossible. Impossible.'

Ook zuinig is Manni nog altijd. Waarom zou je geld uitgeven aan iets dat je zelf kunt doen? Zelfs heur haar knipt ze zelf. Met een nagelschaartje. 'En eens in de zes maanden ga ik naar de kapper. Maar dan was ik het van tevoren zelf, en ik droog het ook weer zelf. En ik geef nooit geld uit aan een jurk. Haute couture? Impossible! Soms ga ik naar die lieve Oscar de la Renta in New York, en dan geven ze me een jurk uit de collectie van vorig jaar. De laatste paar keer dat ik naar een bruiloft ben geweest, droeg ik steeds dezelfde beeldige gele avondjurk. Ik zeg altijd tegen mijn kinderen: mensen moeten niet zeggen dat je een prachtige jurk aan hebt. Ze moeten in je ogen kijken en blij zijn om je te mogen ontmoeten.'

Toen Marianne Fürstin zu Sayn-Wittgenstein-Sayn nog een jong, verlegen meisje was, kwam ze alleen in aanraking met andere adel. 'Maar in de nieuwe tijd ga je ook om met bijvoorbeeld kunstenaars. Mijn zoon is getrouwd met een Hongaarse actrice. Maar haar moeder is wel weer van adel, dus eigenlijk is hij ook binnen de adel getrouwd.' Vindt zij het belangrijk dat haar kinderen binnen de adel trouwden? 'Nee', zegt ze. 'Als die mensen maar goed zijn opgeleid en hard werken.' Later komt ze erop terug. 'Ik geloof dat ik het toch jammer zou vinden als ze het niet hadden gedaan. Met adel trouwen maakt het leven gemakkelijker. Je praat dezelfde taal, je hebt dezelfde opvoeding gehad, je hebt dezelfde religie. En de adel is eigenlijk één grote familie. Je hebt het over iemand en iedereen weet wie het is.'

Zij ontmoette haar echtgenoot tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij was een jonge Duitse officier, gelegerd in Rusland, met verlof en op bezoek bij zijn tante in Munchen, waar zij inwoonde omdat ze daar op de kunstnijverheidsschool zat. Twee dagen later, bij de tweede ontmoeting verloofden ze zich. 'Ik vroeg hem waar hij vandaan kwam en hij maakte een schets van het kasteel van zijn familie in Sayn. Hij zei: na de oorlog heb ik een meisje als jij nodig om met mij hier te wonen en me te helpen alles weer op te bouwen. Ik zei: ik beloof dat ik dat zal doen.' Hij liep weg en mijn jongere zuster, zij logeerde ook bij zijn tante, zei: jij bent verloofd met Udi Wittgenstein en ik ben er getuige van.'

Na de oorlog vestigde het paar - dat elkaar maar een paar keer had gezien - zich met hun twee kinderen in Sayn. 'Het kasteel was gebombardeerd. We woonden in een vreselijk appartement, waar we in hangmatten sliepen. Overdag werkten we als gekken op de kwekerij die we waren begonnen om de kost te verdienen, en bouwden we naast de ruïne een villa. Ik kan me nog herinneren dat we opgetogen waren toen twee mensen in het dorp waren overleden: konden we boeketten verkopen.

'Maar we genoten van het leven, we waren blij dat we nog leefden. Iedere avond gingen we uit. Na het werk deden we avondkleren aan en reden in onze boerenwagen naar Bonn. Ik kan me nog de geschrokken gezichten herinneren toen we hem parkeerden voor de Spaanse ambassade.'

Marianne Fürstin zu Sayn-Wittgenstein-Sayn kan zich nog steeds oprecht verheugen op een partij. 'Verveeld raken alleen mensen die blasé zijn', meent ze. 'Maar vroeger was het wel leuker. We hadden misschien één fles wijn voor twintig man, of we dronken water. We moesten zelf de platenspeler aandraaien, maar we hadden zo veel plezier. We pingpongden, deden de hoelahoep. We sliepen een paar uur en stonden om zeven uur weer op.'

Manni's echtgenoot overleed in 1962. Hij werd voor de deur overreden door een dronken vrachtwagenchauffeur. Ze is nooit hertrouwd, al vindt ze dat wel eens jammer. 'Ik zou graag gezelschap hebben om mee te reizen, een charmante man. Dan hoefde ik me geen zorgen meer te maken over bagage en taxi's. Maar ik kwam nooit iemand van mijn leeftijd tegen die vrijgezel was.'

De prinses was veertien jaar weduwe toen ze besloot dat het tijd was in haar eigen onderhoud te gaan voorzien. 'Ik had niets meer. Mijn familie was weliswaar rijk, maar we waren thuis met negen kinderen. Toen mijn vader doodging, kreeg mijn enige broer ons kasteel. Zo gaat dat in adellijke families. Anders zouden we geen grote huizen meer hebben.' Manni moest het doen met het stukje grond in Fuschl waarop zij en haar man in 1957 hun chalet bouwden. Ook haar man liet haar geen vermogen na. 'Al het geld ging in onze huizen. En mijn oudste zoon erfde de grond in Sayn, waarop nu het slot wordt herbouwd. Ik had geld nodig, zakgeld om een klein Fiatje te kopen, om onafhankelijk te zijn.'

Het was de actrice Lilli Palmer die haar tijdens een vakantie op Bora Bora op het goede spoor zette. 'Ik nam de hele tijd maar foto's. Dat moet toch wel heel duur zijn, zei zij op gegeven moment. Hou op, zei ik. Maar ik moet gewoon fotograferen. Vroeg zij waarom ik ze niet verkocht. Zij heeft toen gepraat met een bevriende journalist - ik was veel te verlegen met de situatie om dat zelf te doen - en zo heb ik mijn eerste foto's gepubliceerd.' Kort daarop werd ze vaste fotograaf voor Bunte. Haar eerste opdracht was een reportage over koning Juan Carlos.

'Ik dacht dat ik de enige fotograaf zou zijn, maar toen ik bij het paleis kwam, waren daar vijftig fotografen, zes cameraploegen en weet ik wat al niet meer. Enfin, we moesten allemaal in een rij staan en wachten tot de koning en de koningin naar buiten kwamen. Opeens kijkt de koning op en roept uit: Manni! Wat doe jij hier? Ik liep naar voren, maakte een buiging en zei: ik ben nu een professional. Na afloop zijn we binnen thee gaan drinken en heb ik daar nog een paar foto's kunnen maken. Ik kende hem natuurlijk al jaren, toen hij jong was pingpongde hij met mijn dochter Wonni. Maar alle fotografen haatten me natuurlijk.'

En zijn dat waarschijnlijk blijven doen: welke papparazzo wordt uitgenodigd een vakantie door te brengen met Maria Callas en Aristoteles Onassis, of ontvangt prinses Beatrix van Nederland in haar eigen huis? 'Die arme fotografen stonden bij feesten in hun leren jacks buiten te wachten, en ik ging in een lange avondjurk naar binnen. Ik werd altijd uitgenodigd als privépersoon. Nooit, nooit, nooit als fotograaf.' En nee, natuurlijk stuurde ze de foto's niet meteen door naar de bladen waarvoor ze werkte. 'Ik vroeg van tevoren altijd toestemming aan de gastheer en de gastvrouw. Daarna stuurde ik ze alle foto's, dan kozen zij ze uit en corrigeerden de teksten die ik erbij had geschreven.' En daarom, zegt ze, had niemand uit haar uitgebreide kring er bezwaar tegen dat de prinses opeens geld verdiende met haar foto's, iets dat ze overigens tot een paar jaar geleden volhield.

Komt bij dat de prinses natuurlijk geen compromitterende situaties vastlegde. Had ook niet gekund, zegt ze. Die tref je simpelweg niet aan in haar kringen. Er wil wel eens iemand in een dolle bui een damescorset over zijn kleren aantrekken en af en toe springt iemand 's nachts in een zwembad, maar veel gekker wordt het niet. 'In al die jaren heb ik nooit gezien dat iemand dronken werd of zich misdroeg', zegt ze stellig. Echt niet? 'Echt niet. Op de feesten waar ik kom zijn mensen niet dronken. Ze dansen en hebben plezier, net als alle andere mensen.'

Het feit dat ze professional werd, bracht geen grote ommekeer in haar werkwijze. 'Ik maak altijd maar één foto. Anders wordt het veel te duur. En ik begrijp tot op de dag van vandaag niets van techniek. Ik heb twee camera's, en ik weet alleen dat de ene een kleinbeeldcamera is en de andere een volautomatische.' En nee, ze heeft niet het idee dat haar foto's beter zijn geworden in de loop der jaren. 'Ook niet minder goed trouwens.' Maar een keer is het echt misgegaan. Het waren wel meteen huwelijksfoto's, en Manni was de enige fotograaf. 'Het huwelijk was in New York, en ik had helemaal geen tijd, dus ik moest op het vliegveld de wc in om een een lovely Chaneldingetje aan te trekken. In de haast ben ik vergeten een rolletje in mijn toestel te doen. Ik viel haast flauw toen ik erachter kwam.'

De prinses bladert door haar boek.

Kijk, het huwelijk van de toen vijftienjarige Ira Fürstenberg met Alfonso Hohenlohe. 'Dat was toen ook niet normaal, hoor, om zo jong te trouwen.'

Kijk, de president van Malawi, in 1977. 'Ik was eregast tijdens een staatsbanket. Bij een binnenhuisarchitect in Spanje zag ik eens stonden honderden wc's. Voor de president van Malawi. O, riep ik, daar zou ik zo graag eens heengaan! Een paar maanden later kreeg ik van hem een uitnodiging om de onafhankelijkheidsdag bij te wonen. Hij had in Europa gestudeerd en was helemaal weg van de Habsburgers. Hij wilde de namen hebben van alle afstammelingen van mijn over-over-overgrootmoeder. Ik kende ze niet allemaal, dus ik heb er een aantal verzonnen. Tijdens een speech begon hij erover, tegenover duizenden mensen, die nog nooit van Europa hadden gehoord, laat staan van Habsburg!'

En daar is Katja Urmanchewa in een zelfgemaakte dirndl - 'een Russin, I adore her' - op een van de beroemde zondagse lunches van de prinses tijdens de Salzburger Festspiele in augustus. Een dirndl is verplicht voor vrouwen, mannen dragen een kort loden jasje. Al zijn er uitzonderingen. Vivienne Westwood en Bianca Jagger, bijvoorbeeld, dat zijn nu eenmaal geen vrouwen voor de traditionele Oostenrijkse overgooier.

Honderden uitnodigingen verstuurt ze ieder jaar. 'En dan bellen vrienden me uit Hongkong, uit New York. Manni darling, mogen we alsjeblieft naar een van je lunches komen? In de badkamer heb ik grote lijsten hangen en daar schrijf ik op wie wanneer komt. Soms heb ik tachtig, negentig man per keer.' Koken doet ze zelf, samen met twee boerendochters uit de buurt. Haar zoons en schoonzoons schieten herten, en daar maken zij gedrieën goulash van. 'Ik heb nog nooit een kok gehad, nog nooit! We maken vijfhonderd porties tegelijk, en vriezen alles in zakken met twintig porties in. Zo hoef ik nooit iets weg te gooien.'

Ze laat een foto zien van Margaret Thatcher, die in 1985 aanzat. 'Ik ontmoette haar in een dorp verderop en vertelde haar dat ik zeer vereerd zou zijn als ze later op de dag naar Fuschl wilde komen. Oh, nee, onmogelijk, heel erg bedankt, princess, maar de ambassadeur heeft een heel strak schema voor me opgesteld. Toen zei ik: wat jammer, prime minister, ik dacht dat u het misschien wel leuk zou vinden om Sean Connery te ontmoeten. Ze keek me aan en zei: u bedoelt James Bond? Ja, zei ik, ik bedoel James Bond. En opeens was ze als een jong meisje. Ze nam de ambassadeur apart en na vijf minuten zei ze: ik kan toch komen. Ze heeft de hele tijd met Sean Connery gepraat.'

En kijk hier, Basia Johnson, in 1990 op een bal in het Plaza Hotel in New York, met in haar oren en om haar hals fabulous smaragden. 'Ze kwam als huishoudster uit Polen naar de familie Johnson in New York. De oude meneer Johnson werd verliefd op haar, trouwde met haar en maakte haar tot zijn belangrijkste erfgename. Toen hij overleed, hebben de kinderen en kleinkinderen een proces tegen haar aangespannen, maar zij heeft gewonnen. Vierhonderd miljoen dollar heeft ze geërfd. Ze koopt heel veel kunst, en weet er ook alles van. Ze is altijd op stap met twee kunsthandelaren, lovely boys , die haar adviseren. En iedere keer commissie krijgen, natuurlijk.' Mag u haar, prinses? Marianne Fürstin zu Sayn-Wittgenstein-Sayn is even stil. 'She is quite a personality', zegt ze dan discreet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.