'We zijn allemaal op zijn minst twee mensen'

Hij is de vader van het literaire reisverhaal, zoals dat in de jaren tachtig populair werd. Sinds hij in 1975 debuteerde met The Great Railway Bazaar is Paul Theroux (1940) de treinschrijver, ook al schreef hij tevens romans en beschouwingen....

DE wederopstanding van het reisboek kwam voort uit wanhoop geboren. De wanhoop van een Amerikaanse schrijver, hardwerkend maar niet geslaagd, opgeborgen in een land waar hij zich, na jaren in Afrika en Zuid-Oost Azië, niet thuis voelde. Het was op 19 september 1973, een grijze donderdag, dat een snotverkouden Paul Theroux zijn echtgenote Anne vaarwel kuste op spoor 7 van het Londense Victoria Station, met de trein van 15.30 uur, richting Folkestone vertrok. Zijn reisschema was ambitieus en zou hem per trein via het Europese continent naar Azië voeren. Er weer terug. Wellicht dat het boek dat hij op zijn reiservaringen zou baseren, eindelijk wat geld in het laatje bracht.

Dus stapte Theroux op de trein, werd vier maanden lang gekweld door heimwee en deed even lang over het opschrijven van zijn ervaringen. De rest is, zoals de uitdrukking luidt, geschiedenis. The Great Railway Bazaar (1975) veroverde het publiek, maakte Theroux' in één klap bij iedereen bekend, en stimuleerde de hernieuwde belangstelling voor boeken over reizen, die zeker vijftien jaar zou aanhouden. Theroux & Treinen werd een begrip. De schrijver vervolgde met The Old Patagonian Express (1979), The Island by the Sea (1983) en Riding the Iron Rooster (1988). In The Happy Isles of Oceania (1992) en The Pillars of Hercules (1995), verruilde hij de treinwagon voor de veerboot of de kayak.

Hoewel boeken als Saint Jack, The Mosquito Coast, My Secret History en My Other Life hem inmiddels ook als romancier een naam hebben bezorgd, is Theroux bij het grote publiek vooral bekend als schrijver van reisverhalen. Als hem door een krant of tijdschrift om een bijdrage wordt gevraagd, gaat het bijna altijd om reizen. In het zojuist verschenen Fresh-Air Fiend (Frisse lucht; Atlas, fl 49,90) bundelde hij een keuze uit zijn losse reispublicaties tussen 1985 en 2000. Het zijn reisverhalen pur sang, beschouwingen over het reizen en zijn eigen reisverhalen en -ervaringen, en uiteenlopende artikelen, zoals een in memoriam voor Bruce Chatwin en een 'Dagboek' voor NRC Handelsblad geschreven tijdens zijn bezoek aan Nederland in 1990.

De titel van Theroux' nieuwe boek verwijst naar zijn voorliefde voor sporten in de open lucht. De schrijver woont op het mooie Hawaïaanse eiland Oahu. Hij is lyrisch over de kwaliteit van lucht, water en licht ter sprake. 'Er is geen industrie in Hawaï,' vertelt hij, 'de zee is er schoon, door het klimaat kan ik elke dag zwemmen; wandelen is er fantastisch. Ik weet dat ik nu klink als iemand die met pensioen is, maar in feite werk ik erg hard.'

- Dat is aan uw productie te zien: vijfendertig boeken in ruim dertig jaar. Verschillende van uw collega's, onder anderen Bruce Chatwin en Shiva Naipaul, vinden dat een veeg teken, schrijft u.

'Ik vind het verbazend dat sommige schrijvers maar één boek in de vijf jaar schrijven, of vijf boeken in hun hele leven maar vijf boeken. Wat doen ze dan de rest van de tijd? Golfen, zwemmen, lesgeven, werken in een fabriek? Schrijven is een proces dat je hele leven bepaalt. Natuurlijk hoef je niet alles te publiceren, maar wie dagelijks schrijft, houdt toch op jaarbasis een behoorlijke hoeveelheid bruikbaar materiaal over. Mensen als Chatwin en Shiva Naipaul suggereerden altijd dat ik zo veel schrijf omdat het mij gemakkelijk afgaat. Dat is niet zo! Maar ik schrijf gewoon door. De implicatie dat mijn werk daardoor wel tweederangs moet zijn, vind ik belachelijk.'

- Heeft V.S. Naipaul ooit gereageerd op 'Sir Vidia's Shadow', waarin u uw beider vriendschap beschrijft?

'Vorige maand was Naipaul op de Amerikaanse televisie. Hem werd gevraagd wat hij van mijn boek vond. Naipaul antwoordde dat hij het niet had gelezen, maar dat hij mij een aardige jongeman vond (Theroux wordt deze maand zestig - HB) en dat hij nooit mijn mentor was. De interviewer veranderde van onderwerp en begon over A House for Mr Biswas, waarop Naipaul antwoordde: dat heb ik niet gelezen. De interviewer: maar u hebt het geschreven. Naipaul: ja maar dat is al zo lang geleden. Vervolgens begon de interviewer over de kort ervoor verschenen briefwisseling tussen Naipaul en zijn vader. Naipaul zei: voordat u verder vraagt, dat boek heb ik niet gelezen. Ik zat naar dat interview te kijken en vermaakte mij prima. Want veel mensen dachten dat ik overdreef toen ik schreef dat hij excentriek was.

'Mijn boek over Naipaul heeft veel losgemaakt. Ik heb er zeer lovende maar ook enkele van de meest negatieve recensies uit mijn hele loopbaan voor gekregen. Venijnige, persoonlijke stukken. Het was moeilijk, verontrustend, om dat boek te schrijven, omdat het me zo na kwam.'

- Ergens in 'Sir Vidia's Shadow' vraagt Naipaul u wat fictie is, waarop u antwoordt: een versie van de waarheid, net als non-fictie. Dit maakt nieuwsgierig naar de relatie tussen dit boek en uw 'fictieve autobiografieën' 'My Secret History' en 'My Other Life', waarmee het een drieluik lijkt te vormen.

'Een drieluik? Misschien. Alle drie de boeken gebruiken de werkelijkheid en mijn eigen leven. Het zijn zelfportretten. Ik ben vanmorgen naar het Rijksmuseum geweest en daar zie je hoe kunstenaars, tussen andere schilderijen door, van tijd tot tijd zelfportretten maken. Soms zijn ze geflatteerd, soms tragisch. Die boeken zijn zelfportretten waarbij ik telkens andere kleren draag, bovendien overlappen ze elkaar. In My Secret History komt Naipaul voor onder de naam S. Prasad en zegt hij dingen die hij in Sir Vidia's Shadow zegt. Maar voor het Naipaul-boek heb ik mijn hersens afgebeuld om er zeker van te zijn dat ik letterlijk weergaf wat hij had gezegd. Ik ben zo scrupuleus mogelijk geweest, zodat hij niet zou kunnen beweren dat hij bepaalde dingen nooit had gezegd.'

- Maar suggereert niet juist het feit dat u in dit boek pretendeert woordelijke weergaven te bieden van conversaties die twintig of dertig jaar geleden hebben plaatsgevonden, dat hier niet alleen het geheugen, maar vooral ook de verbeelding van de schrijver aan het werk is geweest?

'Nee, het Naipaul-boek is een precieze weergave van wat er is gebeurd. Je moet niet vergeten dat ik altijd erg tegen Naipaul heb opgekeken. Hij was een leraar voor mij en dat is een intimiderende figuur. Je wilt de goedkeuring van je leraar verwerven, dus ben je altijd een beetje nerveus. Dat maakt zeer alert: als je iets doms zegt tegen Naipaul vernedert hij je. Dat hebben jullie hier in Amsterdam meegemaakt, toen hij uit een openbaar interview wegliep omdat een vraag hem niet beviel. Die momenten dat je zenuwachtig was, dus alerter, herinner je je later beter. De details in Sir Vidia's Shadow zijn de details van een geagiteerd brein.'

- Naipaul levert u in het boek heel wat streken. Hoe hebt u het kunnen opbrengen zo lang met hem bevriend te blijven? Pas toen hij het u onmogelijk maakte de vriendschap voort te zetten, trok u uw conclusies.

'De vriendschap leverde mij ook veel op, ik leerde er veel van. Schrijvers zijn niet gemakkelijk om mee om te gaan. De meesten zijn vreselijke mensen. Als ik een dochter had, zou ik haar stellig afraden een schrijver te trouwen. Ik nam Naipauls neerbuigende gedrag voor lief. En toen ik in de catalogus van een antiquariaat zag dat hij door mij gesigneerde en van een persoonlijke opdracht voorziene boeken te koop aanbood, was zelfs dat geen reden de vriendschap op te zeggen. Dat is me wel eerder overkomen, bij twee andere collega-schrijvers. De stakkers zullen het geld wel nodig hebben gehad. Het is ook wel een tikje vleiend, je kunt het vergelijken met het verkopen van familiezilver.

'Pas toen ik Naipauls tweede vrouw sprak en zij me bezwoer dat ik niet over Vidia mocht schrijven, brak er iets. Ze zei: we hebben al een biograaf aangewezen, dus waag het niet over hem te schrijven. Dat deed de deur dicht. Ik ben schrijver geworden om vrij te zijn, niet om me te laten vertellen waar ik wel en niet over mag schrijven. Bovendien accepteer ik niet dat er een officiële versie van de waarheid bestaat die de mijne ongeldig maakt. Toen stond vast dat ik een boek over Naipaul zou schrijven.'

- In 'Fresh-Air Fiend' schrijft u dat gezonde en evenwichtige mensen geen schrijver worden. Zit de scheppingsdwang bij u hem in de spanning tussen het 'echte' en het 'gedroomde' leven, ofwel iemands 'officiële' en 'geheime' leven? Veel van uw romans handelen over het fenomeen 'dubbelleven'. 'My Secret History' en 'My Other Life' beschrijven alternatieve versies van uw leven.

'Ik denk niet dat daar mijn scheppingsdwang vandaan komt, maar ik onderken die behoefte om een dubbelleven te leiden. We zijn allemaal op zijn minst twee mensen. Ik vind het heel moeilijk om het bestaan van een schrijver te leiden. Ik bedoel: ik móet schrijven, dat is een obsessie, maar ik wil ook léven: bewegen, eten, drinken, beminnen en zo verder. Ik wil naar buiten. Maar als ik buiten ben, kan ik niet schrijven.

'En natuurlijk heb ik mijn dromen. Welbeschouwd is mijn leven niet zo interessant, en om daaraan tegemoet te komen heb ik romans geschreven waarin ik mijn eigen leven boeiender maakte dan het was. En tegelijk ook weer niet, die kant zit er ook aan, vergeet dat niet. Ik herinner mij hoe ik een hoofdstuk over somber, regenachtig Londen schreef, terwijl ik voor The Happy Isles of Oceania op de Trobriant Eilanden verbleef. Als ik naar het papier keek stond ik in een natgeregende straat met taxi's. Keek ik op dan zag ik een rieten hut, palmbomen en een staalblauwe lucht. Zo'n dubbelleven is alleen schrijvers vergund.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.