'We leven in een cynische samenleving'

Interview Jeroen van Merwijk

Als je vroeger een VVD'er in het openbaar een schop verkocht, stond de politie het toe, mijmert Jeroen van Merwijk. 'En terecht.'Maar nu: wie treitert er nog, wie jent er nog? Interview met een ouderwets linkse cabaretier.

Beeld Ivo van der Bent

In De grootste denker van Nederland over het mooiste land ter wereld (over de titel later meer) staat een meesterlijk lied over Vervelië, zoals Gerard Reve ooit voorstelde om Nederland te noemen.

Er is een land van vlees noch vis
Waar slechts de angst regeert
En met geen greintje wildernis
En in zichzelf gekeerd

Jeroen van Merwijk: 'Dat schreef ik als nieuw Nederlands volkslied, een jaar of zeven, acht geleden. Paul de Munnik zong het. Ik ben een Reve-fan, hij had dingen snel in de gaten. Vervelië vond ik ontzettend goed verzonnen. Dit is wat Nederland in zijn diepste wezen is. Er gebeurt geen fuck. Dat is ook heel fijn. In landen waar wel iets gebeurt, gebeuren vaak de verkeerde dingen.'

Maar er gebeurt toch juist heel veel?

'Niet als je het grote geheel bekijkt. Ja, we hebben de vluchtelingen. En Wilders, ach. Er is wat reuring. En er zijn een regisseur en een politicus vermoord. Krankzinnig, afschuwelijk. Maar wereldwijd gezien is het peanuts. We zijn spekkoper, we maken zelden iets mee. Dat is het grote voordeel van Nederland. Jij en ik hebben nooit een oorlog meegemaakt.

'Neem die discussie over Europa. Het is toch heel simpel? Natuurlijk moet je voor Europa zijn. Dat maakt de kans op een oorlog aanzienlijk kleiner. Wat denken die Nederlanders wel? En maar blaten, al die mensen die niet eens weten waar in Europa Nederland precies ligt. Die tendens, mensen die niet weten wanneer ze hun bek moeten houden, of juist open moeten trekken, daar wind ik mij enorm over op. '

Is het woede?

'Ergernis. Verontwaardiging. En die probeer ik op een geestige manier te verwoorden.'

Jeroen van Merwijk (60) is tekstschrijver, cabaretier en beeldend kunstenaar. Hij woont in Utrecht. Hij is maatschappelijk bewogen en, hoogst ongewoon in deze tijd, sociaal-democraat.

Zijn oeuvre omvat duizenden teksten, met ironie als rode draad. Waardering valt hem vooral in vakkringen ten deel. Met zijn liedjes staat hij in de traditie van Willem Wilmink, Drs. P, Guus Vleugel en Ivo de Wijs. Zijn cv is omvangrijk. Al drie decennia lang spot en treitert hij in columns en liedjes én in de sketches en teksten die hij schreef voor andere cabaretiers.

Voor het boek De grootste denker van Nederland over het mooiste land ter wereld maakte hij een keuze uit zijn werk. Ook de illustraties zijn van zijn hand. Teksten uit zijn beginjaren haalden het niet. 'In het begin schreef ik in de stijl van anderen. Pas later kreeg ik een eigen stijl.'

Jeroen van Merwijk

1955 Geboren in Bilthoven
1983 Afgestudeerd aan Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag (cum laude)
1986 Eerste cabaretprogramma, De Gymnasiast
1987 Eerste solovoorstelling, Van ouwehoer tot troubadour
1992-'95 Medewerker Spijkers met Koppen (VARA-radio)
1994 Afscheidsvoorstelling Meneer Van Merwijk legt het nog één keer uit
1996 Comeback met Het podiumbeest is terug
1999 Liedteksten gebundeld in Wat zijn de vrouwen groot
2006 Annie M.G. Schmidt-prijs voor het beste lied in een theaterprogramma, Dat vinden jongens leuk
2013 Laatste solovoorstelling, Er zijn nog kaarten
2015-'16 Als we zo vrij mogen zijn (met Harrie Jekkers)

Wat is jouw stijl?

'Ik hield altijd veel van de helderheid van schrijven van Robert Long. En van Hans Dorrestijn en Drs. P. natuurlijk. Talige teksten, zeg maar. Maar ineens schreef ik dingen die van mij waren. Ik vond mijn toon. Daar moet je een beetje mazzel mee hebben. Harrie Jekkers was de eerste die het zag, hij vond de liedjes op die van Loudon Wainwright lijken, een Amerikaan uit de country-hoek. Hij schrijft over de meest stomme onderwerpen liedjes.'

Begint keihard te zingen: 'Be quiet there's a baby in the house. Zulke liedjes. Als ik krappe schoenen heb gekocht, denk ik: hé. Het is natuurlijk niet gebruikelijk om over krappe schoenen te schrijven. Of over hoe het voelt om op een stretcher te liggen. En dan zit het ook nog eens op een niet logische manier in elkaar. Ik associeer. Het rijm komt niet altijd terug en het is los geschreven.'

Beeld Ivo van der Bent

Je boek heet De Grootste denker van Nederland over het mooiste land ter wereld. Jij bent niet de grootste denker van Nederland en Nederland is misschien niet het mooiste land ter wereld.
'Het is misschien een ironische titel?'

Ja. Maar toch?

'Het is beter om het zo te noemen dan bijvoorbeeld Een mening van iemand die er niet zo veel toe doet over onderwerpen die misschien ook wel niet zo belangrijk zijn. En Nederland is toch een fantastisch land? Voor Nederland valt heel veel te zeggen. En ik heb een goede hersenpan. Het is allebei waar, en niet waar.

'Dat is ook wat cabaret cabaret maakt. Dat je het niet zeker weet. Die wat arrogante manier van denken, straal ik op het podium ook uit. Daar kun je heel veel mee doen. De mensen denken dat je het meent, dat is natuurlijk de grap. Bij mij is het altijd alles of niks. Het is een geweldige avond in het theater, of het is niks. Er zit niks tussenin.'

Beeld Ivo

Hoe komt dat?

'Door de zaal. Veel mensen denken dat het aan mij ligt, maar dat kan ik me haast niet voorstellen. Want ik speel elke avond hetzelfde. De samenstelling van het publiek bepaalt of het wordt gepikt, of niet. Soms lopen mensen weg.'

Waarom zouden ze dat doen?

'Misschien vinden ze het slecht? Maar het is niet slecht. Het is vast de toon. Sommige mensen vinden het niet leuk als ze niet serieus worden genomen. Ik kwam ook altijd op als de grote ster.' Lacht hard. 'Terwijl niemand van me had gehoord.

'Mijn derde programma was mijn afscheidsshow, Meneer Van Merwijk legt het nog één keer uit. Dan kon ik het jaar daarop namelijk een comeback maken. Wanneer ik opkwam, vertelde ik dat ik tegen mijn impresario had gezegd dat hij me overal neer mocht zetten. De Kuip, Sportpaleis Ahoy, Carré, prima, maar ik wilde koste wat het kost nog één keer optreden in de kleine zaal van het Chassé Theater in Breda. Werden de mensen boos. Dat is toch krankzinnig? Vooral in het zuiden overkwam me dat.'

Werkt het nog, ironie?

'Steeds minder. Dat is juist een reden om het vol te houden. Mensen willen het helemaal uitgespeld hebben. En dat kan met ironie niet. Dat is juist de lol ervan. Je kunt ook niet meer terug. Opkomen als de grote heerser die het allemaal wel weet, dat is toch grappig?'

Maar tegelijkertijd heb je iets waardevols te vertellen.

'Dat hoop ik wel, ja. Ik sta ook ergens voor. Ik heb een bepaalde opvatting over cabaret. Er sijpelt iets door wat je echt meent. Ik was een keer bij een optreden van Joop Visser. Hij zong vijftien nare liedjes, daar is hij steengoed in. Maar op het eind zong hij plotseling een prachtig, liefdevol liedje. Ineens werd alles duidelijk. Voor mij dan. Hij liet ineens horen waar het vandaan kwam.

'Alleen maar onzin is alleen maar onzin. Als je daar zin tegenover zet, wordt de voorstelling veel interessanter. Dan denkt het publiek: wat wil die gozer van me? Het is heel goed als mensen in verwarring de zaal uitgaan.'

In De banken dat zijn wij schreef je: Wij hebben zelf ook onze zakken zitten vullen / Ongegeneerd gespeculeerd / Kochten goedkope derdewereldspullen / We hebben jarenlang alleen maar potverteerd.
'Ja! Zo is het toch ook? Kijk naar je eigen. Dat doe ik ook. En dat deel ik met mensen. Het is niet zo moeilijk om cabaretier te zijn. Je moet het alleen durven. En kunnen. Je moet erachter komen wat iedereen vindt en dan het tegenovergestelde roepen. Het onderwerp maakt niet uit eens zoveel uit. Neem de PvdA. Ik ben uit de partij gestapt, maar ik verdedig ze wel als het erop aankomt.'

Waarom ben je uit de PvdA gestapt?

'Na de aankondiging van de participatiemaatschappij. Toen herkende ik de sociaal-democratie niet meer. En ik ben een sociaal-democraat. Er zijn nog steeds goede redenen dat te zijn.'

In een column Elite schrijf je: 'Links is sowieso op sterven na dood.'

'Echt links bestaat niet meer. Eigenlijk is het best leuk dat mee te maken. Laten we eerlijk zijn, als je vroeger een VVD'er in het openbaar een trap gaf, stond de politie het toe. Volkomen terecht, trouwens. Nu is het precies andersom en krijgen de PvdA'er de trappen. Dat hebben wij in dertig, veertig jaar zien veranderen.'

Niet tot ieders tevredenheid.

'Dit boek laat aan duidelijkheid niets te wensen wat ik ervan vind. Ik heb wel eens geschreven dat alles van links goed is. Dat is ook zo. De grondhouding van links is een veel betere dan die van rechts. Rechts heeft nooit enig idee, rechts is alleen maar een potlood dat alle linkse gedachten doorkrast. Een rechtse denktank is een contradictio in terminis. Want het bestaat niet, rechts denkt niet na. Dat hoeft ook niet, want dat doet links voor ze.'

Het gesprek komt op Halbe Zijlstra, de VVD'er die als staatssecretaris de kunstsector belaagde. 'Een sukkel eerste klas', noemt hij hem. 'En maar denken dat hij het allemaal goed heeft gedaan, met die vriendjes van hem. Terwijl hij met een mes op een mooie vrouw is gaan inhakken.'

Beeld Ivo van der Bent

Rechts wint.

'Ideologieën hebben plaatsgemaakt voor marktwerking. Na de Tweede Wereldoorlog en de Koude Oorlog was iedereen helemaal klaar met die ideologieën. Het gaat nu om geld, de markt moet het werk doen. We leven in een cynische samenleving, zeker vergeleken met de tijd waarin wij jong waren. Je was links of rechts en er werd fel gediscussieerd. Dat gebeurt ook niet meer, ook niet door mensen van onze leeftijd. Als je ergens over wilt discussiëren, word je meewarig aangekeken.'

Overkomt dat je ook met collega's?

'Ik heb aan veel tv-programma's meegewerkt, van Zon op Zaterdag tot de oudejaarsprogramma's van Erik van Muiswinkel. Daar ben ik de gek. De linkse gek. Waarom zouden we dit programma eigenlijk maken, vroeg ik dan. Wat willen we zeggen? Wie gaan we belachelijk maken en waarom? Daar dacht niemand over na, het ging alleen maar van grap naar grap naar grap. Het gaat om de grap, jazeker, dat is je wapen, maar de grap is niet genoeg.'

Waar moet het over gaan?

'Het zou erover kunnen gaan dat iedereen die hier is geboren, enorme mazzel heeft. Maar er hoeft maar één ding te gebeuren, de komst van vluchtelingen bijvoorbeeld, of we haken massaal af. Dan deugt er niks meer van dit land. Nou ja, niet iedereen denkt zo natuurlijk, maar wel die Wilders-stemmers en dat andere tuig.'

Wat ga jij stemmen?

'PvdA. Blind. Ik vind nog steeds dat het de enige partij is waarop je kunt stemmen. Ondanks alles. En als ze zich weer een beetje normaal gaan gedragen, word ik weer lid. Kijk, de partij is van ons. Wij zijn niet van de partij. Dat is de typische manier van denken van links, ze denken alles beter te weten. Dat is ook zo, maar je moet mensen wel bij de partij houden. De PvdA is een regentenpartij geworden.'

Wie noemt zich nou nog sociaal-democraat zonder meteen onder de tafel te duiken?

'Maar er is toch niks mis mee? Als je een beetje historisch besef hebt en nadenkt... Mijn opa was ongeschoold arbeider. Zo kort geleden is het nog maar. Hij moest op zijn 12de gaan werken. Er was niks, helemaal niks. De samenleving is opgebouwd door de socialisten en door niemand anders. Zij hebben er voor gevochten. Kijk eens wat we allemaal hebben, in wat voor land we leven. In alle sociaal-democratieën ter wereld zijn de mensen verreweg het gelukkigst.'

Waarom hoor je dit soort geluiden nog maar zelden?

'Mijn programma's zijn nooit op tv geweest. Omdat het niet sympathiek is. Je moet vriendelijk zijn om op tv te komen. Niet opgewonden. Terwijl er geen speld tussen te krijgen is wat ik zeg, toch? De Maarten van Rozendaals, Kees Tornen, Bert Klunders, die zijn systematisch geweerd, terwijl dat de lui zijn die je moet hebben. De mensen die sarren en jennen. Micha Wertheim doet het gelukkig. André Manuel is ook een kerel, hij beukt. Je moet alles belachelijk kunnen maken.'

Je bent niet verzuurd.

'Ik ben eerder zelfs nog wat optimistischer dan vroeger. Het leven wordt er alleen maar leuker op als je ouder wordt.'

Het cynisme heeft niet van je gewonnen.

'Nee. Ik ben niet cynisch. Ik ben ironisch, en soms sarcastisch. Cynisme is niet goed, cynisme is hopeloos. En je moet altijd hoop houden. Als ik optreed, hoop ik altijd dat er paar mensen in de zaal zitten die denken: hè hè, ik heb het eindelijk weer eens gehoord.'

De grootste denker van Nederland over het mooiste land ter wereld,
Nijgh & Van Ditmar, 336 pagina's, 24,99 euro, verschijnt 8/3.

Speciaal gebonden uitgave met hardcover (oplage 100 stuks) verkrijgbaar via info@jeroenvanmerwijk.nl. Tot de zomer toert Van Merwijk met Harrie Jekkers door het land.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.