'Wás een midlifecrisis maar zo leuk'

Zijn muziek, vindt saxofonist Yuri Honing, moet klinken naar nu. Daar is hij tegenwoordig ‘heel erg op gebrand’. En dus verving hij onlangs twee muzikanten in zijn band....

Het gebeurde begin vorige maand. Yuri Honing speelde met zijn band Wired Paradise in het Rotterdamse Lantaren/Venster. Omdat zijn vaste bassist Tony Overwater op tournee was in China en gitarist Paul Jan Bakker zich had gecommitteerd aan de musical Tommy, speelde de saxofonist met twee vervangers. ‘Ik weet niet precies wat er gebeurde. Het was magisch, we stegen op.’ Honing was toch al in zijn nopjes met Wired Paradise, zijn jongste band met twee elektrische gitaren, en bijzonder tevreden over hun recente cd Meet Your Demons. Maar nu werd de zaak naar een hoger plan getild. ‘Ik hoefde me plotseling nergens meer zorgen over te maken.’ Er stond de saxofonist niets anders te doen dan voor het eerst van zijn leven een bezettingswisseling door te voeren. Gitarist Stef van Es en bassist Mark Haanstra zijn de nieuwe leden van Wired Paradise.

Het lijkt of de 43-jarige jazzsaxofonist bezig is zijn muzikale leven flink op te schudden. De bassist Tony Overwater en Honing waren ruim twee decennia aan elkaar verankerd – in het saxofoontrio waarin ook drummer Joost Lijbaart zitting heeft. Maar in een gloednieuw opgericht akoestisch kwartet, dat volgend jaar zal debuteren in een tournee door Midden-Amerika, speelt Frans van der Hoeven. En Honing werkt daarin voor het eerst in ruim zeven jaar weer eens met een pianist: Wolfert Brederode. Daarnaast gaat hij samen met Huub van der Lubbe Nederlandse gedichten uitvoeren als blues spirituals, met Hammondorgel en drums. En er is een project met danceproducer Floris waarin zijn hele discografie elektronisch door de mangel is gehaald, met gastrollen voor onder anderen singer-songwriter Leine, Janne Schra van Room Eleven, Sarah Bettens van K’s Choice en de Amerikaanse rapper Baba Israel. Deze laatste twee projecten zullen aanstaande maandag hun première beleven in Paradiso, tijdens de tweede editie van Honings jaarlijkse concertavond Winterreise.

Gaat een van Nederlands meest prominente jazzsaxofonisten plotseling op de poptoer? ‘Nee. Dat hele onderscheid vind ik sowieso gelul.’ Ook van een midlifecrisis is volgens de saxofonist geen sprake. ‘Was een midlifecrisis maar zo leuk.’ Yuri Honing zit zich handenwrijvend te verheugen, in zijn huis in de Amsterdamse Watergraafsmeer.

De komende tijd zal de saxofonist met het indringende tenorgeluid meer dan voorheen in Nederland te horen zijn. Zijn saxofoontrio reisde de hele wereld over, van India tot Panama en het Midden-Oosten. Slechts een fractie van de optredens vond plaats in eigen land. Maar na een decennium non-stop toeren mag het iets minder. ‘Twaalf keer per jaar voor lange tijd weg, daar word je gaar van op een gegeven moment. En ik geniet er enorm van om me weer te verdiepen in de Nederlandse muzikantenscene. Door al dat reizen realiseer ik me nog meer: ik voel me echt Europeaan.’

Toen Yuri Honing als tiener in een Zwitsers hotel logeerde, werd hij verrast door iemand die op het balkon naast hem saxofoon stond te spelen, gekleed in een badjas: de Amerikaanse jazzheld Stan Getz. Het veroorzaakte een switch van piano naar sax. Tijdens zijn jaren aan het Hilversums Conservatorium heeft Honing de Amerikaanse jazztraditie er volledig ingestampt. Maar net als veel van zijn generatiegenoten heeft hij niet de traditionele bop, maar vooral de vooruitstrevende jazz uit de jaren zeventig en tachtig omarmd. Hij was elk jaar te vinden op het North Sea Jazz Festival om te zien met wat voor band Miles Davis nu weer zou komen. Het trio met Tony Overwater en drummer Joost Lijbaart brak in 1996 internationaal door met de cd Star Tracks, waarop de band op een intense jazzmanier popsongs te lijf ging. ‘Daar was veel heisa over. Maar in feite was het niets nieuws. Jazzmuzikanten spelen altijd al populaire liedjes en doen er iets eigens mee. Miles nam in 1958 een kersthit op, Duke Ellington bewerkte musicalnummers. Jazzmuzikanten nemen iets dat nu aan de hand is en leveren daar commentaar op. Dus de vraag bij mijn groepen is niet zozeer: is het nou rock ’n’ roll of pop geworden? Nee: dit is jazz. Dit is nou jazz, dames en heren. Jazz nu klinkt als Meet Your Demons. Ja, het is even wennen.’

Meet Your Demons is een plaat zonder solo’s. De ruimtelijk opgebouwde, groovende nummers gaan meer over sfeer en klankkleur dan over noten en akkoorden. De twee gitaren zorgen voor een prikkelende geluidsmuur waar Honing soms tegenaan leunt, dan weer overheen danst. ‘Ik neem in feite de rol van zanger op me. Vocalisten zingen vaak heel eenvoudig materiaal, maar de diepte zit in details zoals de frasering en de intonatie. Dat begin ik door te krijgen. Als je een heel transparante melodie hebt, dan moet je er een beetje aan duwen en trekken en dan gaat ie open. De popzangeres Alison Goldfrapp vind ik daarin fantastisch.’

Voor de plaat heeft Honing elk nootje uitgeschreven. ‘Die zes stomme liedjes hebben me een half jaar gekost. Maar ik moest iets constructiefs doen, een keertje. In mijn discipline is het al heel snel van: je hebt een dingetje, een loopje, en de rest zien we dan wel weer. Goed componeren is toch – behalve een enorm monnikenwerk – iets waar je jarenlang lol van hebt als het eenmaal af is. Je kunt dan alternatieven verzinnen, er ontstaat ruimte. Ik kan je verzekeren: op het podium gaat het helemaal los, inclusief solo’s. Daarom gaan we in februari een plaat opnemen in Blue Frog, de beste club van Bombay.’

Het feit dat Honing voor de band Wired Paradise afscheid heeft genomen van Tony Overwater heeft niets te maken met persoonlijke zaken of artistieke onenigheid, maar alles met een verandering in het repertoire. ‘Het was echt een moeilijke beslissing, want Tony is een dierbare vriend en ik vind hem een fantastische bassist. Maar ik heb toch voor de muziek gekozen. En trouwens: het trio blijft bestaan. We spelen ook in Paradiso maandag. Met ruim twintig jaar zijn we volgens mij het langst bestaande saxofoontrio ter wereld. Het wordt tijd voor een medaille.’

‘Wat het was: ik vond dat er in Wired Paradise nog teveel links waren naar oude jazzrock, je hoorde Miles er nog in terug. Ik wilde daar vanaf. Ik wilde dat het klonk naar nu.’ Honing klopt hard op tafel. ‘Daar ben ik heel erg op gebrand tegenwoordig. Dat mijn muziek niet refereert aan iets dat is geweest, maar dat het is geworteld in de tijd waarin ik leef. Het repertoire van Wired is behoorlijk gericht. Tony is te vergelijken met de beroemde jazzbassist Charlie Haden. Een creatieve geest. Als je zo bent, dan is het niet altijd stabiel. De ene keer magisch, dan weer minder. Dat vind ik te gek in veel situaties, maar hier bleek een rotsvaste drive beter te werken. Het maakt het makkelijker voor mij iets te bouwen bovenop het repertoire.’

Om die eigentijdse sound te bewerkstelligen koos Honing er een jaar of zeven geleden bewust voor om niet meer met pianisten te spelen. ‘Ik had het even gehad met ze. Het viel me op dat gitaristen veel minder dominant zijn voor de klank van een groep. Dat ze minder last hebben van jazztraditie. Waar een gitarist bijvoorbeeld helemaal geen problemen mee heeft, is om een stuk lang alleen maar een twee- of drieklank te spelen. Op gitaar klinkt dat te gek. Een pianist voelt zich snel beledigd als je hem dat vraagt. En op pianogebied gebeurt er gewoon niet zo verschrikkelijk veel, toch? Ja, Brad Mehldau, die hebben we nu omarmd. En er zijn nog wel wat jongens die leuke dingen doen. Django Bates. Maar die hebben dan weer vaak een pianotrio, zonder saxofonist. Die denken natuurlijk: met die saxofonisten heb ik het even gehad. Het goede aan Wolfert is dat hij in tegenstelling tot de meeste jazzpianisten een bijzonder goed toucher heeft. En hij speelt met liefde een drieklank. Hij is op de inhoud gericht, niet op gedoe eromheen.’

Honing heeft zich de laatste jaren steeds meer ontwikkeld van indrukwekkend virtuoos saxbeest tot een bandleider die subtiel sturend, minder nadrukkelijk opereert. ‘De meeste jazzmuzikanten vinden het noodzakelijk om stuk na stuk, avond aan avond iedereen te laten horen hoe goed ze saxofoon kunnen spelen. Ze kunnen maar geen genoeg krijgen van zichzelf. Maar uiteindelijk gaat het daar niet om. Er zijn 500 saxofonisten in Amsterdam. Op zijn minst 450 daarvan kunnen me gestolen worden. Al die arpeggiootjes. . . Ja, verzin maar eens een goed loopje. Saxofonist Wayne Shorter speelde in 1986 op North Sea Jazz met een over de top fusionbandje achter zich. Hij bleef maar een heel eenvoudig thema van twaalf maten herhalen. Tien minuten lang. Zonder een noot extra. De band ontplofte. En de zaal ook. Ik heb daar een heel belangrijke les geleerd. Je bent cool als je goed bent en je het laat horen, maar je bent übercool als je het niet gebruikt omdat je het niet nodig hebt. En af en toe vind ik heus wel de plek om te laten zien dat ik echt wel heel goed saxofoon kan spelen.’

Belangrijk voor de avond in Paradiso is dat hij avontuur uitstraalt. ‘Je weet van tevoren niet precies wat je krijgt. Dat lijkt me in deze tijd een verademing. Ik probeer in mijn muziek zo goed mogelijk als ik kan, zo breed mogelijk te vertalen hoe de wereld op mij af komt. Met al zijn mooie en lelijke kanten. Dat vertaal ik naar Winterreise. Ik merkte bij de vorige aflevering dat het grootste gedeelte van het publiek het ook snapte. Het leven is niet alleen een strijkje van Mozart, het is ook De Raggende Manne en af en toe een Abba-liedje.’ Moet dat dan ook allemaal in één ding te horen zijn? ‘Tuurlijk, dat doen toch alle goede muzikanten? Als je Miles hoort dan zit daar alles in. Als hij een goede noot op de goede plek zet, dan is dat en wereld op zich. Ironie is denk ik het belangrijkste ingrediënt. Inzien dat alles twee kanten heeft. Dat zie je terug in de gedichten van onder meer Jean-Pierre Rawie en Gerrit Komrij die we met Huub van der Lubbe uitvoeren.’

‘Vijf jaar geleden, ik was achtendertig, lag ik languit in een bootje op het meer van Genève samen met Frank Möbus, de andere gitarist van Wired Paradise. Ik zei: weet je, tot voor een paar jaar geleden had ik echt het idee dat als ik ergens een concert gaf, dat dat het belangrijkste was op de planeet. Terwijl ik nu in de gaten heb dat dat helemaal niet zo is. Moesten we allebei keihard lachen. Maar dat hadden we wel. Omdat je zo lang bezig bent met alsmaar die standaard hoger te krijgen. Nog beter, dieper, meer* Nu maak ik me niet zoveel zorgen of ik iets wel kan spelen. Ook niet of die ander het wel kan spelen. Ik voel me veel vrijer dan tien jaar geleden. Mijn temperament is aanzienlijk verbeterd. Ik ben minder snel boos. Ik heb afgeleerd om mezelf te beoordelen als ik bezig ben. Ik werk alleen aan faciliteren en een beetje sturen. Op het moment dat ik het podium op loop heb ik al nauwelijks meer gedachten. Ik sta daar te spelen, het is alleen maar muziek en het is zo leuk. Ik kan het echt iedereen aanraden.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.