Wat zijn dit voor vragen? Ariane Schluter

‘Theo van Gogh is ongelofelijk belangrijk voor mij geweest, ik heb altijd een zwak voor hem gehouden’

De gelauwerde actrice Ariane Schluter (52) heeft de rollen voor het uitzoeken. Nu is ze te zien in Ik weet wie je bent. ‘Je gaat eigenlijk altijd een liefdesband aan met een regisseur. Ik kom als acteur tot mijn beste prestaties als ik mij volledig aan hem of haar overgeef.’

Ariane Schluter. Foto Frank Ruiter

Gouden Kalf of Theo d’Or?

‘De Theo d’Or. Ik heb twee Theo d’Ors, de eerste kreeg ik in 2003 voor mijn rol in het toneelstuk Strange Interlude, geregisseerd door Johan Doesburg. Ik kies die prijs vooral omdat ik die op zo’n mooi moment in mijn leven en in mijn carrière kreeg. Ik was 37, had in veel mooie theaterproducties gespeeld en dan die Theo d’Or als bekroning – echt een erkenning van mijn plek binnen de toneelwereld. Mijn eerste Gouden Kalf kreeg ik al in 1994, voor mijn rol in de film 06 van Theo van Gogh. Ik was er ontzettend blij mee, maar hij kwam bijna te vroeg. Ik was 28 en voor mijn gevoel net van de toneelschool af. Ik werd erdoor overrompeld. Ik heb nooit gedacht: o, als ik maar een Gouden Kalf win, want voordat ik ernaar kon verlangen, had ik hem al.’

Den Haag of Amsterdam?

‘Amsterdam. Ik ben opgegroeid in Leidschendam en ging naar school in Den Haag, en ik heb daar acht jaar gewerkt toen ik bij het Nationaal Toneel zat. Maar toen ik op mijn 26ste in een studiootje in de Anjeliersstraat in de Amsterdamse Jordaan ging wonen, had ik meteen het gevoel: ik hoor hier. Ik had zo’n bedbank die je uitklapt en deelde de douche en het toilet met huisgenoten, maar het was perfect. Diezelfde week dat ik er introk, ging ik repeteren bij Mexicaanse Hond, voor het toneelstuk Kaatje is verdronken van Alex van Warmerdam. Hun repetitielokaal zat toen gewoon in mijn straat. Dat repeteren met Alex was een heel gelukkige tijd, en het begin van een lange samenwerking. En ik ontmoette al snel mijn man, production designer Alfred Schaaf. Toen ik in Amsterdam ging wonen, begonnen mijn leven en werk contouren te krijgen.’

Actrice voor fijnproevers of een naam die publiek trekt?

‘Dat dilemma is niet helemaal zuiver, denk ik – alsof je geen actrice voor fijnproevers zou kunnen zijn, als je een bekende Nederlander bent. Ik kies projecten op basis van de regisseur, het scenario, de rol, de mensen die erin spelen, niet op of het me bekend maakt of juist niet. Bij Ik weet wie je bent, de televisieserie waarin ik de rol van Alize Kasteel speel, trok het mij onmiddellijk dat Hanro Smitsman het ging regisseren en dat acteurs als Daan Schuurmans en Sophie van Winden erin meespelen. En Alize is een heel hard personage, heel recht door zee, dat leek mij leuk om te spelen. Maar als ik moet kiezen tussen anonimiteit en bekende Nederlander, kies ik honderd procent voor anonimiteit. Als een acteur bekend is, kan dat soms tussen het personage en het publiek in gaan staan. Je wilt meegezogen worden in het verhaal, en niet denken aan wat de actrice privé doet. Bekendheid is soms een vervelende bijkomstigheid van het vak.’

Ik weet wie je bent, elke zondag op NPO 3, 21.10 uur

Alex van Warmerdam of Theo van Gogh?

‘Alex van Warmerdam heeft enorm veel voor mij betekend en ik vind hem een groot kunstenaar. En helaas is Theo er niet meer – onze samenwerking heeft zich niet meer kunnen doorontwikkelen. Dus nu zeg ik Alex. Ik heb veel met Alex samengewerkt. Dat begon dus bij het toneel, ik werd gevraagd voor Kaatje is verdronken. Toen zei ik tegen mijn moeder: ik moet echt in mijn arm knijpen, het is zo’n droom om met hem te werken. Daarna kwamen ook films als De jurk, Ober en Kleine Teun. Zijn universum, de manier waarop hij film en theater ziet, daarin is hij de enige in zijn soort.

‘Maar Theo is ongelooflijk belangrijk voor mij geweest in het begin, met 06. Hij had ook ontzettend veel lef, hij nam een hypotheek op zijn eigen huis om 06 te kunnen verfilmen. Hij had een scherpe tong, maar tegelijkertijd was hij een heel zachtmoedige en menselijke regisseur. Ik heb altijd een zwak voor hem gehouden.’

Je hebt veel samengewerkt met regisseur Johan Doesburg, met wie je vijf jaar een relatie hebt gehad. Geregisseerd worden door een ex-geliefde: voordeel of nadeel?

‘Bij Johan was het een voordeel. Wij konden goed samenwerken omdát we elkaar zo goed kenden. Hij en ik vonden elkaar in onze krankzinnige verliefdheid op toneel. Toen ik hem leerde kennen, was ik 24; ik kwam net van school, hij was er ook net een jaar of twee weg. We gingen toen stukken van de Engelse toneelschrijver Steven Berkoff maken in een oude staatsdrukkerij. Hij liet mij ook toe bij het maakproces: het bewerken, vertalen, het meedenken over het stuk. Hij voelde zich daarin totaal niet bedreigd, wat sommige regisseurs wel kunnen hebben. Dat was zo fijn. De liefde ontstond tijdens het samenwerken, dat ging gelijk op.

‘De relatie ging op een gegeven moment mis, maar die liefde waarin we elkaar in eerste instantie vonden ging door. Het is net alsof we aanvankelijk de verkeerde vorm hadden gekozen door er een relatie van te maken. Strange Interlude en Medea hebben we gewoon als ex-geliefden kunnen maken.

‘Je gaat eigenlijk altijd een liefdesband aan met een regisseur, man of vrouw, en die liefde kun je consumeren of niet. Ik kom als acteur tot mijn beste prestaties als ik mij volledig overgeef aan een regisseur, en dan moet je iemand volledig vertrouwen.’

Foto Frank Ruiter

Een Gouden Kalf voor je man of voor jezelf?

‘Voor hem natuurlijk! Ja, nu je het zegt, in 2014 werden we allebei genomineerd, hij voor Hemel op Aarde en ik voor Lucia de B. Het moment dat ik het te horen kreeg, zat ik met mijn hand in het gips in het OLVG in Amsterdam. Mijn hand was gebroken, want ik had tijdens de opnames van Noord Zuid, de serie waarin ik rechercheur Dana van Randwyck speelde, voor een scène iets te enthousiast het hele decor in elkaar geslagen. We ontmoetten elkaar halverwege ons huis en het ziekenhuis in een bar en daar hebben we even heel lekker whisky’s zitten drinken. En uiteindelijk kreeg hij hem, en ik niet. Maar het is eigenlijk geen dilemma, want ik vind hem gewoon ongelooflijk goed in zijn vak. We zijn samen een leuke combinatie, omdat we allebei in de film zitten maar ook allebei ons eigen terrein hebben. We zitten elkaar nooit in de weg.’

Medea of Lucia de B.?

‘Ze zijn me beide ontzettend dierbaar. Medea is een oerrol, het is zo bijzonder dat het toneelstuk meer dan tweeduizend jaar geleden is geschreven door de oude Grieken en de taal en de thema’s – liefde en hoe het is om mens te zijn – nog steeds niets aan zeggingskracht hebben ingeboet.

‘En het spelen van de titelrol in de film Lucia de B. was waanzinnig interessant. Het is een bestaand persoon, dat is moeilijk om te spelen omdat je niet iemand alleen maar wilt imiteren. Dan wordt het alleen buitenkant, en regisseur Paula van der Oest en ik wilden juist dat kijkers vanbinnen zouden voelen wat een mens meemaakt die ten onrechte vastzit en alle schijn tegen zich heeft.

‘Toch wel Lucia de B. dan, als ik met het mes op de keel moet kiezen. In Lucia de B. schuilt ook een oude Griek, toch?’

Spelen of vertalen?

‘Spelen. Maar ik ben ongelooflijk blij dat vertalen erbij is gekomen. In 2015 ben ik een vertalersopleiding gaan doen en vorig jaar heb ik twee toneelstukken van het Engels naar het Nederlands vertaald. Dat is zo’n fijne periode geweest. Spelen is enorm intensief, je zit heel dicht op elkaars lip. Nu kon ik in mijn eentje in een kamer zitten en in mijn hoofd al die rollen spelen en de zinnen vormgeven. In oktober gaat mijn vertaling van het stuk Cinema in première bij toneelgroep Oostpool, in de regie van Jeroen De Man. Dan zit ik voor het eerst als vertaler bij een première, in plaats van dat ik als acteur op het toneel sta. Daar verheug ik me zeer op.’ 

#MeToo in de acteerwereld: het werd tijd, of doorgeschoten puritanisme?

‘Ik denk dat #MeToo een belangrijke ontwikkeling is. Iedereen weet waar je het over hebt; als er wat aan de hand is, zul je niet meer worden uitgelachen als je het aankaart. Acteren is een raar beroep. Het is ook idioot dat je, als je iemand vijf minuten kent, al moet staan zoenen. Of zoveel meer. Daarom is het zo belangrijk dat het op de toneelschool wordt aangepakt. Dat moet een veilige ruimte zijn, omdat je in die periode op je allerkwetsbaarst bent. Je begint aan je droom, moet experimenteren, over je eigen grenzen heen durven gaan. Als je dan een docent hebt die voor jou heilig is, omdat hij de mogelijkheid heeft om jou te maken of te breken, dan mag er nooit sprake zijn van machtsmisbruik.

‘Ik denk dat het klimaat nu zodanig is dat je er ook wat van kunt zeggen zonder een rood hoofd te krijgen. Dat mensen niet meer zeggen: o ja, weer zo’n tutje dat gewoon niet durft.

Verder ben je er wel ook altijd zelf bij. Ik denk dat je jezelf als actrice sterker of weerbaarder kunt maken. Wat dat betreft moet je vechten tegen je slachtofferschap.’

CV Ariane Schluter

1989 Diploma Toneelacademie Maastricht

1990 Eerste samenwerking regisseur Johan Doesburg in toneelstuk Grieks

1992 Eerste samenwerking regisseur Alex van Warmerdam in toneelstuk Kaatje is verdronken

1994 Gouden Kalf juryprijs voor 06 (regie Theo van Gogh)

2003 Theo d’Or voor Strange Interlude (regie Johan Doesburg)

2004 Theo d’Or voor Eden (regie Anny van Hoof)

2010 Ontvangst Theo Mann-Bouwmeesterring van Anne Wil Blankers

2014 Nominatie Gouden Kalf voor Lucia de B. (regie Paula van der Oest)

2015 Vertrek bij het Nationaal Toneel in Den Haag

2015 Gouden Kalf voor Een goed leven (regie Aaron Rookus)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.