Opinie

'Tegen ware verhalen kan geen roman op'

Tommy Wieringa scoort met zijn Boekenweekgeschenk, maar waar blijft de erkenning voor zijn studiegenoot Joris van Casteren? 'Nog voordat Wieringa bij het grote publiek doorbrak met zijn roman Joe Speedboot, maakte Van Casteren al naam met zijn reportages', schrijft Igor Wijnker.

Tommy Wieringa. Foto anp

Ik worstelde mij door de eerste pagina's van de bestseller van de Amerikaanse romanschrijver Jonathan Franzen toen een Nederlands non-fictieboek arriveerde. Het pleit was snel beslecht: de daaropvolgende dagen was ik volledig in de ban van Het been in de IJssel, een van de beste boeken die ik de afgelopen jaren heb gelezen.

Met stijgende verbazing vroeg ik mij af waarom dit nu al klassieke journalistieke boek in geen enkel eindejaarslijstje heeft gestaan, zelfs de longlist van de grote literaire prijzen niet heeft gehaald en nu ook weer ontbreekt op de shortlist van de M.J. Brusseprijs. En ik vroeg mij af waarom ik - gediplomeerd beoefenaar van het in potentie allermooiste schrijfgenre - ook weer zo graag een roman moet schrijven.

Het echte werk
Zelfs op de School voor de Journalistiek werd het me al ingepeperd: een roman schrijven, dat is het echte werk. Dat kwam ook door medestudent Tommy Wieringa, die al een roman had gepubliceerd en druk bezig was met zijn volgende. Dat maakte wel indruk.

Het waren de jaren negentig, verandering hing in de lucht. De studierichting tv werd steeds populairder en het was zelfs mogelijk om stage te lopen bij een amusementsprogramma of een glossy. Journalistiek maakte plaats voor infotainment.

Ik behoorde tot een slinkend groepje romantici dat zich vooral aangetrokken voelde tot het ouderwetse veldwerk: met je notitieblok het land in voor een verhalende lange reportage. Die kwam je nog wel tegen in tijdschriften en kranten-op-broadsheetformaat. Liefst met contrastrijke zwart-witfoto's. Verhalen die je een wereld in zogen waarvan je het bestaan soms niet eens vermoedde.

Bij Rusland, een van mijn keuzevakken, zat achterin gezien het lokaal een ietwat eenzelvige jongen. Joris was een van de jongste studenten op school en woonde nog in Lelystad. Dat laatste wekte een vreemd soort medelijden op, wat achteraf behoorlijk lachwekkend is. Maar hij vertelde er ook niet bijster vrolijke verhalen over, al deed hij dat wel op een opgewekte toon.

Op dat moment wist ik nog niet dat hij kort daarvoor als 17-jarige medewerker van de Zwolse Courant al een geruchtmakende serie reportages over cafés in Lelystad had gepubliceerd. 'Daarin toonde Van Casteren zich een verslaggever met een scherpe blik en een dito pen, die niemand spaarde,' las ik ruim tien jaar later in Meer dan de feiten, een interviewbundel met succesvolle auteurs van literaire non-fictie. 'De lokale middenstand was niet zo gelukkig met de serie. Elke week als de krant verscheen was het bonje, met als hoogtepunt een woedende kroegbaas die de Lelystadse redactiechef bij de keel greep.'

 
Nog voordat Tommy Wieringa bij het grote publiek doorbrak met zijn roman Joe Speedboot, maakte Joris van Casteren al naam met zijn reportages
Joris van Casteren. Foto Marcel van den Bergh /de Volkskrant

Vreugdesprongetje
Nog voordat Tommy Wieringa, de auteur van het Boekenweekgeschenk van dit jaar, bij het grote publiek doorbrak met zijn roman Joe Speedboot, maakte Joris van Casteren al naam met zijn reportages. Verhalen die vaak schuurden, waarin de Hollandse lulligheid of bureaucratie in botsing kwam met het Nieuwe Nederland. De mateloos nieuwsgierige Van Casteren beet zich er soms maandenlang in vast, schreef ze gortdroog, maar met veel gevoel voor suspense op. Daaronder bruiste het van het vertelplezier. Hij creëerde welhaast een eigen genre bij De Groene Amsterdammer en daarna bij Vrij Nederland. Als ik in de inhoudsopgave zijn naam zag staan bij een grote reportage, dan maakte mijn hart een vreugdesprongetje.

De laatste jaren legde Van Casteren zich zoals veel andere non-fictieauteurs toe op het schrijven van boeken. Daarmee bereik je tegenwoordig veel lezers, bewijzen onder anderen Geert Mak, Judith Koelemeijer, Jan Brokken, Frank Westerman, Annejet van der Zijl en David Van Reybrouck. Zij krijgen met hun boeken meer aandacht en waardering dan ooit tevoren. 'De ironie wil dat de kranten en weekbladen daar nauwelijks aan hebben meegewerkt,' zegt Brokken in Meer dan de feiten. 'Ze zijn boeken gaan schrijven omdat er bij de bladen geen geld en ruimte was.' Terwijl lezers dus duidelijk behoefte hebben aan goed geschreven, waargebeurde verhalen.

Van Casteren publiceerde in 2008 het veelgeprezen Lelystad, maar met Het been in de IJssel overtreft hij mijns inziens dat werk. Het is een journalistiek oerboek, dat alles in zich heeft wat de journalistiek zo geweldig en eigenlijk superieur maakt aan literatuur.

Er is een been gevonden in een rivier en niemand weet van wie het is. De journalist gaat op onderzoek uit, bijt zich er jarenlang in vast en rolt van de ene verbazing in de andere. Een verhaal dat te bizar zou zijn voor een roman.

Krachtig pleidooi
Het is tevens de puurste vorm van journalistiek, meesterlijk vermengd met literaire citaten. Ik lees het ook als een krachtig pleidooi voor meer verhalende journalistiek in de kolommen van kwaliteitskranten en weekbladen. Die worden in deze onzekere tijden nog meer dan vroeger gedomineerd door rubriekjes, columns en interviews-met-bekende-Nederlanders-in-hapklare-brokken. En vooral ook door reportages waarin altijd iets lijkt te moeten worden aangetoond, waarin cijfers van een onderzoek de leidraad zijn, of bepaalde tendensen zichtbaar moeten worden gemaakt.

Zelden lees ik nog een verhaal dat de ruimte krijgt om zich rustig te ontrollen, een lange reportage waarin de verwondering de kans krijgt. Zoals in de geweldige maandelijkse rubriek van Jan Rothuizen in de Volkskrant, maar dat is dan weer een tekenaar.

Igor Wijnker is journalist en auteur van de non-fictieboeken Onder Marokkanen en Bezeten.

 
Zelden lees ik nog een verhaal dat de ruimte krijgt om zich rustig te ontrollen, een lange reportage waarin de verwondering de kans krijgt
Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.