'Schrijven is werken, oefenen, jatten ook: eens even deze stijl proberen, of die'

Het literatuurtalent van 2018: Tom Hofland

Een ode aan de grote Russische roman, wordt zijn debuut genoemd, maar stiekem leest Tom Hofland nooit een dik boek. Wel heeft hij romantische fantasieën over de 19de eeuw, waarin hij dan bijvoorbeeld een officier is, mét een snorretje.

Tom Hofland. Beeld Valentina Vos

'Ik heb dus eigenlijk geen enkele grote Russische roman gelezen', mompelt Tom Hofland ( 27 ). Het literaire talent van 2018 prikt enigszins opgelaten in de zeebaarsfilet met tomaat, kappertjes en rode ui van restaurant Vis & Meer in Utrecht. In maart van dit jaar kwam zijn romandebuut Lyssa uit, volgens de achterflap een 'ode aan de befaamde romans van de Grote Russen, aan de 19de eeuw en aan het kostuumdrama in het algemeen'.

Een kunststukje, oordeelde De Groene Amsterdammer, en inderdaad is Lyssa een mooie en opmerkelijke roman. Plaats van handeling is een fictief stadje in een land dat niet met naam wordt genoemd maar dat heel goed Rusland zou kunnen zijn. De hoofdpersoon is een jonge luitenant die in lange krulzinnen droomt over zijn onbereikbare geliefde. Het verhaal speelt zich af in 1877.

Een zelfportret in boeken, dat is het doel van dit gesprek; uiteraard moet dat zelfportret beginnen met Hoflands favoriete, grote, Russische roman.

Maar je hebt er dus niet één gelezen.

'Alleen het begin van Anna Karenina. Die eerste zin is beroemd hè? Die weet ik. Iets met dat elk gelukkig gezin gelukkig is op dezelfde wijze en elk ongelukkig gezin ongelukkig op een andere manier...'

Kwam je er niet doorheen?

'Het is meer mijn angst voor dikke boeken. Ik ben blij dat ik het nu kan bekennen, want ik lees steeds terug dat Lyssa een ode is aan de grote Russische roman. Maar dat is het helemaal niet, dat hebben ze bij de marketingafdeling bedacht. En nu denken de mensen dat ik een fanaat ben die alle Russen heeft gelezen. Oh, ik schaam me kapot.'

Heb je wel een favoriete kleine Russische roman?

'Ik heb Witte nachten gelezen, van Dostojevski, of is het Toergenjev, die twee haal ik altijd door elkaar: prachtig. Vaders en zonen vond ik ook mooi, van Toergenjev, of Dostojevski? Verder heb ik een aantal korte verhalen van Tolstoj gelezen en ook van Tsjechov. Ik hou erg van korte verhalen en van novelles, dunne boeken koop ik veel liever dan dikke. Is dat gek?'

Nee hoor. Zou je meer lezen als je geen mobieltje had?

'O, zeker. Er is helemaal niks leuks aan op nos.nl kijken of door Instagram scrollen, maar toch doe ik het de hele dag. Er is een prikkeltje in je hoofd waardoor je er steeds naar grijpt. Ik vind het echt zonde dat ik zo veel tijd aan mijn mobiel besteed, zeker sinds ik weet hoe goed verveling voor je is. Als je je verveelt, krijgen je hersenen de kans om met ideeën te komen. In de trein kijk ik bewust niet op mijn telefoon, maar naar buiten.

'Het eerste boek dat ik las was trouwens deel 1 van Harry Potter en dat was best dik. En In de Ban van de Ring van Tolkien heb ik ook gelezen, enorme pil. Mijn zusje Myriam leest die Russische vuisten wel en zij heeft me laatst Misdaad en straf onder de neus geduwd. Maar dan zie ik hoe dik-ie is en word ik toch een beetje bang.'

Tom Hofland is geboren in Apeldoorn. Na zijn eindexamen Havo vond hij een baantje bij de afdeling herenmode van V&D dat hem prima beviel ('Als je een broek over je arm legt en dan hard door de winkel loopt, denken mensen dat je druk bent') en dacht hij na over zijn vervolgopleiding. Bijna was het geschiedenis geworden, het enige vak dat hij op school leuk vond, maar zijn vader drong erop aan dat hij nog even doorzocht.

'Ik ben een filmfanaat en schreef soms korte filmpjes, dus bedacht ik dat ik wel scenarist wilde worden. Zo belandde ik hier in Utrecht bij de opleiding Writing for Performance aan de Hogeschool voor de Kunsten.

Het is een opleiding tot dramaschrijver maar ik was nog nooit naar het toneel geweest, als enige van mijn jaar. De andere studenten vertelden over alles wat ze hadden gelezen en gezien en ik zat daar dan zwijgend bij. Ik had zelfs De Avonden van Reve nooit gelezen.'

Wat is het mooiste boek dat je wel hebt gelezen?

'Ik heb echt geen idee. Het verschilt per periode. Toen ik puber was las ik Jan Cremer, Herman Brusselmans en Ronald Giphart: jongensachtige seksverhalen, die ik bij mijn vader uit de kast haalde.

Afgelopen zomer heb ik De Tuin van de Finzi-Contini's gelezen, van Bassani, en dat staat nu met stip op nummer 1. Het eerste boek waarvan ik moest huilen - ook het enige, ik heb verder nooit gehuild bij een boek - was Marte Jacobs van Tim Krabbé.'

En het allereerste boek dat je je herinnert?

'Daar heb ik heel lang over nagedacht: De boze heks. Ik weet niet meer wie het geschreven heeft (Hanna Kraan, red.). Dat boek las mijn juf voor in groep 4. Je had er ook een serie van op televisie. Maar eigenlijk hield ik het meest van prentenboeken, waarbij je zelf het verhaal moest verzinnen.

'Ik zat als kind altijd verhaaltjes te bedenken. Op de achterbank van de auto, als we ergens waren geweest en in het donker naar huis reden. Of als ik met de lego bezig was; de blokken gooide ik aan de kant, met de poppetjes speelde ik alle verhaallijnen na die ik eerder had verzonnen.'

Wat voor verhalen waren het zoal?

'Spanning, veel geweld, hoofden die eraf vlogen. Ik maakte er ook tekeningen bij. Ik weet dat een juf tegen mijn moeder zei: Tom wil niet met kleuren tekenen, hij gebruikt alleen maar zwart voor de poppetjes, rood voor het bloed en groen voor de lasers.

'Mijn eerste zelfgeschreven verhaal was een rip off van Harry Potter. Het heette Timmie Joker.

Hofland studeerde uiteindelijk af op filmscenario's. 'Ik dacht altijd dat mijn medium film was; film was mijn grote passie. Ik heb alle Jurassic Park-films talloze keren gezien. Tijdens de opleiding kreeg ik proza van Pieter Frans Thomése en vanaf dat moment had ik wel eens fantasietjes over het schrijven van een roman. Maar dat was zo'n ver-van-mijn -bedshow, ik dacht: dat kan helemaal niet, er zijn maar een paar mensen die een roman kunnen schrijven.

'Gedichten schreef ik wel, ik vond Simon Vinkenoog te gek en Herman de Coninck. Soms probeer ik het nog wel, maar alles voelt afgezaagd. Ik heb geen groot hart voor poëzie.'

Het idee voor Lyssa ontstond tijdens het lezen van Ongeduld van Stefan Zweig. 'Daar begon ik in nadat ik The Grand Budapest Hotel had gezien, een film die gebaseerd is op Zweigs boeken. Zweig is nu echt een van mijn allerfavorietste schrijvers. Superscherp, heel beeldend in zijn beschrijvingen van mensen. Zijn personages zijn constant aan het uitleggen waarom ze denken dat ze iets denken, heerlijk. Ik was sowieso fan van kostuumdrama's uit de 19de eeuw. Er is iets met dat tijdperk dat me erg aanspreekt. In mijn hoofd is het een romantische tijd, met strenge regeltjes, prachtige kleren, hoffelijke omgangsvormen; tegelijk komt de technologische vooruitgang op.

'Na Zweig ging ik Joseph Roth lezen, en Jevgeni Onegin van Poesjkin, en boeken van Gogol en Kafka. Toen werd het zomer, al mijn vrienden waren weg, ik verveelde me en ik had een beetje liefdesverdriet. Ik ben gaan wandelen bij Amelisweerd en daar begon ik over te schrijven, in die 19de-eeuwse stijl. Eerst een korte scène, daarna nog een. En het bleef komen.'

Hoe kwam je op het idee voor je verhaal?

'Alain de Botton heeft eens geschreven: wat je in kunst mooi vindt, dat mis je in jezelf. Ik ben niet goed met regeltjes en misschien verlang ik daarom eigenlijk naar een strak legeruniform. Stel dat ik een officier zou zijn in een saai stadje, met een snorretje en een paard: fantastisch. Mensen zeggen dat Mestopes, mijn fictieve stadje, op St. Petersburg lijkt, maar daar ben ik nooit geweest. Qua land had ik trouwens meer Oostenrijk-Hongarije in mijn hoofd dan Rusland.

'Maar mijn allergrootste inspiratiebron was het boek Rabid van Bill Wasik en Monica Murphy. Ik weet niet meer waarom ik het had gekocht. Het gaat over hondsdolheid in de populaire cultuur. Daar hou ik van, ik heb ook veel boeken over geesten. Het dier worden van mensen: dat moest een element worden.

'Het paste ook bij het thema waar ik mee bezig was - hoewel ik pas later wist dat het mijn thema was: emotie versus ratio. Je weet dat je het een moet doen, maar je voelt iets anders. Daar worstelt mijn hoofdpersoon mee en dat herken ik zelf ook, die enorme twijfel tussen willen en voelen.'

Zonder zijn opleiding in Utrecht zou Hofland nooit schrijver zijn geworden, weet hij zeker. 'Je hebt veel van die mythes over schrijverschap: dat het allemaal uit jezelf moet komen en dat je alleen kunt schrijven als je inspiratie hebt. Die mythes zijn tijdens die opleiding wel onderuit getrapt. Schrijven is werken, oefenen, jatten ook: eens even deze stijl proberen, of die.'

Wat is de belangrijkste les die je als schrijver hebt geleerd?

'Dat je niet bang moet zijn om af te kijken. Om dingen te doen die anderen ook hebben gedaan. Ik weet zeker dat in Lyssa zinnen zitten die ik ergens heb gelezen, of scènes, of beelden die ik ergens heb gezien. Je bent nooit honderd procent origineel; je legt altijd verbindingen.'

Tom Hofland: Lyssa, uitgeverij Querido, 271 pagina's, euro 18,99


Lieke Marsman (27)

Niet alleen in de poëzie is Lieke Marsman een talent om in de gaten te houden.

Klimaat, liefde, taal, seksualiteit, hoop en angst, binnen- en buitenwereld: er komt veel aan de orde in de ongewone eerste roman van Lieke Marsman, Het tegenovergestelde van een mens. Per minihoofdstukje verrast ze de lezer, die soms ook niet weet of hij een bundeling columns of een roman in handen heeft. In die oorspronkelijkheid schuilt Marsmans grootste kracht: we kunnen een blik werpen op haar bijzondere manier van denken en associëren. Zo ziet haar bezorgde aardwetenschapper met liefdesverdriet Ida (29) in lezen een haven én een gevaar: als tiener las ze over vrouwen die met iedereen omgingen en niemand nodig hadden, terwijl ze in die tijd zelf met niemand omging en iedereen nodig had.

Dat Marsman een talent is om rekening mee te houden, wist de poëziekenner al veel langer, daar zij met haar twee dichtbundels al veel aandacht trok. Wat ik mijzelf graag voorhoud, haar debuut uit 2011, won maar liefst drie prijzen.

Lieke Marsman Beeld Ivo van der Bent

3. Jan Postma (32)

Dat licht narcistische vergeven we Jan Postma graag.

Hij noemt een 'aan waarschijnlijkheid grenzende onzekerheid' het hoogst haalbare, en de essays in zijn eerste bundeling heten 'toegeëigende toevalligheden'. Dat is galant, en ook goed om te onthouden, want wie op het omslag van zijn boek Jan Postma: Vroege werken ziet staan, en in zijn teksten over het woord 'ik' struikelt, zou kunnen denken dat Groene Amsterdammer-redacteur en politicoloog Jan Postma van alle denkbare verschijnselen zichzelf veruit het boeiendst vindt.

Maar zijn fascinatie betreft eerder het hedendaags narcisme dan zijn eigen haar of auto, al komen ook die dingen ter sprake, naast Joseph Brodsky, Zadie Smith en Heleen van Royen, fotografie en beeldende kunst. Op Twitter zijn de ironische erupties van Postma ook te volgen, vaak meerdere malen per dag. Op 5 december verzuchtte hij daar: 'Wee het land waarin een gezond mens het reguliere NOS Journaal en de Sinterklaasvariant niet meer uit elkaar kan houden.'

Jan Postma. Beeld Bob Bronshoff

Hoe het verder ging met Roos van Rijswijk (32)

'Alle aandacht voor mijn boek Onheilig was geweldig, maar ook overrompelend. Het heeft even geduurd voordat ik mezelf romantechnisch weer kon aanzwengelen.

'Daarom ben ik eerst dunne boekjes gaan schrijven. Onder meer Calligram, waarin ik gedichten heb geschreven bij beelden die kunstenaar Niek Hendrix naar me stuurde. De Olifant van de Bovenburen, met illustraties van Sylvia Weve, komt begin volgend jaar uit en gaat over mijn luidruchtige bovenburen.

'Ik heb drie maanden in schrijversresidentie gezeten bij de Jan van Eyck Academie in Maastricht, waar ik heb gewerkt aan een boekje met spookverhalen, verteld vanuit het perspectief van het spook. Dat verschijnt ook volgend jaar.

'Ook heb ik boeken gerecenseerd voor NRC, en veel opgetreden op festivals en bij leesclubs. Intussen ben ik begonnen aan een nieuwe roman, maar daar durf ik nog weinig over te zeggen. Ergens in de komende twee jaar hoop ik hem af te hebben.

Gijs Beukers

Lees hier het interview met Roos van Rijswijk van vorig jaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.